Clementine Churchill

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Clementine Churchill (1915)

Clementine Ogilvy Spencer-Churchill, The Rt. Hon. The Baroness Spencer-Churchill, GBE, CStJ, (Londen, Mayfair, 1 april 1885 - Knightsbridge, 12 december 1977) was de vrouw van Winston Churchill.

Jeugd[bewerken]

Clementines moeder was Lady Henrietta Blanche Hozier, de dochter van de 10e graaf van Airlie. Zij was de tweede vrouw van Kolonel Sir Henry Montague Hozier. Of Sir Henry ook de biologische vader van Clementine was is onduidelijk. Lady Blanche stond er namelijk om bekend dat ze omgang had met meerdere mannen. Met name Bay Middleton, de stalmeester van John Spencer, de 5e graaf Spencer, wordt als biologische vader genoemd.

Clementine was de tweede van vier kinderen. Ze werd opgevoed door een gouvernante en later bezocht ze de Edinburgh school en de Berkhamsted School for Girls. Ze studeerde aan de Sorbonne in Parijs. Ze verloofde zich tweemaal in het geheim met Sir Sidney Peel, die verliefd op haar geworden was toen ze achttien jaar was.

Huwelijk[bewerken]

Clementine ontmoette Winston Churchill in 1904. Vier jaar later in 1908 ontmoetten zij elkaar weer tijdens een etentje en vanaf dat moment groeide er iets tussen hen. Winston beschreef haar als een meisje met een levendige intelligentie en een geweldig karakter. Na een zeer korte verkeringstijd met veel briefwisseling trouwde het paar op 12 september 1908 in Saint Margaret's Church in Westminster. Ondanks de drukte en spanningen van hun openbare leven bleef hun huwelijk stabiel. Zij kregen vijf kinderen:

  • Diana (1909–1963)
  • Randolph (1911–1968)
  • Sarah (1914–1982)
  • Marigold (1918–1921)
  • Mary (1922)

Gedurende de Eerste Wereldoorlog zette ze in Londen voor de YMCA kantines voor munitiefabrieksarbeiders op.

In de jaren 30 reisde ze zonder Winston een tijd op het luxe jacht Rosaura van Lord Moyne, Walter Guinness. Ze bezocht hiermee Nederlands-Indië (Borneo, Celebes, de Molukken), en tevens exotische bestemmingen als Nieuw-Caledonië en de Nieuwe Hebriden. Toen men aan boord luisterde naar een BBC uitzending waarin kritiek geuit werd op haar man, vonden deze meningen weerklank bij andere opvarenden. Tot grote woede van Clementine trok gastheer Lord Moyne zich hiervan niets aan, waarop ze haar koffers pakte en van boord ging om terug te keren naar Engeland. Aan boord had ze een affaire met de rijke kunsthandelaar Terence Philip. Eenmaal terug in Europa was deze echter snel weer voorbij.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was ze voorzitter van het Rode Kruis steunfonds voor Rusland; president van het YWCA War Time Appeal en voorzitter van het Fulmer Chase Maternity Hospital for Wives of Junior Officers. Het Clementine Churchill Hospital in Harrow werd naar haar genoemd.

In 1946 werd ze tot dame-grootkruis in de Orde van het Britse Rijk verheven en in 1965, werd ze barones gecreëerd van Chartwell in Kent, waardoor ze vanaf dat moment door het leven ging als Baroness Spencer-Churchill.

Na Winstons dood in 1965 leefde Clementine nog 12 jaar op Chartwell. Ze stierf op 92-jarige leeftijd aan een hartaanval en werd begraven bij haar man in Bladon bij Woodstock in Oxfordshire.