Chris Soumokil

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Christiaan Robbert Steven Soumokil (Soerabaja (Java), 13 oktober 1905Obi, 12 april 1966), was president van de Republiek van de Zuid-Molukken (Republik Maluku Selatan; RMS) van 1950 tot 1966.

Soumokil ging in Soerabaja en Semarang in het toenmalige Nederlands-Indië naar school voordat hij naar Nederland kwam voor het afronden van zijn middelbare school. Daarna studeerde hij rechten aan de Rijksuniversiteit Leiden. Hij sloot zijn studie in 1934 af met een promotie op zijn proefschrift De deskundige in de Nederlandsch-Indische jurisprudentie - studie van materieel strafrecht. In januari 1935 ging hij met de mailboot Dempo van Rotterdam naar Java, waar hij in 1939 substituut officier van justitie werd.

In 1942 begon de Japanse bezetting van Nederlands-Indië. Soumokil werd door de Japanners gevangengenomen en naar Birma en Siam gedeporteerd.

Na de Tweede Wereldoorlog werkte Soumokil voor een militaire rechtbank die oorlogsmisdaden behandelde. Daarna was hij in Makassar werkzaam als procureur-generaal en minister van Justitie van de Indonesische (deel)staat Oost-Indonesië (Negara Indonesia Timur; NIT) waar de Zuid-Molukken een onderdeel van vormde.

Op 17 augustus 1950 hief president Soekarno de Verenigde Staten van Indonesië (Repubik Indonesia Serikat; RIS) op en verving deze door de gecentraliseerde Republiek Indonesië (Republik Indonesia; RI). Dit vormde een schending van de kort daarvoor ondertekende overeenkomst van de Ronde Tafel Conferentie, waarin de rechten van de verschillende deelstaten gegarandeerd waren, inclusief het recht om uit de federatie te treden. In reactie op de pogingen tot centralisatie door de regering in Jakarta, nam Soumokil het initiatief om de deelstaat van de Zuid-Molukken uit de federatie te laten treden. Op 25 april 1950 riep Soumokil, samen met anderen, de onafhankelijke Republiek van de Zuid-Molukken uit, met J.H. Manuhutu, het waarnemend hoofd van de Daerah Zuid-Molukken van de (deel)staat Oost-Indonesië, als president. Chris Soumokil werd minister van Buitenlandse Zaken. Op 3 mei 1950 volgde Soumokil Manuhutu op als president van de Zuid-Molukse Republiek.

Als reactie op de proclamatie werd het eiland Buru en een deel van het eiland Ceram door het Indonesische leger bezet en kreeg het eiland Ambon te maken met een blokkade door de Indonesische marine. Op 28 september 1950 werd Ambon ingenomen. De Zuid-Molukse regering week begin december uit naar het nabijgelegen eiland Ceram om van daar uit, onder leiding van Soumokil, de oorlog met de Republiek Indonesië voort te zetten.

Op 2 december 1963 slaagden Indonesische militairen erin om Soumokil op Ceram gevangen te nemen, waarna de guerrillaoorlog snel ten einde liep. In april 1964 vond het proces tegen Soumokil plaats. Als verdediger kreeg Soumokil de advocaat mr. Pierre-William Blogg toegewezen. Toevallig bleken Soumokil en Blogg elkaar te kennen; ze waren oude studievrienden sinds hun studie in Leiden eind jaren '20, begin jaren '30. Hierdoor kreeg het proces op persoonlijk vlak een extra lading. Blogg fungeerde tijdens het proces tevens als tolk aangezien Soumokil, hoewel hij het Bahasa Indonesia machtig was, uitsluitend Nederlands wenste te spreken.

Soumokil werd in april 1964 door een militaire rechtbank in Java ter dood veroordeeld, maar pas nadat generaal Soeharto in Indonesië in 1965 aan de macht was gekomen werd het vonnis voltrokken. Alle verzoeken tot gratie door de Nederlandse regering waren tevergeefs. Nog tot zeer kort voor de geplande executie stond Blogg in contact met de Nederlandse ambassade in Jakarta.[bron?] Op 12 april 1966, een dag na Pasen, werd Soumokil in de vroege ochtend op het eiland Obi geëxecuteerd door een vuurpeloton.[1] Na het bekend worden van deze executie, werd Johan Manusama benoemd tot president in ballingschap van de Republiek van de Zuid-Molukken.

Manusama en Josina Soumokil-Taniwel op Schiphol (1966)

Op 26 juli 1966 kwam de toen 32-jarige weduwe van Chris Soumokil, Josina Soumokil-Taniwel, met hun zoon Tommy in Nederland aan. Diezelfde nacht volgde een brandstichting van de Indonesische ambassade in Den Haag uit protest tegen de executie. De brandstichting vormde het begin van de radicalisering van de jongeren binnen de Zuid-Molukse gemeenschap in Nederland. Dit proces culmineerde in de Treinkaping bij Wijster (1975) en de Treinkaping bij De Punt (1977), waarbij mevrouw Soumokil een bemiddelende rol speelde. Ze boekte daarmee succes in 1975, maar niet in 1977.

Waar Soumokil werd begraven is door de Indonesische regering nooit bekendgemaakt. Om die reden verzochten zijn weduwe en hun zoon koningin Beatrix per brief van 12 september 2010 om president Susilo Bambang Yudhoyono te vragen voor diens voorgenomen staatsbezoek aan Nederland kenbaar te maken waar Chris Soumokil begraven ligt. Bij brief van 20 september 2010 van John Wattilete, president van de regering in ballingschap van de Republiek der Zuid-Molukken, aan minister-president Balkenende, sloot de RMS-regering in ballingschap zich bij dat verzoek aan.[2] Een mededeling van de Indonesische regering over de kwestie bleef echter uit. Het staatsbezoek van president Yudhoyono werd afgelast.

Voorganger:
J.H. Manuhutu
President van de RMS
1950 - 1966
Opvolger:
J.A. Manusama
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Obi is een van de Duizendeilanden in de Javazee, ten noordwesten van Jakarta. Ook het nabij gelegen Onrust wordt wel als plaats van executie genoemd.
  2. brief van mr.J.G.Wattilete aan mr. J.P. Balkenende op www.republikmalukuselatan.nl, geraadpleegd op 9 oktober 2010