Koninklijke Luchtmacht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Commando Luchtstrijdkrachten)
Ga naar: navigatie, zoeken
Defensie van Nederland
Flag of the Netherlands.svg
Instanties

Ministerie van Defensie
Nederlandse Krijgsmacht
Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

Krijgsmachtdelen

Koninklijke Landmacht
Koninklijke Luchtmacht
Koninklijke Marine
Koninklijke Marechaussee

Interservice-organisaties

Commando DienstenCentra
Defensie Materieel Organisatie

Functies

Minister van Defensie
Commandant der Strijdkrachten
Inspecteur-generaal der Krijgsmacht

De vlag van de Koninklijke Luchtmacht
Het huidige kenteken (roundel) van Nederlandse militaire luchtvaartuigen
Het Nederlandse roundel tijdens de Tweede Wereldoorlog

De Koninklijke Luchtmacht is een Nederlands krijgsmachtdeel, naast de Koninklijke Landmacht, Koninklijke Marine en de Koninklijke Marechaussee.

Sinds september 2005 is de Koninklijke Luchtmacht geen zelfstandige organisatie met een eigen bevelhebber meer. Het operationele deel van de luchtmacht is opgegaan in het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) en met het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) en het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) als deel van de Nederlandse krijgsmacht direct onder de Commandant der Strijdkrachten geplaatst. De overige onderdelen van de luchtmacht zijn samengevoegd met soortgelijke onderdelen van marine en landmacht in diverse ondersteunende defensieorganisaties.

De taken van de Koninklijke Luchtmacht zijn:

  • het leveren van wereldwijde slagkracht vanuit de lucht;
  • het verkrijgen en behouden van luchtoverwicht met de beschikbare wapensystemen;
  • het creëren van vrijheid van handelen te land en ter zee door middel van operaties vanuit de lucht;
  • het uitvoeren van luchtverkenningsoperaties;
  • het uitvoeren van internationale crisisbeheersing en humanitaire operaties;
  • bijdragen aan het behoud van de internationale rechtsorde door te dreigen met inzet of zo nodig door daadwerkelijke inzet.

De wapenspreuk van de Koninklijke Luchtmacht is: "Parvus numero, magnus merito" (Klein in aantal, groot in daden).

Het motto van het Commando Luchtstrijdkrachten is: "Waakzaam en Trefzeker".

Korte geschiedenis[bewerken]

De luchtmacht is voortgekomen uit de Luchtvaartafdeeling (LVA) van de Koninklijke Landmacht, die op 1 juli 1913 op de vliegbasis Soesterberg werd opgericht. Op 1 juli 1939 werd de LVA omgevormd tot de Luchtvaartbrigade. Op 26 juli 1944 werd in Londen het Directoraat Nederlandse Luchtstrijdkrachten opgericht. In 1947 werd een Chef Luchtmachtstaf aangesteld en op 11 maart 1953 werd de luchtmacht erkend als zelfstandig krijgsmachtonderdeel.

Het begin in 1913[bewerken]

De voorloper van het Nederlandse luchtwapen werd in juli 1913 opgericht in de vorm van de Luchtvaartafdeeling (LVA) op het vliegveld Soesterberg. Bij de oprichting bestond het gehele luchtwapen uit 1 vliegtuig, de Brik van Marinus van Meel. Enkele maanden later werd de LVA al uitgebreid met 3 Franse Farman vliegtuigen, maar vanwege de snelle veroudering bestelde de regering ter vervanging diverse Nieuport en Caudron jacht- en verkenningsvliegtuigen.

Farman
Nieuport Scout in 1917

Periode 1914-1918[bewerken]

Nederland bleef tijdens de Eerste Wereldoorlog neutraal en de Luchtvaartafdeeling bleef dus gevrijwaard van allerlei gevechtsacties. Omdat Nederland zich neutraal had verklaard, probeerden piloten die beschoten waren Nederlands grondgebied te bereiken, waardoor het een verzamelplaats werd voor allerhande typen vliegtuigen. Deze werden geconfisqueerd en aan de Luchtvaartafdeeling overgedragen. Na 1918 werden de toestellen teruggegeven, of aangekocht indien het toestel in goede staat verkeerde. Ondanks een karig budget bleef de Luchtvaartafdeeling zo op de hoogte van de vele technische ontwikkelingen.

De vliegeropleiding, oorspronkelijk alleen voorbestemd voor officieren, werd al snel vrijgegeven voor alle andere rangen. Ook werden diverse nieuwe aan de luchtvaart verwante dienstvakken gestart, zoals vliegtuigtechniek, luchtfotografie en cartografie, meteorologie en navigatie en er werden vliegvelden aangelegd bij Arnhem, Rijen, Venlo en Vlissingen.

Interbellum[bewerken]

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog werd door de Nederlandse regering meteen enorm op defensie bezuinigd en de opgebouwde LuchtvaartAfdeeling werd bijna in zijn geheel opgeheven.

