Centralisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Centralisme of centralisatie behelst het streven naar een organisatie of natie die zo veel mogelijk vanuit één centraal punt of zelfs door één centraal orgaan of persoon bestuurd worden. De machtsuitoefening vindt plaats vanuit een bestuurlijke eenheid of onderneming. Het wordt ook wel per beleidspunt toegepast; meestal gaat het dan om defensie, belastingen, bevolkingsregistratie, nationaliteitsvraagstukken en buitenlandse betrekkingen.

Het tegenovergestelde van centralisme of centralisatie is decentralisatie of decentralisering. Ook regionalisme is een tegenhanger van centralisme.

Geschiedenis[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie ook Geschiedenis van Europa

De late middeleeuwen kenmerkten zich nog als sterk gedecentraliseerd. Dit werd in de hand gewerkt door het leenstelsel, waarbij de koning zijn vazallen erfelijke rechten verleende op aan hun toegewezen land, dat zij van de koning "in leen" hadden. Uiteindelijk ondermijnde deze ontwikkeling de macht van de vorst.

Geleidelijk begonnen heersers, zoals de Franse koningen, de macht naar zich toe te trekken en te centraliseren. Ook de Habsburgse heersers trachtten centralisatie door te voeren: de reactie van de Nederlandse steden en gewesten hierop vormde een belangrijke aanleiding tot de Tachtigjarige Oorlog en de Zwitserse onafhankelijkheidsstrijd.

Politieke centralisatie kenmerkt zich door het ontwikkelen van staatsmacht: ten koste van lokale machthebbers worden meer en meer beslissingen genomen op centraal in plaats van decentraal of lokaal niveau. Dit werd mede in de hand gewerkt door verbeterde communicatie, administratie en een opkomend nationaal besef. Binnen de Franse revolutionairen streefden de montagnards naar centralisatie terwijl de girondijnen meer decentralisatie wensten.

Eind 20e, begin 21e eeuw begonnen veel landen een te dominante centrale overheid als beklemmend te ervaren. Men was bang dat een overdaad aan centralisatie inefficiënt was (onder andere door principaal-agentproblematiek). Bovendien bestond er een reële angst dat regionale belangen zouden worden verwaarloos door centrale overheden. De Europese Unie kent bovendien een beschermingsbeleid jegens etnische en regionale minderheden. Een en ander heeft ertoe geleid dat althans in Europa de centralisatie een halt is toegeroepen en dat zich een zeker decentralisatieproces heeft ingezet (Spanje, België).

Nederland wordt staatsrechtelijk wel omschreven als een gedecentraliseerde eenheidsstaat: hoewel de Staten-Generaal grote invloed heeft op wetgeving en beleid is sprake van autonomie van provincies, gemeenten en waterschappen. Het bekendste Europese voorbeeld van een gecentraliseerde eenheidsstaat is Frankrijk.[1] Ook de Sovjet-Unie, hoewel op papier een confederatie, was in de praktijk een eenheidsstaat.

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Deth, Jan W van, Regeren in Nederland. Het politieke en bestuurlijke bestel in vergelijkend perspectief, Uitgeverij Van Gorcum, Assen, 2006, Blz. 95 ISBN 9789023240365.