Cecidomyiidae

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken

Galmuggen (Cecidomyiidae) vormen een familie van insecten die behoort tot de orde tweevleugeligen (Diptera) en de onderorde muggen (Nematocera). De naam galmuggen is afgeleid van de larven, die bij de meeste soorten voeden met plantaardige weefsels, waarbij ze abnormale woekeringen veroorzaken die galappels worden genoemd. Deze hebben niet alleen uiteenlopende vormen maar zijn soms ook fel gekleurd. Aan de gal is vaak beter te zien om welke soort het gaat dan aan de volwassen mug. Niet alle soorten maken gallen, sommige leven als larve op paddenstoelen of jagen op prooien. Galwespen maken ook gallen maar zijn niet verwant en behoren tot een andere orde.

Galmuggen zijn zoals de meeste muggen erg fragiele insecten die vaak maar 2 – 3 millimeter lang zijn terwijl er ook veel soorten zijn die niet langer dan 1 mm worden. Ze hebben een dun, langwerpig lijf en sprieterige poten, de kop is duidelijk zichtbaar. Ze worden gekarakteriseerd door harige vleugels, wat ongebruikelijk is in de orde Diptera. Ze hebben gereduceerde monddelen en lange, draadachtige antennes.

Wereldwijd zijn er meer dan 3000 soorten maar omdat er in Noord-Amerika alleen al 1100 goed bestudeerde soorten zijn is dat waarschijnlijk een onderschatting van het werkelijke aantal. In Nederland en België leven ongeveer 300 soorten. Er zijn een aantal galwespen die grote economische schade kunnen veroorzaken, zoals Mayetiola destructor die tarwe, gerst en rogge aantast. Andere bekende schadelijke soorten zijn Contarinia lentis en Contarinia medicaginis die planten uit de uit de vlinderbloemenfamilie aantasten, Contarinia nasturtii en Dasineura brassicae die planten uit de kruisbloemenfamilie aantasten en Contarinia pyrivora en Resseliella theobaldi die fruitgewassen aantasten.

Er zijn echter ook veel soorten die juist de predator zijn van andere schadelijke geleedpotigen. De larven van deze soorten jagen op schadelijke geleedpotigen en sommige zijn zelfs parasitair. De meest voorkomende prooidieren zijn bladluizen en spint gevolgd door respectievelijk soorten uit de schildluizen, witte vlieg en thrips. Veel soorten voeden zich met de eieren van andere insecten of mijten. Omdat de kleine larven niet in staat zijn om zich over grote afstanden te verplaatsen moet er vaak er vaak een aanzienlijke populatie prooien aanwezig zijn voordat de volwassen dieren eieren leggen. Cecidiomyiidae worden het meest gezien tijdens plagen. De soort Aphidoletes aphidimyza is een belangrijke soort in de biologische bestrijding voor gewassen in de glastuinbouw en wordt veel verkocht in de Verenigde Staten.

Cecidomyiidae staan bekend vanwege hun soms sterk afwijkende ontwikkeling. Zo komt het vreemde verschijnsel paedogenesis (onvolwassen voortplanting) voor, waarbij de larven zich kunnen voortplanten voordat ze het volwassen stadium hebben bereikt. Andere vreemde verschijnselen zijn dat bij sommige soorten de dochterlarven die worden geproduceerd in een moederlarve de moeder van binnenuit opeten en dat bij andere soorten de voortplanting plaatsvindt in het ei of in de pop.

[bewerk] Externe links

  1. Beschrijving van de Cecidomyiidae en afbeeldingen
  2. Aphidoletes aphidimyza en biologische bestrijding
  3. Afbeeldingen
 
Persoonlijke instellingen