Christensocialisme
Christensocialisme is een stroming binnen het religieus-socialisme die de Christelijke leer en het (niet-Marxistisch) socialisme combineert. Deze brede en niet-coherente groep omvat onder andere Anglo-Katholieke socialisten[1], aanhangers van de bevrijdingstheologie en de links-aanleunende aanhangers van de Katholieke Sociale Leer. Sommige christensocialisten menen dat Jezus Christus de eerste socialist was, en dat men in gemeenschap van goederen moest gaan leven (of in ieder geval een sober leven leiden), in overeenstemming met Handelingen 2 en 4. [bron?]
Over het algemeen verwerpt men militarisme, is men pacifistisch en streeft men een socialistische samenleving na. Het Evangelie, en dan met name de Bergrede is voor hen zeer belangrijk. [bron?]
Het christensocialisme was en is vooral bekend in Groot-Brittannië, waar de Christian-Socialist Movement onderdeel is van de Labour Party. Bekende Britse christensocialisten waren: Frederick Denison Maurice, Charles Kingsley, Thomas Hughes, James Keir Hardie, Philip Snowden, Stafford Cripps, Tom Mann, Katharine Glasier, Margaret McMillan, Rachel McMillan en Arthur Henderson.
In de Verenigde Staten vond men onder de oprichters van de American Socialist Party christensocialisten, zoals Norman Thomas en Upton Sinclair.
In Nederland was de christensocialistische beweging vooral actief rond de Eerste Wereldoorlog. Al omstreeks 1900 was in Eindhoven een beweging van een aantal progressieve mensen ontstaan die een economisch socialisme, een christelijke werkliedenvereniging, een maandblad, een verbruikscoöperatie en een eigen woningbouwvereniging oprichtte. De beweging werd verketterd door de katholieke geestelijkheid en afgewezen door rechtlijnige marxisten. Uiteindelijk legden deze christensocialisten de basis voor de Eindhovense SDAP-afdeling, waarin zij opgingen. Voormannen van de beweging waren de arbeider Hendrik Rooijmans en de fabrikant Eduard Redelé.[2]
De Vrije Menschen Bond, de Internationale Broederschap met o.a. Felix Ortt, en (later) de Bond van Christen-Socialisten waren bekende antimilitaristische organisaties. Er bestonden raakpunten tussen het Nederlandse christensocialisme en het christenanarchisme. De BCS voerde tijdens de Eerste Wereldoorlog campagne tegen de oorlog en behoorde tot de vredesbeweging. Na de oorlog ging de BCS ter ziele toen fractievoorzitter Willy Kruyt overstapte naar de communisten.
De bekendste Nederlandse christensocialist was ds. Willem Banning, een prominent lid van de SDAP en later van de PvdA. Enkele andere christensocialisten:
- Henriette Roland Holst (aanvankelijk religieus-socialiste; SDAP, CPH, Bond Communistische Propaganda Clubs)
- Eduard Redelé
Onderscheiden van het christensocialisme zijn die christenen die zich aansloten bij socialistische partijen, omdat zij als christen een socialistische politiek voorstonden. Deze christenen stonden onder invloed van de Zwitserse ds. Karl Barth, die ook zelf een overtuigd socialist was. Zijn aanhangers, de barthianen (behorend tot de middenorthodoxie van de Nederlandse Hervormde Kerk), sloten zich welbewust aan bij sociaaldemocratische, zelfs radicaal-socialistische partijen, omdat ze christelijke partijvorming afwezen: men opereerde vanuit zijn/haar levensovertuiging binnen de socialistische partij. Maar ook bestond er de Christelijk Democratische Unie, waar veel barthianen lid van waren. De bekendste Nederlandse christenen die zich aansloten bij socialistische partijen waren:
- Fedde Schurer (CDU, SDAP, PvdA)
- Jan Buskes (CDU, SDAP, PvdA)
- Gerard Slotemaker de Bruine (SDAP, PvdA, PSP)
Ook de bevrijdingstheologie, een stroming binnen de rooms-katholieke Kerk die vooral in Latijns-Amerika aanhang heeft, kan men tot het christensocialisme rekenen.
[bewerken] Zie ook
Bronnen, noten en/of referenties:
- ↑ (en) Anglo-Catholic Socialism
- ↑ Eduard Charles Philippus Redelé. Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland
| Zie de categorie Christian socialism van Wikimedia Commons voor meer mediabestanden. |