Chris van Abkoude

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Chris van Abkoude
Christiaan Frederik van Abkoude
Afbeelding gewenst
Algemene informatie
Geboren 6 november 1880
Overleden 2 januari 1960
Land Nederland
Werk
Jaren actief 1905-1936
Uitgeverij Kluitman
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

Christiaan Frederik (Chris) van Abkoude, later Charles Winters (Rotterdam, 6 november 1880Portland (Oregon), 2 januari 1960) was een Nederlandse schrijver. Hij heeft circa veertig boeken op zijn naam, waarvan de bekendste Kruimeltje en de boeken van de Pietje Bell-reeks zijn. Daarnaast schreef hij graag liedjes en kon hij goed piano spelen.

Levensloop[bewerken]

Jeugdjaren[bewerken]

Van Abkoudes vader, Piet van Abkoude, had een kapperszaak aan Jonker Fransstraat 128 in de Rotterdamse wijk Crooswijk. Voor zijn klanten had hij altijd een grappig verhaal of vrolijk liedje, wat hem onder zijn vaste klanten de bijnaam 'Piet Plezier' opleverde.

Zijn moeder stierf in het kraambed, twee weken na Chris' geboorte. Vader Piet had het dusdanig druk met zijn kapperszaak dat de verzorging van Chris voornamelijk voor de rekening kwam van Chris' zus Ida Margaretha.

In zijn jeugdjaren bracht Chris van Abkoude veel tijd door op straat, waarbij hij zich vermaakte met allerlei kattenkwaad. Bovendien was hij een driftig jongetje dat zich enorm kon opwinden over onrecht. Zo zag hij op een keer hoe een politieagent een zwerver oppakte en naar het politiebureau bracht. Hierop werd Chris zo kwaad dat hij een steen door een ruit van het politiebureau gooide, waarop hij werd opgepakt en een nacht opgesloten. Dit avontuur heeft Chris van Abkoude later in een van zijn kinderboeken verwerkt.
Een ander incident deed zich voor op de lagere school. Op een dag werd Chris vals beschuldigd door de meester, die hem voor de klas riep. Chris weigerde, en kreeg hierop een draai om de oren. Chris gooide vervolgens woedend de inktpot in het gezicht van de meester. Ook dit incident heeft hij later in twee van zijn boeken verwerkt.

Na de middelbare school ging Chris van Abkoude naar wat toen heette de normaalschool (of kweekschool) en behaalde hier zijn onderwijsakte.

1901 - 1911[bewerken]

Van 1901 tot circa 1909 was Van Abkoude leerkracht op een volksschool in de Rotterdamse wijk Crooswijk. Hij had opgemerkt dat leerlingen de lessen saai vonden en besloot zijn onderwijs op te vrolijken met poppenkastspel. Het schoolhoofd was minder te spreken over deze manier van lesgeven.

Naast het lesgeven ging Van Abkoude zich ook met journalistiek bezighouden. Verder hielp hij een paar vrienden bij de oprichting van een krant. Tevens verzorgde hij een artikel in een tijdschrift onder de naam Oom Chris.
Hij schrok van de vele duizenden arme kinderen in Rotterdam, die vaak aan honger en ziektesleden. In een Rotterdamse krant schreef hij in 1903 artikelen over deze kinderen. Daarnaast hielp hij burgers bij het inzamelen van geld voor hen. Ook schreef hij in samenwerking met de Commissie tot Kostelooze Voeding van Schoolkinderen de brochure Droevig kinderleven in Rotterdam - Een onderzoek naar den toestand van behoeftige schoolkinderen (1903). Deze commissie vroeg al jaren tevergeefs bij de gemeente om subsidie. Helaas mocht ook deze brochure daarbij niet baten.

In 1905 trouwde Van Abkoude met de Rotterdamse Johanna van Wijk. Kort na elkaar werden drie zoons geboren, van wie veel belevenissen verwerkt zijn in het boek De zonen van Pietje Bell.

