Carolus Borromeuskerk

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Voorgevel Carolus Borromeuskerk.
De toren aan de achterzijde.
Interieur van de Carolus Borromeuskerk in Antwerpen

De Carolus Borromeuskerk aan het Hendrik Conscienceplein in Antwerpen is een voormalige jezuïetenkerk in barokke stijl. De kerk werd ontworpen door leden van de jezuïetenorde, zoals François d'Aguilon en Pieter Huyssens. De kerk werd tussen 1615 en 1621 gebouwd bovenop de toenmalige Ankerrui (niet te verwarren met de huidige) voor die aansloot met de Minderbroedersrui.

Oorspronkelijk was de kerk gewijd aan Ignatius van Loyola, stichter van de jezuïetenorde. Na het opheffen van de orde in 1773 werd de kerk opnieuw gewijd, ditmaal aan Carolus Borromeus. Na enige tijd gebruikt te zijn voor godsdienstonderwijs is het gebouw sinds 1803 in gebruik als parochiekerk.

De kerk is een typisch product van de contrareformatie, waarin de katholieke Kerk probeerde met pracht en praal het volk weer aan zich te binden en waarin de jezuïeten een leidende rol speelden. De voorgevel is geïnspireerd op onder andere die van de Gesù-kerk in Rome, de moederkerk van de jezuïeten, en is acht meter hoger dan de kerk zelf. De kerk heeft een driebeukige, basilicale opzet. Boven de zijbeuken zijn galerijen aangebracht. Het koor wordt gemarkeerd door een toren.

Aan de decoratie van de kerk werden belangrijke bijdragen geleverd door Peter Paul Rubens, die zowel schilderijen als beeldhouwwerk verzorgde.

Tussen 1816 en 1830 wilde koning Willem I dit gebouw als Nederlandse Hervormde Kerk inrichten.

Bij de restauratie van de jaren 1980 werd de kerk opnieuw in barokke stijl ingericht. Boven het altaar hangt telkens één schilderij; met een oud mechanisme wordt dit regelmatig verwisseld door een ander.

De kerk heeft een uitgang die uitkomt in de Antwerpse Ruien, deze is goed te zien tijdens een Ruienwandeling, wat het effectieve doel was van deze doorgang is tot op heden niet zeker.

Versiering van het interieur en kunstschatten[bewerken]

  • Het schip is ruim en geeft een indruk van rust en welvaart. Het wordt geflankeerd door zijbeuken in basilicale stijl, waarvan de bovengalerijen onderstut worden door elegante zuilen (die vóór de brand van 1718 van marmer waren). Wijde vensters die uitgeven op deze bovenste gaanderijen laten overvloedig licht binnen in de kerk.
  • In de middelste apsis wordt het hoogaltaar bekroond door twee schilderijen - een Kruisoprichting van Gerard Zegers (1591-1651) en een Kroning van Maria van Cornelis Schut (1597-1655) - uit de Antwerpse School en 'Onze-Lieve-vrouw van de Carmel' van G.Wappers (1803-1874). Vroeger maakten de twee retabels De mirakelen van de H. Ignatius van Loyola en De mirakelen van de H. Franciscus Xaverius van Rubens de faam van dit altaar uit, maar nu pronkt het Kunsthistorisches Museum in Wenen met deze twee topstukken. Dankzij een vernuftig katrolsysteem (dat in verscheidene jezuïetenkerken te vinden is) kon men de vier altaarstukken afwisselend tonen, afhankelijk van de liturgische feesten. De twee overblijvende werken en de 19e-eeuwse functioneren nog steeds volgens hetzelfde systeem.
  • De muren van de zijbeuken zijn tot op vier meter hoogte gelambriseerd. Een hele resem ovale medaillons vertelt in 40 scènes het leven van de twee stichters van de jezuïetenorde, enerzijds de H. Ignatius en anderzijds de H. Franciscus Xaverius.
  • De biechtstoelen zijn versierd met levensgrote beelden van engelen en personages die de grote thema's van het christendom oproepen; de vergeving van de zondaars, de barmhartige Samaritaan, de verloren zoon, de dood enz.
  • De preekstoel wordt ondersteund door een vrouwelijke verpersoonlijking van de Kerk die zegeviert over de ketterij. De wanden van de kuip en het klankbord zijn afgewerkt met twaalf scènes uit het leven van de Maagd Maria.
  • Twee grote zijkapellen, één aan elke zijde van de kerk, zijn respectievelijk gewijd aan de H. Ignatius van Loyola en de Maagd Maria. De kleinere kapellen zijn eveneens rijk aan kunstschatten uit de tijd van Rubens en diens samenwerking met de Antwerpse jezuïeten: het monogram IHS aan het plafond, de schilderingen van onder andere Daniel Seghers.

Branden[bewerken]

  • Op 18 juli 1718 brak er brand uit in de kerk na een blikseminslag. Het interieur werd zwaar beschadigd en er gingen onder andere 39 plafondschilderingen van Rubens verloren. Na de brand kreeg de kerk een nieuw, soberder interieur, ontworpen door Jan Pieter van Baurscheit de Oude.
  • Op 30 augustus 2009 werd de kerk wederom beschadigd door een brand. De lichtspots die normaal de middenbeuk verlichtten, waren over de reling van de gaanderijen gehangen voor een televisie-opname. Door de hitte zou de turf in de houten vloeren gaan smeulen zijn, wat een hevige rookontwikkeling tot gevolg had. Er werden twee brandhaarden gevonden, één onder de toren van de kerk en één aan de zijde van het Hendrik Conscienceplein. Het vuur was snel onder controle en de meeste kunstwerken werden niet rechtstreeks beschadigd door vlammen of bluswater.[1]

Bouwmeesters[bewerken]

  • Aanvankelijk ontworpen door François d'Aguilon en Pieter Huyssens.
  • Renovatie na brand door Jan Pieter van Baurscheit de Oude
  • Herstelling naar ontwerp van F. Berckmans(1849-1864)
  • Herstelling naar ontwerp van Jules Bilmeyer (1912-1916) en (1917-1920)
  • Restauratiecampagne door J.L. Stynen(1969-1972) en (1981-1987)

Voetnoot[bewerken]

  1. Lichtspots oorzaak van brand Carolus Borromeuskerk, www.demorgen.be, geraadpleegd op 20 september 2009