Christelijk-Sociale Partij (Oostenrijk)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Karl Lueger, medeoprichter van de Christelijk-Sociale Partij

De Christelijk-Sociale Partij (Duits: Christlichsoziale Partei), was een Oostenrijkse rooms-katholieke politieke partij.

Geschiedenis[bewerken]

Oprichting[bewerken]

Aan het einde van de tachtiger jaren van de 19e eeuw schreef de rooms-katholieke geestelijke Franz Martin Schindler een programma voor een "Christelijk-sociale beweging." Deels gebaseerd op Schindlers' programma en geïnspireerd op het gedachtegoed van Karl von Vogelsang werd in 1893 door Karl Lueger (1844-1910) de Christelijk-Sociale Partij (CS) opgericht.

Periode voor de Eerste Wereldoorlog[bewerken]

De partij oriënteerde zich vooral klerikaal - er waren veel geestelijken lid van de partij, w.o. mgr. Ignaz Seipel, de latere staatskanselier. De partij richtte zich op de plattelandsbevolking en de (kleine) burgerij in de steden. De populaire Lueger, die burgemeester van Wenen was, slaagde er in een groot deel van de conservatieve Weense middenstand voor de CS te winnen. Lueger, die fel antisemitisch was, speelde in op de angsten van de burgerij voor de Weense Joden, maar hij speelde ook handig in op de angsten van de middenklasse voor het opkomende socialisme.

De CS was naast klerikaal en burgerlijk, ook monarchistisch en sociaal georiënteerd. Met name de linkervleugel van de partij, onder leiding van prins Aloys von Liechtenstein, was voorstander van sociale hervormingen en betaalbaar (confessioneel) onderwijs. Von Liechtenstein verwierf als sociaal hervormer het predicaat "rode prins." Overigens was de invloed van de adel op de partij aanvankelijk niet al te groot. De meeste edelen waren lid van de Katholieke conservatieve partij of één van de kleinere liberale partijen. Pas na de fusie van de CS en de Katholieke conservatieve partij in 1907 werd het adellijke element binnen de CS groter (De fusie was grotendeels het werk van Aloys von Liechtenstein). Er bestond binnen de CS ook een kleinere christendemocratische vleugel.

Haar aanhankelijkheid aan de monarchie en haar sympathie voor de staat Oostenrijk-Hongarije maakte dat de partij kon rekenen op de steun van het hof.

Bij de verkiezingen voor de Rijksraad in 1907 werd de CS de grootste partij. Deze positie verloor zij in 1911 aan de Sociaal-Democratische Partij van Oostenrijk (Sozialdemokratische Arbeiterpartei) die profiteerde van de invoering van het algemeen kiesrecht in Cisleithanië (Het Oostenrijkse deel van de Donaumonarchie).

Tijdens het Interbellum[bewerken]

Tijdens de Eerste Wereldoorlog steunde de CS de keizer. Toen Oostenrijk-Hongarije eind 1918 afstevende op een nederlaag stemde een meerderheid van de partijleden vóór de oprichting van een republiek Duits-Oostenrijk. Een meerderheid van de partijleden was echter tegen aansluiting bij Duitsland (zie Anschlussgedachte) en hechtte zeer aan de Oostenrijkse onafhankelijkheid. De CS maakte deel uit van de coalitiekabinetten-Renner met de SDAPÖ en afgevaardigden van de CS hadden zitting in de grondwetgevende vergadering die de grondwet van de Bondsrepubliek Oostenrijk opstelde. In 1920 viel de coalitieregering en sindsdien werden alle kabinetten in Oostenrijk tot 1934 geleid door de CS. Sindsdien leidde de CS kabinetten met de Landbund en - later - met de extreem-rechtse Heimwehr. De toenadering tot de extreem-rechtse, fascistische, maar Oostenrijks-nationale Heimwehr vond plaats na 1928 als reactie op het zogenaamde "rode gevaar" in Oostenrijk.

In 1932 werd Engelbert Dollfuss staatskanselier. Hij was lid van de CS, maar in 1933 verbood hij alle politieke partijen en richtte het Vaderlands Front (Vaterländische Front) op. Hij verving de Bondsrepubliek door een corporatieve standenstaat. Dollfuss zag het VF als logische opvolger van de CS en veel vroegere leden van de Christelijk-Sociale Partij sloten zich bij het Vaderlands Front aan. Dollfuss en zijn opvolger Kurt Schuschnigg stuwden Oostenrijk steeds meer in autoritaire richting, maar volgden tegelijkertijd een vastberaden onafhankelijkheidspolitiek ten opzichte van nazi-Duitsland, dat in 1938 ten slotte Oostenrijk annexeerde.

Na de Tweede Wereldoorlog ontstond in 1945 de Oostenrijkse Volkspartij (Österreichische Volkspartei), grotendeels een voortzetting van de CS en de Landbund.

Vooraanstaande leden van de Christelijk-Sociale Partij[bewerken]

Antisemitisch verkiezingsaffiche van de CS: Jodendom en socialisme worden op één lijn gesteld De Joods/socialistische serpent wurgt de Oostenrijkse adelaar.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]