Chagosarchipel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Chagosarchipel

De Chagosarchipel of Chagoseilanden is een groep van zeven atollen, die tezamen meer dan 60 individuele tropische eilanden vormen in het midden van de Indische Oceaan.

De Chagosarchipel vormt onderdeel van het Brits Territorium in de Indische Oceaan en was lange tijd het thuisgebied van de Chagossianen.

Geografie[bewerken]

Locatie en oppervlak[bewerken]

De Chagosarchipel ligt ongeveer 500 kilometer ten zuiden van de Maldiven, 1600 kilometer ten zuidwesten van India, en halverwege tussen Tanzania en Java.

De Chagoarchipel bestaat uit een combinatie van verschillende koraalstructuren die een onderzeese rug vormen, die zuidwaarts door het midden van de Indische Oceaan loopt. Deze structuur is gevormd door vulkanen boven de Réunion hotspot. Er is geen vast patroon waarin de atollen zijn gelegen

Het totale oppervlak van alle eilanden beslaat 63.17 km². het grootste eiland is Diego Garcia, met een oppervlakte van 27,20 km². Het totale oppervlak van de archipel, inclusief de lagunes binnen de atollen, is meer dan 15.000 km². Daarvan ligt 12.642 km² binnen de Great Chagos Bank, de op een na grootste atolconstructie ter wereld.

De grootste individuele eilanden in de archipel zijn Diego Garcia (27,20 km²), Eagle (Great Chagos Bank, 2,45 km²), Île Pierre (Peros Banhos, 1,50 km²), Eastern Egmont (Egmont Islands, 1,50 km²), Île du Coin (Peros Banhos, 1,28 km²) en Île Boddam (Salomon Islands, 1,08 km²).

Het aantal atollen van de archipel wordt in de meeste bronnen gegeven als vier of vijf, plus twee eilandgroepen en twee losse eilanden. Dit komt doordat de Great Chagos Bank doorgaans niet als grote atol wordt erkend.

Grondstoffen[bewerken]

De primaire natuurlijke hulpbronnen van de archipel zijn kokosnoten en vis. De visindustrie in de archipel is jaarlijks goed voor een omzet van twee miljoen dollar.[1]

Alle economische activiteit vindt plaats op Diego Garcia, waar zich zowel Britse als Amerikaanse militaire faciliteiten bevinden. Bouwprojecten en andere diensten die nodig zijn ter ondersteuning van de militaire installaties worden door het leger zelf en tijdelijke arbeidskrachten uitgevoerd. Er zijn momenteel geen industriële of landbouwactiviteiten op het eilanden. Alle voedingsmiddelen en het water voor het dagelijks leven worden per schip naar het eiland vervoerd.

Klimaat[bewerken]

De archipel heeft een tropisch zeeklimaat: heet en vochtig, maar enigszins afgekoeld door de passaat. Het klimaat wordt gekenmerkt door veel zonneschijn, hoge temperaturen en hevige regenbuien. De periode tussen december en februari staat bekend als het regenseizoen. De jaarlijkse hoeveelheid neerslag bedraagt 2600 mm.

Geschiedenis[bewerken]

Bij vissers en schippers uit de Maldiven was de Chagosarchipel al lange tijd bekend.[2] Zij kenden de archipel als Fōlhavahi of Hollhavai. Ze zagen de eilanden echter als te ver en te afgelegen om zich er permanent te vestigen.

De eerste Europeaan die de Chagosarchipel ontdekte was Vasco da Gama, begin 16e eeuw. Portugese zeelieden gaven archipel zijn naam, maar namen nooit de moeite de eilanden te koloniseren. De eilanden waren vanwege hun afgelegen locatie niet van politieke of economische waarde.

De Fransen waren de eersten die bezit legden op de Chagosarchipel. Op 27 april 1786 werden de Chagoseilanden en Diego Garcia overgenomen door de Britten, maar de overname werd pas voltooid na de nederlaag van Napoleon Bonaparte in 1814. Op 31 augustus 1903 werd de archipel bestuurlijk losgekoppeld van de Seychellen en gekoppeld aan Mauritius.

De eilanden bleven onderdeel van het Brits Territorium in de Indische Oceaan toen Mauritius onafhankelijk werd.

De eerste inwoners van de archipel arriveerden in de 18e eeuw. Dit was onderdeel van een plan van de Fransen om de archipel geschikt te maken voor permanente bewoning. Er werden werkers naar de archipel gestuurd om op de eilanden grote plantages op te zetten en olie te produceren. Die tweede handel leverde de archipel de bijnaam “olie-eilanden” op. De meeste van deze werkers waren Afrikanen, maar er kwamen ook een paar Indiërs. De toezichthouders van de plantages waren Fransen en de arbeiders mogelijk slaven.

Midden 20e eeuw werd duidelijk dat de plantages een mislukking vormden, maar de nakomelingen van oorspronkelijke werkers en hun families waren inmiddels op de eilanden gaan wonen. Tussen 1967 en 1971 werd de hele populatie van de archipel door de Britse overheid gedwongen te verhuizen naar Mauritius om plaats te maken voor een Britse-Amerikaanse legerbasis op Diego Garcia. Ze kregen hiervoor aanvankelijk 650.000 Britse pond voor de verhuiskosten, maar na onderhandelingen deed de overheid hier nog eens 4 miljoen pond bij. De meeste mensen kwamen echter in krottenwijken terecht.

De huizen van de Chagossianen bestaan nog steeds, maar zijn sinds het vertrek van de inwoners vervallen tot ruïnes. De meeste dorpen zijn geheel overwoekerd.

Voetnoten[bewerken]

  1. www.publications.parliament.uk.
  2. Xavier Romero-Frias, The Maldive Islanders, A Study of the Popular Culture of an Ancient Ocean Kingdom. Barcelona 1999, ISBN 84 7254 801 5. Chapter 1 "A Seafaring Nation", page 19

Externe links[bewerken]