Cockerill Yards

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Cockerill Yards was een scheepswerf gelegen in Antwerpen, later verplaatst naar Hoboken. John Cockerill opende zijn eerste scheepswerf op de Maas rond 1818/19. De onderneming ging in 1982 failliet en de werf werd overgenomen door Boelwerf.

[bewerken] Geschiedenis

John Cockerill richt samen met zijn broer James in 1817 de “Société Cockerill” op in Seraing, voor o.a. de bouw van stoomketels en stoommachines voor industrie en scheepsbouw. Vanaf 1823 wordt dit de “John Cockerill & Co “. Ze bouwen een werf aan de Maas waar het eerste schip op 9 februari 1820 van stapel loopt. Door goede zakelijke relaties met Willem I van Oranje en de scheepsbouwindustrie in de noordelijke Nederlanden verwerft Cockerill het feitelijke monopolie voor levering van stoomketels en machines aan de “Nederlandsche Stoomboot Maatschappij “ ( NSBM). Deze richt op 31 oktober 1825 een eigen machinebouw atelier op in Rotterdam, het later “Wilton Feyenoord”.

Door de breuk met de NSBM worden er tot 1845 enkel nog ketels en machines voor rivierschepen gebouwd in Seraing. Een 40 tal voor werven in beide Nederlanden. Na het overlijden van John Cockerill op 19 juni 1840 in Warschau richten de erfgenamen in 1842 de “N.V. John Cockerill “ op onder het voorzitterschap van zijn neef Gustave Pastor.

Tijdens de algemene bestuursvergadering in april 1843 wordt er gewezen op de ongunstige ligging van de werf aan de Maas voor de bouw van grote schepen. Er wordt uitgekeken naar Antwerpen als meer geschikte plaats voor scheepsbouw voor zeeschepen. Ondertussen gaat de bouw van rivierschepen aan de Maas nog steeds door. Op 28 mei 1844 wordt voor notaris Pierre Henri Claessens door Cockerill het huurcontract getekend voor de gronden van het Arsenaal aan de Sint-Michielskaai langs de Schelde in Antwerpen. De plaats waar de vroegere scheepswerf, opgericht door Napoleon Bonaparte, was gelegen. Op 23 december 1845 beslist de raad van bestuur tot de bouw van een scheepswerf op dit gehuurde terrein.

Vanaf 1847 worden hier de eerste twee mailboten voor de Oostende-Dover lijn gebouwd, de “ Ville ‘d Ostende “ en de “Ville de Bruges” . De eersten van een lange reeks mailboten. Het eerste trans-Atlantische schip , de “Léopold I “ wordt op 17 oktober 1856 aan de Antwerpse rederij “ S.A. des Bateaux à Vapeur Transatlantiques” geleverd. Tussen 1847 en 1867 werden er meer dan 160 schepen op deze werf gebouwd.

De werf op het gehuurde terrein was een tijdelijke oplossing omdat de Directie van Domeinen de gronden wilde verkopen voor stadsuitbreiding. Op 26 december 1866 werden twee percelen weidegrond van 5ha30 a, gelegen aan het Kattendijkdok langs de geplande loop van het Kempisch Kanaal, aangekocht door Cockerill. Aanleg en inbedrijfstelling namen heel veel tijd in beslag. Ondertussen bleef de werf aan de Schelde in bedrijf, tot ongeveer eind 1872. Door de toename van de scheepsafmetingen bleek al vlug dat deze nieuwe werf niet voldeed voor de bouw van zeeschepen en werd dan ook opgeheven omstreeks eind 1877. Op 25 juni 1873 kocht Cockerill 6ha30a weiland gelegen in Hoboken aan de Schelde van de hertog ‘d Ursel. Op 22 augustus van hetzelfde jaar wordt besloten op deze plaats een werf te bouwen voor de bouw van zeeschepen. Bij de inhuldiging van de nieuwe werf op 15 januari 1874 werkten er reeds 600 man. Een eerste droogdok komt in 1883 in gebruik, een tweede volgt na WO I en in 1936 komen er nog twee bij. In 1889 wordt een “Big”-kraan van 5ton geïnstalleerd.

De Cockerill-lijn Oostende-Tilbury wordt in 1896 opgericht en de eerste drie schepen voor deze lijn “Rubis” “Topaze” en “ Saphir” lopen in 1897 op de werf van stapel.

Door aankoop van het naburige terrein en installaties van “Antwerp Engineering Cy Ltd” breidt de werf oppervlakte met meer dan 10 ha uit.

Tijdens de crisis van de jaren dertig loopt het personeelsbestand van 1383 man in 1929 terug naar 406 in 1932 en tot 28 in 1935. De werf wordt dan voor een jaar gesloten.

Met een bestelling van drie grote vrachtschepen voor “Compagnie Maritime Belge “ (CMB) in 1936 herleeft de werf en 3000 scheepsbouwers gaan terug aan de slag.

Na WO II volgen de moderniseringen en aanpassingen aan nieuwe technieken zich in snel tempo op.

In oktober 1964 wordt de werf omgevormd tot een zelfstandige naamloze vennootschap onder de naam “Cockerill Yards Hoboken “ en maakt niet langer een juridisch deel uit van Cockerill Seraing. Een verdere uitbreiding met 5ha volgt in januari 1967 door de aankoop van het vroegere “Peignage de Laines de Hoboken “. Om de evolutie van steeds grotere schepen te volgen wordt in 1976 een enorm bouwdok van 487 m lang en 65 m breed in gebruik genomen. Een mobiele portiekkraan van 450 ton met een overspanning van 125m en 75m hoog, overspant het bouwdok en de ernaast liggende constructiehal. Grote afgewerkte scheepssecties van meer dan 400 ton worden door het openschuivend dak uit de hal gelicht en in het bouwdok gezet.

Door de felle concurrentie van goedkopere werven in het Verre Oosten en door het ontbreken van staatssteun, zoals in omringende landen wel aan de werven wordt verleend, moet de werf op de boeken neerleggen. De Rechtbank van Koophandel van Antwerpen spreekt op 9 februari 1982 het failliet uit. 2300 werklieden en 500 bedienden verliezen hun baan.

[bewerken] Schepen van de Cockerill Yards

Geplaatst op:
01-01-2006
Dit artikel is een beginnetje over verkeer & vervoer. U wordt uitgenodigd op bewerken te klikken om uw kennis aan dit artikel toe te voegen. Crystal txt.png
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Hulpmiddelen
Afdrukken/exporteren