Clemens August von Galen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Clemens August Kardinaal von Galen
CAvGalenBAMS200612.jpg
Kardinaal van de rooms-katholieke Kerk
Wapen kardinaal
Rang Kardinaal-priester
Ambt Bisschop van Münster
Titelkerk San Bernardo alle Terme
Creatie
Gecreëerd door paus Pius XII
Consistorie 18 februari 1946
Portaal  Portaalicoon   Christendom

Clemens August von Galen (Dinklage, 16 maart 1878 - Münster, 22 maart 1946) was een Duits kardinaal. Hij werd bisschop van Münster in 1933, vlak voor de benoeming van Adolf Hitler tot rijkskanselier. Door zijn verzet tegen de nazi's wordt hij ook wel De Leeuw van Münster genoemd.

Biografie[bewerken]

Clemens August von Galen behoorde tot een van de oudste en meest vooraanstaande adellijke families van Westfalen. De zeventiende-eeuwse bisschop en krijgsheer Bernhard von Galen (bijgenaamd Bommen Berend) was een broer van zijn verre voorouder Johann Heinrich von Galen. Clemens August werd geboren in het katholieke zuidelijke deel van Hertogdom Oldenburg, op Burg Dinklage (= de huidige deelstaat Nedersaksen). De naam "von Galen" werd al lang in verband gebracht met de regio: de von Galens woonden daar al sinds 1667. Clemens August was een zoon van graaf Ferdinand Heribert von Galen, lid van het Keizerlijke Duitse parlement (= de Reichstag)) voor de katholieke Centrumpartij, en Elisabeth von Spee, als elfde van dertien kinderen.

Tot 1890 werden Clemens August en zijn broer Franz thuis opgeleid. Hij kreeg zijn belangrijkste opleiding op een jezuïetencollege, Stella Matutina in de Vorarlberg, Oostenrijk, waar enkel Latijn mocht worden gesproken. Jezuïeten waren niet toegestaan in Münster op dat moment, als bewijs van de blijvende impact van de Kulturkampf, zodat Clemens en zijn familie de staat Pruisen moest verlaten om deze opvoeding te ontvangen. Hij was geen gemakkelijke leerling om les aan te geven. Zijn jezuïet-overste schreef aan zijn ouders: "Onfeilbaarheid is het grootste probleem met Clemens, die op geen enkele manier kan toegeven dat hij verkeerd kan zijn. Het zijn altijd zijn leraren en opvoeders die het mis hebben." Omdat Pruisen de Stella Matutina-academie niet erkende, genoot Clemens de laatste jaren van zijn opleiding dicht bij huis. In 1894 keerde hij terug naar huis en ging naar een openbare school in Vechta, en in 1896 waren zowel Clemens als Franz geslaagd voor het examen dat hen toeliet tot de universiteit. Na het afstuderen schreven zijn medestudenten in zijn jaarboek: "Clemens houdt niet van de liefde te bedrijven of te gaan drinken, hij houdt niet van het wereldse bedrog." In 1896 ging hij naar Zwitserland om te studeren aan de Katholieke Universiteit van Freiburg, dat in 1886 was opgericht door de dominicanen, waar hij in aanraking kwam met de geschriften van Thomas van Aquino. In 1897 begon hij aan verschillende opleidingen, waaronder literatuur, geschiedenis en filosofie. Na het eerste wintersemester aan Freiburg gingen Clemens en Franz naar Rome voor een uitgebreid bezoek van drie maanden. Aan het einde van het bezoek vertelde hij Franz dat hij had besloten om priester te worden, al was hij er niet zeker van of hij een contemplatieve benedictijn dan wel een jezuïet wou worden. In 1899 ontmoette hij Paus Leo XIII in een privé-audiëntie. Hij studeerde aan de Theologische Faculteit in Innsbruck, opgericht in 1669 door de jezuïeten, waar de scholastieke filosofie werd benadrukt en nieuwe concepten en ideeën werden vermeden. In 1903 verliet von Galen Innsbruck om naar het seminarie in Münster te gaan, en hij werd tot priester gewijd op 28 mei 1904. In eerste instantie werkte hij voor een familielid, de hulpbisschop van Münster, als aalmoezenier. Hij verhuisde echter snel naar Berlijn, waar hij werkte als pastoor in St. Matthias.

Nazi-Duitsland[bewerken]

Von Galen was een uitgesproken anticommunist, maar hij heeft zich ook wel altijd openlijk verzet tegen de nazi's in zijn eigen land en hun zogeheten euthanasiepolitiek (T-4-euthanasieprogramma), waarbij duizenden daklozen, geesteszieken en gehandicapten om het leven werden gebracht.

In 1941 hield hij drie historische preken tegen de nazi's, die op dat ogenblik al 100.000 gehandicapten om het leven hadden gebracht. De tekst van zijn homilie van 3 augustus van dat jaar in de Lambertikirche in Münster werd later door Britse vliegtuigen boven Duitsland afgeworpen. Hierop volgde een strikt Gestapo-huisarrest dat tot april 1945 (binnenrukken der Engelsen) zou duren. Daardoor kon von Galen niet tegen de jodendeportaties preken, die maar pas later begonnen. Alfred Rosenberg en Martin Bormann wilden de rebelse bisschop van Münster na een eventuele eindoverwinning van de nazi's aan het oostfront op de markt in Münster publiekelijk laten ophangen.

Na de inname van het plat gebombardeerde Münster door de geallieerden, wilden Engelse en Amerikaanse journalisten allemaal interviews afnemen van de bisschop die de nationaalsocialistische staatsterreur getrotseerd had en zich publiekelijk tegen Hitler had uitgesproken. Von Galen was echter druk met het coördineren van hulp aan vluchtelingen en de herbouw van weeshuizen en kerken in het stadscentrum. Een Britse militair die voor MI5 werkte kenmerkte Von Galen als een "doorgewinterde Duitse nationalist" (maar antinazi) die het karakter "van een eik" had. Zoals von Galen nazimisdaden had aangevallen, zo viel hij nu ook de behandeling van Duitse burgers door de geallieerden (inclusief Sovjets en Polen) aan. Hij beschuldigde de geallieerden (niet alleen Sovjet-Russen, maar ook Polen en Engelsen) vanwege de reeds begonnen systematische verdrijving van Duitse burgers uit Silezië, Oost-Pruisen, Danzig, alsook beschuldigde hij Pommeren ervan bewuste etnische zuivering na te streven. De catastrofale voedselvoorziening in de westelijke bezettingszones weet hij aan de "Anglo-Amerikanen", die de Duitse bevolking door een hongersnood zouden willen breken.

Begin 1946 reisde hij naar Rome om er door Paus Pius XII tot kardinaal benoemd te worden. Hij kreeg de San Bernardo alle Terme als titelkerk. Teruggekeerd uit Rome werd hij in Münster als held ingehaald, want vele Duitsers zagen in deze benoeming een begin van herwonnen nationaal zelfrespect. Minder dan een week na thuiskomst stierf hij echter op amper 68-jarige leeftijd - slechts zes dagen na zijn verjaardag - aan de gevolgen van een verwaarloosde blindedarmontsteking.

Zaligverklaring[bewerken]

Zijn zaligverklaringsproces werd in 1955 in gang gezet en in november 2004 positief afgesloten. Op 9 oktober 2005 werd hij door de Portugese kardinaal José Saraiva Martins, de prefect van de Congregatie voor de Zalig- en Heiligverklaringen, in de Sint-Pietersbasiliek in Rome zalig verklaard. Zijn gedenkdag is 22 maart, tevens zijn sterfdag.

Bronnen en externe links[bewerken]

Homilies van von Galen uit 1941 tegen het nazisme[bewerken]