Cashew

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Cashew
Bron Koehler (1887)
Bron Koehler (1887)
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Malviden
Orde: Sapindales
Familie: Anacardiaceae (Pruikenboomfamilie)
Geslacht: Anacardium
Soort
Anacardium occidentale
L. (1753)
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De cashew (Anacardium occidentale) is een struik of een tot 15 m hoge, laag vertakte, groenblijvende boom. De bladstelen zijn 1-1,2 cm lang. De bladeren zijn afwisselend geplaatst, stevig-leerachtig, onbehaard, gaafrandig, omgekeerd breed-eivormig, aan de basis afgerond of wigvormig en 10-20 x 7-12 cm groot. Door het blad loopt een lichtgekleurde hoofdnerf met meerdere lichtgekleurde, onder een wijde hoek afstaande zijnerven. De bloemen die mannelijk of tweeslachtig kunnen zijn, staan in eindstandige, losse, veelbloemige schermen. Ze bestaan uit vijf bleekgele, roze gestreepte, lijnvormige, 7-9 mm lange, teruggeslagen kroonbladeren en bij de tweeslachtige bloemen tevens uit één vruchtblad. Het vruchtblad wordt omgeven door tien meeldraden, waarvan er vaak meerdere steriel zijn. Er is één meeldraad die drie keer zo lang is als de andere en altijd fertiel is.

De vrucht is eenzadig, boon - of niervormig gekromd en lijkt qua vorm op de noot. De schil is houtig, grijsbruin en glad en bevat een scherpe, bijtende, giftige olie (cardol) die ernstige huidirritaties kan veroorzaken. De olie van de schil wordt in de volksgeneeskunde door Indianen gebruikt als middel tegen wratten en likdoorns. Ook kan het worden gebruikt als houtbeschermingsmiddel tegen termieten. Ook dient het als industrieolie voor de fabricage van verven, lakken, lijmen, coatings, remvoeringen en koppelingsplaten. De olie wordt verkregen door stoomdestillatie, waarna de vrucht met de hand kan worden geopend om het zaad tevoorschijn te halen. De cashewnoot is de vetrijke, geelbruine kern van het zaad. Het zaad wordt gefrituurd of met hete lucht geroosterd en daarna geschild. De kern is rauw nog giftig, maar na verhitting is het smakelijk, voedzaam en bevat 45% vet en 20% eiwit. Het heeft een nootachtige, vrij zachte consistentie en een zoete smaak. Het kan eventueel gezouten of gesuikerd worden gegeten en in gebak en zoetwaren worden verwerkt.

Cashew-appel

De cashew-appel is de vruchtsteel die bij rijping sterk opzwelt en als een 5-10 cm grote, peervormige, geel- of roodschillige, zachtvlezige, sappige, aromatisch zoetzure, fruitig geurende schijnvrucht bovenop de eigenlijke vrucht (met daarin de cashewnoot) zit. De cashew-appel is in tegenstelling tot de noot niet giftig en kan direct rauw van de boom worden gegeten. Deze is vitamine C-rijk en kan ook worden gekookt en worden verwerkt tot jam, gelei of siroop. Van het zoetzure sap wordt frisdrank gemaakt en lokaal ook wijn (caju-wijn) en azijn. Omdat de cashew-appel na het plukken maar enkele dagen houdbaar is, wordt hij in tegenstelling tot de cashewnoot nooit geëxporteerd. Het sap wordt echter wel geëxporteerd en kan in Nederland en België onder andere in Chinese supermarkten worden gekocht.

Het oorspronkelijke verspreidingsgebied van de cashew ligt in het Caribisch gebied en van Midden-Amerika tot in Noordoost-Brazilië. Tegenwoordig wordt hij wereldwijd in de tropen verbouwd, maar voornamelijk in India, Brazilië, Nigeria, Mozambique, Indonesië en Tanzania. De economie van het Afrikaanse Guinee-Bissau is voor 95% afhankelijk van de export van cashew-noten. De boom werd al in de zestiende eeuw door Portugese zeevaarders naar India en Mozambique gebracht. India is tegenwoordig het belangrijkste productieland van de cashew-appels en cashewnoten.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]