Van Abkoude ontdekte dat hij goed met de pen overweg kon. Hij schreef twee novellen: Een strijd tegen domheid en De Bruiloft van Henri Terborgh. Deze eerste twee pennenvruchten verdwenen echter vrij snel uit de handel. In 1907 verschenen zijn eerste twee kinderboeken, Bert en Bram en Hollandsche jongens. Deze zijn beide uitgegeven door de Alkmaarse uitgeverij Kluitman.

Naast het schrijven van boeken organiseerde Van Abkoude ook kinderfeesten. Deze bestonden uit voordrachten met lichtbeelden en poppenkastvoorstellingen. Eveneens zong hij liedjes aan de piano. Journalist J. Pekop de Haas van het Rotterdamsch Nieuwsblad deed enkele keren verslag van deze feesten en ze bevielen hem dusdanig dat hij ging helpen bij de uitvoering en organisatie.

In 1907 hadden de verslaggevers Jean-Louis Pisuisse en Max Blokzijl van het Algemeen Handelsblad als Italiaanse straatzangers een reis gemaakt, en hierover onder pseudoniem reportages geschreven in de krant. Van Abkoude besloot hetzelfde te gaan doen met twee vrienden, J. Pekop de Haas en ex-collega P. van Leening. Hiertoe bouwden zij een poppenkast, en in de zomervakantie van 1909 gingen ze op reis. Ook zij bedienden zich hierbij van pseudoniemen en wel uit het werk van Justus van Maurik: Chris van Abkoude gebruikte de naam 'Jacques Helmer', Pekop de Haas nam de naam 'Karel Mullens' aan en Van Leening droeg de naam 'Victor de Koster'.

In september 1909 publiceerden zij hun avonturen in het Rotterdamsch Nieuwsblad. Verder verscheen in 1910 het boek Met de poppenkast op reis. Avontuurlijke lotgevallen van drie journalisten, een bundeling van hun reisverslag en poppenkastteksten.

Van Abkoude had de smaak te pakken gekregen van dit vrije bestaan en besloot het onderwijs definitief vaarwel te zeggen. Hij ging zijn brood verdienen als schrijver, journalist en artiest.
In 1910 verscheen zijn boek Het jongenskamp waarin hij de ideeën van Duitser Walter Heichen gebruikte, die het idee had gelanceerd om kinderen uit grote steden de zomervakantie te laten doorbrengen op speciale kampementen zonder toezicht van ouders, onderwijzers of leiders.

1912 - 1915[bewerken]

In 1912 verscheen het boek De padvinders van Duinwijk, een van de eerste boeken over de padvinderij.

In 1913 verhuisde Chris van Abkoude met zijn gezin naar Baarn. Zijn optredens bleken een succes en hij ontving zelfs een uitnodiging vanaf het nabijgelegen paleis Soestdijk, waar hij een voorstelling verzorgde voor de jonge prinses Juliana.

Pietje Bell op weg naar school. Afgebeeld door Jan Rinke in Pietje Bell of de lotgevallen van een ondeugenden jongen uit 1914

Begin 1914 verscheen het boek Pietje Bell. De oorspronkelijke titel van dit boek luidde Pietje Bell of de lotgevallen van een ondeugenden jongen, maar kranten, en het blad van de school met de bijbel, schreven hier schande van. Het boek verkocht echter goed in zowel Nederland als België en zelfs Zuid-Afrika.
In augustus van datzelfde jaar brak de Eerste Wereldoorlog uit en Van Abkoude ging in militaire dienst. Hij werd korporaal bij de landmacht, maar probeerde hier op allerlei manieren onderuit te komen.

1916 - 1920[bewerken]

Een jaar nadat Chris van Abkoude uit militaire dienst werd ontslagen ging zijn droom in vervulling: hij emigreerde in de zomer van 1916 naar de Verenigde Staten. Van Abkoude had in 1910 in het boek Tim en Tom al geschreven over de Holland-Amerika Lijn, en ook in het in 1913 uitgegeven boek Jan Boenders of Hoe een Hollandsche jongen in Amerika rijk werd had hij al iets van zijn droom los gelaten.
Op 7 juni 1916 vertrok hij naar Amerika. Dit was niet geheel zonder risico, want Duitse onderzeeboten hadden al eens een boot getorpedeerd van de Holland-Amerika Lijn.

