Christelijk-Historische Unie

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Christelijk-Historische Unie (CHU) was een Nederlandse protestants-christelijke politieke partij, in 1908 opgericht en in 1980 opgegaan in het Christen-Democratisch Appèl (CDA).

Geschiedenis[bewerken]

De CHU werd op 9 juli 1908 opgericht, als fusie van de Christelijk-Historische Partij (opgericht 1903) en de Bond van Kiesvereenigingen op Christelijk-Historischen grondslag in de provincie Friesland (opgericht 1898). De partij kwam voort uit de vrij-antirevolutionairen van jhr. Alexander de Savornin Lohman, die als vooraanstaand Kamerlid voor de ARP in conflict was gekomen met zijn eigen partij, o.a. over de invoering van het algemeen kiesrecht en de politieke strategie van de ARP, namelijk de antithese: een bondgenootschap van de protestanten met de katholieken tegenover de seculiere politieke partijen. Hij was tot zijn dood in 1924 het belangrijkste gezicht van de CHU.

De CHU rekruteerde haar aanhang voornamelijk uit de leden van de hervormde kerk. Zij telde veel adellijke personen onder haar aanhang. In tegenstelling tot de ARP was het partijverband van de CHU altijd zeer losjes, waardoor de CHU-fractie vaak verdeeld stemde.

De Unie had een gematigd-conservatief karakter. Samen met de ARP en de Roomsch-Katholieke Staatspartij (RKSP) vormde ze de rechterzijde in de Nederlandse politiek. CHU-leider jhr. Dirk Jan de Geer was in het interbellum tweemaal minister-president.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam de Unie onder de leiding van Tilanus "de Oudere" en Tilanus "de Jongere". Een bekend Christelijk-Historisch parlementariër was freule Christine Wttewaall van Stoetwegen. In de jaren 70 werd onder leiders als Berend Jan Udink en Kruisinga een steeds rechtsere koers gevaren. Terwijl de partners KVP en ARP gedoogsteun gaven aan het kabinet-Den Uyl, koos de CHU voor de oppositie. "Gedoopte liberalen", werden de leden wel genoemd.

De krant die met de zuil van de CHU was gelieerd, was het dagblad De Nederlander en later De Nieuwe Nederlander.

In 1980 gingen de CHU, de ARP en de Katholieke Volkspartij (KVP) op in het Christen-Democratisch Appèl (CDA).

Bolwerken[bewerken]

De CHU haalde de hoogste percentages stemmen in de provincies Friesland, Zeeland en Overijssel. Met name het westen en zuidwesten van Friesland, het huidige Steenwijkerland, Zuid-Beveland, Walcheren, Marken en de Veluwe waren bolwerken van de partij.

Eeuwfeest 2008[bewerken]

In oktober 2008, honderd jaar na de oprichting, werd een boek gepresenteerd over de geschiedenis van de CHU, mede geschreven door historicus Gerrit Voerman van het DNPP. Volgens Voerman was vanuit historisch-wetenschappelijke kring weinig aandacht besteed aan de "apolitieke partij". De "machtspolitici van de KVP" en "de mannetjesputters van de ARP" trokken veel meer de aandacht. De CHU kende tal van "eigenzinnige types", maar had ook "een stijl die wars was van scherpslijperij".

Voormalig CHU-er Wim Deetman, lid van de Raad van State, overhandigde het eerste exemplaar aan minister Ernst Hirsch Ballin, die als katholieke CDA-representant "het belang van de herinnering aan de verscheidenheid binnen de partij" benadrukte. Deetman haalde een partij-adagium aan: "het gaat niet om de majoriteit van het getal, maar om de autoriteit van het Woord van God" en noemde het een typerende CHU-opvatting dat de overheid "een goddelijke roeping" heeft en dat de staatkunde is gebaseerd op het Woord van God, ook al kan de interpretatie ervan uiteenlopen. CHU'ers waren als dualisten in de Kamer "echte volksvertegenwoordigers" met het besef dat ze de burger niet naar de mond moeten praten, maar het publieke belang dienen. [1] [2] [3].

Vrouwenbeweging en jeugdafdeling[bewerken]

Anders dan de ARP bestonden er binnen de CHU minder bezwaren tegen vrouwen in de politiek. In 1922 werd mevr. Frida Katz in de Tweede Kamer gekozen. In 1935 kwam de Centrale van Christelijk Historische Vrouwengroepen tot stand. Mevr. Katz werd de eerste voorzitter van de vrouwenbeweging. Na de oorlog nam jkvr. Wttewaall van Stoetwegen de leiding van de vrouwenbeweging over. Het tijdschrift van de Christelijk Historische Vrouwengroepen was Vrouwengeluiden.

