Christenvervolgingen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Warning icon.svg De neutraliteit van dit artikel wordt betwist.
Zie de bijbehorende overlegpagina voor meer informatie.

Christenvervolging is de systematische en ingrijpende discriminatoire behandeling op grond van het christelijke geloof van een groep, waardoor deze zich ernstig beperkt ziet in haar bestaansmogelijkheden. Over het algemeen worden hier de handelingen bedoeld, gericht tegen of ten nadele van christenen ten tijde van het Romeinse Rijk. Ook heden ten dage komen christenvervolgingen voor.

In World Christian Trends. AD 30-AD 2200 wordt een schatting gemaakt van in totaal bijna 70 miljoen christenen die zijn gedood vanwege hun religie sinds de oprichting van de Kerk.[1] Bijna 65 procent hiervan zou in de twintigste eeuw om het leven zijn gebracht. Anderen stellen echter dat het aantal niet te schatten is.

Er bestaan verschillende definities van het begrip christenvervolging. Charles Tieszen geeft een teleologische definitie die ruimer is dan de gebruikelijke socio-politieke definitie. In het kort luidt deze definitie: elke onrechtvaardige actie van verschillende niveaus van vijandigheid, gepleegd in de eerste plaats op basis van religie, en gericht op christenen, resulterend in verschillende niveaus van schade zoals beschouwd vanuit het perspectief van het slachtoffer.[2]

Nieuwe Testament[bewerken]

Het Nieuwe Testament beschrijft vanuit een heilshistorisch perspectief dat er vervolging plaatsvond van volgelingen van Jezus (uit wie later het christendom ontstond). Dit doet zij door diverse incidenten te vermelden, zonder precies een tijdsverloop en omvang te specificeren. Het Nieuwe Testament bevat ook beschrijvingen van de prediking van Jezus, waarin een levensbeschouwelijk perspectief wordt gegeven op vervolgingen.

Prediking en optreden van Jezus[bewerken]

In de prediking van Jezus, zoals die in de vier evangeliën wordt vermeld, komt diverse malen naar voren dat het navolgen van Jezus conflicten en vervolgingen met zich mee zal brengen, vanwege het verbreken van de banden met de wereld. In de zaligsprekingen wordt degenen die vervolgd worden omwille van de gerechtigheid het koninkrijk der hemelen beloofd[3]. Bij de uitzending van de twaalf discipelen spreekt Jezus ervan dat zijn volgelingen voor het gerecht zullen worden gesleept en uit de synagoge zullen worden geworpen. Hij zou niet gekomen zijn om vrede te brengen maar verdeeldheid, zodat huisgenoten elkaars vijanden zullen worden[4]. Johannes vermeldt een betoog van Jezus tot de discipelen, kort voor de kruisiging. Omdat Jezus gehaat werd, zouden ook zijn volgelingen gehaat worden. In de wereld zullen ze verdrukking hebben[5].

Handelingen[bewerken]

In het boek De handelingen van de apostelen[6] beschrijft Lucas dat ook sommige volgelingen van Jezus te maken kregen met vervolgingen. Hij vermeldt dat het Sanhedrin de apostelen Petrus en Johannes verbiedt over Jezus te spreken[7]. Ook beschrijft hij de steniging van de diaken Stefanus en dat daarna vervolging ontstaat van de gemeente van volgelingen van Jezus, die in Jeruzalem gevormd was[8]. Van Saul, die na zijn bekering bekend zou worden als de apostel Paulus, wordt vermeld dat hij aan deze vervolging deelnam. Daar maakt hij later ook in zijn eigen geschriften melding van[9]. De vervolgingen in Jeruzalem leidden ertoe dat bijna alle gelovigen de stad verlieten en zich elders vestigden, deels in Judea en Samaria, deels daarbuiten[10]. Jakobus (de broer van Johannes) werd volgens Lukas 'met het zwaard' gedood door Herodes Agrippa I [11].

Teleologische definitie[bewerken]

De teleologische definitie van het begrip 'christenvervolging' hangt samen met de verwachting van vervolging die wordt uitgesproken in de Bijbel voor volgelingen van Jezus, zoals En ook allen, die godzaliglijk willen leven in Christus Jezus, die zullen vervolgd worden (2 Tm 3:12). Deze definitie luidt: elke onrechtvaardige actie van milde tot intense niveaus van vijandigheid, gericht op christenen van verschillende niveaus van religieuze betrokkenheid, resulterend in verschillende niveaus van schade, die niet per se christenen (volledig) beperken in hun mogelijkheid om hun religie uit te oefenen en te propageren, zoals beschouw vanuit het perspectief van het slachtoffer, waarbij religie, namelijk de identificatie van het slachtoffer als christen, de primaire motivatie is voor de actie.[2] Deze definitie omvat in het uiterste geval ook milde vormen van vijandelijkheid zoals spot, opgelegde beperkingen, bepaalde soorten van intimidatie of discriminatie.[2] Hiermee zijn diegenen die niet de hardere vormen van vervolging ondervinden, niet uitgesloten zijn van de mogelijkheid vroom en in eenheid met Christus Jezus te leven.

Romeinse Rijk[bewerken]

Keizer Claudius[bewerken]

Suetonius, Romeins schrijver tijdens het Romeinse Keizerrijk, maakt rond 120 na Chr. in zijn werk De levens van twaalf keizers (De goddelijke Claudius, H.25, § 4) een vermelding van "Chrestus". Hij schrijft: "Omdat de Joden constant opwinding veroorzaakten op aandrang van Chrestus, verbande hij [= Claudius] hen uit Rome." Claudius was keizer van 41 tot 54 na Chr. Iets dergelijks wordt beschreven in het Bijbelboek Handelingen (18:2), waar staat dat Claudius "alle Joden" uit Rome had verdreven. Er kan overigens niet met absolute zekerheid worden gesteld dat Suetonius verwijst naar Christus: de naam Chrestus kwam vaker voor.

Nero[bewerken]

De Romeinse historicus Tacitus schreef (ca. 110-120 n.Chr.) over de grote brand van Rome in het jaar 64:

“Om het gerucht de kop in te drukken dat de brand op [keizerlijk] bevel was aangestoken gaf Nero de schuld ervoor aan een groep, die het volk wegens hun schanddaden de gehate christenen noemde, en legde hen de meest vernuftige straffen op. (…) Eerst werden diegenen gearresteerd die bekenden; vervolgens werd op hun aanwijzingen een enorme massa mensen veroordeeld, maar nu niet wegens de misdaad van brandstichting maar wegens haat jegens de mensheid. En aan hun sterven werden spotternijen gekoppeld: ze werden bijvoorbeeld, bekleed met huiden van wilde dieren, verscheurd door honden; of aan kruizen genageld; of ze dienden, bestemd voor de vuurdood, bij het invallen van de avond als nachtelijke verlichting.” (Annales 15.44.)

Suetonius schrijft (ca. 121 n.Chr.) over keizer Nero (54-68 na Chr.):

"Veel werd door hem streng bestraft of beteugeld, en er werden veel regels ingesteld: uitbundig consumptief gedrag werd gereguleerd; publieke maaltijden met als doel de gasten te fêteren met geschenken werden beperkt; in dranken mochten nog slechts groentes of peulvruchten verwerkt zijn, terwijl er voorheen niets werd aangeboden waarin geen vis verwerkt was; Christenen, een slag mensen met een nieuwe en schadelijke godsdienst, werden ontmoedigd met straffen; [etc.]."[12].

Domitianus[bewerken]

Betreffende keizer Domitianus (81-96 n.Chr.) schrijft Eusebius, twee eeuwen later:

"Domitianus, die zich wreed gedroeg tegenover velen, en een groot aantal mensen van goede komaf en goede reputatie ten onrechte ter dood liet brengen, en vele andere gerespecteerde mensen uit Rome verbande onder verbeurdverklaring van hun bezittingen, volgde uiteindelijk ook Nero’s voorbeeld in diens haat en vijandigheid jegens God. Hij was daarmee de tweede die een vervolging op ons in gang zette, alhoewel zijn vader Vespasianus ons nooit ongunstig had bejegend."[13]

Begin 2e eeuw[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Christenbestraffing rond 112 na Chr. voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In 112 na Chr. heeft Plinius de Jongere, stadhouder van Bythinië[14] (noordwest-Anatolië), een briefwisseling[14] met zijn keizer Trajanus over de juiste wijze van vervolgen en/of straffen van christenen. In de brieven ontstaat het beeld, dat christenen gestraft worden als ze niet de gebruikelijke Romeinse godenverering in acht nemen. Waar de bestraffing precies uit bestond, wordt uit de brieven niet duidelijk. Actief opsporen van christenen vond de keizer niet nodig; als ze aangeklaagd werden, en bij ondervraging weigerden een gebed tot de Romeinse goden te richten, moesten ze gestraft worden.

Er bestaan verder onduidelijke mythes zoals het vermeende ter dood brengen van Ignatius van Antiochië in het jaar 108 wegens christendom (zie Engelse wiki Ignatius of Antioch), en een bericht van Eusebius dat Simeon van Jeruzalem in 107 of 117 werd gekruisigd wegens christendom (zie Engelse wiki Simeon of Jerusalem).

Decius[bewerken]

Keizer Decius vaardigde in 250 een edict[15] uit dat alle inwoners van het rijk een offer aan de staatsgoden moesten brengen, als bewijs van loyaliteit. Wie loyaal werd bevonden kreeg een schriftelijk attest (libellus, vandaar de term libellatici = "afvallige christenen"), waarvan enkele op Egyptische papyri zijn bewaard. Uit de beschrijving van dit edict door christelijke auteurs en uit bewaard gebleven getuigschriften, libelli[16], is gereconstrueerd dat het edict ongeveer moet hebben geluid: "...dat allen, zowel mannen, als hun vrouwen, huisgenoten en zelfs zuigelingen, moeten offeren, plengen en werkelijk van het offervlees proeven."

Chris Scarre stelt (zonder bronvermelding): het edict verplichtte alle burgers “te offeren voor het welzijn van de keizer. Wie dat niet deed riskeerde marteling en executie. (..) Een aantal christenen weigerde te offeren en werd gedood, onder hen Paus Fabianus te Rome. Anti-christelijke gevoelens leidden tot pogroms in Carthago en Alexandrië. Maar reeds in het tweede jaar van Decius’ regering zwakte de felheid van de vervolging af, en de vroegere traditie van religieuze tolerantie begon zich te herstellen. Hoewel van korte duur, de christelijke kerk zou de regering van Decius, die ‘felle tiran’, niet snel vergeten.”[17].

Diocletianus, Galerius en Maximinus[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Christenvervolgingen door Diocletianus, Galerius en Maximinus voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Tussen 303 en 313 lijken in het Romeinse Rijk edicten van kracht te zijn geweest die christendom verboden, en opriepen christelijke kerken te vernietigen en christelijke heilige boeken te verbranden. Dit wordt ons medegedeeld door Eusebius, christelijk schrijver en later bisschop, schrijvend circa 313 n.Chr., en Lactantius, christelijk schrijver circa 300-320. Eusebius beschrijft ook, hoe in Nicomedia velen gemarteld en gedood werden wegens hun christendom.

In 311 verklaarden drie van de vier keizers in het Edict van Nicomedia dat christenen hun geloof weer mochten naleven. In 313 verklaren de dan enige twee keizers, Constantijn en Licinius, in het Edict van Milaan dat Romeinse burgers voortaan vrij zijn om hun religie te kiezen en te belijden.

Alleen keizer Flavius Claudius Julianus (361-363), later "Julianus Apostata" (d.i. de Afvallige) genoemd, deed nog pogingen de klok terug te draaien. Hij kondigde weliswaar algemene godsdienstvrijheid af, maar benadeelde daarbij het christendom en liet christenen uit het leger en het onderwijs ontslaan.[18] Julianus regeerde slechts een drietal jaren en tot bloedige vervolgingen kwam het onder zijn bewind niet.

Tegenwoordig[bewerken]

Toestand van de godsdienstvrijheid per land, gebaseerd op het rapport Global Restrictions on Religion, The Pew Forum on Religion & Public Life, december 2009[19] (lichtgeel: weinig restricties - rood: zeer veel restricties)

Verschillende organisaties zoals Open Doors, Stichting De Ondergrondse Kerk (SDOK), Kerk in Nood, Forum 18, Amnesty International, Human Rights Watch en de US State Department (Amerikaans ministerie van Buitenlandse Zaken), houden gegevens bij over het gebrek aan godsdienstvrijheid in sommige landen en soms ook uitingen van christenvervolging in het bijzonder. Vaak worden christenen in deze landen om dezelfde redenen als in de oudheid vervolgd: de staat die geen godsdienstvrijheid of geloofsverkondiging toelaat of christenen die een dictatoriaal regime niet aanvaarden. Ook kan er sprake zijn van onderdrukking door medeburgers, waartegen de overheid niet kan of wil optreden.

Voorbeelden[bewerken]

Voorbeelden van landen met moderne christenvervolgingen:

  • Noord-Korea: Wordt gezien als het land met de meeste christenvervolging.[20] Elk teken van beoefening van het christelijk geloof, waaronder het bezit van een Bijbel, kan leiden tot opsluiting in strafkampen, marteling of de doodstraf. Uit China teruggestuurde vluchtelingen die na ondervraging contact met kerken daar blijken te hebben gehad, worden extra wreed behandeld.[21][22] Zie ook Religie in Noord-Korea.
  • Eritrea: De overheid hanteert een lijst van toegestane kerkgenootschappen. Leiders en leden van niet daarin opgenomen kerken krijgen te maken met arrestaties, opsluitingen zonder aanklacht, martelingen en repressie door veiligheidstroepen die proberen hen te dwingen hun geloof te verlaten.[23] "Onwettige" christenen worden opgesloten in zeecontainers en zijn sommigen doodgemarteld of onder de omstandigheden van hun gevangenschap bezweken.[24] Volgens Open Doors worden ook christenen uit toegestane kerken gearresteerd.[25]
  • Irak: De positie van christenen in Irak is volgens mensenrechtenorganisaties verslechterd na 2003, het jaar waarin de Irakoorlog uitbrak.[26] Christenen van de traditionele Iraakse kerken (Assyrische en Chaldeeuws-katholieke Kerk) worden onder druk gezet, soms middels bloedige aanslagen, om uit hun gebieden te vertrekken of zich aan te passen aan islamitische voorschriften.[27][28] In oktober 2008 werden er grootschalige campagnes van geweld en dreiging met geweld tegen christenen in de noordelijke provincie Nineveh gemeld, met name in de hoofdstad Mosoel. De gouverneur van Nineveh beschuldigde ’Al-Qaida-elementen’ van de campagnes, die duizenden op de vlucht deden slaan en riep op tot internationaal militair ingrijpen.[29] Volgens de US Department of State garandeert de Iraakse grondwet de vrijheid van godsdienst voor alle gelovigen, en beschermt de Iraakse regering de christenminderheid in het land zo veel mogelijk maar worden de christenen beperkt in hun vrijheid om hun geloof uit te oefenen door toedoen van terroristische groeperingen die na de Amerikaanse invasie van Irak actief zijn geworden in het land.[30]
  • Saoedi-Arabië: De wahabitische variant van de islam (ook wordt wel gesproken van salafisme[34]) is staatsgodsdienst. De publieke uitoefening van andere godsdiensten is niet toegestaan. Wel mag men privé het christelijk geloof belijden. In de praktijk verstoort de religieuze politie echter incidenteel ook huissamenkomsten, met name van migranten, die het risico lopen uit het land gezet worden. Hoewel formeel op afval van de islam de doodstraf staat is deze al enige tijd niet meer toegepast. In 2009 werd een vrouw door een familielid gedood omdat het publiek maken van haar overgang naar het christendom als aantasting van de eer van de familie werd beschouwd.[35]
  • Pakistan: Vooral na het van kracht gaan van een omstreden blasfemiewet in 1986 is de situatie van christenen in dit land verslechterd. De artikelen 295 B en 295 C van het Pakistaanse wetboek van strafrecht bepalen dat, wanneer iemand de Koran beledigt, hij veroordeeld moet worden tot levenslange gevangenisstraf. Als iemand Mohammed onteert, wacht hem op grond van deze wet de doodstraf. In 2001 verklaarde de actiegroep Jubilee Campaign, dat deze wet in de praktijk misbruikt wordt om geschillen tussen christenen en moslims te beslechten. Een bekende christelijke gevangene die op basis van deze wet gevangen zit is Asia Bibi.
  • Nigeria: Nigeria wordt verdeeld door een islamitische meerderheid in het noorden van het land en een christelijke in het zuiden. Een derde van het land handhaaft de shariawetgeving. Straffen die door de sharia-rechtbank zijn uitgesproken, zijn onder andere steniging en geseling. Christenen die in het noorden wonen, hebben te maken met discriminatie van moslims. In sommige gevallen worden jonge vrouwen ontvoerd en gedwongen om te trouwen met een moslimman en zich te bekeren tot de islam. De ontvoerders worden vaak beschermd door de sharia-rechtbanken. Vanwege de grote spanningen tussen christenen en moslims, komen rellen en aanvallen vaak voor. Kerken, moskeeën, huizen en scholen werden al in brand gestoken of vernield door boze relschoppers van beide kanten. Sinds 1999 zijn er al meer dan 50.000 doden gevallen door religieus geweld in Nigeria. Op kerstdag 2011 pleegde de islamitische groep Boko Haram bomaanslagen bij kerken in diverse steden, waaronder de Sint-Theresakerk in Madalla, waarbij bijna 40 mensen omkwamen.Op 1e Paasdag 2012 werden er bij een aanslag op een kerk in Kaduna mensen gedood. Op zondag 29 april 2012 waren er aanslagen tijdens twee kerkdiensten, ditmaal in Kano, waarbij ruim 20 christenen met bommen en geweervuur werden vermoord.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. World Christian Trends AD 30-AD 2200, D.B. Barrett, T.M. Johnson, William Carey Library, 2001
  2. a b c Tieszen, C.L. (2008): Towards redefining persecution in International Journal for Religious Freedom (IJRF), Vol 1:1 2008, p. 76
  3. Matteüs 5
  4. Matteüs 10, zie ook Marcus 13
  5. Johannes 15 en 16
  6. zie het boek Handelingen op Biblija.net
  7. Handelingen 4
  8. Handelingen 6-8
  9. zie bijvoorbeeld Galaten 1:13
  10. Hurtado, Larray W., Lord Jesus Christ: devotion to Jesus in earliest Christianity, ISBN 978-0-8028-6070-5, p. 211
  11. Handelingen 12
  12. Suetonius, De Vitis Caesarum, Nero 16:2.
  13. Eusebius, ‘Kerkgeschiedenis’ Boek III, H. 17.
  14. a b ‘Ancient History Sourcebook: Pliny and Trajan: Correspondence, c. 112 CE’. William Stearns Davis, 1912-’13. Website fordham.edu.
  15. The decree of Decius and the religion of empire. J.B. Rives, The Journal of Roman Studies, vol. 89 (1999) p. 135-154
  16. F.A.J. Hoogendijk, Drie Griekse libelli uit de tijd van keizer Decius, in: K.R. Veenhof (red.), Schrijvend Verleden: documenten uit het oude nabije Oosten vertaald en toegelicht, Zutphen: Terra, 1983, p. 211-219.
  17. Scarre, Chris, Chronicle of the Roman Emperors: the reign-by-reign record of the rulers of Imperial Rome, Thames & Hudson, 1995. (Pagina 170.) N.B.: Scarre geeft in dit populair-wetenschappelijke boek slechts beperkte bronvermeldingen, en geeft bijvoorbeeld niet aan, waar hij deze informatie over Decius vandaan heeft. Onbevestigde geruchten willen, dat de informatie misschien bij Origenes vandaan komt. Een bron zou eventueel (ook) kunnen zijn: Gregorius van Tours - Geschiedenis der Franken (rond 590 n.Chr.); op vage wijze verwijst het Engelse artikel en:Persecution of Christians in the Roman Empire#Under Decius daar naar…
  18. Julian, Encyclopedia Brittanica - Policies as emperor
  19. Global Restrictions on Religion, The Pew Forum on Religion & Public Life, december 2009
  20. Noord-Korea weer nummer 1 christenvervolging. NU.nl, 6 januari 2010
  21. The Hidden Gulag: Exposing North Korea’s Prison Camps: Prisoners’ Testimonies and Satellite Photographs. Rapport U.S. Committee for Human Rights in North Korea, deel 2, p. 56-62.
  22. 'Mogelijk 1 miljoen mensen in strafkampen Noord-Korea'. Nu.nl, 22 september 2007.
  23. Eritrea: gearresteerd tijdens de kerkdienst. Amnesty International, zomer 2007.
  24. Christen overlijdt door ziekte in gevangenkamp Eritrea. Open Doors, 7 mei 2010
  25. Eritrea verplaatst gevangen christenen. OneWay, 26 april 2006
  26. Brief van Amnesty International Nederland aan minister Verdonk, 24 mei 2004.
  27. Christians, targeted and suffering, flee Iraq. USA Today, 22 maart 2007
  28. Christenen in Irak vermoord. IKON kerknieuws.nl, 10 december 2009.
  29. Iraakse christenen ontvluchten geweld Mosul. Het Nieuwsblad, 11 oktober 2008
  30. International Religious Freedom Report 2009 IRAQ. US Department of State, 26 oktober 2009.
  31. Rapport Human Rights Watch, 1997.
  32. Iran: Nieuwe regering doet niets aan verbetering van slechte mensenrechtensituatie. Amnesty International, 16 februari 2006.
  33. Iranian Christian pastor accused of 'apostasy' must be released. Amnesty International, 30 september 2011.
  34. Interview met ex-terrorist Tawfik Hamid. Atheïsme.eu, 10 mei 2007.
  35. International Religious Freedom Report 2009 SAUDI ARABIA. US Department of State, 26 oktober 2009.