Catuvellauni

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Territorim van de Catuvellauni
Catuvellauni, Tasciovanus, gouden stater.

De Catuvellauni waren een Keltische staat of stam die het gebied van het zuidoosten van prehistorisch Brittania bewoonden, voor de Romeinse invasie van Brittannië in 43.

Geschiedenis[bewerken]

Het wedervaren van de Catuvellauni en hun koningen van voor de invasie kan worden nagetrokken aan de hand van muntkundig bewijsmateriaal en los verspreide referenties in optekeningen van de klassieke geschiedenis. Zo worden ze vernoemd door Dio Cassius, die ervan uitgaat dat zij het waren die het verzet leidden tegen de Romeinse verovering. Ze duiken ook op als één van de latere civitates van Romeins Brittania in de Geographia van Ptolemeus in de 2e eeuw, toen zij het huidige Hertfordshire, Bedfordshire en zuidelijk Cambridgeshire rond de stad Verulamium (het huidige St Albans) bezetten.

Het territorium van de Catuvellauni werd in het noorden afgebakend door dat van de Iceni, in het oosten door de Trinovantes, met wie zij hun verwantschap met de Belgae deelden, in het westen de Dobunni en Atrebates, in het zuiden door de Regnenses en Cantiaci.

De Catuvellauni kunnen in verband worden gebracht met de Catalauni, een volk dat in Belgisch Gallië werd geattesteerd in de regio van Châlons-en-Champagne.

Etymologie[bewerken]

De naam is afgeleid van het Oud-Brythonisch catu - wellauni wat "strijdhoofden" of "strijdleiders" betekende. Dit komt uiteindelijk van het Proto-Keltisch "catu", strijd, en "wali", leiden.
De wortel uellauno- komt terug in veel andere Keltische namen, zoals die van de godin Icovellauna, de god Vellaunus, de held Cassivellaunos, later bekend in Welshe legenden als Caswallawn, en uiteraard de Catuvellauni, de Zuidoost-Britse stam, waarvan de naam ook verwant lijkt met de Catalauni (Châlons-sur-Marne) en Catalaunia (Catalonië).[1]

Leiders van de Catuvellauni[bewerken]

Munt van Tasciovanus, koning van de Catuvellauni
  1. Cassivellaunus, militair aanvoerder, vaak geassocieerd met de Catuvellauni, ca. 54 v.C.
  2. Tasciovanus, ca. 20 v.C. – AD 9
  3. Cunobelinus, AD 9 – AD 40
  4. Togodumnus
  5. Caratacus
  6. Epaticcus

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Xavier Delamarre (2003). Dictionnaire de la langue gauloise: Une approche linguistique du vieux-celtique continental, 2e druk. Éditions Errance. ISBN 2-87772-237-6. p.310