China Miéville

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
China Miéville side.jpg

China Tom Miéville (Norwich, 6 september 1972) is een Britse fantasy schrijver. Hij noemt zijn werk graag "weird fiction" (in navolging van schrijvers als H.P. Lovecraft) en is de meest succesvolle van een losse groep schrijvers die wel de New Weird worden genoemd. Zij proberen bewust het fantasy-genre in een nieuwe richting te bewegen, weg van de commerciële clichés van Tolkien nabootsers.

Miéville heeft in Londen gewoond sinds zijn vroege jeugd. Op zijn achttiende leefde hij in Egypte, waar hij Engels doceerde. Hier ontwikkelde hij zijn interesse in Arabische cultuur en de politiek van het Midden-Oosten. Miéville is afgestudeerd en gepromoveerd in sociale antropologie aan de London School of Economics. Een boekversie van zijn proefschrift werd in 2004 uitgebracht met de titel Between Equal Rights: A Marxist Theory of International Law.

Hij is lid van de Britse Socialist Workers' Party en heeft zich in 2001 onsuccesvol verkiesbaar gesteld voor het Britse Lagerhuis voor de Socialist Alliance. Zijn linkse politieke overtuigingen zijn regelmatig in zijn werk terug te vinden, met name in Iron Council.

Perdido Street Station won de Locus Award en de Arthur C. Clarke Award en werd genomineerd voor de Hugo, Nebula en World Fantasy Awards. Naast meerdere nominaties won hij met The Scar nog een Locus Award en met Iron Council een Arthur C. Clarke Award.

Bibliografie[bewerken]

New Crobuzon serie

  • Perdido Street Station (2000 nl:Station Perdido)
  • The Scar (2002 nl:Armada)
  • Iron Council (2004)
  • Un Lun Dun (2007)

Overig werk

  • King Rat (1998)
  • The Tain (novelle, 2002)
  • Between Equal Rights: A Marxist Theory of International Law (non-fictie, 2004)
  • Looking for Jake (verhalenbundel, 2005)

Nederlandse vertalingen

  • Station Perdido, uitg. M (De Boekerij), januari 2002.
  • Armada uitg. M (De Boekerij), september 2003, vert. Annemarie van Ewyck. ISBN 9022536106
  • London's Overthrow in nY, nr. 16, januari 2013, vert. Leen Van Den Broucke