Christelijke zending

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Zie ook het artikel Missie over de missie binnen de Rooms-katholieke Kerk.
Deel van een serie artikelen over het
christendom
Christendom
..Pijlers
..Christelijke feesten

Portaal  Portaalicoon  Christendom

Zending is het verspreiden van het christelijk geloof in een andere cultuur. De motivatie hiervoor gaat terug op de Grote Opdracht die Jezus Christus aan zijn discipelen mee gaf voordat hij opsteeg naar de hemel. De term zending wordt met name gebruikt in protestantse kringen en de term missie wordt gebruikt in de Rooms-katholieke Kerk.

De bekendste versie van de Grote Opdracht komt voor in het Evangelie volgens Matteüs: Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader, en de Zoon en de Heilige Geest, en hun te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. [1]

Geschiedenis van de zending[bewerken]

Missie- en zendingskaart uit 1891. Bron: Vrije Universiteit Amsterdam.

De eerste voorbeelden van christelijke zending zijn al terug te vinden in de Bijbel. Vooral het boek Handelingen doet uitgebreid verslag van de zendingsactiviteiten van de apostel Paulus. Deze trok rond en stichtte tal van lokale kerkgemeenschappen. Ook van de andere apostelen van Jezus is bekend dat zij zich sterk inzetten voor de verspreiding van het christelijk geloof.

Ook in de na-apostolische tijd ging de verspreiding van het evangelie met grote kracht voort. Het waren vooral de mensen die zich verplaatsten – kooplui en handelslieden – die het christelijk geloof verspreidden naar alle hoeken van het Romeinse Rijk. Ondanks vervolgingen won het christendom aan invloed. Belangrijkste reden lag in het feit dat de godsdienst voor iedereen toegankelijk was, en de hoge morele standaard van de christenen.

Vooral in de eerste drie eeuwen na Christus was er sprake van een zendingskerk. Als na de bekering van Constantijn het christendom de erkende staatsgodsdienst wordt, raakt de vaart uit de zending. Er is sprake van stabilisatie en institutionalisering.

Toch zijn deze eeuwen niet onbelangrijk geweest voor de verspreiding van het christelijk geloof. Door enkelingen werd het evangelie met kracht verspreid. Met name van de monniken uit Ierland ging – na de kerstening van dat land door Sint Patrick – veel actie uit. Door toedoen van Willibrord en Bonifatius kreeg het christendom ook vaste grond bij de Germaanse en Friese stammen in het gebied waar nu Nederland ligt.

Sinds de achtste eeuw zijn door het oprukken van de islam grote gebieden voor het christendom verloren gegaan. In Syrië, Noord-Afrika en Klein-Azië, waar eeuwenlang bloeiende kerken waren geweest, maakte het christelijk geloof zo goed als geheel plaats voor de islam. Twee eeuwen lang poogde de Kerk de verloren gegane gebieden te heroveren door middel van de kruistochten, maar dit had op de lange termijn weinig effect.

Het waren vooral de in het begin van de dertiende eeuw gestichte gemeenschappen door de Italiaan Franciscus van Assisi en de Spanjaard Dominicus, respectievelijk de order der franciscanen en de order dominicanen, waardoor het christelijk geloof werd verspreid. Van de dertiende tot de vijftiende eeuw waren zij van grote betekenis voor de verspreiding van het evangelie. Ze trokken onder andere naar China, India, Noord-Afrika, Syrië, Palestina, Egypte, Pruisen, Litouwen, Estland en Finland.

Tegen het einde van de vijftiende eeuw was in deze ordex het eerst zo laaiende zendingsvuur zo goed als gedoofd. Na enkele vergeefse pogingen er weer nieuw leven in te blazen, werden zowel in de franciscaner als de dominicaner orde de speciale zendingsafdelingen opgeheven.

Van christelijke zending was weinig sprake meer, maar daar kwam verandering in toen Portugal en Spanje bezittingen krijgen in Afrika, Azië en het pas ontdekte Amerika. Portugal en Spanje kregen van de paus toestemming om dit gebied in te nemen, op de voorwaarde dat zij de inheemse bevolking zouden bekeren tot het christelijk geloof. Dit gebeurde al dan niet onder dwang. Bij het werk werd onder andere de orde van de jezuïeten ingezet.

In Europa was intussen de Reformatie uitgebroken. Van de reformatoren ging echter weinig activiteit uit op het gebied van zending. Een mogelijke reden hiervoor was dat er als reactie op de Rooms-katholieke Kerk angst was om een te grote nadruk te leggen op menselijke activiteiten. Tegenover de Roomse missie, die alles verwachtte van missionaire inspanning, werd naar voren gebracht dat God er wel voor zou zorgen wie tot geloof zou komen.

In de zeventiende eeuw werd er toch een start gemaakt met de zending toen de protestantse landen ook koloniën kregen. Dit gebeurde echter meer door de overheid dan door de Kerk. Toen bijvoorbeeld Nederland bezittingen kreeg in het Verre Oosten, werd door de overheid de taak van zending opgedragen aan de Vereenigde Oostindische Compagnie. Hier kwam in de praktijk echter weinig van terecht. De Compagnie zond wel predikanten mee, maar deze dienden vooral de lokale Nederlandse bevolking, en deden meestal weinig aan zendingswerk - een enkele uitzondering daargelaten - onder de inheemse bevolking.

In de zeventiende en achttiende eeuw veranderde de situatie toch langzaam. De impulsen hiervan gingen vooral uit van het Puritanisme, het Piëtisme, de Herrnhutters, en het Methodisme. Veel Puriteinen waren van Engelse afkomst, maar vluchtten na geloofsvervolgingen, als gevolg van een conflict met de Anglicaanse Kerk – naar het nieuwe continent Amerika. Hier ontstond al snel een zendingsgenootschap voor de verbreiding van het Evangelie onder indianen.

Een equivalent van de puriteinse beweging was in vele opzichten op het continent van Europa de piëtistische beweging. Vanuit deze bewegingen werden zendelingen zover als Groenland en India uitgezonden. Een van de mensen die door het piëtisme werd aangeraakt was Nicolaus Graf van Zinzendorf. Hij kwam onder andere in aanraking met een neger uit St. Thomas, die vertelde dat de negerslaven daar wel openstonden voor het evangelie, maar dat er niemand was om het hun te vertellen. Dit maakte een diepe indruk op hem. Vanuit Herrnhut werden in 1732 de eerste zendelingen uitgezonden. In totaal zouden er meer dan drieduizend volgen. Herrnhut werd het centrum van één der meest opmerkelijke bewegingen in de geschiedenis der zending. Op hun beurt zouden zij weer George Whitefield en John Wesley, de vader van het Methodisme, inspireren. Door hun toedoen ontstond er een krachtige opwekkingsbeweging in Engeland en de Verenigde Staten.

De oprichting van de Baptisten Zendingsvereniging in 1792 door de Engelsman William Carey wordt vrij algemeen gezien als het beginpunt van de moderne christelijke zending. De negentiende eeuw zou bekend komen te staan als de eeuw van de zending. Carey zelf vertrok naar India en als gevolg van zijn werk kwam een groot aantal mensen tot geloof.

In de protestantse landen werden tal van zendings- en Bijbelgenootschappen opgericht. In Nederland werd het Nederlands Bijbelgenootschap en het Nederlandsch Zendeling Genootschap opgericht. Een groot deel van de bevolking van Afrika zou in aanraking komen met het christelijke geloof. Ook in Azië kreeg het christelijk geloof op sommige plaatsen vaste grond onder de voeten, zij het een stuk minder breed dan in de zuidelijke delen van Afrika. Met name een groot deel van Korea zou zich bekeren tot het christelijk geloof. Bekende namen uit deze eeuw zijn die van Hudson Taylor, die het evangelie bracht in China, Adoniram Judson, een Amerikaanse zendeling, David Livingstone en Charles Studd. Deze laatsten zetten zich beiden in voor de zending in Afrika.

Naar aanleiding van de sociale kwestie, ook wel het 'arbeidersvraagstuk' genoemd, en toenemende ontkerkelijking ontstond in de negentiende eeuw vanuit Duitsland de 'inwendige zending'. Bij de op grote schaal opgerichte protestantse weldadigheidsinstellingen gingen evangelisatie en hulpverlening hand in hand. Voormannen in Nederland van deze beweging van praktisch christendom waren Ottho Gerhard Heldring, Hendrik Pierson en Lucas Lindeboom.

