Centraal wonen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Centraal wonen of cohousing is een alternatieve woonvorm waarbij een groep bewoners in verschillende woningen van meerdere, gemeenschappelijke voorzieningen gebruikmaken. Dit kan bijvoorbeeld een centrale ontmoetingsruimte zijn, een washok, een werkplaats en/of een gemeenschappelijke tuin. Een woning in een centraal wonen project kan een koopwoning zijn, maar ook een huurwoning.

Taalgebruik in Nederland en Vlaanderen[bewerken]

In Vlaanderen wordt de term cohousing voorbehouden voor projecten waar op niveau van de volledige gemeenschap een keuken en eetzaal aanwezig zijn en de bewoners regelmatig samen (kunnen) eten. Het koken voor deze gemeenschappelijke maaltijden gebeurt per toerbeurt.

In een heel aantal Nederlandse centraal wonen projecten of complexen bevinden zich soms één of meerdere woongroepen, maar de meerderheid bestaan uit zelfstandige wooneenheden.

In Nederland en Vlaanderen wordt de term gemeenschappelijk wonen als koepelterm gebruikt voor alle alternatieve woonvormen waarbij men infrastructuur en voorzieningen of vrijwillige basis deelt met andere bewoners. Het begrip samenhuizen wordt in Vlaanderen als synoniem gebruikt.

Geschiedenis[bewerken]

In Denemarken bestaat het idee al sinds de jaren zestig.

Het eerste project in Nederland is uitgedacht en ontwikkeld vanaf 1969. Aanleiding was een advertentie in de krant van Lies van den Donk-Dooremaal uit Nijmegen. Zij schreef in juli 1969: "wie ontwerpt een wooneenheid met een centrale keuken, een eetzaal, een wasserij, een kindercrèche, studieruim­te, gezamenlijk te gebruiken logeerkamers, en daarboven of daaromheen eigen kleine wooneenheden voor elk gezin: een woonkamer, wat slaapkamers, een piepklein keukentje, een douche en een toilet?" De eerste samenkomst van de groep mensen die op deze advertentie reageerde was de start van een moeizaam proces, dat uiteindelijk tot de realisatie van het eerste centraal wonen-project in Nederland heeft geleid. Er werd onder andere nagedacht over hoe het project eruit moest zien, hoe de bestuursvorm moest zijn, hoe er om gegaan zou moeten worden met conflicten, wie er met wie wilde wonen, hoe nieuwe bewoners gekozen zouden worden en hoe de financiën geregeld zouden worden. In 1977 kon de eerste groep bewoners zijn intrek nemen in de 'Wandelmeent' in Hilversum.[1]

Redenen[bewerken]

De redenen om in een centraal wonen-project te gaan wonen, kunnen van zeer uiteenlopende aard zijn. Was het voor de jaren negentig vooral uit ideologische of religieuze redenen, tegenwoordig ook vooral uit sociale, financiële, ecologische of praktische redenen. Het behoud van eigen privacy blijft met name binnen centraal wonen gewaarborgd.

Voorkomen[bewerken]

In Nederland zijn er relatief meer centraal wonen-projecten dan in België. Sinds de jaren negentig komen er steeds meer centraal wonen-projecten in Nederland en België, naast volledige gezinnen, eenoudergezinnen en alleenstaanden blijkt er behoefte bij senioren en bejaarden. De projecten worden in Nederland gecoördineerd door de Landelijke Vereniging Centraal Wonen uit Utrecht. In Vlaanderen promoten Samenhuizen vzw, Abbeyfield vzw en Cohousing Projects cvba deze alternatieve woonvorm.

Externe links[bewerken]

Bronnen