Christian Wolff (filosoof)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Christian Wolff

Christian Freiherr von Wolff (Breslau, 24 januari 1679 - Halle, 9 april 1754) was een Duitse rechtsgeleerde, filosoof, politiek denker en één van de belangrijkste figuren in de Duitse Verlichting. Zijn denken is sterk rationalistisch van aard, en ontleent veel aan de ideeën van Gottfried Leibniz. Zijn grootste invloed oefende hij uit op het volkenrecht.

Leven[bewerken]

Hij werd geboren in Breslau en studeerde natuurwetenschappen in Jena. In 1706 werd hij benoemd tot privaatdocent aan de recentelijk opgerichte Universiteit van Halle. De universiteit was echter een bolwerk van Lutheranisme, wat zich slecht verhield met Wolffs rationalisme. Nadat hij in conflict was geraakt met de religieuze autoriteiten, werd hij in 1723 door de Pruisische koning Frederik Willem I ontslagen en het land uitgezet. Wolff was nu echter een beroemdheid geworden, en werd met open armen ontvangen in Marburg, in Hessen-Kassel. Maar na het aantreden in 1740 van Frederik de Grote, die sympathiek tegenover de Verlichting stond, mocht Wolff weer terugkeren naar Pruisen.

Denken[bewerken]

Filosofisch gezien zijn Wolffs ideeën deterministisch van aard, gedeeltelijk gebaseerd op Leibniz' monadologie. Wolffs volkenrechtelijke denken was sterk natuurrechtelijk van aard. Op dit gebied introduceerde hij het idee van de civitas maxima, volgens welke er buiten de statelijk orde een wereldgemeenschap bestaat, waarop het volkenrecht is gebaseerd.

Verder schreef Wolff ook nog boeken op het gebied van de logica, de kosmologie, de economie en de esthetica. De meeste ervan waren geschreven in het Latijn.

Esthetica[bewerken]

Leibniz en Wolff gaan ervan uit dat de objectieve werkelijkheid een harmonieuze orde is, de door God geschapen beste wereld. Iemand maakt van deze werkelijkheid een abstract beeld (figuurlijk) of een voorstelling (representationes).

Wolff, naar aanleiding van Leibniz, deelde de ziel van de mens in in hogere (verstand en rede) en lagere (ken)vermogens (zinnelijkheid). Deze vermogens produceren een beeld van de werkelijkheid. De beste beelden zijn zowel helder als duidelijk. 'Helder' (claire, clara) en 'duidelijk' (distincte, distincta) zijn de psychologische criteria van kennis volgens Descartes.

Leibniz en Wolff namen deze criteria over en veranderde ze tot logische criteria. Een helder beeld betreft dan de herkenning wat een ding is. Zo'n helder beeld is duidelijk (distincta) of onduidelijk (confusa). Zij is duidelijk als de eigenschappen logisch analyseerbaar zijn, dat wil zeggen in begrippen zijn te onderscheiden. Het onderscheiden van eigenschappen is een werkzaamheid van de hogere kenvermogens.

De heldere en duidelijke kennis als beste beeld van de werkelijkheid wordt bestudeerd in de logica, de wetenschap van de hogere kenvermogens.

De lagere kenvermogens zijn gelijk aan de ratio (analogon rationis). Zij brengen eenheid in veelheid, niet door abstractie van het individuele naar algemene begrippen, maar door een coherentie van een maximum aan het individuele. Deze kennis is wel helder, maar niet duidelijk en bovendien maximaal (extensief).

De eveneens Duitse filosoof Alexander Baumgarten, werkt verder aan de esthetiek van Wolff en Leibniz.

Enkele belangrijke werken[bewerken]

  • Philosophia prima sive Ontologia (Frankfurt, 1730)
  • Cosmologia generalis (Frankfurt en Leipzig, 1737)
  • Jus gentium methodo scientifica (Halle, 1749)
  • Institutiones juris naturae et gentium (Halle, 1750)