Maar toen de politieke spanning in Europa in de jaren ’30 van de vorige eeuw toenam zag de regering te laat in dat het luchtwapen weer bijna geheel opgebouwd moest worden. Vanaf 1938 werden hiertoe alle mogelijke pogingen gedaan maar dit stuitte op structurele problemen. Er was niet alleen een groot tekort aan vliegerinstructeurs, navigatoren en vliegers om de nieuwe met meerdere motoren uitgeruste toestellen te bemannen. Ook werd alles nog eens extra moeilijk gemaakt door een totaal gebrek aan standaardisatie en aan voorraden. Bovendien was Nederland niet het enige land dat zich in korte tijd wilde bewapenen. De internationale wapenindustrie kreeg van vele Europese landen zoveel orders binnen dat er een grote wachtlijst was ontstaan.

Vanwege de schaalvergroting werd de naam LuchtvaartAfdeeling in 1938 gewijzigd in Luchtvaartbrigade. Tijdens de mobilisatie in 1939 veranderde men de naam in het Wapen der Militaire Luchtvaart bestaande uit het: 1e en 2e Luchtvaartregiment, de Luchtvaartbrigade (Depot Luchtstrijdkrachten, Luchtvaartbedrijf en Luchtvaarttroepen (Vliegveldbewaking)) en het Commando Luchtverdediging (luchtdoelartillerie en secties luchtdoelmitrailleur).

Nederland mobiliseerde toen zijn kleine strijdkrachten maar door alle bezuinigingen bestond het Wapen der Militaire Luchtvaart slechts uit 121 min of meer operationele vliegtuigen van de volgende types:

Fokker G.I Jachtkruiser

De operationele indeling van de Luchtvaartbrigade bestond uit 2 Regimenten en 1 opleidingseenheid (Luchtvaartbrigade).

Het 1e luchtvaartregiment (1 LVR) onder Commandant Luchtverdediging, generaal-majoor Best had zijn staf op Schiphol. De operationele onderdelen waren gelegerd op de vliegvelden de Kooy, Schiphol, Bergen (Noord-Holland) en vliegveld Waalhaven.

Het 1e LVR bestond uit de:

  • strategische verkenningsvliegtuigafdeling (StratVerVa)
  • bombardeervliegtuigafdeling (BomVa)
  • jachtvliegtuigafdeling (JaVA), de 1e t/m 4e JAVA

Het 2e luchtvaartregiment (2 LVR) onder Commandant Veldleger, generaal van Voorst tot Voorst, had de staf in Zeist. Operationele onderdelen waren gelegerd op de vliegvelden Hilversum, Ruigenhoek, Ypenburg en Gilze-Rijen. Tijdens de meidagen werd echter ook gebruikgemaakt van de (hulp)vliegvelden Haamstede, Buiksloot en De Zilk.

Het 2e LVR bestond uit de:

  • verkenningsgroep (VG), de 1e t/m 4e VG
  • jachtgroep (JG), de 1e en 3e JG

De Luchtvaartbrigade, waarvan het Depot Luchtstrijdkrachten (opleidingen) niet deelnam aan de gevechten; eenheden waren gelegerd op de vliegvelden Souburg (Zeeland) en De Vlijt (Texel).

Tijdens de mobilisatie in 1939 waren de eenheden van het Wapen der Militaire Luchtvaart als volgt verdeeld:

Vliegtuig Type Aantal Onderdeel Locatie
Fokker G.I Jachtkruiser Jager 23 11x 1e LVR / 3e JAVA, 12x 4e JAVA Waalhaven, Bergen
Fokker D.XXI Jager 28 11x 1e LVR / 1e JAVA, 9x 2e JAVA, 8x 2e LVR / 1e JG De Kooy, Schiphol, Ypenburg
Douglas 8A-3N Bommenwerper 11 11x 2e LVR / 3e JG Ypenburg
Fokker T.V Bommenwerper 9 9x 1e LVR / BA Schiphol
Fokker C.V Verkenner 24 4x 2e LVR / 1e VG, 7x 2e VG, 9x 33 VG, 4x 4e VG Hilversum, Ypenburg, Ruigenhoek, Gilze-Rijen
Fokker C.X Verkenner 11 10x 1e LVR / SVA, 1x 2e LVR / 1e VG Bergen, Hilversum
Koolhoven F.K. 51 Verkenner 16 4x 2e LVR / 1e VG, 5x 2e Vg, 4x 3e VG, 3x 4e VG Hilversum, Ypenburg, Ruigenhoek, Gilze-Rijen

(Bronnen, Molenaar, F.J. De luchtverdediging mei 1940. (2 delen) , Den Haag, 1970. Schoenmakers, W. Postma, F. Mei 1940. De verdediging van het Nederlandse luchtruim. Amsterdam, Dieren 1985)

Periode 1940-1945[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Duitse aanval op Nederland in 1940

In mei 1940 viel nazi-Duitsland binnen in Nederland. In 5 dagen werd nagenoeg het gehele luchtwapen weggevaagd door de Luftwaffe. Dit was niet verwonderlijk want het luchtwapen was in mei 1940 nog in de opbouwfase en bestond grotendeels uit verouderde vliegtuigen.