Van Abkoude kwam op 22 juni in Amerika aan. Hij huurde een kamer in het Broadway Central Hotel en ging aan de slag als kinderentertainer en als pianist bij stomme films in een bioscoop. Verder regelde Van Abkoude al snel optredens voor zijn Holland Dutch Show, bestaande uit poppenkastspel, goocheltoeren en verhalen uit Nederland. Ook veranderde Chris van Abkoude zijn naam in Charles Winters omdat zijn oorspronkelijke naam te lastig bleek voor Amerikanen.

In het stadje Hoboken in de staat New Jersey vond Van Abkoude woonruimte voor zijn gezin. In juli 1917 kwam zijn gezin over naar Amerika. Korte tijd later werden zijn twee jongste kinderen Fred en Mary geboren.

Op aandringen van uitgeverij Kluitman schreef Chris van Abkoude ook een nieuw boek over Pietje Bell: De vlegeljaren van Pietje Bell, waarin Pietje reeds 16 jaar is. Dit boek verscheen in 1920 in grote oplage in de winkels.

1921 - 1929[bewerken]

In Amerika leerde Van Abkoude de miljonair August Heckscher kennen. Deze zoon van Johann Gustav Heckscher, een Duitse minister, kon onder andere Theodore Roosevelt en collega-miljonair Vanderbilt tot zijn vriendenkring rekenen.

In 1920 richtte Hekscher The Heckscher Foundation for Children op, waar Chris van Abkoude in 1921 werd aangesteld als 'Children's Director'. Zijn taak was het bedenken van activiteiten om kinderen van de straat te houden. Op de donderdagmiddagen organiseerde hij een 'kindervariété': een show met danseressen en een compleet orkest. Op de zaterdagochtenden organiseerde hij poppenkastvoorstellingen of vertoonde hij, onder zijn eigen pianobegeleiding, een stomme film. Jongste zoon Fred kwam met het idee voor een modelbouwclub, en toen werd er ook elke zaterdagmiddag geknutseld aan modellen.

Begin 1922 probeerde Chris van Abkoude zijn reeks verhalen over Pietje Bell af te sluiten met het boek De zonen van Pietje Bell, waarin zijn eigen drie oudste zoons centraal staan. Korte tijd later ontving Uitgeverij Kluitman ook het verhaal van Kruimeltje, dat in 1923 werd uitgegeven.

De zaken gingen goed en zodoende huurde Van Abkoude een duur appartement in het centrum van New York. In 1926 kocht The Heckscher Foundation for Children een gedeelte van Central Park, waar een grote speeltuin, de 'Heckscher Playground', werd gebouwd. Hier organiseerde Van Abkoude voorstellingen waar duizenden kinderen op af kwamen.

In het begin van de jaren 30 ontstond een steeds grotere werkloosheid in Amerika, en ook Van Abkoude kreeg te horen dat er geen werk meer voor hem was. In 1929 schreef hij het vijfde deel van de reeks Pietje Bell boeken, Pietje Bell in Amerika. Maar hoewel het Pietje in dit boek voor de wind gaat, had de schrijver zelf steeds meer moeite de hoge huur van zijn appartement op te brengen en moest hij noodgedwongen verhuizen. Een collega van de Heckscher Foundation kreeg medelijden en bood zijn zomerhuisje in Danbury in Connecticut aan, waar Van Abkoude dankbaar gebruik van maakte.

Opnieuw probeerde Van Abcoude met de 'Holland Dutch Show' geld te verdienen. Verder had hij alle tijd om zich op het schrijven te storten. Er was in het kleine zomerhuisje echter geen ruimte om te schrijven, en daarom bouwde Van Abkoude in de tuin een tentje met een houten vloer. In de wintermaanden was dit echter te koud.

