Codon

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een codon of triplet is een drietal basen (adenine, cytosine, guanine of uracil) in mRNA die de genetische code in zich dragen. Op het DNA wordt een triplet basen (adenine, cytosine, guanine of thymine) die een genetische code in zich dragen, een codogen genoemd. Tijdens de translatie lezen ribosomen het mRNA af en bouwen aan de hand daarvan een polypeptide of eiwit.

In totaal zijn er 64 codons. Drie van deze codons zijn stopcodons. Deze geven een signaal aan de ribosomen dat de keten van aminozuren gereed is en de translatie beëindigd moet worden. De overige 61 codons vertalen samen voor in totaal 20 aminozuren.

De genetische code.
.

Zoals te zien is in bovenstaande figuur, zijn er meestal meerdere codons die coderen voor één aminozuur. Ieder codon voor een aminozuur bestaat natuurlijk wel uit drie basenparen, maar mutaties in het derde basenpaar van het codon zullen in veel gevallen geen invloed hebben. Een voorbeeld hiervan is glycine: de codons GGU, GGC, GGA en GGG coderen alle voor glycine. Soms heeft zelfs een mutatie in de eerste base van een codon geen ander aminozuur als resultaat: zowel CUG als UUG codeert voor leucine.

Uitzondering hierop zijn de indel-mutaties (inserties en deleties), waardoor een frameshift ontstaat met alle gevolgen van dien.

Zie ook[bewerken]