Cilinderslot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Europrofielcilinderset met 2 dubbele cilinders en een enkele cilinder (links) en ook de schroef om de cilinder te bevestigen

Een cilinderslot is een slotmechanisme bestaande uit een cilinder en een behuizing. Stiften, plaatjes of kogeltjes blokkeren de cilinder zo lang de bijpassende sleutel niet in het slot is gestoken. Alleen als de juiste sleutel in de cilinder wordt gestoken kan deze worden gedraaid in de behuizing, waarmee het slot geopend of gesloten wordt.

Geschiedenis[bewerken]

Het oudst bekende cilinderslot werd gevonden in de ruïnes van Dur-Sharrukin,[1] een vestingstad ongeveer 20 km ten noorden van Ninive in hedendaags Irak. Ten tijde van Sargon II was Dur-Sharrukin, beter bekend onder de naam Khorsabad, de hoofdstad van het Assyrische Rijk. Het aldaar gevonden slot stamt uit de 8e eeuw v.Chr. en was in die tijd een veel gebruikt slottype in het Oude Egypte, waar dit slottype waarschijnlijk is uitgevonden. Er zijn al vermeldingen van dit type slot van rond 2000 v.Chr.[2] Het slot uit Khorsabad was van hout en werkte ongeveer hetzelfde als een modern stiftcilinderslot. Het is overigens niet zeker dat de Egyptenaren het slot hebben uitgevonden: ook de Chinezen maakten al heel vroeg sloten.

In 1784 patenteerde Joseph Bramah een cilinderslot dat veel overeenkomsten met een modern radiaalslot heeft.[3] Alle tot dan toe bestaande sloten waren variaties op het klavierslot. In de cilinder is over de gehele lengte een profiel gefreesd, waarin een sleutelprofiel met exact dezelfde vorm past. Daarom wordt een cilinderslot ook wel profielcilinder genoemd. Bij een cilinderslot zijn veel meer sleutelvariaties mogelijk dan bij een klavierslot en was dus een stuk veiliger. Een klavierslot heeft maximaal enkele honderden combinatiemogelijkheden, terwijl een cilinderslot wel tot een miljoen verschillende combinatiemogelijkheden heeft.

De Amerikaanse uitvinder Linus Yale patenteerde in 1844 het eerste stiftcilinderslot, dat er wel nog wat anders uitzag dan de huidige sloten.[4] Zijn zoon Linus jr. verbeterde zijn vaders uitvinding en in 1861 maakte hij een stiftcilinderslot dat vrijwel hetzelfde werkte als de hedendaagse cilindersloten.[5]

Slotvarianten[bewerken]

Radiaalslot[bewerken]

Het oudste cilinderslot is het radiaalslot, dat in 1784 werd uitgevonden. Sleutelpinnetjes of -plaatjes worden door spiraalveertjes naar voren gedrukt, waardoor de cilinder wordt geblokkeerd. De buissleutel heeft halfronde indeukingen die in één lijn liggen met de pinnetjes. Bij een radiaalslot met plaatjes heeft de sleutel geen indeukingen maar insnijdingen. Het gat in de sleutel valt over een stift in het slot, waardoor de indeukingen of insnijdingen recht in lijn met de stiften of plaatjes komen te liggen. Als de juiste sleutel in het slot wordt gestoken worden deze net zover naar achteren geduwd dat ze gelijk liggen met de buitenrand van de cilinder, waardoor deze gedraaid kan worden.

Stiftcilinderslot[bewerken]

Het stiftcilinderslot werd uitgevonden in 1844 en is heden het meest gebruikte cilinderslot. Het slot heeft meestal vijf of zes stiften (cilindrische metalen pinnen van verschillende lengte) die door spiraalveertjes en sluitpinnetjes naar het midden van het slot worden geduwd en de cilinder blokkeren zolang niet de juiste sleutel in het slot wordt gestoken. Alleen als de juiste sleutel wordt gebruikt (met de juiste hoogte op de plaats van elk pinnetje) worden de pinnetjes precies hoog genoeg geduwd om tot de buitenkant van de cilinder te reiken, waardoor deze kan draaien. Over de gehele lengte loopt ongeveer halverwege het profiel een kleine rand, die ervoor zorgt dat de sleutelpinnetjes niet helemaal omlaag of omhoog kunnen schuiven. Bij de in Europa meest gangbare europrofielcilinder zitten de pinnetjes onder het sleutelgat, terwijl ze bij ronde cilindersloten vaak erboven zitten, zoals bij de tekening rechts te zien is. Achter de profielbaan zit de tuimelaar, die ervoor zorgt dat de slotschuif in of uit kan schuiven wanneer er een sleutel tegen aandrukt en deze wordt gedraaid.

Plaatjescilinderslot[bewerken]

Het plaatjescilinderslot is minder veilig dan de stiftcilinder, omdat er minder variaties mogelijk zijn en de sleutelgatopening groter is, waardoor lockpickers makkelijker bij de plaatjes kunnen komen.[6] Deze cilinders worden voornamelijk gebruikt in meubilair, brievenbussen, geldkistjes en fietssloten. In de cilinder zitten een aantal verticale sleuven, waarin zich de plaatjes bevinden, die met spiraalveertjes in de behuizing worden gedrukt. De plaatjes bestaan vrijwel altijd uit messing en hebben een rechthoekige vorm met afgeronde boven- en onderzijden. De boog van de plaatjes is gelijk aan die van de cilinder. Elk plaatje heeft een rechthoekig gat; deze zijn allemaal even breed maar verschillend in hoogte. Als er een sleutel in het slot wordt gestoken, dan schuift deze door de gaten. Enkel bij de sleutel met de juiste vertanding worden de plaatjes precies genoeg opgetild om uit de ondersleuf van de behuizing te worden getild, maar niet zo hoog dat ze in de bovensleuf schuiven. Alleen als alle plaatjes gelijk liggen met beide zijden van de cilinder kan deze worden rondgedraaid in de behuizing. Zolang er geen sleutel in het slot zit worden de plaatjes door de veren in de onderste sleuf van de behuizing gedrukt, waardoor de cilinder is geblokkeerd en niet kan draaien. Bij gebruik van een sleutel met de verkeerde vertanding worden de plaatjes te hoog of niet hoog genoeg opgetild en blijft de cilinder geblokkeerd. Plaatjescilinders met dubbelgetande sleutels werken in beide richtingen en worden vaak gebruikt in autosloten en moderne fietssloten.

Keersleutel[bewerken]

Een keersleutel is een sleutel met omkeerfunctie. Cilindersloten met een 'omkeerbare' sleutel biedt meer gebruiksgemak omdat hij in tegenstelling tot een getand exemplaar geen boven- of onderkant heeft. De sleutel werkt in beide posities.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties