Christen-Democratisch Appèl

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Christen Democratisch Appèl)
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Zie Compagnie des Alpes voor het bedrijf dat pretparken beheert.
Christen-Democratisch Appèl
CDA.svg
Functiehouders
Partijvoorzitter Ruth Peetoom
Partijleider Sybrand van Haersma Buma
Fractieleider Tweede Kamer Sybrand van Haersma Buma
Fractieleider Eerste Kamer Elco Brinkman
Delegatieleider Europees Parlement Esther de Lange
Mandaten
Zetels in Tweede Kamer
Zetels in Eerste Kamer
Zetels in het Europees Parlement
Algemene gegevens
Opgericht 11 oktober 1980[1]
Fusie van ARP, CHU en KVP
Actief in Nederland
Richting Centrum
Ideologie Christendemocratie, Liberaal conservatisme
Jongerenorganisatie CDJA
Internationale organisatie CDI
Europese fractie EVP-groep
Europese organisatie Europese Volkspartij
Website www.cda.nl
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Nederland

Het Christen-Democratisch Appèl (CDA) is een Nederlandse christendemocratische politieke partij. In 1980 ontstond het CDA uit een fusie van ARP, CHU en KVP.

De partij is sinds haar oprichting in 1980 regeringspartij geweest in alle kabinetten, met uitzondering van de Paarse kabinetten Kok I en Kok II en het kabinet-Rutte II. De christendemocratische fusiepartij leed zware zetelverliezen bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1994 en 1998. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 leed het CDA een tot dan toe ongekend historisch electoraal dieptepunt. Tijdens de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 was Sybrand van Haersma Buma de verkozen partijleider en aangewezen lijsttrekker. Bij deze verkiezingen onderging de partij opnieuw een groot zetelverlies en bereikte met 13 zetels haar laagste zetelaantal sinds de oprichting.

Uit het CDA kwamen na de oprichting in 1980 twee nieuwe politieke partijen voort door afscheuring. In 1981 splitste een groep progressieve CDA-leden met veelal ARP-achtergrond zich door oprichting van de links-progressieve Evangelische Volkspartij (EVP) af. De EVP ging in 1989 op in GroenLinks. In het jaar 1994 splitsten lokale conservatieve katholieke politici zich af van de fusiepartij CDA en verenigden zich in de Katholieke Politieke Partij (KPP) die onder leiding van Van Boetzelaer meedeed aan de Tweede Kamerverkiezingen in 1994 en 1998. Na 1998 keerden de KPP-politici echter terug binnen het CDA.

Huidige partijtop[bewerken]

Het CDA is sinds 5 november 2012 weer een oppositiepartij, na ruim 10 jaar onafgebroken aan de regering te hebben deelgenomen. In deze 10 jaar zijn er vijf kabinetten geweest, in vier van deze leverde het CDA ook de premier. Sybrand van Haersma Buma is voorzitter van het CDA in de Tweede Kamer en werd op 18 mei 2012 gekozen tot partijleider, 30 juni 2012 werd Van Haersma Buma formeel benoemd tot lijsttrekker en partijleider voor de Tweede Kamerverkiezingen 2012. Elco Brinkman is voorzitter van de CDA in de Eerste Kamer. De partij had na het aftreden van Jan Peter Balkenende geen officiële partijleider; de invloed van partijvoorzitter Ruth Peetoom nam toe op het maken van het beleid en de politieke standpunten van de partij. Volgens het partijbestuur is het CDA niet rechts maar midden van het politiek spectrum.[2]

Geschiedenis[bewerken]

Het CDA werd officieel op 11 oktober 1980 opgericht als gevolg van een fusie van drie oude christelijke partijen, de Christelijk-Historische Unie (CHU), de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) en de Katholieke Volkspartij (KVP), die ook wel 'de drie grote confessionele partijen' werden genoemd. Architect van de nieuwe alliantie was Piet Steenkamp. De drie partijen waren echter al sinds 1967 hierover met elkaar in gesprek. Dit overleg vond plaats in de Groep van Achttien, vertegenwoordigers uit de betreffende partijen, waarbij het belangrijkste punt van discussie het begrip 'christelijke politiek' was.

Van 1918 tot 1980 maakten deze afzonderlijke partijen vrijwel onafgebroken deel uit van de regering.[3]. Het CDA is sinds 1977 via een eigen lijst in de Tweede Kamer vertegenwoordigd en heeft, behoudens de twee paarse kabinetten-Kok tussen 1994 tot 2002, steeds regeringsverantwoordelijkheid gedragen.

De eerste zeventien jaren nam het CDA deel aan de kabinetten Kabinet-Van Agt I, Kabinet-Van Agt II en Kabinet-Van Agt III onder aanvoering van Dries van Agt en de kabinetten Kabinet-Lubbers I, Kabinet-Lubbers II en Kabinet-Lubbers III onder aanvoering van Ruud Lubbers, beiden van CDA-huize. In 1994 leed de partij een gevoelige nederlaag en verdween in de oppositiebanken. Bij de Provinciale Statenverkiezingen 1995 leed het CDA opnieuw verlies, en in de Eerste Kamer verloor de partij 8 van haar 27 zetels. Bij de verkiezingen in 1998 slonk de partij in de Tweede Kamer tot het toenmalige historische dieptepunt van 29 zetels. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1994 en 1998 kreeg het CDA bovendien te maken met de katholieke afsplitsing van de conservatieve Katholieke Politieke Partij (KPP) onder leiding van de rooms-katholieke politicus Olaf baron van Boetzelaer, die echter geen Kamerzetel wist te bemachtigen. Na 1998 keerde de KPP-aanhang terug naar het CDA.

Het partijbureau van het CDA in Den Haag

Na de oppositievoering onder twee 'Paarse' kabinetten (Partij van de Arbeid/VVD/D66) werd het CDA met 43 zetels de grootste partij bij de Tweede Kamerverkiezingen in 2002. In een coalitie met de LPF en de VVD verkreeg het CDA het premierschap (Jan Peter Balkenende), zes ministeries en vijf staatssecretariaten in het Kabinet-Balkenende I. Door onenigheid binnen de coalitie, vooral binnen de LPF, viel het kabinet spoedig.

Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2003 werd het CDA onder leiding van Jan Peter Balkenende opnieuw de grootste partij met 44 zetels en werd het Kabinet-Balkenende II van CDA, VVD en D66 gevormd. Na het vertrek van D66 uit de coalitie ging in 2006 een minderheidskabinet Kabinet-Balkenende III van CDA en VVD alleen verder.

Het CDA bleef ook bij de Tweede Kamerverkiezingen van 22 november 2006 met 41 zetels de grootste partij van Nederland, met een verschil van 8 zetels op de PvdA. Op 22 februari 2007 werd Kabinet-Balkenende IV beëdigd waarin naast het CDA ook de PvdA en de ChristenUnie deelnemen. Het CDA levert 8 ministers en 4 staatssecretarissen. Dit kabinet is op 20 februari 2010 gevallen door het uittreden van de PvdA, als gevolg van een onherstelbare vertrouwensbreuk naar aanleiding van een meningsverschil tussen het CDA en de PvdA over de kwestie-Uruzgan. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 behaalde het CDA een historisch verlies van 20 zetels en kwam met 21 zetels terug in de Tweede Kamer. Hierop trad Balkenende af als partijleider en zag hij af van plaatsname in de CDA-fractie. Door de partij is besloten om een grondige evaluatie te doen naar dit grote verlies en voorlopig geen partijleider aan te wijzen. Na een moeizame kabinetsformatie werd op 14 oktober 2010 het kabinet-Rutte beëdigd, bestaande uit de VVD en het CDA. In dit kabinet leveren zowel de VVD als het CDA 6 ministers en 4 staatssecretarissen. Na de verkiezingen van 2010 zakte het CDA verder in de peilingen.

Op 26 april, na het mislukken van het Catshuisoverleg, sloot het CDA met de fracties van VVD, D66, GroenLinks en ChristenUnie een Begrotingsakkoord 2013 over miljarden euro's bezuinigen en hervormen om het begrotingstekort 2013 binnen de norm van 3% te krijgen.

Het partijleiderschap is vanaf eind juni 2012 in handen van fractievoorzitter Sybrand van Haersma Buma. Eerder werd het partijleiderschap gedeeld door vicepremier en minister Maxime Verhagen, Van Haersma Buma en partijvoorzitter Ruth Peetoom.

De huidige CDA-voorzitter is Ruth Peetoom. Op het partijcongres van 2 april 2011 werd bekend dat zij met 8.575 stemmen, 60,9% van het totaal, verkozen was. Hiermee volgde ze interim-voorzitter Liesbeth Spies op. Samen met het congres drong zij aan op de instelling van het Nieuwe Strategisch Beraad.[4]

Afsplitsingen[bewerken]

Onder leiding van onder meer oud-ARP- en oud-CDA-politica Cathy Ubels kwam in 1981 de links-progressieve Evangelische Volkspartij (EVP) tot stand uit onvrede met de centrumrechtse koers van het CDA. Talrijke leden van de CDA-werkgroep Niet bij brood alleen (1980) verenigden zich aldus met andere links-progressieve protestantse christenen, zoals de Nederlandse Stasi-spion, vredesactivist, EVP-politicus en oud-generaal Chiel von Meijenfeldt. De EVP bestond gedurende bijna tien jaar en ging daarna op in de fusiepartij GroenLinks.

Sinds haar oprichting is binnen het CDA de conservatieve algemeen-christelijke Beweging Christelijke Koers (BCK) actief. In 1994 scheurden conservatieve katholieke lokale CDA-politici en katholieke BCK'ers zich af door oprichting van de Katholieke Politieke Partij (KPP), die echter geen kamerzetel won bij de Tweede Kamerverkiezingen van 1994 en 1998. Onder leiding van oud-KPP-lijsttrekker Olaf baron van Boetzelaer keerden de conservatieve katholieke KPP-politici na vier jaar terug naar het CDA.

In 2012 doken meermaals geruchten op over een grote conservatieve politieke afscheuring van het CDA in Limburg uit onvrede met de linkse en „rode” partijkoers van de nieuwe partijvoorzitter Ruth Peetoom. Het CDA in Limburg zou een afsplitsing naar gelijkenis met de CSU (Christelijk-Sociale Unie) in Beieren willen oprichten volgens CDA-senator René van der Linden. De Limburgse afdelingsvoorzitter heeft in 2012 al de mogelijkheden van afsplitsing op schrift gesteld.[5]

Leden[bewerken]

Ledenaantallen CDA
Leden CDA (1 jan)
Jaar Aantal leden Jaar Aantal leden Jaar Aantal leden
1975 300 1990 125.033 2005 73.000
1976 2000 1991 122.238 2006 69.000
1977 11.797 1992 118.449 2007 69.560
1978 20.000 1993 112.117 2008 69.200
1979 25.500 1994 107.000 2009 68.102
1980 162.179 1995 100.442 2010 67.592[6]
1981 143.000 1996 94.412 2011 65.905
1982 152.885 1997 91.000 2012 61.294[7]
1983 147.896 1998 89.000 2013 59.126[8]
1984 138.179 1999 86.000 2014 56.310[9]
1985 131.627 2000 82.000
1986 127.849 2001 80.000
1987 128.588 2002 78.000
1988 127.046 2003 79.000
1989 122.486 2004 73.500

Bron: CDA - ledentallen (Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen)

Zetels in de Tweede Kamer[bewerken]

Aantal CDA-zetels in de Tweede Kamer sinds 1956. Zetels tussen 1956 en 1977 (blauw) zijn de som van KVP, ARP en CHU

Van de honderd leden van de Tweede Kamer:

  • 1918: 50 zetels (RKSP 30, ARP 13, CHU 7)
  • 1922: 59 zetels (RKSP 32, ARP 16, CHU 11)
  • 1925: 54 zetels (RKSP 30, ARP 13, CHU 11)
  • 1929: 53 zetels (RKSP 30, ARP 12, CHU 11)
  • 1933: 48 zetels (RKSP 28, ARP 14, CHU 10)
  • 1937: 56 zetels (RKSP 31, ARP 17, CHU 8)
  • 1946: 53 zetels (KVP 32, ARP 13, CHU 8)
  • 1948: 54 zetels (KVP 32, ARP 13, CHU 9)
  • 1952: 53 zetels (KVP 30, ARP 12, CHU 9)

Van de honderdvijftig leden:

  • 1956: 77 zetels (KVP 49, ARP 15, CHU 13)
  • 1959: 75 zetels (KVP 49, ARP 14, CHU 12)
  • 1963: 76 zetels (KVP 50, ARP 13, CHU 13)
  • 1967: 69 zetels (KVP 42, ARP 15, CHU 12)
  • 1971: 58 zetels (KVP 35, ARP 13, CHU 10)
  • 1972: 48 zetels (KVP 27, ARP 14, CHU 7)
  • 1977: 49 zetels (CDA)
  • 1981: 48 zetels
  • 1982: 45 zetels
  • 1986: 54 zetels
  • 1989: 54 zetels
  • 1994: 34 zetels
  • 1998: 29 zetels
  • 2002: 43 zetels
  • 2003: 44 zetels
  • 2006: 41 zetels
  • 2010: 21 zetels
  • 2012: 13 zetels

Electoraat[bewerken]

Hoewel de aanhang van politieke partijen niet meer zo vast staat als vroeger en verkiezingsuitslagen behoorlijk kunnen schommelen, kent het CDA een zekere kernaanhang onder met name katholieke, hervormde en gereformeerde kiezers, al stemmen ook niet-christelijke kiezers op de partij, wat vooral in de jaren tachtig (tijdperk Lubbers) en begin eenentwintigste eeuw gebeurde. Regionaal heeft het CDA een bovengemiddeld grote aanhang in Twente, op de Veluwe, in het Westland, in het midden en oosten van Noord-Brabant en in Limburg. Geografisch gezien kent het CDA in veel plattelandsgemeenten een relatief grote aanhang. Minder aanhang heeft het CDA in de grote steden en in Groningen en Drenthe.

De gemeente waar het CDA bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2010 procentueel de meeste stemmen haalde was Tubbergen (43,4%) (een verlies van 23% ten opzichte van 2006) in de provincie Overijssel. In buurgemeente Dinkelland (totaal 38,3%) had het CDA ook te maken met forse verliezen (22,4% verlies ten opzichte van 2006). In het Overijsselse dorp Daarle (gem. Hellendoorn) werd het meest op het CDA gestemd (63%). Ook in Tilligte, Lattrop en Beuningen bleef het percentage CDA stemmers traditioneel hoog. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2012 werd het CDA in de gemeente Hellendoorn en Twenterand de grootste partij.

Volksvertegenwoordigers en bestuurders[bewerken]

Regering[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie: lijst van bewindslieden voor het CDA

Tweede Kamer der Staten-Generaal[bewerken]

De Tweede Kamerfractie van het CDA bestaat sinds de verkiezingen van 20 september 2012 uit 13 personen:

Nuvola single chevron right.svg Zie: alle (voormalige) Tweede Kamerleden voor het CDA


Eerste Kamer der Staten-Generaal[bewerken]

De Eerste Kamerfractie van het CDA bestaat sinds de verkiezingen van 2011 uit 11 personen:


Nuvola single chevron right.svg Zie: alle (voormalige) Eerste Kamerleden voor het CDA

Europees Parlement[bewerken]

Sinds de Europese Parlementsverkiezingen 2014 in Nederland|Europese Parlementsverkiezingen van 2014 zitten de volgende vijf politici namens het CDA in het Europees Parlement:

Ten opzichte van de Europese Parlementsverkiezingen 2009 in Nederland|Europese Parlementsverkiezingen van 2009 verloor het CDA geen zetels. Het CDA maakt deel uit van de fractie van Europese Volkspartij.

Nuvola single chevron right.svg Zie ook lijst van CDA-Europarlementariërs voor de periode 2004-2009
Nuvola single chevron right.svg Zie ook lijst van Europees Parlementsleden voor het CDA (huidige en voormalige)

Provincies[bewerken]

Gedeputeerde Staten[bewerken]

Commissaris van de Koning:

Gedeputeerden:

Provinciale Staten[bewerken]

Gemeenten[bewerken]

Ongeveer 135 burgemeesters in Nederland zijn van CDA-huize. Bekende CDA-burgemeesters zijn onder meer Hubert Bruls (Nijmegen), John Berends (Apeldoorn), Lucas Bolsius (Amersfoort), Ton Rombouts ('s-Hertogenbosch), Cees van der Knaap (Ede), Pieter van Maaren ( Urk ) en Cornelis Visser (Twenterand).

Het CDA is op gemeentelijk niveau de grootste landelijke partij van Nederland. Ze levert honderden wethouders, ruim 1500 gemeenteraads- en 40 deelgemeenteraadsleden (12 in Amsterdam, 28 in Rotterdam).

Waterschappen[bewerken]

De waterschapsverkiezingen in november 2008 vonden voor het eerst plaats met behulp van een lijstenstelsel in plaats van voorheen het personenstelsel. Het CDA doet in alle waterschappen mee, en is veelal gelieerd aan de agrarische belangen.

Organisatie[bewerken]

Partijstandpunten[bewerken]

Kernwaarden[bewerken]

De partijstandpunten van het CDA komen in grote mate overeen met die van andere grote Europese christendemocratische partijen. Hierbij spelen een viertal kernbegrippen, die de kernwaarden van de Bijbel vertalen, een belangrijke rol:

  • Gespreide verantwoordelijkheid: het principe dat de verantwoordelijkheid voor het reilen en zeilen van de samenleving bij verschillende personen en organisaties ligt en niet bij één organisatie. Dit principe gaat uit van een grotere eigen verantwoordelijkheid, waarbij het individu meer verantwoordelijkheid neemt voor de maatschappij om hem heen. Omdat het individu niet alles alleen kan gelooft het CDA in een sterk maatschappelijk middenveld met organisaties die groepen individuen verenigt in het uitoefenen van verantwoordelijkheid voor een bepaald maatschappelijk aspect (zoals, vakbonden en werkgeversbonden op het gebied van arbeidsverhoudingen). In laatste instantie, als 'de maatschappij' er zelf niet meer uitkomt behoort de overheid uitkomst te bieden. Dit hangt samen met het begrip soevereiniteit in eigen kring. In de verhoudingen tussen verschillende schaalniveaus past het CDA het principe van subsidiariteit toe: de verantwoordelijkheid moet daar liggen waar die het best genomen kan worden en bij voorkeur op een zo laag mogelijk schaalniveau.
  • Gerechtigheid: het principe van rechtvaardigheid, volgens welke goede daden beloond worden en slechte bestraft. Het principe houdt ook in dat iedereen in zijn waarde gelaten moet worden en het recht heeft zich te ontplooien.
  • Solidariteit: het principe dat men dient te zorgen voor kwetsbaren in de samenleving. Het (Bijbelse) begrip naastenliefde ligt hieraan ten grondslag.
  • Rentmeesterschap: het principe dat de mens goed voor de aarde waarop hij leeft moet zorgen. Dit komt in de praktijk neer op een goede zorg voor het milieu, maar houdt voornamelijk de plicht in de aarde in leefbare staat door te geven aan het nageslacht.

Standpunten in de praktijk[bewerken]

De kernwaarden vertalen zich in de praktijk in onder meer de volgende standpunten:

  • Vanuit het principe van gespreide verantwoordelijkheid is het CDA in de afgelopen twintig jaar voorstander geweest van een terugtredende overheid die meer ruimte geeft aan mensen om hun eigen verantwoordelijkheid te nemen. Hierin gaat het CDA echter minder ver dan de VVD, die het ontstane 'gat', dat de terugtredende overheid achterlaat, wil laten opvullen door de markt in plaats van door maatschappelijke organisaties. Hoewel het CDA het kapitalisme niet afwijst en de pogingen om meer marktwerking in de publieke sector in te voeren steunt, ziet het CDA de markt niet als ultieme oplossing voor problemen op het gebied van efficiency en maatschappelijke verhoudingen.
  • Om een samenleving te creëren waarin mensen weten waar ze aan toe zijn en respect krijgen hecht het CDA vanuit het principe gerechtigheid veel waarde aan het herstel van normen en waarden.
  • Hoewel het CDA een van de drijvende krachten is geweest achter de versobering van de sociale zekerheid, komt de kernwaarde solidariteit naar voren in de wens belastingen en toeslagen inkomensafhankelijk te houden. Vanuit dit principe is het CDA bijvoorbeeld tegen verdere liberalisering van de huurmarkt. Ook de aflossing van de staatsschuld in één generatie wordt vanuit het standpunt van solidariteit (tegenover toekomstige generaties) verdedigd.
  • Vanuit het principe rentmeesterschap wil het CDA de uitstoot van CO2 terugdringen. Vanuit dit standpunt staat het CDA niet afwijzend tegenover het opwekken van kernenergie voor de middellange termijn [10]. Vanuit het principe van rentmeesterschap is het CDA voorstander van strengere Europese regels met betrekking tot dierenwelzijn.

Bron: Standpuntenpagina van het CDA

Gerelateerde organisaties[bewerken]

Het CDA ondersteunt tevens zusterpartijen in Midden- en Oost-Europa. In 1990 is daartoe de Eduardo Frei Stichting (EFS) opgericht. De EFS ontvangt voor dit werk fondsen uit het MATRA-programma van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Het CDA is mede-oprichter van het Nederlands Instituut voor Meerpartijendemocratie, een organisatie van zeven Nederlandse politieke partijen die democratiseringswerk steunt in 17 landen.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Oprichtingsdatum CDA
  2. Nieuwe ‘middenkoers’ centraal op speciaal congres CDA, NRC, 21 januari 2012
  3. In vier tijdperken zaten niet alle drie grote christelijke partijen in de regering, namelijk 1939 (Colijn V: KVP-voorloper RKSP niet), 1945-'52 (Gerbrandy III; Schermerhorn-Drees; Beel I; Drees-Van Schaik; Drees I: CHU niet tot 1948, ARP niet vanaf 1946) 1965-'67 (Cals; Zijlstra: CHU niet) en 1973-'77 (kabinet-Den Uyl: CHU niet)
  4. De Geus en De Vries in strategisch beraad CDA, NU.nl, 9 juni 2011 15:31
  5. L1, 'Opnieuw berichten over mogelijke afsplitsing CDA', Limburg 1, 24 augustus 2012
  6. "Forse ledenwinst D66", De Telegraaf (ma 18 jan 2010, 16:16).
  7. "Minister Liesbeth Spies wil het CDA gaan leiden", NRC Handelsblad (Dinsdag 1 mei 2012), p. 2.
  8. "VVD won verkiezingen, maar verloor meeste leden" in: volkskrant, 1 februari 2013.
  9. http://dnpp.ub.rug.nl/dnpp/pp/cda/leden CDA ledentallen (1975- )] dnpp.ub.rug.nl
  10. Van Geel baant weg voor tweede kerncentrale, De Telegraaf, 26 september 2006 (via archive.org)