Cholesterol

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Esculaap     Neem het voorbehoud bij medische informatie in acht.
Raadpleeg bij gezondheidsklachten een arts.
Cholesterol
Structuurformule en molecuulmodel
Structuurformule van cholesterol
Structuurformule van cholesterol
Algemeen
Molecuulformule
     (uitleg)
C27H46O
IUPAC-naam 10,13-dimethyl-17-(6-methylheptan-2-yl)- 2,3,4,7,8,9,11,12,14,15,16,17-dodecahydro-1H-cyclopentafenantren-3-ol
Andere namen cholest-5-een-3β-ol, 5-cholesten-3β-ol, provitamine D
Molmassa 386,66 g/mol
SMILES
(C)CCC[C@@H](C)[C@H] 1CC[C@H]2[C@@H] 3CC=C4C[C@@H](O)CC[C@]4(C) [C@H]3CC[C@]12C
CAS-nummer 57-88-5
PubChem 5997
Fysische eigenschappen
Aggregatietoestand vast
Kleur licht beige
Dichtheid 1,067 g/cm³
Smeltpunt 148 °C
Kookpunt 360 °C
Vlampunt 250 °C
Goed oplosbaar in chloroform, di-ethylether
Onoplosbaar in water
Nutritionele eigenschappen
Type nutriënt lipide
Essentieel? neen
Waar mogelijk zijn SI-eenheden gebruikt. Tenzij anders vermeld zijn standaardomstandigheden gebruikt (298,15 K of 25 °C, 1 bar).
Portaal  Portaalicoon   Scheikunde

Cholesterol (van het Griekse cholè, gal en stereos, vast) is een organische verbinding en een vetachtige stof. Cholesterol hoort tot de groep van de sterolen (gemodificeerde steroïden). Het is een essentiële bouwsteen in de opbouw van dierlijke celmembranen waar het een celverstevigend element is en in belangrijke mate bijdraagt aan de permeabiliteit van de celmembraan.

Cholesterol is de bouwsteen van steroïdhormonen, vitamine D[1] en gal. Galstenen bestaan voor 80% uit cholesterol.

In dieren fungeert cholesterol als primaire sterol: de cholesterolsynthese bij gewervelden gebeurt voornamelijk in de lever, en in kleine hoeveelheden in de bijnier en darm. In de testes wordt het geproduceerd door het endoplasmatisch reticulum.

Planten, schimmels, bacteriën en de membranen van mitochondriën bevatten geen cholesterol. Wèl bezitten zij andere, qua structuur op cholesterol gelijkende, sterolen.

Cholesterol wordt voor slechts 2% rechtstreeks opgenomen uit de voeding.

Cholesteroltransport in het lichaam[bewerken]

Lipiden (o.a. cholesterol en vet) zijn niet in water oplosbaar. Daarom worden deze stoffen in het bloed vervoerd door middel van lipoproteïnen: kleine bolletjes met een hydrofobe binnenkant bestaande uit triglyceriden en cholesterolesters, omgeven door een hydrofiele buitenkant bestaande uit fosfolipiden en apoproteïnen. Lipoproteïnen worden ingedeeld naar fracties met verschil in dichtheid. Lipoproteïnen van lage naar hoge dichtheid zijn: chylomicronen, very-low-density-lipoproteïne (VLDL), intermediate-density-lipoproteïne (IDL), low-density-lipoproteïne (LDL) en high-density-lipoproteïne (HDL).[2]

In de lever wordt cholesterol gevormd. Dit wordt samen met triglyceriden verpakt in een VLDL-deeltje, waarna het aan het bloed wordt afgegeven. In het bloed worden de VLDL-deeltjes kleiner door de activiteit van het lipoproteïnelipase, dat triglyceriden vrijmaakt uit deze deeltjes. Deze triglyceriden kunnen opgenomen worden door de weefsels. Uiteindelijk ontstaat uit deze deeltjes LDL, wat dan voornamelijk cholesterol bevat. 70-80% van het LDL wordt opgenomen in de lever, bijnieren en de gonaden (testes en ovaria). Het LDL dat in de bloedbaan blijft, wordt uiteindelijk opgenomen door cellen (macrofagen/schuimcellen), die kunnen zorgen voor vervetting van de vaatwand door zich in de vaatwand te nestelen (atherosclerose). LDL-cholesterol wordt ook wel 'slecht' cholesterol genoemd, omdat een hoge concentratie LDL een marker is voor het risico op een hartinfarct en gescheurde bloedvaten kan veroorzaken.