Het schrijven ging Van Abcoude steeds moeilijker af. Hij woonde al geruime tijd in Amerika, en het werd steeds moeilijker voeling te houden met het Nederlandse leven. Ook waren de oudste drie kinderen inmiddels uit huis en werd er zodoende thuis vrijwel geen Nederlands meer gesproken. De jongste kinderen, Fred en Mary, beheersten het Nederlands nauwelijks.

1930 - 1934[bewerken]

In 1930 verscheen het boek In het land van Uncle Sam, dat zich voornamelijk in Amerika afspeelde. Het is een sciencefictionverhaal over een professor die de Nederlandse scheepsjongen Tom Tikker een ruimtereis laat maken. Uitgeverij Kluitman liet echter weten niet op dit soort werk te wachten, omdat Nederlandse kinderen weinig in zo'n verhaal zouden zien. Kluitman drong aan op nog een deel van Pietje Bell en bij voorkeur de jonge versie.

In 1932 stuurde Van Abkoude een nieuw boek, Nieuwe avonturen van Pietje Bell, naar uitgeverij Kluitman. Het werd al vlug gevolgd door het verhaal van Pietje Bell is weer aan den gang.

Van Abkoudes vrouw, Johanna, had door de koude winters in Connecticut last van reumatiek. Hierom besloot Van Abkoude in 1933 te verhuizen naar een warmer gedeelte van de VS. De reis ging eerst naar zoon Dirk Winters, die ruim 4500 km verderop woonde in Portland in Oregon. Veel geld voor de verhuizing was er echter niet. Van Abkoude en zijn gezin verkochten met uitzondering van wat kleding, de poppenkast en een typemachine alle bezittingen. De opbrengt was voldoende voor een twee jaar oude Ford .

In het voorjaar van 1934 werd een woonwagen gebouwd die net genoeg ruimte bood voor Van Abkoude en zijn vrouw. De kinderen zouden overnachten in een tent. Van Abkoude schilderde rode bakstenen op de wanden, en de onderrand van de wagen werd wit gekalkt en voorzien van een Hollands tafereel met boeren en boerinnen, klompen en molens. De reis, die 10 weken in beslag zou nemen, begon in juni 1934. Tijdens de reis werden geen grote steden aangedaan, vanwege de strenge regels over straatmuzikanten en zigeuners. In september 1934 bereikte het gezin Portland, waar ze een jaar bleven. Van Abkoude werkte aan een nieuwe woonwagen. In deze periode schreef hij ook twee boeken, het in 1936 verschenen Pietje Bell gaat vliegen, wat eveneens het allerlaatste boek in de reeks was, en zijn laatste boek Het verlaten huis.

1935 - 1960[bewerken]

In 1935 reisde Van Abkoude met zijn vrouw en dochter Mary naar Californië. Zoon Fred Winters bleef achter in Oregon en ging een opleiding volgen op een school voor vliegtuigbouw. Van Abkoude belandde ook in Hollywood, maar wist daar, in tegenstelling tot zijn creatie Pietje Bell, geen scenario's te verkopen.

De jaren hierna trok Chris van Abkoude met zijn gezin door Californië, maar dit was een vermoeiend bestaan voor de al op leeftijd gerakende Van Abkoude.

In 1943 belandde het echtpaar in het stadje Alameda, dicht bij San Francisco. In San Francisco was een Amerikaanse marinebasis gevestigd, waar Van Abkoude voorstellingen verzorgde, voornamelijk voor kinderen van militairen en havenarbeiders. Met het eind van de oorlog in 1945 nam ook dit werk weer af. Van Abcoude ontving een ouderdomsuitkering, maar dat was amper genoeg om van te leven.

Om wat bij te verdienen nam hij een baantje aan bij Curtis Company, een tijdschriftendistributeur. In Nederland werd veelal gedacht dat hij hier werkte als directeur tot aan zijn pensioen, maar dat is incorrect. Zijn taak was het zorgdragen voor de verspreiding van tijdschriften in Alameda. Hiervoor gebruikte hij zijn garage als opslagplaats. De bezorging kwam voor rekening van de plaatselijke jeugd. Hij werd echter al na enkele jaren ontslagen, waarna hij zich stortte op het schilderen, en zijn hele huis beschilderde. Het werd een geliefde plaats voor de jeugd, waarvoor Van Abkoude altijd een luisterend oor of een mooi verhaal klaar had.

In 1950 overleed zijn vrouw Johanna. Inmiddels had hij contact met Altarena Little Theatre waarvoor hij een kindertheater oprichtte. Kinderen van vijf tot zestien jaar konden zich opgeven voor één rol van de door Van Abkoude geregisseerde toneelstukken. Hij schreef ook een kort toneelstuk, The Miracle. Nadat dit stuk in oktober 1951 met succes werd opgevoerd maakte hij plannen voor nieuwe stukken.
Begin 1951 werd hij echter getroffen door een beroerte, en moest hij stoppen met toneel en schilderen. Ook pianospelen lukte niet meer. Nadat zijn kinderen ook zijn rijbewijs afnamen, omdat hij een 'gevaar op de weg' was geworden, begon hij gekluisterd aan zijn huis te vereenzamen.

In 1955 besloot Van Abkoudes zoon Dirk hem weer naar Portland te halen. Voor deze gelegenheid gaf Van Abcoude nog een laatste interview aan de Oakland Tribune, welke zo afscheid nam van de bekende inwoner van de stad.

Van Abkoude overleed op 79-jarige leeftijd in een verzorgingstehuis te Portland.

Zijn boeken verschijnen nog steeds, en drie ervan zijn opnieuw bewerkt door W.N. van der Sluys, omdat ze niet meer in dit tijdsbeeld zouden passen.
De bewerkte delen zijn:

  • De vlegeljaren van Pietje Bell
  • De zonen van Pietje Bell
  • Pietje Bell in Amerika

De andere delen zijn ongemoeid gelaten.

Bibliografie[bewerken]

In totaal heeft Chris van Abkoude circa 40 boeken geschreven, waaronder:

  • 1905 - Een strijd tegen domheid
  • 1907 - Bert en Bram
  • 1907 - Hollandsche jongens
  • 1908 - Hein Stavast
  • 1908 - Willems verjaarsgeschenk
  • 1910 - Het jongenskamp
  • 1910 - Tim en Tom
  • 1911 - De fietsclub 'alle vijf'
  • 1912 - De padvinders van Duinwijk
  • 1912 - Een ongeluksvogel
  • 1912 - Het boek van luilekkerland
  • 1913 - Jan Boenders of Hoe een Hollandsche Jongen in Amerika rijk werd
  • 1913 - De Pinkertonnetjes
  • 1913 - De voetbalclub
  • 1913 - Jolige liedjes voor de jeugd
  • 1914 - Pietje Bell
  • 1914 - Instituut Sparrenheide
  • 1915 - Jaap Snoek van Volendam
  • 1915 - De waterratten
  • 1916 - De zonnige jeugd van Frits van Duuren
  • 1916 - Jolig strandleven
  • 1917 - Hoe Jaap Bekkers een fiets kreeg
  • 1920 - De vlegeljaren van Pietje Bell
  • 1921 - Dickie Pool, of Hoe twee gymnasiasten automobiel-fabrikant werden
  • 1922 - De zonen van Pietje Bell
  • 1922 - De circusclown of de lotgevallen van Daantje
  • 1923 - Kruimeltje
  • 1924 - Pietje Bells goocheltoeren
  • 1929 - Pietje Bell in Amerika
  • 1930 - In het land van Uncle Sam
  • 1931 - Hoe Fred aviateur werd
  • 1932 - Nieuwe avonturen van Pietje Bell
  • 1932 - Peppie
  • 1934 - het verlaten huis
  • 1934 - Pietje Bell is weer aan de gang
  • 1936 - Pietje Bell gaat vliegen
  • 1936 - Brown Sails and Silver Guilders

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]