Cham (persoon)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Cham (Hebreeuwse Bijbel))
Ga naar: navigatie, zoeken
Cham, middenachter afgebeeld.

Cham (Hebreeuws: חם) is een figuur uit de Bijbel. Hij is een van de zonen van Noach, en broer van Sem en Jafet. Kus en Kanaän zouden zonen zijn geweest van Cham.

De naam Cham is waarschijnlijk gerelateerd aan het Hebreeuwse woord voor bruin: choem[bron?]. Traditioneel werd onder een letterlijke interpretatie van dit verhaal verondersteld, dat alle negers van Cham afstammen. De legitimering van slavernij, onder meer door Nederlanders vanaf de 17e eeuw, werd wel beargumenteerd op grond van een interpretatie van het verhaal, waarin Chams zoon Kanaän vervloekt werd omdat Cham zijn vader zou hebben bespot.

De term "Hamitisch", die vroeger vaak werd gebruikt om de vijf niet-Semitische takken van de Afro-aziatische talen aan te duiden, is afgeleid van de naam Cham.

[bewerken] Externe links

  • NOAH'S THREE SONS online, door Arthur C. Custance (1910 - 1985) over de nakomelingen van Noach gezien vanuit evangelisch-orthodox standpunt
  • Genesis 10


Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen