Christendom en homoseksualiteit

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Dit artikel gaat over hoe in het christendom met homoseksualiteit wordt omgegaan. Hieronder worden de Bijbelteksten en de standpunten van de katholieke en protestantse geloofsrichtingen besproken. Alhoewel er binnen deze richtingen een waaier van houdingen te ontwaren valt, beschouwen veel christenen homoseksualiteit (als belevenis van een seksuele gerichtheid) niet als evenwaardig ten opzichte van heteroseksualiteit.

Bijbelteksten[bewerken]

Christenen en joden die homoseksualiteit afwijzen doen dit vaak vanuit een Bijbelse interpretatie dat God de mens als man en vrouw heeft geschapen en dat alleen deze beide binnen het huwelijk seksuele gemeenschap met elkaar mogen hebben ("tot één vlees worden"/"één lichaam zijn"), bijvoorbeeld Genesis 2:24, Matteüs 19:(4-)6 of Efeziërs 5:31.[1] In de Bijbel staan enkele passages die homoseksueel gedrag uitdrukkelijk verbieden of hekelen. Over de interpretatie van deze teksten en hun toepasbaarheid voor de moderne mens bestaat veel onenigheid. De voornaamste discussiepunten zijn:

  • Wat wordt er precies bedoeld met de tekst? Is het wel goed vertaald?
  • Is het een 'goddelijke' boodschap of een weergave van (achterhaalde) culturele normen?
  • Wordt de canon van de Bijbel in ogenschouw genomen of ook niet door kerkinstituten goedgekeurde teksten, zoals de apocriefe boeken?
  • Hoe verhoudt de ene Bijbeltekst zich tot de andere? Waarbij enerzijds Bijbelteksten vergeleken worden met de boodschap van Jezus, die zich nooit voor of tegen homoseksualiteit heeft uitgesproken. En anderzijds homoseksuele zonden benadrukt worden, waar heteroseksuele zonden uit dezelfde tekst(en) 'vergeten' worden.

Genesis 18 en 19[bewerken]

De ondergang van de Oudtestamentische steden Sodom en Gomorra (Genesis hoofdstuk 18 en hoofdstuk 19[2]) uit de tijd van aartsvader Abraham zou mede te wijten zijn geweest aan homoseksuele activiteiten ('sodomie') van de stedelingen aldaar. Volgens andere theologen was de voorgenomen 'sodomie' een plan tot groepsverkrachting en bestond het echte kwaad van Sodom in de grove schending van het gastrecht.[3]

Leviticus 18 en 20[bewerken]

In het Joodse wetboek Leviticus wordt het mannen verboden met andere mannen "het bed te delen" (over vrouwen wordt niet gesproken).

Aanhalingsteken openen Je mag niet het bed delen met een man zoals met een vrouw, dat is gruwelijk.
— Leviticus 18:22 NBV[4]
Aanhalingsteken sluiten
Aanhalingsteken openen Wie met een man het bed deelt als met een vrouw, begaat een gruweldaad. Beiden moeten ter dood gebracht worden en hebben hun dood aan zichzelf te wijten.
— Leviticus 20:13[5]
Aanhalingsteken sluiten

Zowel 18:22 als 20:13 beweren dat het "gruwelijk" is en daarom verboden; 20:13 verbindt daar de doodstraf voor beide mannen aan als gevolg. 20:13 staat in hoofdstuk 20, waar homoseksualiteit is opgenomen in een lange lijst van godslasterlijke en seksuele doodzonden (waaronder ook overspel, incest, seks tijdens de menstruatie of dierenseks).

Wat precies verstaan moet worden onder "het bed delen zoals met een vrouw", seks met mannen in het algemeen of alleen passieve anale seks, laat de tekst in het midden. Een discussiepunt is vooral het selectieve gebruik van al die oeroude wetten van Leviticus. Homoseksualiteit wordt in deze teksten niet zwaarder beoordeeld dan verschillende algemene (heteroseksuele) normen.

Romeinen 1[bewerken]

In de Romeinen wordt homoseksualiteit gehekeld. Paulus schreef de brief toen keizer Nero aan de macht was en er in Rome al een grote christelijke gemeenschap[bron?] leefde. In de eerste hoofdstukken van zijn brief betoogt Paulus dat de hele mensheid onder het juk van de zonde leeft, waaruit alleen het geloof de mens kan redden. De bewuste verzen maken deel uit van een opsomming van de dwaasheden van de heidenen.

Aanhalingsteken openen Daarom heeft God hen uitgeleverd aan onterende verlangens. De vrouwen hebben de natuurlijke omgang verruild voor de tegennatuurlijke, en ook de mannen hebben de natuurlijke omgang met vrouwen losgelaten en zijn in hartstocht voor elkaar ontbrand. Mannen plegen ontucht met mannen; zo worden ze ervoor gestraft dat ze van God zijn afgedwaald. (...) En hoewel ze het vonnis van God kennen en weten dat mensen die dergelijke dingen doen de dood verdienen, doen ze dit alles toch. Sterker nog, ze juichen het zelfs toe dat anderen het ook doen.
— Romeinen 1:26-27, 32 NBV[6]
Aanhalingsteken sluiten

Met andere woorden, homoseksuele handelingen vormen een straf van God voor de ongelovigheid van de heidenen. Het vreemde is dat God de ongelovige heidenen zelf uitlevert aan onterende verlangens (Romeinen 1:27A) en hen ernaar laat handelen, terwijl hij vindt dat dit de doodstraf verdient (Romeinen 1:32A), waarmee hij een extra "probleem" creëert dat er eerst niet was; in plaats van met zijn almacht de heidenen zelf de doodstraf te geven, laat hij kennelijk eerst de christenen de heidenen nog meer minachten dan zij al deden om hen aan te sporen om namens hem deze doodstraf te voltrekken.

Homoseksuele prostitutie[bewerken]

In de nieuwtestamentische brieven 1 Korintiërs en 1 Timoteüs wordt specifiek de praktijk van homoseksuele prostitutie veroordeeld. Oudtestamentische verwijzingen in Deuteronomium en 1 Koningen zijn minder duidelijk, omdat gaan over tempelprostitutie (een in veel "heidense" culturen voorkomend verschijnsel) waarbij het ook om vrouwelijke prostituees met (exclusief) mannelijke klanten kan gaan en ze de mogelijkheid open houden dat mannelijke tempelprostitués ook vrouwen als klanten hadden.

Deuteronomium 23:18[bewerken]

Dit vers wordt zeer verschillend vertaald. Een vergelijking:

Aanhalingsteken openen U mag geen hoerenloon of hondengeld in het huis van de HEERE, uw God, brengen ter inlossing van welke gelofte dan ook, want die zijn beide een gruwel voor de HEERE, uw God.
— Deuteronomium 23:18 HST[7]
Aanhalingsteken sluiten
Aanhalingsteken openen Geen enkel Israëlitisch meisje mag als hoer bij een tempel zitten en geen enkele Israëlitische jongen als schandknaap.
— Deuteronomium 23:18 NBV[8]
Aanhalingsteken sluiten
Aanhalingsteken openen Israëlieten, of het nu vrouwen of mannen zijn, mogen in de heiligdommen geen prostitutie bedrijven.
— Deuteronomium 23:18 GNB[9]
Aanhalingsteken sluiten

Meer letterlijke bijbelvertalingen zoals de Herziene Statenvertaling (HST 2010) zeggen dat men "geen hoerenloon of hondengeld in het huis van de HEERE" mag brengen. Het woord "hondengeld" (וּמְחִ֣יר כֶּ֗לֶב umehir keleb) kan dan, in verband met "hoerenloon", vanwege een culturele connotatie van homoseksualiteit met de hondjeshouding, worden opgevat als de betaling die een man doet die seks heeft met een mannelijke tempelprostitué, hetgeen JHWH "een gruwel" vindt. Vertalingen die beeldspraak pogen om te zetten naar begrijpelijkere taal zoals de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV 2004) en de Groot Nieuws Bijbel (GNB 1996) vertalen dit als dat Israëlieten geen "schandknaap" respectievelijk "(mannelijke) prostitué" mogen zijn bij een tempel. Volgens de NBV verwijst "hondengeld" duidelijk naar homoseksuele prostitutie door dit met het woord "schandknaap" te vertalen; de GNB houdt de mogelijkheid open dat deze tempelprostitués ook vrouwelijke klanten hebben. Wat echter duidelijk wordt in alle vertalingen is dat prostitutie onder zowel vrouwen als mannen wordt veroordeeld.

1 Koningen 15:11-12[bewerken]

Aanhalingsteken openen Net zoals zijn voorvader David deed Asa wat goed is in de ogen van de HEER. Hij joeg de mannen die tempelprostitutie bedreven het land uit en verwijderde alle godenbeelden die zijn voorouders hadden gemaakt.
— 1 Koningen 15:11-12 NBV[10]
Aanhalingsteken sluiten

In dit geval is het de koning van Juda die "Gods wil" uitvoerde en alle mannen uit zijn land verjoeg die deden aan tempelprostitutie. Het is echter niet geheel duidelijk of deze mannelijke tempelprostitués louter mannelijke klanten hadden. Wel is duidelijk dat specifiek mannelijke tempelprostitués worden geviseerd en vrouwelijke niet; kennelijk hadden ze een verschillende mate van acceptatie.

1 Korintiërs 6:9-10[bewerken]

Aanhalingsteken openen Weet u niet dat wie onrecht doet geen deel zal hebben aan het koninkrijk van God? Vergis u niet. Ontuchtplegers noch afgodendienaars, overspeligen, schandknapen noch knapenschenders, dieven noch geldwolven, dronkaards, lasteraars noch uitbuiters zullen deel hebben aan het koninkrijk van God.
— 1 Korintiërs 6:9-10 NBV[11]
Aanhalingsteken sluiten

In dit geval is het de apostel Paulus die dreigde dat mannelijke prostitués (μαλακοὶ, "schandknapen") en hun klanten (ἀρσενοκοῖται, "knapenschenders") geen deel zullen hebben aan het koninkrijk van God omdat zij "onrecht doen", waarbij God zelf de straf lijkt te zullen uitvoeren op een zeker tijdstip in de toekomst. Hoewel het woord "knapenschenders" niet per se verwijst naar betaalde seks, wordt het in dit verband er wel mee geassocieerd omdat direct wordt voorafgegaan door het woord "schandknapen". Ook worden naast "knapenschenders" ook "ontuchtplegers" (πόρνοις; in andere vertalingen "hoereerders" (NBG 1951, Jongbloededitie) of "hoerenlopers" (Willibrordvertaling) genoemd) veroordeeld, terwijl dit niet geldt voor de vrouwelijke prostituees, die daarmee kennelijk in een andere categorie vallen dan "schandknapen".

1 Timoteüs 1:9-10[bewerken]

Aanhalingsteken openen We weten ook dat de wet er niet is voor de rechtvaardige, maar voor wie zich aan wet of gezag niet stoort, voor goddelozen en zondaars, die alles wat heilig is verachten en ontwijden, die hun eigen vader of moeder doden, voor moordenaars, ontuchtplegers, knapenschenders, slavenhandelaars, leugenaars en plegers van meineed.
— 1 Timoteüs 1:9-10 NBV[12]
Aanhalingsteken sluiten

In dit geval worden prostitué(e)s geheel niet genoemd; wel "ontuchtplegers" (πόρνοις; in andere vertalingen: "hoereerders"). Het woord "ontuchtplegers" wordt direct gevolgd door "knapenschenders" (ἀρσενοκοῖται; in andere vertalingen: "mannen die met mannen slapen/bij mannen liggen"), maar dit betekent niet per se dat het ook bij "knapenschenders" om betaalde seks gaat. De veroordeling is in dit geval jegens "wie zich aan wet of gezag niet stoort, [zij] die alles wat heilig is verachten en ontwijden", maar noemt geen straf voor overtredingen van de wet.

Homoseksuele geaardheid[bewerken]

Ofschoon homoseksuele daden van alle tijden zijn, komen homoseksuelen, mensen met een homoseksuele geaardheid, in de Bijbel in het geheel niet voor. De seksuele geaardheid is een relatief modern concept. Pas in de 18e-19e eeuw begonnen mensen in zichzelf een exclusieve neiging tot seksualiteit met het eigen geslacht te onderkennen.[13]

Vrouwelijke homoseksualiteit[bewerken]

Weliswaar wordt seks tussen mannen verboden, maar seks tussen vrouwen wordt in de Bijbel niet genoemd, behalve in Romeinen 1:26, dat daar op lijkt te duiden. In Efeziërs 5:22-24[14] wordt de man als het hoofd van de vrouw beschouwd en daarom wordt in allerlei bepalingen alleen de man genoemd. In het algemeen[bron?] wordt ervan uitgegaan dat deze ook voor de vrouw gelden, bijvoorbeeld als het gaat om datgene wat verkeerd is.

Rooms-katholieke Kerk[bewerken]

De katholieke Kerk maakt een duidelijk onderscheid tussen seksuele geaardheid en seksualiteit, het seksueel beleven van seksuele geaardheid. Ze leert dat:

  • men veel respect, begrip en fijngevoeligheid moet hebben ten opzichte van homoseksueel geaarde mensen
  • men homoseksuelen niet onrechtmatig mag discrimineren
  • homoseksuele daden intrinsiek ongeordend zijn, in strijd met de natuurwet en de seksualiteit afsluiten voor de gave van het leven. Daarom keurt ze die af en vraagt dat homoseksueel geaarde mensen in kuisheid leven.[15]

Ze baseert zich hiervoor op de Bijbel (Genesis 1:26-28,[16] Genesis 19:1-29,[17] Leviticus 18:22-25,[18] Leviticus 20:13,[19] Romeinen 1:24-27,[20] 1 Korintiërs 6:9-10,[21] 1 Timoteüs 1:10[22] en Judas 1:7,[23]) de traditie en delen uit het natuurrecht.

Volgens de katholieke Kerk hebben kinderen het recht op een gehuwde vader en moeder. Paus Benedictus XVI bevestigde dit in een boodschap aan een conferentie[bron?] georganiseerd door de Pauselijke Raad voor het Gezin in Latijns-Amerika:
'Kinderen hebben het recht geboren te worden en op te groeien in een op het huwelijk gefundeerd gezin, het is een natuurlijk instituut dat tot het erfgoed van de mensheid behoort.'

Volgens de paus worden de identiteit en de missie van het gezin recentelijk door onrechtvaardige wetten ondermijnd. Hij verwees daarmee naar de landen die het huwelijk hebben opengesteld voor homoparen en de landen waar, zoals in Engeland in 2005, een speciaal partnerschap voor homo’s werd ingevoerd. 'Nieuwe vormen van het huwelijk zijn gepresenteerd waarin zijn specifieke natuur wordt gewijzigd' aldus Benedictus XVI.[bron?]

Oudkatholieke Kerk[bewerken]

De oudkatholieke Kerk[24] neemt de positie in dat zij als kerk niet blind wil blijven voor de vraagstukken en cultuur van deze tijd. Na lang overleg is uiteindelijk in 2006 besloten om gelijkslachtige relaties in te zegenen.[25] Dit is echter niet hetzelfde als het huwelijk, dat een sacrament is. Homoseksualiteit vormt geen barrière voor participatie in het kerkelijk leven of de wijding tot diaken, priester of bisschop. Er zijn echter momenteel nog geen homoseksuele bisschoppen in Nederland.

Protestantisme[bewerken]

Binnen het protestantisme varieert de houding ten opzichte van homoseksualiteit van zeer afwijzend tot zeer open. Er zijn geen vastgelegde regels over hoe hiermee om te gaan zoals in de rooms-katholieke Kerk wel het geval is, meestal heeft ieder protestants kerkgenootschap en iedere protestantse persoon afzonderlijk hier zo zijn eigen visies op. Illustratief hiervoor was bijvoorbeeld de documentaire "Uit de schaduw", die in 2004 door de Evangelische Omroep werd uitgezonden op de Nederlandse televisie. In deze documentaire werden drie mannen enige tijd gevolgd die op zeer verschillende manieren omgingen met hun homoseksuele geaardheid, wat uiteindelijk leidde tot respectievelijk de keuze voor een homohuwelijk, het besluit om celibatair door het leven te gaan en het 'genezen' worden van deze geaardheid.[26]

In Nederland worden anno 2006 homoseksuele relaties geaccepteerd binnen de Doopsgezinde Broederschap, de Remonstrantse Broederschap, de Nederlandse Protestantenbond en delen van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN); daar wordt het beschouwd als een normaal fenomeen gelijkgesteld aan heteroseksuele relaties. Er is voor degene die in het huwelijk willen treden ook de mogelijkheid om in de kerk zelf te trouwen. Een van de bekendste homoseksuele christenen binnen deze tak was de gelegenheidspredikant Jos Brink.
De synode van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) heeft in 2004[27] besloten dat plaatselijke kerkelijke gemeenten zelf mogen beslissen of ze twee homo's in het huwelijk willen bevestigen. In de ene gemeente ligt het gevoelig, bij de andere is het geen punt. Kerken uit deze laatste categorie belijden dan net als bij heterohuwelijken dat er blijdschap is in de hemel als twee mensenkinderen elkaar liefhebben en elkaar voor de rest van hun leven trouw beloven.

Orthodox-protestantisme[bewerken]

Andere protestantse kerken en richtingen van (meer) orthodoxe signatuur, zowel van gereformeerde als van evangelische richtingen alsmede binnen de Protestantse Kerk in Nederland, hanteren over het algemeen de opvatting dat homoseksuele relaties onaanvaardbaar zijn. Hun opvatting komt erop neer dat God de mens als man en vrouw heeft geschapen en dat er daarom alleen seksuele gemeenschap tussen deze twee binnen het huwelijk mag plaatsvinden. Bijbelteksten die homoseksualiteit afwijzen hanteren zij zodoende als norm (zie voor de betreffende Bijbelpassages de voetnoten). Als gevolg hiervan verwerpen zij de homoseksuele leefstijl. Over de oorzaak van de homoseksuele geaardheid lopen de opvattingen onder deze orthodoxe groeperingen uiteen: homoseksualiteit kan worden beschouwd als een lastige ziekte, een psychische stoornis, een gevolg van een scheefgroei in de jeugd, een (gevolg van) zonde of een geestelijke 'gebondenheid' (al dan niet door zonde veroorzaakt). Ook zijn er velen die de vraag naar de oorzaak onbeantwoord laten of irrelevant achten. Velen menen dat homoseksualiteit iets is waar men (celibatair) mee moet leren leven, iets dat men met Gods hulp kan leren beheersen en door wiens toedoen men er (in bepaalde gevallen) zelfs vanaf kan raken. Onder orthodoxe christenen is wel sprake van groeiende verlegenheid ten aanzien van deze materie. Opvattingen en praktijken variëren van plaats tot plaats en zijn afhankelijk van de kerkelijke denominatie of stroming.

De afwijzing door anderen is voor homoseksuelen vaak psychisch zeer schadelijk gebleken, maar veel christenen zien homoseksualiteit niet als iets normaals. Voor veel homo's en lesbiennes is dat een verdrietige zaak. Aan de andere kant zijn er ook christelijke homoseksuelen die er zelf van overtuigd zijn dat het verkeerd is hun gevoelens te praktiseren. Deze mensen hebben juist veel moeite met de positieve houding van diverse kerken jegens het praktiseren van homoseksualiteit.[28]

De afgelopen jaren is het taboe op homoseksualiteit afgenomen binnen orthodox-protestantse kringen. In Nederland bleek dit uit het onderzoek Recht op Verschil van de Roosevelt Academy.[29] Dit komt mede door het ontstaan van Refo Anders, een reformatorische homobelangenorganisatie, die overigens het hebben van een homoseksuele relatie afwijst. Andere christelijke organisaties in Nederland die zich met het onderwerp bezighouden, zijn Contrario en Indifferent. Dat het taboe minder wordt, betekent overigens niet dat er minder afwijzing is.[30] Ook bleek uit het onderzoek dat acties van organisaties als het COC bij orthodox-protestanten averechts werken.[31] Een dialoog ontstaat slechts uit basis van Bijbelse en culturele argumenten, ingebracht door personen uit de eigen kring, zoals de christelijke kranten en kerken en bijvoorbeeld familieleden van homoseksuelen.[32]

In augustus 2013 presenteerden onderzoekers van de Amerikaanse christelijke Baylor Universiteit een rapport dat uitwees dat binnen evangelicale kringen in dat land een toename is te zien van het verdedigen van gelijke rechten voor homo's. Met name werd de groep 'gematigden' significant bevond. Die term duidt christenen aan die zich in moreel opzicht tegen homoseksualiteit keren, maar wel vinden dat homoseksuelen gelijke rechten moeten hebben.[33]

Bijzonder onderwijs in Nederland en de enkele-feitconstructie[bewerken]

Heden ten dage maken Nederlandse scholen in het bijzonder onderwijs bij de aanstelling van leraren vaak verschil tussen gevoelens en gedrag.[34] Bij de totstandkoming van de wet, bij de parlementaire behandeling, is het punt van het enkele feit al expliciet aan de orde geweest. Het voorbeeld van een homoseksuele docent op een christelijke school is uitvoerig besproken.

