Kina (plant)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Cinchona)
Ga naar: navigatie, zoeken
Cinchona
Cinchona officinalis
Cinchona officinalis
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'Nieuwe' tweezaadlobbigen
Clade: Lamiiden
Orde: Gentianales
Familie: Rubiaceae (Sterbladigenfamilie)
Geslacht
Cinchona
L.
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Cinchona of 'Quina' of 'Kina' is een geslacht van ongeveer 38 soorten in de familie Rubiaceae, uit het tropische Andes bos in west Zuid-Amerika.[1] Het zijn medicinale planten, bekend als bron voor de organische stof kinine en andere grondstoffen.

Het geslacht Cinchona (Cinchona) behoort tot de Sterbladigenfamilie (Rubiaceae). De ongeveer 23 soorten bevinden zich oorspronkelijk in Midden-Amerika (Costa Rica, Panama) en Zuid-Amerika (Bolivia, Colombia, Ecuador, Peru, Venezuela). Zij gedijen in de bergachtige gebieden. Sommige soorten en hybriden worden gekweekt in tropische gebieden voor de wereldwijde productie van kinine.

Uiterlijk en bladeren[bewerken]

Cinchonasoorten groeien zelden als struiken, meestal als bomen. De schors is meestal nogal bitter.

In de afgeplatte zijtoppen zijn de bladeren rechtopstaand en op elkaar geperst. De kort aan de tak zittende steunblaadjes zijn tongvormig tot omgekeerd eirond (met de brede kant aan het uiteinde).

Bloeistand van Cinchona pubescens met de kenmerkende aan de rand behaarde kroonblaadjes.
Een bebladerde twijg met vruchten en een bloeiende Cinchona calisaya.

De geurende bloemen zijn tweeslachtig en hebben een radiaal symmetrisch, vijftallig dubbel bloemdek. De vijf kelkbladen zijn versmolten. De vijf gele, roze, paars naar rood of soms witte bloemblaadjes zijn versmolten tot steeltjes- of trechtervormig. De kroonholte is van binnen kaal of pluizig behaard en de bloemkroonbuis steekt vaak naar buiten. Er is een cirkel met vijf vruchtbare meeldraden aanwezig; ze steken niet of nauwelijks uit de bloemkroonbuis. De korte meeldraden zijn kaal.

Oorsprong van de naam[bewerken]

De naam heeft niets te maken met China en waarschijnlijk komt van het Quechua woord "kina kina-", "schors der schorsen".

De botanische naam kina gaat terug naar een zogenaamd succesvolle genezing van de gravin van Cinchon, de vrouw van de Spaanse onderkoning van Peru, die in 1639 aan malaria leed. Zij werd genezen door een middel dat haar door een jezuïet werd gegeven en verwerkt werd in een kinaboomextract. Voor Carolus Linnaeus was dit succesverhaal de gelegenheid om dit geslacht de botanische naam van Cinchona te geven. In 1930 bleek echter uit de dagboeken van de gravin niet dat zij ooit aan malaria had geleden. Mogelijk heeft dit succesverhaal geholpen bij de marketing van dit middel.[2]

De Spaanse triviale namen zijn cascarilla, costrona, crespilla, hoja de capuli, hoja de lucma en quina.

Chinarinde von Cinchona officinalis.

De kinaboom staat afgebeeld op het wapen van Peru. De daar als quina bekende boom, ook uit de Quechuataal overgenomen, staat in één vakje in de rechterbovenhoek van het wapen om de natuur en plantenwereld van Peru te symboliseren.

Schors van sommige soorten[bewerken]

Uit kinabast (ook Cinchonae cortex of koortsschors genoemd) kunnen bitter smakende verbindingen worden geproduceerd.

Alexander van Humboldt noemt in 1808 in zijn Ansichten der Natur, naast quina als een beschrijving van kinabast ook Cascarilla fina de Loxa als een bijzondere kwaliteit van de uit de stad komende bastsoorten die door hem Cinchona Condaminea wordt genoemd.

Oudste kinabomen (Chinchona ledgeriana) op Java Tjinjiroean
Arbeiders sorteren wortelbast voor kinaonderneming Tjinjiroean West-Java
Chemische structuur van kinine

De kinaboom is inheems in de bergachtige regio's van het noorden van Zuid-Amerika en wordt vooral geteeld in India en in het Congobekken. De schors van de gele kinaboom (Cinchona officinalis) werd vroeger gebruikt als medicijn tegen malaria en opgenomen in middelen tegen koorts. Het medicijn werd voor het eerst geïsoleerd in 1820 door de Franse apothekers Pierre Joseph Pelletier en Joseph Caventou. Naast industrieel gewonnen kinine wordt ook kinidine en cinchonidine uit de kinabast gewonnen. Echter niet alle soorten kina (Cinchona) bevatten evenveel van de werkzame stof. Nederland probeerde op Java Cinchona Calisaya te laten groeien, terwijl de Britten probeerden in India om de Cinchona succiruba te cultiveren. In beide soorten bleek echter dat het werkzame bestanddeel te weinig was om de winning economisch te rechtvaardigen. Bast van de Cinchona Ledgeriana bevat evenwel gemiddeld 13 procent kinine. Het werd geteeld na het mislukte experiment met de Cinchona Calisaya door de Nederlanders op Javaanse plantages.

De gewonnen kinine uit de bast was tot na de Tweede Wereldoorlog van groot economisch en medisch belang. Het Nederlandse Kinabureau bevorderde de belangen van de Nederlands-Indische plantages en Nederlandse fabrikanten, die effectief een wereldwijd monopolie op de productie van kinabast en kinine hadden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden veel van de Indische kinaboomplantages verwoest. Het Japanse leger verwoestte bijvoorbeeld 20.000 hectare kinaplantages op Java, waardoor het zoeken naar synthetische vervangers werd versterkt. Chloroquine en primaquine waren de eerste synthetisch geproduceerde geneesmiddelen tegen malaria, die het natuurlijk geproduceerd kinine sinds de Tweede Wereldoorlog hebben vervangen.

Van de rode kinaboom (Cinchona pubescens') kan een geneesmiddel tegen indigestie en een opgeblazen gevoel worden verkregen. Bovendien kan de winbare rode kleurstof dienen met hetzelfde effect als de natuurlijke kleurstof henna.

Systematiek[bewerken]

De geslachtsnaam Cinchona werd in 1753 gegeven door Carl Linnaeus in zijn Species Plantarum, 1 , p 172. Het geslacht Cinchona behoort tot de stam Cinchoneae in de onderfamilie Cinchonoideae binnen de familie Rubiaceae.

Er zijn ongeveer 23 (20-26) soorten van het geslacht Cinchona:

Medicinale soorten[bewerken]

(Cinchona robusta vertegenwoordigt de vele hybride soorten succirubra x officinalis)

Andere soorten[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Motley, Cheryl. Cinchona and its product--Quinine. Ethnobotanical leaflets. Southern Illinois University Herbarium Geraadpleegd op 11 juni 2010
  2. (de) Jean Marie Pelt, Die Geheimnisse der Heilpflanzen (2005:p55). Uitgeverij Knesebeck, München. ISBN 3-89660-291-8