Cel (biologie)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

In de biologie is de cel het kleinste onderdeel van een organisme of levend wezen dat alle genetische informatie van dat organisme bevat.

Alle planten, dieren, schimmels en bacteriën bestaan uit cellen. De cel bestaat onder meer uit een celmembraan, dat de inhoud omgeeft, en het cytoplasma waarin (behalve bij bacteriën) een celkern aanwezig is. Het cytoplasma bestaat zelf uit cytosol en hierin bevinden zich de celorganellen. Er zijn ook levende wezens die slechts uit één cel bestaan: de eencelligen. Bij bacteriën, schimmels en planten komt naast het celmembraan ook nog een celwand voor.

Indeling[bewerken]

Prokaryoten (pro=voor; karyon=kern)

Schematische weergave van een plantaardige cel en een bacterie.

Eukaryoten (Eu=goed, echt; karyon= kern)

De microscoop en later de donkerveldmicroscoop en de fasecontrastmicroscoop maakten het mogelijk cellen te ontdekken en de samenstelling en opbouw ervan te bestuderen; de elektronenmicroscoop heeft het aanvankelijke simpele model van de bouw van de cel geweldig verfijnd.

Diagram van een typische dierlijke cel[bewerken]

Eukaryote cel met celorgannellen

Organellen:

  1. nucleolus (kernlichaampje)
  2. celkern of nucleus
  3. ribosomen
  4. vesikel of blaasje
  5. ruw endoplasmatisch reticulum (RER, R van rough)
  6. golgi-apparaat
  7. cytoskelet
  8. glad endoplasmatisch reticulum (SER, S van smooth)
  9. mitochondriën
  10. peroxisoom
  11. cytoplasma
  12. lysosoom
  13. centriolen

Diagram van een typische plantencel[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Plantaardige cel voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Plantencel met celorgannellen

Organellen en enkele andere belangrijke structuren:

  1. nucleolus
  2. celkern (nucleus)
  3. ribosomen (in RER)
  4. chloroplast
  5. leukoplast
  6. endoplasmatisch reticulum (ER) (bevat ribosomen)
  7. golgi-apparaat (golgisysteem)
  8. cytoskelet
  9. mitochondrion
  10. vacuole
  11. cytoplasma
  12. celmembraan
  13. peroxisoom
  14. celwand
  15. plasmodesmata

Geschiedenis[bewerken]

Antoni van Leeuwenhoek wordt beschouwd als de eerste mens die levende cellen zag. Hij bekeek onder andere druppels water met een bolvormige lens die op een koperen plaatje was gemonteerd. Hiermee ontdekte hij in het water 'kleine diertjes', die met het blote oog niet te zien waren.

Externe links[bewerken]