Tijdens de eerste oorlogsdagen voerde men slechts 171 operationele vluchten uit; op 10 mei 51, op 11 mei 31, op 12 mei 48, op 13 mei 23 en op 14 mei nog 18 vluchten. De enige toestellen die daadwerkelijk tegenstand boden bleken de Fokker D.XXI en de Fokker G1 te zijn. Deze leden op de eerste oorlogsdag na enkele opmerkelijke successen al snel grote verliezen tegen de Luftwaffe. De Fokker C-V en Fokker C-X bommenwerpers brachten met bombardementsvluchten bij Waalhaven, Ockenburg en Ypenburg de Duitse transportvloot de nodige schade toe.

95% van de ingedeelde vliegers sneuvelde in de meidagen van 1940. Bij de bemanningen van de Fokker T.V bommenwerpers vielen de meeste slachtoffers.

Van alle gevechtsklare toestellen gingen er totaal 94 verloren. Hiervan werden 34 stuks op de grond bij Duitse luchtaanvallen vernietigd, werden 47 tijdens luchtacties neergeschoten en gingen 13 op een andere manier verloren. De overgebleven toestellen werden voor het grootste deel na de overgave aan de Duitsers in brand gestoken; de rest viel in Duitse handen.

Ondanks de numerieke minderheid boekte de Nederlandse krijgsmacht toch successen tegen de Luftwaffe. Meer dan 500 Duitse toestellen werden vernietigd[1]; veel hiervan door luchtafweergeschut en door landingen op geïmproviseerde landingsplaatsen in Nederland. Als blijk van waardering voor hun acties verleende koningin Wilhelmina het luchtwapen collectief de hoogste militaire dapperheidsonderscheiding, de Militaire Willems-Orde (MWO).

Toch ontsnapten diverse vliegers en bemanningsleden naar Engeland en in 1940 werden het 320 Dutch Squadron RAF en het 321 Dutch Squadron RAF onder operationeel commando van de RAF opgericht. Vanwege groot personeelsgebrek werd alles in 1941 samengetrokken tot 320 Sqn. Omdat het merendeel van de Nederlandse operationele vliegers in de strijd was omgekomen waren slechts enkelen er in geslaagd na de overgave naar Engeland te ontkomen; hierdoor bestonden de vliegers en bemanningen van 320 Dutch Squadron RAf hoofdzakelijk uit gevlucht marinepersoneel dat niet aan de strijd in Nederland had deelgenomen.

De Militaire Luchtvaart van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (ML-KNIL) maakte tot 1939 deel uit van de Nederlandse LVA. Bij de mobilisatie werd het echter een autonoom onderdeel. Op papier was de sterkte van de ML-KNIL vrij groot; van het totaal aantal vliegtuigen verkeerden echter weinig in optimale staat. Bij de Japanse aanval ontbraken voor een aantal toestellen de reservedelen en stonden veel nieuwe toestellen nog gedemonteerd in de kratten.

ML-KNIL bestond uit de volgende onderdelen

Plaatsing Vliegtuigtype
Hoofdkwartier Soerabaja, Java (eiland), geleid door Lt.Gen LH van Oijen
Vliegtuig grp. 1 (VLG1) Bandung (Andir), Java 22x Martin 139 WH-3 waarvan 11 op Samarinda, Oost Borneo en 11 op Sinkawang, West Borneo
VLG2 Malang (Singosari), Java 30x Martin 139 WH-3
VLG3 Batavia (Nederlands-Indië) (Tjilitan), Java 22x Martin 139 WH-3 in Singapore en 19x Martin 139 op Kalidjati, Java
VLG4 Madiun (Maospati), Java 12x Curtiss P-40 Warhawk op Tjilitan en Perak, 16x Curtiss-Wright Model 21 op Andir en 4x op Laka, Ambon
VLG5 Semplak Buitenzorg, Java 12x Brewster B-339 op Buitenzorg, 5x Brewster op Sinkawang W-Borneo, 12x Brewster B-339 en 12x Brewster B-395 op Singapore
6 Depot Vliegtuiggroep Madiun (Maospati), Java 19x Lockheed L-18, 2x Lockheed L-212, 3x Curtiss CW-22, 3x Fokker CX, 1x Bücker Bu-131 en 2x Ryan STM-2
Verken afd.1 (VKA1) Tjikembar, Java 12x Curtiss CW-22, 1x Fokker CX
VKA2 Djokjakarta, Java 11x Curtiss CW-22, 2x Fokker C-X
VKA3 Kalidjati, Java 12x Koolhoven F.K. 51
VKA4 Kalidjati, Java 12x Lockheed L-212
VKA5 Kalidjati, Java 12x Koolhoven FK-51

(Bronnen, A.P. de Jong - Vlucht door de tijd; 75 jaar Nederlandse luchtmacht, Unieboek BV 1988, Collectie Informatie Centrum Legermuseum, Delft)

Na de Nederlandse overgave in 1940 zette ML-KNIL de strijd in Nederlands-Indië voort tot aan de Japanse bezetting in 1941. Voor heldhaftig gedrag en plichtsuitoefening werden later hiervoor militaire dapperheidsonderscheidingen toegekend. