College bescherming persoonsgegevens

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het College bescherming persoonsgegevens (CBP) is het zelfstandig bestuursorgaan (ZBO) dat in Nederland bij wet als toezichthouder is aangesteld voor het toezicht op het verwerken van persoonsgegevens (de 'privacy'). De organisatie is de opvolger van de Registratiekamer. De taken vloeien voort uit de Europese Privacyrichtlijn 95/46/EG die voor alle landen van de EU geldt. Elk van de EU-lidstaten heeft dus een eigen variant op het CBP.

Het CBP heeft als wettelijke taak te beoordelen of personen en organisaties (waaronder de overheid) de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) naleven. Ook ziet het CBP toe op naleving van de Wet politiegegevens (WPG), de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens (Wet GBA) en alle andere wettelijke regelingen waarin sprake is van het 'verwerken van persoonsgegevens'.

Toezicht op naleving Wet bescherming persoonsgegevens[bewerken]

In het kort komt de Wbp er op neer dat een organisatie slechts díe persoonsgegevens mag 'verwerken' die voor de organisatie aantoonbaar noodzakelijk zijn en waar geen expliciet verbod voor bestaat (zoals medische, seksuele, politieke gegevens en vakbondslidmaatschap). Voor overheden betekent 'aantoonbaar noodzakelijk' dat er een wettelijk regime moet zijn: zonder wettelijke basis geen verwerking. Persoonsgegevens zijn alle gegevens die op welke wijze dan ook zijn te relateren aan een identificeerbare (levende) persoon. Ook telefoonnummers en IP-adressen kunnen persoonsgegevens zijn, zelfs als er niets anders vastgelegd is.

Bijzonder aan de Wbp is dat niet wordt uitgegaan van het 'bezit', eigendom of beheren van gegevens maar van het gebruik ervan, het 'verwerken'. Verwerken is alles van registreren en opslaan tot bewerken, kopiëren, wijzigen, aanvullen en wissen. Als partij A de adresbestanden van B gebruikt voor het versturen van bijvoorbeeld spam, dan valt partij A onder de Wbp.

De toezichthoudende functies houden in dat het CBP bedrijven en overheden kan dwingen om zich (in de toekomst) aan de eisen van de Wbp houden. Hiervoor kan het CBP (hoge) dwangsommen opleggen.[1] Verder heeft het CBP een openbaar register van gegevensverwerkingen als deze afwijken van de gebruikelijke (=voor de hand liggende) verwerkingen. Voor het niet-registreren van niet-vrijgestelde verwerkingen kan het CBP (bestuurlijke) boetes opleggen. In alle gevallen heeft de rechter echter het laatste woord.

Daarnaast dient het CBP de ministers en de Tweede Kamer gevraagd en ongevraagd te adviseren over wetsvoorstellen, in het licht van de Wbp of andere van toepassing zijnde regels.

Leden[bewerken]

De eerste leden van het CBP waren Peter Hustinx (voorzitter), Ulco van de Pol en Jan Willem Broekema. Deze eerste twee leden waren afkomstig uit de Registratiekamer en de laatste uit het bedrijfsleven. Hustinx werd later de privacy-toezichthouder op de lichamen van de Europese Unie, Van de Pol ombudsman van Amsterdam en omstreken en Broekema werd programmamanager bij de elektronische overheid (OSOSS). Eind 2004 werd Jacob Kohnstamm, een oud politicus, voorzitter van het College, later aangevuld met mevrouw J. Beuving en mevrouw M.W. McLaggan-van Roon. De voorzitter is bij Koninklijk Besluit benoemd voor een periode van zes jaar, de twee leden voor vier jaar.

Gemeenten[bewerken]

Nu gemeenten steeds meer taken moeten uitvoeren is het CPB bang dat de privacy van burgers in gevaar komt, doordat gemeenteambtenaren straks mogelijk inzage krijgen in persoonlijke gegevens die hun niets aangaan, en gebruiken voor doelen waarvoor de gegevens oorspronkelijk niet verzameld zijn.[2]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]


Bronnen, noten en/of referenties