Chovansjtsjina

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Chovansjtsjina (Stravinsky))
Ga naar: navigatie, zoeken
Chovansjtsjina
Modest Moessorgski
Modest Moessorgski
Componist Igor Stravinsky
Gecomponeerd voor zang en orkest
Opusnummer WBIV
Gecomponeerd in 1913
Première 5 juni 1913
Vorige werk Twee Mephistophelesliederen
Volgende werk Lied van de Wolgaslepers
Oeuvre Oeuvre van Igor Stravinsky
Portaal  Portaalicoon   Klassieke muziek

In 1913 schreef Igor Stravinsky in samenwerking met Maurice Ravel orkestraties en arrangementen voor delen van Modest Moessorgski's opera Chovansjtsjina (WBIV). De opera ging in de door Serge Diaghilev bestelde bewerking op 5 juni 1913 in het Théâtre des Champs-Elysées te Parijs in première.

Moessorgski's Chovansjtsjina[bewerken]

Moessorgski's Chovansjtsjina is een opera in 5 aktes, geschreven tussen 1872 en 1880 op een libretto van de componist. Toen Moessorgski in 1881 overleed was de opera onvoltooid. Rimski-Korsakov voltooide de opera en in februari 1886 vond de première plaats.

Diaghilev was niet tevreden met Rimski-Korsakovs behandeling van het werk en na bestudering van het oorspronkelijke manuscript wilde hij over een nieuwe versie beschikken. Begin 1913 gaf hij Stravinsky opdracht om een nieuwe versie van de opera te verzorgen voor een productie in Parijs in de zomer van dat jaar. Hij wilde een instrumentatie van de delen waarvan Moessorgski de orkestratie niet had voltooid en die Rimski-Korsakov had weggelaten, en een koor voor de finale waarvoor Moessorgski alleen het thema had aangegeven, een authentiek Russisch lied[1]. Stravinsky was op dat moment druk bezig met de Sacre du Printemps en vroeg Diaghilev, gezien de hoeveelheid werk die nodig was aan Chovansjtsjina, om het werk te verdelen tussen hem en Ravel. Het feit dat Stravinsky het werk van Rimski-Korsakov, zijn leraar, zou verbeteren deed in Rusland de wenkbrauwen fronsen en opgemerkt werd dat de versie van Rimski-Korsakov 'voor het westen niet goed genoeg was'[2].

Ravel voegde zich in maart en april 1913 bij Stravinsky in diens woonplaats Clarens in Zwitserland. Afgesproken werd dat Stravinsky de aria van Shaklovity in akte 3 zou orkestreren en een aantal andere delen en het slotkoor zou schrijven en dat Ravel de rest voor zijn rekening zou nemen. Beide componisten moesten hun bijdragen baseren op de versie van Rimski-Korsakov; Moessorgski's versie werd pas in 1931 gepubliceerd.

In zijn autobiografie was Stravinsky later kritisch over het resultaat en over dit soort bewerkingen in het algemeen. Het resultaat was volgens Stravinsky uiteindelijk nog heterogener dan de versie van Rimski-Korsakov. In zijn autobiografie zei Stravinky dat hij zich altijd verzet had tegen herarrangementen door iemand anders dan de maker zelf van een al gecreëerd werk, en dat dat verzet alleen maar werd versterkt bij een componist die "zo bewust en verzekerd te werk ging als Moessorgski". Dat principe werd even sterk geweld aangedaan in deze bewerking voor Diaghilev als in de 'Meyerbeerisatie' van Boris Godoenov door Rimski-Korsakov, zo vond Stravinsky[1]. Dit bezwaar speelde later bij Stravinsky geen rol toen hij Pulcinella en Le Baiser de la Fée schreef en muziek van respectievelijk Pergolesi en Van Wassenaer en Tsjaikovski bewerkte.

Stravinsky kon de première niet bijwonen. Twee dagen na de première van Le Sacre du printemps op 29 mei werd hij in een sanatorium in Neuilly-sur-Seine opgenomen met tyfus[3]. Stravinsky's nieuwe slotkoor werd bij de première en de direct volgende uitvoeringen van de opera niet uitgevoerd; Diaghilev verving het koor door het oorspronkelijke van Rimski-Korsakov, mogelijk om een confrontatie te vermijden met Andrey Rimski-Korsakov, de zoon van de componist, die de avond ervoor bij de uitvoering van de Sacre aanwezig was[2]

Stravinsky gaf het notitieboek met de originele schetsen in 1913 aan de muziekcriticus Michel Dimitri Calvocoressi, die in 1911 de vertaling uit het Russisch had gemaakt van de gedichten van Konstantin Balmont voor Stravinsky's Deux poésies de Konstantin Balmont en in 1908 een monografie over Moessorgski had gepubliceerd. Het originele manuscript van de orkestpartituur is nooit gepubliceerd, maar het manuscript bevindt zich in een privéverzameling in Europa[4]. Stravinsky's slotkoor is in 1914 gepubliceerd.

Dmitri Sjostakovitsj maakte in 1959 een nieuwe orkestratie van Chovansjtsjina die in 1960 voor het eerst werd uitgevoerd.

Literatuur[bewerken]

  • Caesar, Clifford (1982), Igor Stravinsky. A Complete Catalogue, San Francisco, San Francisco Press
  • Craft, Robert (1982), Stravinsky. Selected Correspondence Vol.I, Londen, Faber and Faber
  • Griffiths, Paul (1992), Stravinsky, New York, Schirmer
  • Stravinsky, Igor (1936/1975), An Autobiography (anon. vert. van Chroniques de ma vie, 1935), Londen, Calder & Boyars
  • Walsh, Stephen (1999), Stravinsky. A Creative Spring. Russia and France, 1882-1934, Londen, Jonathan Cape
  • White, Eric Walter (1979), Stravinsky. The Composer and his Works, Londen, Faber and Faber
Bronnen, noten en/of referenties
  1. a b Autobiografie
  2. a b A Creative Spring
  3. Griffiths
  4. Correspondentie, blz. 422