In de twintigste eeuw is de opzet van de christelijke zending onder andere culturen niet noemenswaardig veranderd. Er is wel meer respect gekomen voor andere religies en levensbeschouwingen. Na de Tweede Wereldoorlog is er sprake van een aantal nieuwe organisaties, zoals Jeugd met een Opdracht, die een nieuwe impuls geven aan de zending. Ook zijn er verschillende bijeenkomsten en conferenties geweest die grote invloed hebben gehad op de ontwikkeling van de christelijke zending. De bekendste hiervan is de Laussane-conferentie die in 1974 op initiatief van de evangelist Billy Graham werd gehouden.

Warning icon.svg De neutraliteit van dit gedeelte wordt betwist.
Zie de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie.

Trends in de evangelicale zending[bewerken]

Er zijn een aantal trends waar te nemen binnen de evangelicale tak van de ‘moderne zendingsbeweging’. Hoewel de inhoud hetzelfde is, kan er wel gezegd worden dat de vorm soms drastisch verschilt. Een overzicht van een aantal trends uit de afgelopen veertig jaar:

Alle volken[bewerken]

Een belangrijke trend in de zending sinds een jaar of dertig jaar is de nadruk op het bereiken van alle volken met het evangelie. Toen de protestantse zending eind achttiende eeuw echt op gang kwam, was het idee; 'we moeten alle landen bereiken'. Na 1865 (oprichting door Hudson Taylor van de China Inland Mission) ging de nadruk steeds meer liggen op niet alleen 'alle' landen, maar ook 'hele' landen. Tot dan toe hadden vaak alleen de mensen aan de kust de kans gehad het evangelie te horen. Vanaf 1932 (oprichting van Wycliffe Bijbelvertalers door Cameron Townsend) kwam de nadruk te liggen op niet alleen hele landen, maar ook ieder volk in het hele land. Vanaf 1974, het grote zendingscongres in Lausanne, werd deze nadruk steeds sterker. In de jaren '90 werd er een analyse gemaakt van onder welke volkeren er nog niet of nauwelijks een autochtone Kerk was. Dit werd het Joshua-project genoemd. Deze trend is zeer succesvol geweest in het mobiliseren van zendingsbewustzijn bij christenen.

Aandacht voor de islam[bewerken]

Binnen de trend om aandacht aan de islam te besteden, moet de trend tot steeds verdere contextualisatie genoemd worden. De pogingen om de boodschap die gebracht wordt van alle westerse franje te ontdoen, zijn soms succesvol waardoor in veel islamitische landen langzaam een christelijke Kerk aan het ontstaan is.

Moslims stellen christelijk zendingswerk niet op prijs. Een poging om ze te bekeren wordt als een belediging opgevat. De op een na grootste religie ter wereld verwerpt het concept van de Drie-eenheid, Jezus (Isa) wordt gezien als een belangrijke profeet van God, maar niet God zelf.

Short-term mission[bewerken]

Short-term mission (STM) is een trend binnen de christelijke zending, waarbij duizenden christenen worden gemobiliseerd om voor een korte tijd - van een paar dagen tot een jaar - in de zending te dienen. STM is met name een fenomeen dat is opgekomen in de jaren '80 en '90.

10/40 Raam[bewerken]

Het 10/40 Raam is een term die in 1990 gedeponeerd is om de regio aan te duiden op Aarde waar het christendom de minste vaste grond heeft gekregen. De landen die hiermee worden aangeduid liggen tussen de 10e en 40e graad op het noordelijk halfrond.

Samenwerking tussen zendingsorganisaties en kerken en zendingsorganisaties onderling[bewerken]

Zendingsorganisaties hechten steeds meer waarde aan een goede samenwerking met de kerken in het land waar het werk gebeurt. Sommige zendingsorganisaties (met name kerkelijke) staan zich er zelfs op voor dat zij geen enkel werk aanpakken als het niet onder verantwoordelijkheid van een lokale partner is.

Ook werken zendingsorganisatie zelf steeds veel meer samen. Hierbij kan het gaan om afspraken tussen zendingsorganisaties wie zich op welk gebied richt; om het uitwisselen van gegevens en ideeën; of een stap verder, om het opzetten van een gezamenlijke koepelorganisatie voor landen waar zendingsorganisaties niet zonder meer binnen kunnen komen om kerken te planten. In Nederland zijn veel zendingsorganisatie aangesloten bij de Evangelische Zendingsalliantie.

