Charles-Joseph de Ligne

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Charles Joseph de Ligne
1735 - 1814
Charles Joseph de Ligne.jpg
7de prins van Ligne
Prins van Épinoy en Amblise
Periode 1766 - 1814
Voorganger Claude Lamoral II de Ligne
Opvolger Eugène de Ligne
Graaf van Fagnolles
Periode 1770 - 1794
Graaf van Geleen en Amstenrade
Periode 1767 - 1779

Karel Jozef Lamoraal van Ligne, vaker genoemd met zijn Franse naam Charles-Joseph Lamoral de Ligne (Brussel, 23 mei 1735 - Wenen, 13 december 1814) was een Zuid-Nederlandse prins, schrijver en veldmaarschalk in Oostenrijkse dienst. Hij is vooral bekend om de uitspraak Le congrès danse beaucoup, mais il ne marche pas ("Het congres danst, maar beweegt zich niet voort") over het Congres van Wenen.

Afkomst[bewerken]

Charles-Joseph de Ligne was een telg van een aanzienlijk adellijk geslacht, de prinsen van het Huis Ligne, die vooral als militair actief waren. Zijn vader Claude Lamoral II van Ligne was veldmaarschalk in Oostenrijkse dienst en lid van de keizerlijke Geheime Raad. Zijn moeder Elisabeth Alexandrine van Salm stamde uit het adellijke geslacht Salm; ze stierf toen Charles-Joseph vier jaar was.

Carrière[bewerken]

In 1752 ging hij in dienst bij het infanterieregiment van zijn vader. Hij bewees zijn kunnen in de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) en steeg snel in de rangen. Na de Slag bij Kunersdorf (1759) werd hij benoemd tot kolonel. In de Beierse Successieoorlog (1778-1779) promoveerde hij tot luitenant-veldmaarschalk.

Bij de dood van zijn vader in 1766 werd hij de zevende prins van Ligne, alsook graaf van Geleen en Amstenrade, dat hij in 1779 zou verkopen. In 1782 werd hij door keizer Jozef II als Oostenrijkse diplomaat naar het Russische hof van Catharina de Grote gestuurd. Hij werd een vertrouweling van de tsarina en vergezelde haar tijdens haar reis naar de Krim. In 1788-1789 vocht hij in de Russisch-Turkse Oorlog aan de kant van Rusland en Oostenrijk.

Bij het uitbreken van de Brabantse Revolutie tegen het keizerlijke gezag in de Oostenrijkse Nederlanden in 1789 werd Ligne benaderd om leider van de Belgische opstandelingen te worden, maar hij weigerde en bleef loyaal aan de keizer. Na de bezetting van de Oostenrijkse Nederlanden door Franse revolutionaire troepen in 1792-1793 werden zijn bezittingen verbeurd verklaard. De Ligne vluchtte met zijn familie naar Wenen, waar hij zich in 1794 permanent vestigde. In 1808 werd hij door keizer Frans II bevorderd tot veldmaarschalk, hoewel hij na 1794 geen militaire rol van betekenis meer speelde, en zich helemaal wijdde aan zijn schrijversactiviteiten.

Huwelijk en kinderen[bewerken]

Hij trouwde op 7 augustus 1755 met de hofdame prinses Marie Franziska (Françoise Marie Xavière) van Liechtenstein (1739-1821), een zuster van vorst Frans Jozef I van Liechtenstein (1726-1781), die regeerde van 1772-1781. Zij kregen volgende kinderen:

  1. Marie-Christine (1757-1830), trouwde met Johann Nepomuk (1753-1826), tweede vorst van Clary en Aldringen
  2. Charles Joseph Antoine (1759-1792), kolonel bij de genie, gesneuveld in de oorlog tegen Frankrijk
  3. François Leopold (1764-1771)
  4. Louis Eugène (1766-1813)
  5. Albert Xavier (1767-1771)
  6. Euphémie Christine (1773-1834), trouwde met János Pálffy z Erdőd
  7. Flore (1775-1849), trouwde met baron de Spiegel

Hij zou de dood van zijn oudste zoon in de Eerste Coalitieoorlog nooit te boven komen. Na zijn dood in 1814 werd hij als prins van Ligne opgevolgd door zijn kleinzoon Eugène de Ligne, zoon van zijn tweede zoon Louis Eugène de Ligne (1766-1813). Deze werd ambassadeur en voorzitter van de Senaat.

Daarnaast had hij nog kinderen uit buitenechtelijke relaties. Christine de Ligne (1788-1867) zou de moeder worden van Maximilian Karl Lamoral O'Donnell (1812-1895), die in 1853 de Oostenrijkse keizer Frans Jozef I van een moordpoging redde.

De Ligne als schrijver[bewerken]

Charles-Joseph de Ligne

De Ligne was filosoof, essayist en biograaf en schreef over uiteenlopende onderwerpen, van krijgskunde tot tuinieren en poëzie. Hij onderhield een correspondentie met Voltaire, Goethe, Rousseau en Wieland, had een warme vriendschap met Madame de Staël en was een centrale figuur in de literaire salons van Wenen. In de laatste jaren van zijn leven verscheen zijn verzamelde werk in 34 delen. Bekende werken zijn Fantaisies et préjugés militaires (1780), een verhandeling over krijgskunst; en Vie du prince Eigène de Savoie (1809), een nep-autobiografie van Eugenius van Savoye. In 1995 werd een werk van hem herdrukt, Der Garten zu Beloeil nebst einer kritischen Übersicht der meisten Gärten Europens(sic!). Aus dem Französischen des Herrn Fürsten de Ligne übersetzt und mit einigen Anmerkungen und einer Vorrede begleitet von W.G. Becker., oorspronkelijk uit 1799, over de tuinen van de familieresidentie, het Kasteel van Belœil.

In het jaar voor zijn dood beschreef hij nog het Congres van Wenen, dat samen was gekomen om Europa opnieuw te ordenen na de nederlaag van Napoleon. Hierbij deed hij de beroemde uitspraak over het schijnbaar eindeloos voortslepende congres Le congrès danse beaucoup, mais il ne marche pas ("Het congres danst, maar beweegt zich niet voort").

Literatuur[bewerken]

  • Philip Mansel, The Prince of Europe: The Life of Charles-Joseph De Ligne, 1735–1814 (Londen, 2003)
  • Andreas Thürheim, Feldmarschall Carl Joseph Fürst de Ligne, die "letzte Blume der Wallonen". Eine Lebensskizze (Wenen 1877)
  • Helene Walbröhl, Der Fürst von Ligne. Leben und Werk. Droz, Genf 1965 (dissertatie, Universiteit van Keulen, 1965)
  • Peetermans, Le Prince de Ligne, ou un écrivain grand seigneur (Liège, 1857), Etudes et notices historique concernant l'histoire des Pays Bas, vol. iii. (Brussel, 1890)

Media[bewerken]

In 1962 werd een documentaire over zijn leven, Le Prince de Ligne (film), gemaakt door de Belgische filmmaker Jacques Kupissonoff.