Catharina van Rennes
| Catharina van Rennes | ||||
| Afbeelding gewenst | ||||
| Achtergrondinformatie | ||||
| Geboren | Utrecht, 2 augustus 1858 | |||
| Overleden | Amsterdam 23 november 1940 | |||
| Land | ||||
| Beroep(en) | componiste en zangpedagoge | |||
|
||||
Catharina van Rennes (Utrecht, 2 augustus 1858 - Amsterdam 23 november 1940) was een Nederlandse componiste en zangpedagoge. Ze richtte zich in haar werk vooral op kinderen.
[bewerken] Loopbaan
Haar opleiding ontving ze van Richard Hol, Johannes Messchaert en Th. L. van der Wurff. Bij de laatste slaagde ze in 1883 voor piano-onderwijs en in 1884 voor solozang en zangonderwijs. Daarna maakte ze carrière als sopraanzangeres in oratoria. Ze werd vooral geprezen voor haar Schumann-vertolkingen. Ook zong ze in De Schipbreuk, een gedicht van De Schoolmeester op muziek gezet door Johan Wagenaar
In 1887 werd ze, tegen haar verwachting in, niet aangenomen als zanglerares aan de Toonkunst Muziekschool in Utrecht. Daarom stichtte ze haar eigen zangschool Bel Canto voor kinderen, die in verschillende steden dependances kreeg. Ze ontwikkelde een eigen onderwijsmethode, die gericht was op zelfwerkzaamheid en creativiteit. Zij sloot aan op spontane uitingen, waarvan zij de beste optekende in 't Rooie Boekje. Tot haar leerlingen behoorden prinses Juliana en Jo Vincent. Ze was bevriend met componiste Hendrika van Tussenbroek. Voor haar "klaviersprookjes" werkte ze samen met de illustratrice Rie Cramer.
Eén van haar bekendste kinderliedjes is Drie kleine kleutertjes die zaten op een hek (vertaald uit het Engels, oorspronkelijke auteur Kate Greenaway). Tot de bekendere liederen die ze componeerde behoren ook Schwalbenflug op. 59, een liedcyclus voor sopraan, mezzosopraan en piano, Kwartetten op. 24, voor sopraan, twee mezzosopranen, alt en piano, Van 't kinderlied naar 't kabaret en de door haar op muziek gezette Kleengedichtjes van Guido Gezelle.
Verschillende door haar gecomponeerde liederen werden opgenomen in de liedbundel Kun je nog zingen, zing dan mee (eerste druk in 1906). Dit liedboek was zeer populair en werd de hele twintigste eeuw herdrukt. Het gaat om teksten van onder meer Anna Fles, Jacoba Mossel, J.A. Böhringer en F.W.N. Hugenholtz.
Bronnen, noten en/of referenties: