Charles-François Lebrun
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Charles-François Lebrun, hertog van Plaisance was een Frans staatsman en tussen 1810 - 1813 stadhouder-prins in de Hollandse departementen onder de Franse keizer Napoleon.
[bewerk] Biografie
[bewerk] Ancien Regime
Lebrun werd in 1739 geboren in het dorp Saint-Sauveur-Lendelin (Manche), vlakbij Coutances, als vierde zoon van Paul Lebrun, een kleine landeigenaar, en Louise Le Cronier. Hij startte zijn opleiding aan het college van Coutances. Daarna studeerde hij aan het college van Grassin, in Parijs, waar hij zich in talen bekwaamde. Op zijn twintigste sprak hij vloeiend Latijn, Grieks, Italiaans, Spaans en Engels. Hij besloot zijn opleiding met een studie filosofie aan het College van Navarra,
Hij startte in 1762 een carrière als advocaat. Daarna was hij achtereenvolgens koninklijk censor (1766) en inspecteur-generaal van kroondomeinen (1768). Hij werd één van de belangrijkste adviseurs van minister van justitie René Nicolas de Maupéou. In die hoedanigheid nam hij deel aan diens strijd tegen de parlementen en ging samen met hem in 1774 (politiek) ten onder. Na de val van Maupeou leefde hij een tijd lang teruggetrokken op zijn buiten in Grillon. Daar, beïnvloed door de boeken van Jean-Jacques Rousseau, wijdde Lebrun zichzelf aan de literatuur. Hij vertaalde Torquato Tasso's, Jerusalem bevrijd (1774) en de Ilias (1776) en de Odyssee van Homerus. Tijdens het kabinet van Jacques Necker werd hij meerdere keren geraadpleegd, maar bekleedde hij geen officiële ambten.
Tijdens het begin van de jaren zestig van de achttiende eeuw werd Lebrun een aanhanger van de Montesquieu en een bewonderaar van de Britse Constitutie. Hij reisde door de Oostenrijkse Nederlanden, de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en tenslotte door het Verenigd Koninkrijk, waar hij onder andere debatten in het Parlement in Londen bijwoonde.
[bewerk] Franse revolutie
Lebrun werd gekozen als lid van de Fransen Staten-Generaal, maar trok zich na augustus 1789 uit deze functie terug. In 1792 was hij minister van Buitenlandse Zaken en onderhandelde met enkele Nederlandse patriotten over de toekomstige grenzen. In 1795 werd hij lid van de Raad van Vijfhonderd; het jaar daarop voorzitter. Na de coup van 1799 werd hij door Napoleon Bonaparte benoemd als Derde Consul. (Napoleon zelf was de Eerste Consul).
Lebrun was aanvankelijk thesaurier-generaal en gouverneur van Liguria, maar in 1810 kwamen de zeven noordelijke, voormalige Nederlandse departementen kwamen onder het bestuur van Lebrun, die terzijde werd gestaan door Alexander Gogel, intendant op financiën en baron d'Alphonse, voor Binnenlandse zaken. Op 14 juli 1810 kwam hij aan in Amsterdam en betrok Herengracht 40. Een van zijn belangrijkste taken was om de schokkende werking van Napoleons decreten enigszins te verzachten. Hij maakte veel propaganda voor de verbouw van suikerbiet. In ieder departement werd een prefect aangesteld. Het aantal leden van de gemeenteraad werd verkleind. Bij de rellen in Amsterdam van april 1811 werd Jonas Daniël Meijer gevraagd een rapport op te stellen. In november 1813 vertrok hij naar Antwerpen.
Lebrun was een vriendelijke, erudiete man met een grote belangstelling voor en kennis van de klassieken. Hij gaf o.a. een vertaling uit van Torquato Tasso's Jérusalem délivré (1774) en l'Odysée (1819). Hij was een goed jurist en wist veel van economie en financiën. Na de val van Napoleon berustte hij in het herstel van de Bourbons.

