Clementine van België

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Prinses Clementine

Clementine Albertine Marie Leopoldine[1] (Laken, 30 juli 1872 - Nice, 8 maart 1955), Prinses van België, Prinses Napoléon, was de jongste dochter van de Belgische koning Leopold II en diens echtgenote koningin Marie Henriëtte.

Jeugd[bewerken]

Bij haar geboorte was de koning ontsteld dat hij de dynastie geen mannelijke opvolger had kunnen schenken. Zij was veel jonger dan haar twee oudere zussen Louise en Stefanie, en haar broer kroonprins Leopold was al in 1869 overleden. Clementine groeide alleen op met de hulp van gouvernantes en haar oudere zus Stefanie. Vanzelfsprekend werd zij, als Belgische prinses, katholiek opgevoed.

Ze voerde een trouwe correspondentie met haar zus aan het Habsburgse hof, die haar beste vriendin was. Hieruit kan een beeld worden geschetst van het leven aan het Belgische Hof: Het drama van Mayerling, keizerin Charlotte (haar geesteszieke tante), de brand in het Kasteel van Laken, alles kwam aan bod in haar correspondentie. Clementine had een bevoorrechte plaats; ze was een achternicht van koningin Victoria, schoonzus van aartshertog Rudolf en een aangetrouwde nicht van keizerin Eugénie van Frankrijk. Ondanks alles kende ze een tragische jeugd op het kasteel van Laken, waar ze de grillen van haar moeder moest ondergaan. Toen de andere twee prinsessen het huis uit waren, moest Clementine zich naar haar moeder schikken. Zo vergezelde de prinses haar moeder regelmatig verplicht naar Spa. Later bemoeide de vorstin zich zelfs met de correspondentie van haar twee dochters; de prinses moest dus in het geheim met haar zus communiceren. Ze schreef in 1892:

Ik zie de mooiste jaren van mijn leven wegvloeien, ofwel in verdriet want hij [prins Boudewijn] die het geluk ervan was is niet meer, ofwel in een zware slavendienstbaarheid aan mijn moeder...

Hierdoor verbeterde haar relatie met haar vader; ze leden allebei onder het humeur van de vorstin. De prinses was zeer geliefd; haar vaderlandsliefde stak ze niet onder stoelen of banken. In 1894 kreeg ze een eigen koets met palfreniers van de koning; ze kon vanaf toen gaan en staan waar ze maar wilde zonder haar moeder. Later kreeg ze ook een groter appartement in het kasteel en een hofdame. Ze kreeg meer en meer verantwoordelijkheden. In 1895 bracht ze samen met haar vader een bezoek aan koningin Victoria. Vader en dochter ontdekten zo samen de wereld en Clementine nam de plaats van haar moeder in. Van haar vader leerde ze de knepen van de etiquette. Haar vader was een bijzonder strenge ceremoniemeester. De koningin werd jaloers op haar eigen dochter en kreeg humeurige buien en hartkloppingen. De vorstin kwam alleen in Spa tot rust samen met haar papegaaien. Uiteindelijk was Clementine de enige band tussen haar ouders.

Boudewijn, de liefde voor haar neef[bewerken]

De enige die haar kon opbeuren was haar neef, prins Boudewijn. Toen deze geliefde neef overleed, begon haar volwassen leven. Ook met haar neven en nichtjes had ze een innige band, zoals aartshertogin Elisabeth-Marie. Clementine was een graag geziene dame met enige vorm van zelfkritiek:

... Ik ben net een lange asperge... En mijn neus; daar zou gerust een stuk van af mogen!! Maar dan liefst zonder pijn!...

Langzaam begaf de prinses zich op het societypad, tot ergernis van haar moeder, van haar zus kreeg ze dure stoffen uit Wenen opgestuurd. Ze zorgde voor haar zieke tante Charlotte en deed aan naastenliefde. Ze maakte incognito wandelingen waarbij ze gewoon met de burgers omging; ze stond bekend als Juffrouw Clementine. De liefde voor paarden had ze dan weer van haar moeder geërfd. De vorstin was zelfs gekend als paardentemster.

