Casparus Barlaeus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Casparus Barlaeus (Antwerpen, 12 februari 1584 - Amsterdam, 14 januari 1648) was een Zuid-Nederlands predikant, schrijver en dichter, die vooral in het Latijn schreef. Hij latiniseerde zijn Nederlandse naam Kaspar (of Caspar) van Baerle naar Casparus Barlaeus.

Casparus Barlaeus

Levensloop[bewerken]

De ouders van Barlaeus waren Caspar van Baerle en Cornelia Eerdewijns. De vader van Barlaeus was griffier in Antwerpen. Toen deze stad door de Hertog van Parma werd ingenomen, vertrok het gezin naar Zaltbommel. Barlaeus was toen één jaar oud. Barlaeus' vader overleed in 1595. Hij was toen rector aan de Latijnse school.

Van Baerle werd predikant aan de Leydsche hoogeschool. In 1608 werd hij hervormd predikant in Nieuwe-Tonge, op het eiland Goeree-Overflakkee. Hij bleef daar vier jaar, tot hij in 1612 werd aangesteld als onderregent van het Staten Collegie te Leiden. Vanaf 1617 werd hij tevens hoogleraar in de logica te Leiden. Van Baerle koos in de heftige kerkgeschillen van die tijd de zijde van de Remonstranten. Tijdens de Synode van Dordrecht werd deze leer veroordeeld, waarop Van Baerle in 1619 als onderregent en hoogleraar werd ontslagen. Hij probeerde in zijn levensonderhoud te voorzien door privélessen te geven en gedichten te schrijven. Deze werden uitgegeven door de gelijkgezinde uitgever Basson.

Hij volgde een opleiding in de geneeskunde en promoveerde tot doctor in Caen. Hij bleef echter nog steeds wijsbegeerte in Leiden onderwijzen. In 1631 werd hij hoogleraar in de wijsbegeerte en welsprekendheid aan de sinds kort opgerichte Athenaeum Illustre te Amsterdam. Daar beoefende hij de redenaarskunst in het Latijn. Zijn redevoeringen werden vaak in druk uitgegeven.

Zijn poëzie-werken, in het bijzonder zijn Latijnse poëzie, stonden hoog aangeschreven. Hij maakte een verhandeling die het beroemde portret van cartograaf Willem Blaeu uit 1622 begeleidde. In 1622 vertaalde hij de beschrijvingen van Antonio De Herrera over de Antillen en in 1627 maakte hij de tekst voor een klein formaat atlas van Jodocus Hondius met 30 kaarten van Italië. In 1647 maakte hij een verzameling met talrijke belangrijke kaarten en platen over de gebieden in Brazilië van het Nederlandse koloniale imperium uit die tijd.

Een voorbeeld van zijn toespraken stamt uit september 1638. Maria de Medici bezocht de stad Amsterdam, en werd onthaald op een toespraak door Van Baerle. Al eerder werd het Athenaeum Illustre, de voorloper van de Universiteit van Amsterdam, in 1632 geopend met een rede van Van Baerle getiteld "Mercator sapiens" (de wijze koopman), die ging over de relatie tussen wetenschap en koopmanschap.

Van Baerle was lid van de Muiderkring. Hij was zeer bevriend met P.C. Hooft. Men denkt dat deze vriendschap bekoelde en Barlaeus leed aan ernstige depressies en waanbeelden.

Het vermoeden bestaat dat hij zelfmoord pleegde door in een put te springen, omdat hij dacht dat hij van stro was, en in brand stond. Barlaeus werd begraven in de Nieuwe Kerk op de Dam in Amsterdam. Het grafschrift werd geschreven door Joost van den Vondel en luidt:

Hier sluimert Baerle neffens Hooft.
Geen zerk hunn' glans noch vrientschap dooft.

Werken van Barlaeus[bewerken]

Oudezijds Achterburgwal 213, ooit het woonhuis van Barlaeus

Nederlands gedicht[bewerken]

Als voorbeeld een gedicht op de naam van de stad Grol:

Al heeft de Stadt van Grol geen luyster in sijn Naem,
Nochtans soo krijght de Naem sijn luyster van de Faem:
De Faem krijght al haer glantz, en luyster van de daet:
De daed in ’s Konincks schand, en ’s Princen eer bestaet.
En die dan Grol gewint, door lofflijck krijchsgevecht,
Heeft loff, en nut, en danck aan sijnen naem gehecht.

Grol hierin heeft betrekking op Groenlo, vergelijk ook Grolsch.

Naar hem vernoemd[bewerken]

Het Amsterdamse Barlaeus Gymnasium (gevestigd aan de Weteringschans) is naar Barlaeus genoemd, evenals de Amsterdamse Van Baerlestraat. Ook in Nieuwe-Tonge herinnert de Van Baerlestraat aan Barlaeus, die hier predikant was.

Externe links[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. Facsimile van de eerste editie (1647)