Caroní (rivier)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Caroní-rivier
De waterval van Cachamay naast de stad van Puerto Ordaz, van voor de bouw van de waterkrachtcentrale Macagua II.
De waterval van Cachamay naast de stad van Puerto Ordaz, van voor de bouw van de waterkrachtcentrale Macagua II.
Lengte 952 km
Hoogte (bron) 2.650 m
Debiet 4.850 m³/s
Stroomgebied 95.000 km²
Van Samenvloeiing van de Kuquenan en de Yuruani
Naar Orinoco in Guayana (stad)
Stroomgebied van de Venezuela
Zijrivieren Pargua (rivier), Toron (rivier), Eutobarima (rivier)
Stroomt door Vlag van Venezuela VEN
Portaal  Portaalicoon   Geografie

De Caroní is de tweede belangrijkste rivier van Venezuela, de tweede grootste rivier qua debiet en een van de langste, met 952 km vanaf de tepui Kuquenan, waar zij ontstaat met dezelfde naam: de Kuquenan, tot haar samenvloeiing met de Orinoco en tot welks bekken zij behoort. De naam Caroní krijgt zij vanaf de samenvloeiing van de Kuquenan met de Yuruani, op 182 km van de bron van de Kuquenan en 770 km van haar uitmonding in de Orinoco. De ontmoeting heeft plaats in het zuiden van Venezuela, in de staat Bolivar, zijnde de belangrijkste zijrivier van de Orinoco voor wat betreft het debiet. Het hogere bekken van de Caroní bevindt zich in de Gran Sabana (Nationaal park Canaima, in Venezolaans Guayana) in de buurt van de grens met Brazilië.

Hydraulisch regiem[bewerken]

De Caroní is een van de rivieren met het hoogste debiet ter wereld, in vergelijking met haar bekken. Haar gemiddeld debiet is rond de 4.850 m3/s, met variaties veroorzaakt door de wisselingen tussen droog en nat seizoen. Haar gemiddeld maximum debiet is 6.260 m3/s en het gemiddeld minimum is 3.570 m3/s. Onder de historische extremen bevinden zich 17.576 m3/s en 188 m3/s. De Caroní voert 15,5% aan van het debiet van de Orinoco-rivier. Een van de karakteristieken van haar water is de donkere kleur, veroorzaakt door de hoge niveaus aan humuszuren van de onvolledige ontbinding van het fenolgehalte van de vegetatie. De Caroní behoort daarom tot de zwartwaterrivieren, zoals de Negro rivier.

Het bekken van de Caroní[bewerken]

Het bekken van de Caroní beslaat meer dan 95.000 km² en maakt deel uit van het Orinoco-bekken, de belangrijkste rivier van Venezuela. Dit betekent voor de twee grote rivieren veel op elkaar lijkende hydrografische karakteristieken. De Caroní zelf en haar zijrivier de Paragua zijn rivieren met een trap, met dien verstande dat vele vallen en stroomversnellingen afwisselen met stukken van langzame en zachte helling, met veel meanders en hoefijzervormige meren (afgesneden meanders). Onder de belangrijkste vallen van deze rivieren en hun zijrivieren moge genoemd worden de Ángelwaterval, met de grootste hoogte ter wereld (bijna 1.000 m vrije val) en de Kukenanwaterval (tiende op de wereldschaal, met 610 m vrije val) en vele andere met minder hoogte maar een flink debiet, zoals de Aponwaowaterval en de Caruaywaterval en de rivieren met deze namen: de Toron, de Eutobarima, de val van de Llovizna en de Cachamay, deze drie laatste in de Caroní zelf en de laatste net voor haar uitmonding in de Orinoco.

Waterkracht[bewerken]

De Caroní is, vanwege haar bijzonder hoog debiet(met een jaargemiddelde van 4.850 m3/s en haar steile helling goed voorzien voor de opwekking van hydro-elektrische energie met vier centrales in haar verloop (Macagua I en II) in de omgeving van haar uitmonding in de Orinoco, Caruachi, op een 30 km daar vandaan en laatstelijk de stuwdam van Guri, in de engte van Necoima of Necuima, op bijna 80 km van Puerto Ordaz. Deze laatste stuwdam heeft het stuwmeer van Guri, met 4000 km² oppervlak, in het midden van de rivier. De hydro-elektrische centrale van Guri heeft een vermogen van 10.000 MW en is nu de op twee na grootste van de wereld, na de Drieklovendam in China (22.500MW) en de Itaipudam in Brazilië(14.000 MW)

Nationale Parken[bewerken]

In het hoge deel van het bekken van de rivieren die de Caroní vormen (Aponguao, Cuquenán en Yuruaní) ontvouwt zich de Gran Sabana of grote Savanna die deels behoort tot het Nationaal park Canaima.

Toerisme[bewerken]

Het bekken van de Caroní is een van de meest spectaculaire en mooiste van de wereld, ideaal voor avontuurlijk toerisme: een landschap van bossen en savanne, ontelbaar veel watervallen en stroomversnellingen, diepe canyons en hoge plateaus, snel stromende rivieren met bijzonder schoon water (donker getint, bijna zwart, als ze diep zijn), stranden met roze zand, enz. Onder de meest notabele van het bekken van de Caroní, vanuit toeristisch oogpunt gezien, zijn de watervallen van de Aponguao, van de Kama (Kama Meru in de Caraïbische taal Pemón), Eutobarima (in de Caroní-rivier zelf, alhoewel moeilijk te benaderen) en het meer en de centrale van Guri, de parken van de waterval van de Llovizna en de Cachamay in de Ciudad Guayana, de Auyantepuy con el Angel waterval en de magnifieke gorge van Kavak, de tafelbergen van de Roraima en de Kuquenan, enz.