Cheerfazant

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Cheerfazant
IUCN-status: Kwetsbaar[1] (2008)
Catreus wallichii hm.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (dieren)
Stam: Chordata (chordadieren)
Klasse: Aves (vogels)
Orde: Galliformes
Familie: Phasianidae
Geslacht: Catreus
Soort
Catreus wallichii
(Hardwicke, 1827)
Catreus wallichi.jpg
Wikimedia Commons Afbeeldingen Cheerfazant
Cheerfazant op Wikispecies Wikispecies
Portaal  Portaalicoon   Biologie
Vogels

Met zijn spits toelopende snavel doet de Cheerfazant (Wallichs fazant) denken aan de Hoenderfazant, zoals de Zilver-, Swinhoe-, Edward- of de zeer zeldzame Keizersfazant, maar wetenschappelijk staat deze soort geheel apart. Het is de enige fazantensoort waarbij de haan vrijwel hetzelfde gekleurd en getekend is als de hen. Het woongebied van deze meer merkwaardige dan mooi te noemen fazantensoort omvat de Himalaya, van Kasjmir tot Nepal en Sikkim, waar hij op tamelijk grote hoogte 's zomers rondscharrelt en 's winters de dalen in trekt, teneinde aan voedsel te komen.

Tegen de kou is de Cheerfazant prima bestand, zoals zoveel soortgenoten, die het Himalayagebied als verblijfplaats hebben, maar aan vocht heeft deze fazant een grote hekel.

[bewerken] Levenswijze

In de natuur leeft de Cheerfazant gedurende het winterseizoen in koppels van 9-16 stuks, maar zodra de paartijd nadert zondert ieder werkelijk paar zich af; de balts is een echte zijbalts, zoals dat genoemd wordt, zonder verheffing van lichaam of vleugelsgeruis, dus ook al niet erg spectaculair.

[bewerken] In de volière

In de volière zijn de paren vreedzaam, maar bij de samenstelling van een nieuw paar, moet de fokker opletten, dat het niet tot heftige vechtpartijen komt, zodat tijdelijke onderbrenging van iedere vogel in een naburig buiten- en binnenvolière noodzakelijk is. Een oude hen valt ook wel eens een nieuwe haan aan, men zij dus voorzichtig gedurende de eerste dagen, ook in de herfst.

De Cheerfazant (Catreus wallichi) is de enige in zijn soort en afkomstig van de Himalaya, van Kasjmir tot Nepal en Sikkim, waar hij op 1400-3300 meter hoogte vertoeft, om 's winters tot lagere regionen af te dalen. In april-juni nestelt de hen op 1700-3000 meter hoogte op de bodem onder een struik, of achter een steengroep. Hieruit volgt dat deze fazantensoort zeer goed kou kan verdragen, maar vocht mijdt, omdat dit klimaat in de bergstreken der Himalaya nooit voorkomt.

Bronnen, noten en/of referenties
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren
In andere talen