HDL zorgt voor transport van "overtollig" cholesterol vanuit cellen terug naar de lever (reversed cholesteroltransport). HDL wordt gevormd in de lever, waarna het in de bloedcirculatie terecht komt en vanuit de cellen cholesterol opneemt. Daarvoor gaat het een verbinding aan met ATP binding cassette transporter-A1 (ABCA1). Cholesterol wordt in de lever uit het HDL verwijderd via de Scavenger Receptor-BI (SR-BI). In de lever kan cholesterol met de gal uit het lichaam verwijderd worden. HDL wordt ook wel 'goed' cholesterol genoemd, omdat een verhoogde concentratie HDL geassocieerd is met een verlaging van de incidentie van hart- en vaatziekten.

De rol van HDL is complexer, het speelt ook een rol bij ontstekingen, infecties, bloedstolling en nog meer processen.

Hyperlipidemie[bewerken]

Verhoogde cholesterolconcentraties in het bloed noemt men hypercholesterolemie. Hypercholesterolemie is een onderdeel van een groep van aandoeningen die in de geneeskunde hyperlipidemieën worden genoemd. Bij hyperlipidemieën worden er in de patiënt verhoogde concentraties cholesterol en/of triglyceriden in het bloed gevonden. Deze hyperlipidemieën worden ingedeeld in primaire en secundaire hyperlipidemieën:

  • Primair: familiaire hypercholesterolemie, familiair defectief apoB100, polygenetische hypercholesterolemie, familiaire dysbetalipoproteïnemie, familiair gecombineerde hyperlipidemie, familiaire hypertriglyceridemie, familiaire lipoproteïnelipasedeficiëntie of apoCII-deficiëntie (en andere, zeldzamere vormen).
  • Secundair: nierziekten, leverziekten, schildklierziekten, diabetes mellitus, syndroom van Cushing, gebruik van glucocorticoiden, dysglobulinemie, acute intermitterende porfyrie en (excessief) alcoholgebruik.

De arts sluit altijd eerst alle vormen van secundaire hyperlipidemie uit, voordat hij gaat zoeken naar de primaire vormen van hyperlipidemie. In de groep van primaire hyperlipidemieën is een aantal erfelijke aandoeningen aanwezig en een aantal die zowel erfelijk als afhankelijk van levensstijl zijn.

Lipidenprofiel[bewerken]

Om na te gaan of er een stoornis is in de vetstofwisseling wordt een lipidenprofiel bepaald. Dit houdt in dat de concentratie cholesterol en triglyceriden in het bloed wordt bepaald. De testen die hierbij worden uitgevoerd zijn:

  • Totaal cholesterol
  • HDL cholesterol
  • LDL cholesterol
  • Triglyceriden
  • ratio cholesterol/HDL

Aangezien de concentratie triglyceriden in het bloed voor een groot deel bepaald wordt door de concentratie Chylomicronen in het bloed, die vlak na de maaltijd heel hoog zijn, is het van belang dat de patiënt nuchter is. Ook voor de concentratie LDL is het van belang dat de patiënt nuchter is aangezien deze vaak wordt berekend uit de concentratie Cholesterol, HDL en triglyceriden. Als maat voor het aantal atherogene deeltjes kan de concentratie APO-B100 gebruikt worden. Voor deze test hoeft de patiënt niet nuchter te zijn.

Interpretatie "goed" en "slecht"[bewerken]

Al langer is het in de literatuur bekend dat HDL- en LDL-cholesterol in verschillende subklassen verschijnen. HDL kan bijvoorbeeld in 5 subklassen worden verdeeld, waarbij voor de grootste 3 geldt dat zij er toe bijdragen dat hart- en vaatziekten (HVZ) minder voorkomen. De kleinere twee varianten hebben deze beschermende werking niet. Ook voor LDL geldt iets soortgelijks. LDL wordt op grond van het type vaak in twee categorieën gescheiden: het "small dense LDL" (patroon B) en het "large buoyant LDL" (patroon A). Van small dense LDL (sdLDL) is bekend dat het geassocieerd is met een verhoogde kans op de ontwikkeling van hart- en vaatziekten. De hoogte van de plasmacholesterol concentratie is een afspiegeling van de aanwezige hoeveelheid LDL. De hoeveelheid triglyceriden komt overeen met de hoeveelheid VLDL. Bij verhoogde triglyceriden concentraties in het bloed worden verlaagde HDL concentraties gevonden (negatieve correlatie). De combinatie van "small dense LDL", lage HDL-waarden en hoge triacylglycerol-waarden noemt men dan ook het "atherogenic lipoprotein profile" oftewel (vrij vertaald) het "atheromabevorderende bloedlipidenprofiel", en deze conditie is deels erfelijk. Het tegenovergestelde is ook waar, de combinatie van grotere LDL deeltjes, verhoogde HDL concentratie en verlaagde triglyceriden in het bloed geeft een significante verkleining van het risico op atherosclerotische aandoeningen en hart- en vaatziekten in het algemeen. Bij de evaluatie van hyperlipidemieën en daarmee de kans op hart- en vaatziekten let de arts op meerdere laboratoriumuitslagen: HDL, LDL, cholesterol, triglyceriden en de cholesterol/HDL ratio. Aan de hand van deze gegevens in combinatie met gegevens uit de Standaard Cardiovasculair Risicomanagement bekijkt de arts de kans op de ontwikkeling van hart- en vaatziekten en start waar nodig de bijpassende therapie.

LDL-grootte wordt door het Adult Treatment Panel III (V.S.) in toenemende mate gezien als een relevante risicofactor voor hart - en vaatziekten. Het is dus zeker niet alleen het cholesterol dat invloed heeft op de kans op hart- en vaatziekten: allerlei eigenschappen van de vetten die we eten en de vetten in ons bloed zijn van belang. De kennis hiervan neemt in het laatste decennium snel toe.

Cholesterol en hart- en vaatziekten[bewerken]

Enkele studies in de jaren 70 hebben aangetoond dat een verhoogd LDL-gehalte samengaat met een hoog risico op een hartinfarct. Opgemerkt moet worden dat deze studies wel betaald en gehouden zijn door de farmaceutische industrieën die ook cholesterolpeil-verlagende middelen verkopen. Van HDL neemt men aan dat het een beschermend effect heeft op hart- en vaatziekten, maar er is maar weinig bewijs voor deze aanname.

Door oververzadiging van de gal met cholesterol kan het cholesterol neerslaan, en kunnen er galstenen ontstaan. In de westerse landen vormen cholesterolstenen ongeveer 80% van de galstenen.

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Berneis K, Rizzo M. "LDL size: does it matter?" Swiss Med Wkly 2004;134:720-724
  • Hickey JT, Hickey L, Yancy WS, et al. "Clinical Use of a Carbohydrate-Restricted Diet to Treat the Dyslipidemia of the Metabolic * Syndrome" Metabolic Syndrome and Related Disorders, Sep 2003, Vol. 1, No. 3: 227-232
  • Dreon DM et al. "A very low-fat diet is not associated with improved lipoprotein profiles in men with a predominance of large, * low-density lipoproteins" Am J Clin Nutr. 1999 Mar;69(3):411-8
  • Dreon DM et al. "Change in dietary saturated fat intake is correlated with change in mass of large low-density-lipoprotein particles in men" Am J Clin Nutr. 1998 May;67(5):828-36
  • Berneis K et al. "Low-density lipoprotein size and subclasses are markers of clinically apparent and non-apparent atherosclerosis in type 2 diabetes" Metabolism. 2005 Feb;54(2):227-34
  • Krauss RM. "Atherogenic lipoprotein phenotype and diet-gene interactions" J Nutr. 2001 Feb;131(2):340S-3S.(review)
  • Austin MA. "Triglyceride, small, dense low-density lipoprotein, and the atherogenic lipoprotein phenotype" Curr Atheroscler Rep. 2000 May;2(3):200-7 (review)
  • Hirano T, Ito Y, Yoshino G. "Measurement of small dense low-density lipoprotein particles" J Atheroscler Thromb. 2005;12(2):67-72 (review)

  1. Hanukoglu, I. (1992). Steroidogenic enzymes: structure, function, and role in regulation of steroid hormone biosynthesis. J. Steroid Biochem. Mol. Biol. 43(8): 779–804.
  2. Lipoproteïnen