Tentenmaker[bewerken]

Veel landen zijn gesloten voor ‘officiële’ zendelingen, omdat de overheid niet wil dat de bevolking in aanraking komt met het christelijk geloof. De laatste twee decennia is echter steeds meer het besef doorgedrongen dat dit geen belemmering mag of hoeft te zijn. Vele zendelingen hebben manieren gevonden om deze landen toch binnen te komen. Ze gaan als student, als zakenman, als ontwikkelingswerker of als leraar Engels. Vaak worden ze aangeduid als tentenmaker, in navolging van Paulus die soms ook een ander beroep uitoefende terwijl hij het Evangelie bracht. Tekenend is het dat landen die vroeger in zendingskringen als ‘gesloten’ werden aangeduid, nu ‘creatief toegankelijk’ worden genoemd.

Zending vanuit het ‘zuiden’[bewerken]

De Kerk in Latijns-Amerika, Afrika en Azië (‘het Zuiden’) is de laatste eeuw enorm gegroeid. De Kerk in Europa en de Verenigde Staten (‘het Noorden’) wordt echter kleiner. De verwachting is dat in 2010 nog maar 38% van de christenen in het Noorden woont, terwijl in het Zuiden 62% van de Kerk vertegenwoordigd is.

Kerken in landen als Nigeria, Zuid-Korea en Argentinië sturen zelf zendingswerkers uit. Allereerst binnen het eigen continent, maar ook daarbuiten. Ook in Europa zijn steeds meer werkers uit het Zuiden te zien.

Zending om de hoek[bewerken]

Met het ontstaan van de multiculturele samenleving zijn mensen uit allerlei culturen naar Europa gekomen. Vroeger moest de zendeling nog ver weg om met deze mensen in aanraking te komen, nu zijn ze – bij wijze van spreken – te vinden aan de overkant van de straat. Een stad als Amsterdam herbergt mensen van 170 nationaliteiten. Dat betekent dat crossculturele zending ‘gewoon’ in Nederland kan gebeuren. Veel christenen houden zich hiermee bezig.

Vormen van evangelicale zending[bewerken]

Er zijn talloze vormen van evangelicale zending. Hier volgt een overzicht van de meest voorkomende werkwijzen:

Gemeentestichting[bewerken]

Gemeentestichting is de meest voorkomende vorm van zending, en op de lange termijn ook de meest effectieve. Het is – meer dan de andere methoden – een instrument waarmee ook de volgende generaties kunnen worden beïnvloed. Gemeentestichting kan zowel gebeuren door zendingswerkers van buiten, als vanuit bestaande kerkelijke gemeenten.

Sociale hulpverlening[bewerken]

Deze vorm van zending heeft een grote overlap met ontwikkelingssamenwerking. Samen met het bieden van – al dan niet materiële – hulp wordt het christelijk geloof uitgedragen. Er zijn talloze christelijke organisaties die zich bezighouden met onderwijs, medische hulpverlening, noodhulp, etc. Hierbij wordt uitgegaan van een holistisch mensbeeld. Daarbij wordt verondersteld dat Jezus Christus niet alleen is gekomen voor de redding van de ziel, maar ook voor de totale heling van de mens.

Verspreiding door middel van televisie, radio en internet[bewerken]

Het evangelie wordt uitgedragen door middel van televisie, radio en internet. Christelijke organisaties die zich daarmee bezighouden, richten zich vooral op gebieden die voor het christelijk geloof moeilijk toegankelijk zijn. Voorbeelden hiervan zijn Noord-Korea, Myanmar en delen van de moslim-wereld. Eén van de grootste organisaties die zich hiermee bezighoudt is Trans World Radio.

Evangelisatiecampagnes[bewerken]

Er zijn veel internationale evangelisten die over de hele wereld evangelisatiecampagnes houden. Vaak reizen deze de wereld rond. Hier komen vaak duizenden mensen op af. De bekendste evangelist is de Amerikaan Billy Graham. Geschat wordt dat hij met zijn preken bijna tweehonderd miljoen mensen heeft bereikt. Vanuit Nederland was Johan Maasbach de bekendste evangelist.

Bijbelvertaalprojecten[bewerken]

Met deze vorm van zending houdt met name Wycliffe Bijbelvertalers zich bezig. Een groep mensen vestigt zich in een gebied waar de bevolking nog niet in aanraking is gekomen met het christelijk geloof. De inheemse taal wordt op schrift gesteld en de bijbel wordt vertaald in die taal. Daarbij gepaard wordt onderwijs gegeven zodat de lokale bevolking ook leert lezen.

