Chloormonofluoride
| Chloormonofluoride | ||||
| Structuurformule en molecuulmodel | ||||
| Algemeen | ||||
| Molecuulformule (uitleg) |
ClF | |||
| Molmassa | 54.45 g/mol | |||
| CAS-nummer | 7790-89-8 | |||
| Vergelijkbaar met | Dichloor | |||
| Waarschuwingen en veiligheidsmaatregelen | ||||
|
|
||||
| Omgang | niet inademen, contact en blootstelling vermijden | |||
| Fysische eigenschappen | ||||
| Dichtheid | (liq, −100 °C) 1.62 g/cm³ | |||
| Smeltpunt | −155.6 °C | |||
| Kookpunt | −100.1 °C | |||
| Oplosbaarheid in water | Hydrolyse g/L | |||
| Geometrie en kristalstructuur | ||||
| Dipoolmoment | 0.881 D (2.94 × 10−30 C m) D |
|||
| Thermodynamische eigenschappen | ||||
| ΔfH |
−56.5 kJ/mol | |||
| S |
217.91 J/mol·K | |||
| C |
33.01 J/mol·K | |||
| Waar mogelijk zijn SI-eenheden gebruikt. Tenzij anders vermeld zijn standaardomstandigheden gebruikt (298,15 K of 25 °C, 1 bar) | ||||
|
||||
Chloormonofluoride is een gasvormige interhalogene verbinding met de chemische formule ClF. Bij kamertemperatuur is het een kleurloos gas dat ook bij hogere temperaturen nog stabiel is. Afgekoeld tot −100 °C condenseert ClF tot een lichtgele vloeistof. Veel eigenschappen ervan liggen tussen die van de beide halogenen in waaruit het is opgebouwd: Cl2 en F2.[1]
Inhoud |
Bereidingswijze [bewerken]
Een bereidingswijze stamt van Domange en Heudorffer[2]. In deze methode wordt in een koperen vat een 1 op 1 mengsel van de gassen chloor en fluor tot reageren gebracht bij 220-230°С:
- Cl2 + F2 → 2ClF
Het is echter ook mogelijk ClF te verkrijgen uit chloortrifluoride en dichloor. Aangezien nu het trifluoride op industriële schaal vervaardigd wordt geniet deze methode grotere populariteit:
- ClF3 + Cl2 → 3 ClF
Chemische eigenschappen [bewerken]
Chloormonofluoride is een veelzijdige fluoridator die metalen en niet-metalen omzet in hun fluoriden onder vrijkomen van chloor, Cl2:
ClF is ook in staat verbindingen te chlorofluorideren, ofwel door additie over een meervoudige covalente binding of via oxidatie:
- CO + ClF →

Aangezien het chlooratoom in ClF zich in de oxidatietoestand +1 bevindt is het een sterke oxidator.
- Het reageert met water onder vrijkomen van zuurstof, chloor en waterstoffluoride:
- 4ClF + 2H2O → 2Cl2 + O2 + 4HF
- Bij verhitting reageert het heftig met waterstof. Bij de reactie komen zowel waterstoffluoride and waterstofchloride (zoutzuurgas) vrij:
- ClF + H2 → HCl + HF
- ClF reageert met metaalchloriden onder vorming van fluoriden en chloor:
- NaCl + ClF → NaF + Cl2
- Met elementen vormen zich in de regel fluoriden:
- Br2 + 6ClF → 2BrF3 + 3Cl2
- Si + 4ClF → 2SiF4 + 2Cl2
- Onder hoge druk bij 200°С worden met fluoriden van cesium, rubidium en kalium fluorohypochlorieten gevormd
- CsF + ClF → CsClF2
- Ongewone polymere verbindingen van fluor, chloor en zuurstof met een violette kleur en een samenstelling (F3ClO2)n werden verkregen bij de reactie van ClF en O2F2:
- nClF + nO2F2 → (F3ClO2)n
Toepassingen [bewerken]
- Er zijn toepassingen als fluorideringsmiddel in de organische synthese[3] en ook als chloreringsmiddel[4][5].
- Een veelbelovende toepassing is in de verwerking van uraan via het hexafluoride. [6]:
- 4ClF + UO2F2 → O2 + 2Cl2 + UF6
- Greenwood, Norman N.; Earnshaw, A.. Chemistry of the Elements, 2nd Edition, Butterworth-Heinemann, Oxford, 1997 ISBN 0-7506-3365-4.