Er was een ook een jeugdafdeling: de Federatie van Christelijk Historische Jongeren. Het tijdschrift heette De Christelijk-Historische Jongeren.

Bekende personen[bewerken]

Minister-president:

Ministers:

Staatssecretarissen:

Eerste Kamervoorzitters:

Tweede Kamervoorzitter:

Fractievoorzitters Tweede Kamer:

Fractievoorzitters Eerste Kamer:

Literatuur[bewerken]

  • Marcel ten Hooven en Ron de Jong, Geschiedenis van de Christelijk-Historische Unie 1908-1980, 2008, 400 p., Boom - Amsterdam, ISBN 978-90-850-6649-1 [4][5] [6].
  • Willem Pekelder Voor volk en geweten; de Christelijk-Historische Unie in de Groene Amsterdammer 17 oktober 2008 (jrg.132, nr.42).
  • M.R.H. Calmeyer Herinneringen: memoires van een christen, militair en politicus, uitg. Sdu, Den Haag (1997) ISBN 90-12-08440-7
  • A.Rh. van Deursen 'Overheid en publiek belang: jhr. mr. A. F. de Savornin Lohman, Christelijk-Historische Unie en reformatorische politiek, uitg. Marnix van St. Aldegonde Stichting, Wetenschappelijk Studiecentrum van de RPF, Nunspeet (1994) ISBN 90-72016-19-X
  • Hans van Spanning In dienst van de theocratie. Korte geschiedenis van de Protestantse Unie en de Centrumgespreksgroep in de CHU,uitg. Boekencentrum, Zoetermeer, (1994) ISBN 90-239-1469-4.
  • Hans van Spanning De Christelijk-Historische Unie (1909-1980). Enige hoofdlijnen uit haar geschiedenis (1988).
  • W.F. de Gaay Fortman (red.) Jhr. mr. A. F. de Savornin Lohman, 29 mei 1837-11 juni 1924, uitg. Kok, Kampen (1987) ISBN90-242-5231-8
  • Jan Wieten Dagblad en doorbraak: De Nederlander en De Nieuwe Nederlander ISBN 90-242-0924-2
  • A.J. van Dulst (red.) Herinneringen aan de Unie waarin we ons thuis voelden Werkgroep Christelijk-Historische Karakteristieken, uitg. Stichting Uniepers, Den Haag (1980).
  • Hans van Spanning & B. Woelderink, red.K. de Vries & E. Bleumink Unie in het vizier: een korte kenschets van de ontwikkelingen in de Christelijk-Historische Unie na de tweede wereldoorlog, uitg. Semper Agendo, Apeldoorn (1968)
  • (brochure) Het vrijheidsbegrip bij C.H.U. en V.V.D. uitg. Jhr. Mr. A.F. de Savornin Lohmanstichting (1959).
  • P.A. Diepenhorst Trouw en met ere: de ontwikkelingsgang der antirevolutionaire of christelijk-historische richting in vogelvlucht, uitg. Ruys, Amsterdam (1952)
  • J.J.R. Schmal Christelijk-Historisch ook nu - Inleidende Beschouwingen, uitg. Blommendaal, Den Haag (1948)
  • J.R. Snoeck Henkemans Geschiedenis en beginsel van de Christelijk-Historische Unie uitg. Persvereeniging "Koningin en Vaderland", Apeldoorn

(1929, herz. editie 1934)

  • C.E. van Koetsveld De Christelijk-Historische Unie, uitg. Hollandia, Baarn (1909, herz. editie 1918)
  • J. Haafkens Toelichting op het program der christelijk-historische partij, uitg. Höveker & Wormser, Amsterdam (1905)
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Piet H. de Jong Honderden oud-CHU'ers vieren virtueel eeuwfeest in Nederlands Dagblad donderdag 9 oktober 2008, pag.3
  2. Pieter Jan Dijkman CHU ers vieren denkbeeldig eeuwfeest in Reformatorisch Dagblad donderdag 9 oktober 2008, pag.5
  3. Meer dan vijftig jaar gescheiden in Friesch Dagblad maandag 13 oktober 2008
  4. De eigenaardigste partij, Trouw, 8 okt 2008
  5. De CHU: meer een levenshouding dan een politieke keuze, Jan Kuijk, Trouw, 11 okt 2008
  6. Gerry van der List Lieve conservatieven in Elsevier 18 oktober 2008 (jrg.64, nr.42), pag.122