Charge van de Lichte Brigade

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Charge van de Lichte Brigade
Slag bij Balaklava

De Charge van de Lichte Brigade was een charge van de Britse cavalerie, aangevoerd door James Brudenell, de 7de Earl van Cardigan, op 25 oktober 1854, rond 11:15 ('s ochtends) als onderdeel van de Slag bij Balaklava tijdens de Krimoorlog. De charge is vooral bekend als het onderwerp van het beroemde gedicht The Charge of the Light Brigade van Alfred Lord Tennyson, die, door de regels "Theirs not to reason why / Theirs but to do and die" symbool zijn geworden voor de hardheid van oorlog. Meer nog is het symbool geworden van de zinloosheid van moed, hoe mooi het ook is, of, in de woorden van de Franse maarschalk Pierre Bosquet: "C'est magnifique, mais ce n'est pas la guerre, c'est de la folie.": "Het is prachtig, maar het is geen oorlog, het is dwaasheid." Hierdoor is dit gedicht, en de charge zelf, bekender dan de meer succesvolle "Charge van de Zware Brigade"

Gebeurtenissen[bewerken]

Tijdslijn van de charge.[1]

George Charles Bingham, de 3e Earl van Lucan, in dienst als luitenant-generaal, ontving een onmiddellijk bevel van de commandant van het leger, Fitzroy Somerset, de 1e Lord Raglan, dat de cavalerie naar voren moest om te verhinderen dat de vijand zijn (scheeps)kanonnen mee kon nemen. Hij zou versterking kunnen krijgen door paardgetrokken artillerie en Franse cavalerie. De order werd opgesteld door brigadier Airey en werd afgeleverd door kapitein Louis Edward Nolan, die de order overbracht. Het doel van de aanval was om te verhinderen dat de Russen de scheepskanonnen bij de redoute meenamen. De Earl van Lucan had echter niet het overzicht op de situatie zoals Fitzroy Somerset die had, ook bleek later dat Nolan een verkeerde positie voor de gevangen scheepskanonnen aanwees. Het kan zijn dat Nolan dit later pas doorhad, toen gezien werd dat Nolan de Earl van Lucan probeerde in te halen. Hij had dus mogelijk nog meer of gedetailleerdere instructies bij zich, maar hij werd geraakt door een artilleriegranaat.

De charge werd gemaakt door de Lichte Brigade van de Britse cavalerie, bestaande uit de 4e en 13e Lichte Dragonders, 17e Lansiers, en de 8e en 11e Huzaren, onder het bevel van majoor-generaal James Brudenell, de 7e Earl van Cardigan. Samen met de Zware Brigade, bestaande uit het 4e Koninklijke Ierse Dragonder Garderegiment, het 5e Dragonder Garderegiment, de 6e Inniskilligs Dragonders en de Scots Greys, aangevoerd door majoor-generaal J. Yorke-Scarlett, zelf oud-commandant van het 5e Dragonder Garderegiment; deze eenheden waren de hoofdcavalerie-eenheid van de Britten in de slag. Het algemene commando over de cavalerie lag bij George Charles Bingham. Het subtotaal van de Lichte Brigade bedroeg 673 (of volgens sommige verslagen 661) cavaleristen. Alfred Lord Tennyson heeft het echter, voor het gemak en terwille van het rijm, steevast over "de 600".

De Zware Brigade hield echter halt aan het begin van de pas, wellicht door vijandschap tussen de luitenant-generaal, de Earl van Lucan en zijn zwager, majoor-generaal, de Earl van Cardigan, die 30 jaar daarvoor was begonnen en begon op te laaien in de werkrelaties in de Krimoorlog. De verklaring van de Earl van Lucan luidde echter dat het zinloos was om óók de Zware Brigade neergemaaid te zien worden; het begin van de vallei, waar hij halt hield, was een goede plaats om assistentie te verlenen aan de terugkerende overlevenden. Deze positie was té teruggetrokken, zo konden de chargerende Franse Chasseurs d'Afrique wél ondersteuning bieden aan de terugkerende Lichte Brigade

Een gedeelte van de Lichte Brigade kon gevecht leveren bij de Britse kanonnen bij de redoute, maar door kanonvuur van achtereenvolgens links, links én rechts, ondersteund door geweervuur van het Odessa regiment, en vervolgens van voren werd de brigade uitgedund en konden de kanonnen slechts tijdelijk beschermd worden waarna de Lichte Brigade door uitputting moest terugkeren. In de vallei waren door de Russen 20 bataljons infanterie, 50 stuks geschut gepositioneerd, alle onder leiding van Pavel Liprandi.

Nasleep[bewerken]

De verliezen waren door Calthorpe Somerset adjudant van Fitzroy Somerset, de commandant van het leger, drie dagen na de charge, als volgt in een brief aan een vriend opgeschreven.

"Gedood en vermist. Gewond.
9 Officieren 12
14 Sergeants 9
4 Hoornblazers 3
129 Soldaten 98


156 Totaal 122
278 slachtoffers;


Daarnaast overleden er ook nog 335 paarden in de strijd, of aan de in de strijd opgedane verwondingen, het is vastgesteld dat de Russen er ook een groot aantal gevangen hebben genomen, onbekend is exact hoeveel."

Naderhand bleken er 118 soldaten te zijn gedood en 127 gewond.

Na het hergroeperen bleken er maar 195 met man en paard over te zijn.

Historische betekenis[bewerken]

De aanval van de Lichte Brigade wordt nog steeds door militaire historici en studenten bestudeerd als een voorbeeld van hoe het mis kan gaan als militaire inlichtingen ontoereikend zijn en orders onduidelijk zijn.

Referenties[bewerken]

  1. Dutton, Roy, Forgotten Heroes: The Charge of the Light Brigade, InfoDial Ltd, 2007 ISBN 0955655404.