Cockaigne Overture

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De Cockaigne Overture (opus 40), met als subtitel In London Town, is een compositie van Edward Elgar, gecomponeerd in 1900 en 1901 en voor het eerst onder leiding van hemzelf uitgevoerd op 20 juni 1901. Cockaigne was toentertijd de bijnaam van Londen: het stuk evoceert de stad zoals die aanvoelde ten tijde van Edward VII, met blaaskapellen en de drukte van straatventers, Cockneys, kerkklokken, paardenkoetsen en dies meer. De ouverture is voorzien op een volledig orkest en schept een indruk van hoe het was om omstreeks 1900 door Londen te lopen.

De compositie was een opdracht van de Royal Philharmonic Society en werd na de eerste opvoering meteen populair. Elgar heeft zelf een opname van het werk voor de fonograaf opgenomen; het duurt immers ongeveer een kwartier, waardoor het op een plaat paste. De ouverture laat een leidmotief aan bod komen, wisselt van luid naar stil naarmate de verschillende stemmingen opgeroepen worden en eindigt met een grootse finale.

De Cockaigne Overture is een van de bekendste werken van Elgar gebleven. In 1971 dirigeerde toenmalig premier Edward Heath een opvoering ervan in de Royal Festival Hall. In de loop der jaren zijn er talloze verschillende opnamen van gemaakt.