Citaat van de toenmalige minister Ien Dales uit de Handelingen van de Tweede Kamer: Concreet gaat het om de vraag of een homoseksuele leraar of lerares, die niet mag worden afgewezen louter vanwege zijn homoseksualiteit, wel zou mogen worden afgewezen omdat hij een relatie heeft of met die relatie samenleeft. Ik wil hier geen misverstand over laten bestaan: Dat mag dus niet. Het enkele feit van de seksuele gerichtheid ziet op de gerichtheid van een persoon in seksuele gevoelens, liefdes-gevoelens, liefdesuitingen en -relaties. De homoseksuele leraar mag derhalve niet vanwege het hebben van een homoseksuele relatie worden afgewezen, ook niet als zou blijken dat hij met deze relatie samenleeft. Hetzelfde geldt overigens voor de heteroseksuele leraar.[35]

De discussie gaat in de publiciteit over deze 'enkele feit'-constructie.[36] In september 2010 is een initiatiefwetsvoorstel ingediend van Van der Ham (D66), Van Miltenburg (VVD), Jasper van Dijk (SP), Klijnsma (PvdA) en Van Gent (GL) om deze constructie uit de wet te schrappen.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. GotQuestions.org. Wat is een huwelijk volgens de Bijbel? Geraadpleegd op 7 september 2013
  2. Genesis 18 & 19 NBV
  3. Overzicht van de verschillende standpunten van theologen en andere wetenschappers in J.A. Loader, A Tale of Two Cities. Sodom and Gomorrah in the Old Testament, early Jewish and early Christian Traditions. Contributions to Biblical Exegesis & Theology 1, red. Tj. Baarda & A.S. van der Woude. Kampen, J.H. Kok, 1990
  4. Leviticus 18:22 NBV
  5. Leviticus 20:13 NBV
  6. 1:26-27, 32 NBV
  7. Deuteronomium 23:18 HST
  8. Deuteronomium 23:18 NBV
  9. Deuteronomium 23:18 GNB
  10. 1 Koningen 15:11-12 NBV
  11. 1 Korintiërs 6:9-10 NBV
  12. 1 Timoteüs 1:9-10 NBV
  13. David F. Greenberg, The Construction of Homosexuality. Chicago, University of Chicago Press, 1988. Korte samenvatting en recensie door Warren L. Holleman in Journal of the American Academy of Religion, deel 61, nr. 4 (winter 1993), p. 831-834
  14. Efeziërs 5:22-24 NBV
  15. Catechismus van de Katholieke Kerk, paragrafen 2357 - 2359
  16. Genesis 1:1-2:3
  17. Genesis 19:1-29
  18. Leviticus 18:22-25
  19. Leviticus 20:13
  20. Romeinen 1:24-27
  21. 1 Korintiërs 6:9-10
  22. 1 Timoteüs 1:10
  23. Judas 1:7
  24. Oud-Katholieke Kerk van Nederland
  25. Oud-Katholieke Kerk voert kerkelijke inzegening homorelaties in Katholiek Nederland, 23 november 2006
  26. Artikel "Christenhomo's uit de schaduw" op eo.nl, 1 november 2004
  27. Vermoedelijk in 2004, maar het zou ook een jaar eerder of later kunnen zijn
  28. Bron: Ingewonnen informatie door schriftelijke correspondentie met de Protestantse Kerk in Nederland bij het schrijven van dit Wikipedia-artikel
  29. Christen opener over homoseksualiteit, Nederlands Dagblad, 29 oktober 2009
  30. Refo blijft homoseksueel gedrag afwijzen, Reformatorisch Dagblad, 29 oktober 2009
  31. Refo’s geërgerd over optreden COC, Reformatorisch Dagblad, 30 oktober 2009
  32. Barbara Oomen e.a., 'Van Walswetten en de Wil van God. Orthodox-protestantse perspectieven op de gelijkebehandelingszaken', Nederlands Juristenblad 29 januari 2010. p. 216-222
  33. Amerikaanse evangelicalen steunen steeds vaker homorechten, Reformatorisch Dagblad, 12 augustus 2013
  34. Algemene wet gelijke behandeling, Artikel 7, 2e lid, bevat een uitzondering voor bijzondere scholen op het verbod om onderscheid te maken bij de toegang tot onderwijs.
  35. Handelingen II 1992/93, p.3508-3509
  36. Initiatief wetsvoorstel van D66