Cochlostoma salomoni

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Cochlostoma salomoni
Fossiel voorkomen: Vroeg Pleistoceen
Schelp afgebeeld door Geyer[1]
Schelp afgebeeld door Geyer[1]
Taxonomische indeling
Rijk: Animalia (Dieren)
Stam: Mollusca (Weekdieren)
Klasse: Gastropoda (Slakken of buikpotigen)
Clade: Caenogastropoda
Informele groep: Architaenioglossa
Superfamilie: Cyclophoroidea
Familie: Diplommatinidae
Onderfamilie: Cochlostomatinae
Geslacht: Cochlostoma
Ondergeslacht: Obscurella
Soort
' 'Cochlostoma (Obscurella) salomoni
Geyer, 1914[2]
Afbeeldingen Cochlostoma salomoni op Wikimedia Commons Wikimedia Commons
Portaal  Portaalicoon   Biologie

Cochlostoma (Obscurella) salomoni is een uitgestorven op het land levende kleine kieuwslak uit de familie van de Diplommatinidae.

Naam[bewerken]

De soortnaam werd in 1914 ingevoerd door David Geyer als Cochlostoma salomoni.[3]

Beschrijving[bewerken]

De schelp is rechtsgewonden, heeft een langgerekt conische vorm en heeft 8 weinig convexe regelmatig in grootte toenemende windingen. De windingen worden door een zeer ondiepe maar scherp afgezette sutuur van elkaar gescheiden.

1rightarrow blue.svg Zie Apertura (mollusken) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De mondopening is breed ovaal en er is een iets kantige bovenhoek. De mondrand is continu, iets trompetvormig verwijd en weinig naar buiten omgeslagen. De bovenzijde van de laatste winding loopt bij de sutuur naar de mondopening licht omhoog. De navel is tamelijk wijd maar is voor ongeveer de helft bedekt door columellaire zijde van de mondrand. De sculptuur van de schelp bestaat uit vrij dicht op elkaar staande zwak gebogen radiale ribjes. Aan de bovenzijde tegen de sutuur aan zijn de ribjes tot een knobbeltje verdikt[4].

Afmetingen van de schelp[bewerken]

  • Breedte: tot 3,8 mm.
  • Hoogte: tot 9,5 mm.

Habitat[bewerken]

Op grond van de niet uitgestorven begeleidende fauna concludeert men voor een habitat van schaduwrijke en vochtige loofbossen[5]. Mogelijk in oeverbossen langs beken en rivieren.

Fossiel voorkomen[bewerken]

De soort is uitsluitend als fossiel uit het Vroeg Pleistoceen bekend. Er zijn meldingen uit interglacialen van het Tiglien - Bavelien uit Duitsland: Buch bij Illertissen [3][6], Philippsburg [7], Uhlenberg[5], en Nederland: Tegelen[8] en Maalbeek[9]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Geyer, D., 1927. Unsere Land- und Süßwassermollusken. Einführung in die Molluskenfauna Deutschlands. Dritte, vollständig neubearbeitete Auflage, K.G. Lutz' Verlag, Stuttgart, 223 pp.
  2. Geyer, D. (1914). "Über diluviale Schotter Schwabens und ihre Molluskenreste". Jahresbericht und Mitteilungen des Oberrheinischen geologischen Vereines (Stuttgart), N.F. IV(2): 120-138.
  3. a b Geyer, D., 1914. Über diluviale Schotter Schwabens und ihre Molluskenreste. Jahresbericht und Mitteilungen des Oberrheinischen geologischen Vereines (Stuttgart), N.F. IV(2): 120-138.
  4. Jaeckel, S.G.A., 1962. Ergänzungen und Berichtigungen zum rezenten und quartären Vorkommen der mitteleuropäischen Mollusken. In: Tierwelt Mitteleuropas, Bd II(1), Ergänzung, pp. 25-260.
  5. a b Rähle, W., 1995. Altpleistozäne Molluskenfaunen aus den Zusamplattenschottern und ihrer Flußmergeldecke vom Uhlenberg und Lauterbrunn (Iller-Lech-Platte, Bayerisch Schwaben). Geologica Bavarica, 99: 103-117.
  6. Münzing, K., 1974. Mollusken aus dem älteren Pleistozän Schwabens. Jahreshefte geologisches Landesamt Baden-Württemberg, 16: 61-78.
  7. Münzing, K., 1973. Beiträge zur quartären Molluskenfauna Baden-Württembergs. Jahreshefte des Geologischen Landesamtes Baden-Württemberg, 15: 161-185.
  8. Freudenthal, M., Meijer, T., Meulen, A.J. van der, 1976. Preliminary report on a field campaign in the continental Pleistocene of Tegelen (The Netherlands). Scripta Geologica (Leiden), 34: 1-27. PDF
  9. Westerhoff, W.E., Cleveringa, P., Meijer, T., Kolfschoten, T. van, Zagwijn, W.H., 1998. The Lower Pleistocene fluvial (clay) deposits in the Maalbeek pit near Tegelen, The Netherlands. Mededelingen Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO, 60: 35-70.