Clitus

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Alexander doodt Clitus de Zwarte met een werpspeer, naar André Castaigne (1899)

Clitus of Kleitos de Zwarte (Grieks Κλεῖτος ὁ Μέλας) (ca. 375 v.Chr. - Samarkand, 328 v.Chr.) was de boezemvriend van Alexander de Grote.

Omstreeks 328 v.Chr. begon Alexander zelf te geloven dat hij een god was. De vrijgevochten strijders zagen met woede hoe hij zich de levensstijl van een oosterse despoot aanmat. De oude dagen van gelijkheid waren voorbij. Tot hun afschuw moesten de hetairoi zich zelfs onderwerpen aan de proskynesis, het op de knieën vallen, een eerbewijs dat aan oosterse vorsten gebracht werd. De Grieken beschouwden dat als een symbool van onderdrukking en zij weigerden de proskynesis te maken. Alexander kreeg dan ook te maken met al dan niet georganiseerde oppositie. Hij reageerde daarop met doldriftige executies. Zelfs de oude generaal Parmenion, die altijd de steun en toeverlaat van zijn vader was geweest, werd daar het slachtoffer van. En toen zijn boezemvriend Clitus hem in wat nu Samarkand heet in een dronken bui toevoegde, dat de koning zonder zijn optreden bij de Slag aan de Granikos door een Pers zou zijn doodgeslagen, greep Alexander in blinde woede een speer en doorboorde Clitus. Alexander besefte overigens onmiddellijk wat hij gedaan had. Uitzinnig van verdriet sloot hij zich een paar dagen in zijn paleis op.