Cent (munteenheid)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een penny uit 2003.
Een muntje van vijf cent uit Uganda uit 1966.

Een cent (afgekort c of ¢) is het honderdste (cent is het Frans voor honderd) deel van veel munteenheden.

Zo was er in Nederland de cent als onderdeel van de gulden, en is er nu de cent als onderdeel van de euro. Ook in veel andere landen, zoals bijvoorbeeld de Verenigde Staten, gebruikt men de cent als onderdeel van de munteenheid (in dit geval de Amerikaanse dollar).

De munt ter waarde van een cent wordt meestal ook cent genoemd. Een uitzondering geldt in de Verenigde Staten: de waarde is cent, de munt heet penny. In het Verenigd Koninkrijk en Australië is penny ook de naam van de waarde.

Bijna alle munteenheden zijn in honderd kleinere eenheden verdeeld. De naam daarvan is vaak 'cent' of een variatie daarvan als 'centime', 'centavo', 'sen' e.d.

Omdat veel munteenheden in centen verdeeld zijn, spreekt men vaak van dollarcent, eurocent enz. om aan te geven wat voor cent men bedoelt. In eigen land is dit nauwelijks nodig.

Het woord 'centen' wordt vaak gebruikt als synoniem voor 'geld'. Bijvoorbeeld: Dat kost centen. Ik wil mijn centen terug. Ook in België werd dit woord gebruikt, hoewel de cent daar tot de invoering van de euro geen betaalmiddel was (de centiem daarentegen wel, maar enkel het muntstuk van 50 centiem was nog enigszins in gebruik).

Nederland[bewerken]

De cent als munt werd in Nederland in 1817 voor het eerst geslagen en in 1980 officieel afgeschaft, maar was tot 1 februari 1983 in omloop. Bedragen werden sinds 1980 op een stuiver afgerond als ze met contant geld betaald werden. Betaalde men met een cheque of giraal, dan werd het bedrag niet afgerond. In 1877 werd de eerste wijziging aan de Nederlandse cent doorgevoerd. In 1948 werd de laatste wijziging doorgevoerd.

Na de invoering van de euro in Nederland kwamen er weer centen in omloop. Er ontstond een discussie of ook de eurocent afgeschaft moest worden. In Finland zijn de munten van één en twee eurocent nooit in omloop gebracht, maar voor verzamelaars worden ze wel in kleine aantallen geslagen. Veel Nederlandse winkels ronden hun prijzen op 5 centen af, zodat de munten van 1 en 2 cent niet meer nodig zijn.

Een Nederlandse cent uit 1941.
Andere zijde van dezelfde cent.

In bijna alle andere eurolanden worden de centen nog wel gebruikt, hoewel onder meer in België de gewoonte veld wint om zowel bij de prijszetting als bij het betalen de centjes (het "koper") weg te laten. Soms gebeurt het door bij de kassa een doosje te zetten om de centjes in te stoppen, meestal voor een goed doel, bijvoorbeeld het Rode Kruis of het kinderkankerfonds.

Nederlandse Antillen[bewerken]

Tot de Tweede Wereldoorlog gebruikten de Nederlandse Antillen de Nederlandse gulden. Tijdens de oorlog kregen ze hun eigen gulden. De eerste cent werd geslagen in 1944 in de Amerikaanse stad Denver. In 1952 verschijnt de echte eerste Antilliaanse cent. Al de naoorlogse munten worden geslagen door Nederland. In 1970 verschijnt een nieuw ontwerp, dat geslagen wordt tot 1985. Sinds 1989 wordt het huidige ontwerp geslagen.

Suriname[bewerken]

Suriname had sinds 1962 de Surinaamse gulden (SRG), de cent werd voor het eerst geslagen in 1957 vijf jaar voor de invoering van de gulden. Toen Suriname in 1975 onafhankelijk werd, bleef die munteenheid behouden. In 1989 werd de laatste cent geslagen. In 2004 is de Surinaamse gulden vervangen door de Surinaamse dollar (SRD), ook bestaande uit 100 cent.

Nederlands-Indië[bewerken]

Nederlands-Indië had sinds 1855 een cent, de laatste werd geslagen in 1945.

Meervoud[bewerken]

Spreekt men over een geldbedrag, dan heeft 'cent' in het Nederlands geen meervoud: het kost acht cent. Het meervoud 'cents' kan als verouderd worden beschouwd.

Spreekt men over losse munten, dan is het meervoud 'centen': Ik vond drie centen in de la.

De interval-eenheid cent in de muziek heeft als meervoud: 'cents'.

Zie ook[bewerken]