Evangelisatie[bewerken]

Onder evangelisatie wordt ook het overbrengen van het christelijk geloof verstaan. In de definitie zoals die hier wordt gebruikt gaat het om het overbrengen van het christelijk geloof informele gesprekken. Dit kan gebeuren door middel van; bijeenkomsten met sprekers, muziek- of filmvoorstellingen, waarvoor dan zo veel mogelijk reclame wordt gemaakt; het verspreiden van evangelisatiefolders en bladen, thuisbezorgd of op straat uitgedeeld; langs de deuren gaan om mensen aan te spreken; op straat muziek maken en mensen aanspreken; door middel van sport met mensen in contact komen en zo het evangelie communiceren.

Definitie zending[bewerken]

Er is veel discussie over de definitie van zending. Deze discussie spitst zich toe op twee punten. Ten eerste op de inhoud en ten tweede op welke groep(en) zendelingen zich zouden moeten richten voordat er gesproken kan worden van zending.

Inhoud[bewerken]

Onder andere binnen de Wereldraad van Kerken heeft altijd de discussie gespeeld wat zending precies inhoudt. Op de vierde bijeenkomst van de Wereldraad in Uppsala werd het brengen van het evangelie uitgelegd als "het herstructureren’ van de samenleving". Een conferentie in Bangkok in 1973 ging nog verder. Op de conferentie domineerde de opvatting dat Christus door zijn dood al de hele mensheid had gered, een opvatting die ook wel universalisme wordt genoemd. Deze gebeurtenissen zorgden voor veel onrust, zowel binnen als buiten de Wereldraad.

Een groep evangelicale christenen verenigde zich onder leiding van de Amerikaanse evangelist Billy Graham en stelde in 1974 het Lausanne Covenant op. Hierin werd zending gedefinieerd als: Het goede nieuws verspreiden dat Jezus Christus voor onze zonden, stierf en naar de Schriften uit de doden opstond en dat Hij nu als de heersende Koning de vergeving der zonden en de bevrijdende gave van de Heilige Geest aanbiedt aan allen die zich bekeren en geloven.

Wie en waar[bewerken]

Tot halverwege de twintigste eeuw was het niet moeilijk uit te leggen wat zending inhield: Het brengen van het evangelie van Jezus Christus aan andere volken in andere landen. Met het ontstaan van meer gemengde samenlevingen (qua etniciteit) en de ontkerstening die heeft plaatsgevonden in het westen - met name in Europa - gaat die definitie echter niet zo makkelijk meer op. Veel stemmen gaan op om zending te definiëren in de trant van het brengen van het evangelie van Jezus Christus aan een crossculturele gemeenschap. Een algemene omschrijving bestaat er echter niet.

Statistieken[2][bewerken]

Operation World, een groot naslagwerk over zending, schatte dat er in 2000 wereldwijd meer dan tweehonderdduizend zendelingen waren, van wie er honderdduizend zending bedreven in een ander land dan het land van herkomst. De grootste zendingsorganisaties zijn Campus Crusade for Christ International (15.218 zendelingen), De Navigators (4.089), New Tribes Mission (3.073), Operatie Mobilisatie (2.997), Southern Baptist Convention (5.034), Wycliffe Bijbelvertalers (7.031) en Jeugd met een Opdracht (11.808).

Aantal zendelingen uit een land[bewerken]

Toptien van landen die de meeste zendelingen uitzenden. Het gaat hier om zendelingen die naar een ander land zijn uitgezonden:

ranking Land Aantal zendelingen
1 Verenigde Staten 46381
2 Zuid-Korea 10646
3 Verenigd Koninkrijk 5666
4 Canada 4337
5 Duitsland 3228
6 Australië 2019
7 Brazilië 1912
8 Zuid-Afrika 1465
9 Nieuw-Zeeland 1275
10 Finland 1260
14 Nederland 837

Aantal zendelingen in een land[bewerken]

Toptien van landen waarnaar toe de meeste zendelingen zijn uitgezonden. Het gaat hier om zendelingen met een ander land van herkomst:

ranking Land Aantal zendelingen
1 Japan 3461
2 Brazilië 2981
3 Filipijnen 2718
4 Verenigde Staten 2516
5 Mexico 2267
6 Kenia 2254
7 Rusland 2216
8 Papoea-Nieuw-Guinea 2207
9 Verenigd Koninkrijk 1681
10 Indonesië 1663
62 Nederland 286
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Matteüs 28:18-19, NBV
  2. Alle genoemde cijfers in deze paragraaf zijn afkomstig uit Operation World, Patrick Johnstone en Jason Mandryk, 2001