In 1896 gonsde het van de geruchten dat de prinses met kroonprins Rupprecht van Beieren zou huwen. Leopolds hoofd sloeg op hol; zijn dochter moest op de Beierse troon komen. Dat was echter buiten Clementine gerekend. Ze wilde koste wat kost vermijden dat de prins naar België kwam. Later zou blijken dat deze prins nog een niet onbelangrijke plaats in de Beierse geschiedenis zou innemen. Uiteindelijk borg de vorst zijn huwelijksplannen op. In 1900 bezocht de vorst samen met zijn dochter de wereldtentoonstelling in Parijs; daar ontmoette hij Blanche Delacroix, barones de Vaughan. Clementine begaf zich langzaam in het openbare leven. Ze vond langzaam haar draai en berustte in haar lot. De situatie thuis verslechterde zienderogen:

Ik zie mijn ouders maar een kwartier per dag...en als we niet op elkaar schelden, dan zeggen we niets...

Monster nr. 3[bewerken]

Clementine pendelde voortdurend tussen Laken, Oostende en Spa. Ze voelde zich ontzettend eenzaam, en zag iedereen rondom haar huwen; de volgende was haar neef prins Albert met Elisabeth in Beieren. Ook begonnen er geliefden van haar weg te vallen, zo overleed koningin Victoria, bij wie ze gelukkige momenten had gekend. Ook huwde haar nichtje Erzsi met prins Otto von Windisch-Graetz. Toen de vorst zijn dochter verbood om zijn andere dochters te ontmoeten, keerde de prinses zich langzaam tegen haar vader. De prinses kreeg van haar vader een verbod om naar Ersi's huwelijk te gaan dat op 23 januari 1902 plaatsvond in Wenen. De koning zelf vond het geluk bij zijn Blanche; in de herfst van dat jaar ging de vorst naar de Pyreneeën en bracht in Spa een bezoek aan zijn zwaar zieke vrouw. Ondanks alles was de vrouw nog steeds vol van plichtsbesef, trots en waardigheid; de koning vertrok zonder de ernst van haar situatie te kennen. De achttiende september kreeg Clementine in Laken als eerste het bericht dat de vorstin was overleden. De koning kreeg een telegram waarop hij in snikken uitbarstte. Blanche schreef:

Zijn verdriet was oprecht,... hij is zeer gevoelig maar toont dit niet aan iedereen...

Aartshertogin Stéphanie spoedde zich vanuit Londen naar Spa terwijl de koning per sneltrein ook onderweg was. Op 21 september kwamen beiden aan in Spa. Toen de vorst zijn vrouw wilde zien, was zijn dochter in gebed verzonken. Leopold gunde Clementine geen blik en wees haar kordaat de deur. Algauw werd dit gebaar bekend in Europa, wat zelfs aan alle Europese hoven werd afgekeurd. Clementine schreef over haar overleden moeder:

... In de ogen van moeder waren we monster nr.1, monster nr.2 en ik monster nr.3; dat zijn we ook gebleven...

Na de uitvaart keerde de aartshertogin terug naar Wenen om de steunbetuiging van keizer Frans Jozef I en de koning van Griekenland te ontvangen. Koning Leopold ging terug naar Frankrijk en liet Clementine alleen achter. Na zijn terugkomst werd er een herdenkingsdienst georganiseerd. De koning zat samen met zijn broer en prins Albert in de koets. Toen er schoten werden afgevuurd, merkte de vorst niets op; hij ging voort zonder te beseffen aan een anarchistische aanslag te zijn ontsnapt. De koning verbleef steeds meer bij zijn barones de Vaughan; zo had Clementine het Kasteel van Laken voor haar alleen. In haar eenzaamheid keerde ze zich tot een jonge aanbidder; prins Napoleon Victor. Haar vader zou zo'n relatie nooit goedkeuren aangezien de prins als hoofd van Huis Bonaparte door de Franse republiek verbannen was. Er zou wel eens een diplomatieke rel van kunnen komen, ook al ontbrak het de prins niet aan adelbrieven. Op 31-jarige leeftijd ondernam de prinses een vergeefse poging om goedkeuring te krijgen van de koning. De vorst merkte wel op dat hij zijn dochter niet eeuwig kon vastklemmen en ging naar zijn schoonzus, de Gravin van Vlaanderen. Daar kwam de prins al jaren als vriend over de vloer.

De plicht roept[bewerken]

In de familie heerste een slechte stemming; de prinses meed haar vader en de aartshertogin had een rechtszaak tegen haar vader aangespannen omdat ze de verdeling van haar moeders erfenis betwistte. Ook in de familie is er tegenkanting vanwege keizerin Eugénie en de Gravin van Vlaanderen. Doch de keizerin keurde Leopolds houding stellig af.

Het waren zware tijden voor de vorst, enerzijds de twist met Louise en Stéfanie, anderzijds de romance van Clementine. Clementine had de steun van de Franse pers, in tegenstelling tot haar geliefde. De pers roddelde rustig verder; zo zou de koningin zaliger haar dochter na de dood van prins Boudewijn in een klooster hebben willen onderbrengen.

Uit vaderlandsliefde zag de prinses af van een huwelijk, ook al zag ze in de prins steeds meer genegenheid en liefde. Op 9 februari 1906 kreeg ze er een halfbroertje bij, Lucien Durrieux; eindelijk een zoon voor de vorst. Hierdoor verbeterde hun relatie enigszins, al bleef ze vrij droog. Leopold schreef haar ter gelegenheid van een bezoek:

Ik zou heel gelukkig zijn je die dag te ontvangen in Passable om 1 uur samen met de Generaal en je Dame [haar hofdame] Ik zal mijn automobiel naar het Stadion van Nice sturen om je naar hier te brengen... getekend; Koning der Belgen

Toen de vorst terugkeerde uit Frankrijk was hij zwaar ziek: de diagnose luidde darmafsluiting. Een chirurgische ingreep drong zich op. Op 14 december 1909 trouwde de koning in besloten kring met zijn barones, daarop ontving hij de laatste sacramenten. Ondanks de succesvolle ingreep overleed de vorst op 16 december. Een nieuw tijdperk brak aan: zij die in Laken de kleine koningin was, moest plaats maken voor de nieuwe vorst. Maar ze was eindelijk vrij, klaar om met haar prins te huwen.

Huwelijk[bewerken]

Na de dood van haar vader veranderde Clementines positie. Ze moest verhuizen, maar was zo vrij als een vogel. Louise en Stéphanie zagen hun kans schoon om een graantje mee te pikken van hun vaders fortuin. Clementine moest voorzichtiger zijn; eindelijk werd haar de liefde gegund. Ze had de steun van haar tante Maria en de koning, die gingen voor. Bovendien wilde de prinses nog over straat kunnen lopen zonder gezichtsverlies door een eventueel proces. Ze zag ondertussen hoe haar zussen hun pijlen richten op barones de Vaughan; zij had immers een deel van Leopolds fortuin gekregen. Ondertussen draaide de geruchtenmolen in Parijs op volle toeren. Zo zouden de Bonapartes afzien van een huwelijk aangezien de erfenis nihil was. In Italië leerde Clementine haar schoonfamilie beter kennen. Ze werd verwelkomd door haar schoonzus Maria Laetitia Eugénie, de hertogin van Aosta. Over de ontmoeting met haar schoonmoeder schreef ze:

Prinses Clothilde ontving me met open armen, met een heerlijke moederlijke warmte; alsof ik haar dochter was...

Prinses Clothilde was zeer ruimdenkend en gunde het koppel alle geluk; zo konden ze zich van tijd tot tijd afzonderen van hun gevolg. Daarnaast stonden ook andere bezoeken op het programma, ze gingen naar Rome om koning Victor Emanuel III en koningin Helena te groeten, ook de koningin-moeder Margaritha en de hertogin van Genua ontvingen hen. Na deze tussenstop ging ze terug naar Brussel. Daar leerden koning Albert en koningin Elisabeth de prins beter kennen. In september werd de verloving bekendgemaakt. Ondertussen liet de regering van zich horen in de zaak van de erfeniskwestie. De prinses stemde onmiddellijk toe. Zo werden de banden tussen de Bonapartes en de Saksen-Coburgers niet op het spel gezet. Op 14 november 1910, Leopold II was net een jaar dood, zou ze met Napoleon Victor Bonaparte huwen, het hoofd van het Huis Bonaparte.

Alleen was als domper op de feestvreugde prinses Clothildes gezondheid verslechterd. Ze liet de gastenlijst inkrimpen. Zo moest haar schoonbroer Elemer, de Graaf van Lonyay wijken. Stéphanie was ziedend en liet weten ook niet naar haar huwelijk te zullen komen. Opnieuw zat Clementine tussen twee vuren. Ze probeerde dan wijselijk haar zus in te tomen. Ook waren er een heleboel administratieve zaken die geregeld moesten worden. Zo moest de paus dispensatie verlenen. De grootmoeder van prins Victor, koningin Adelaïde, was een volle nicht van haar eigen moeder, koningin Maria-Hendrika. Vlak voor hun huwelijk brachten ze een bezoek aan het Duitse keizerspaar, waar ze met alle egards werden ontvangen. Langzamerhand sloot de Europese grootadel het koppel in hun hart. Eindelijk was het dan zover: het huwelijk. Over haar kleed schreef Clementine:

...het is een japon van satijn, versierd met een heerlijk opengewerkte schoudermantel in Brusselse kant...

Daarbij een kanten bruidssluier van drie meter, een diadeem met briljanten van haar moeder en een halssnoer van parels, door koningin Elisabeth geschonken. Op 10 november 1910 vertrok ze naar Turijn voor de grote dag; het koningspaar vergezelde haar naar het station om 6 uur in de ochtend. Daar werd ze bejubeld door een grote menigte.

Op 14 november was Moncalieri volledig klaar voor de grote dag; het ganse dorp was versierd met slingers en wimpels. De burgerlijke ceremonie vond plaats in het Gele Salon. Daarna ging men in processie naar de kapel. Haar schoonbroer prins Filips leidde de prinses naar het altaar. Prinses Clothilde was uitgeput en werd ondersteund door personeel. Naast haar zaten de gravin van Vlaanderen, koningin-moeder Margaritha van Italië en de hertogin van Aosta. Het kerkelijk huwelijk werd ingezegend door Mgr. Masera, bisschop van Biella. Koning Albert liet zich vertegenwoordigen door de prins de Ligne als getuige. Alles verliep in een sobere serene sfeer. Prinses Clothilde was dolgelukkig een zo vrome schoondochter te krijgen, ze bad intens voor hun geluk.

Clementine schreef over haar echtgenoot:

...mijn lieve echtgenoot is om van te snoepen; goed, vriendelijk, verliefd... hij is zo mooi, verstandig en zo prinselijk in zijn voorkomen...

Uit het huwelijk kwamen twee kinderen voort:

Van prinses Clementine is nog steeds rechtstreekse afstamming in leven. Bovendien leefde ze in een waar museum. De prins was de eigenaar van alle Napoleontische familieschatten, onder andere de befaamde Bibliotheek van Napoleon. Een ander deel was ondergebracht bij zijn nicht, keizerin Eugénie. Clotilde wist zich wonderbaarlijk geliefd te maken aan alle verbonden hoven; ze had rechtstreeks familiale banden met de Bonapartes, de Windsors, de Savoies, de Habsburgers, de Hohenzollern en de Saksen-Coburgers. Haar kinderen voedde ze in deze oude sfeer op; een laatste schittering voor de Eerste Wereldoorlog. Als in Sarajevo aartshertog Ferdinand wordt vermoord, worden haar familiebanden zwaar op de proef gesteld.

Bibliografie[bewerken]

  • Dominique Paoli, Prinses Clémentine. De strijd om het geluk, Tielt, 1993.

Zie ook[bewerken]

Noten[bewerken]

  1. In ouder Nederlands dikwijls vertaald als Clementina.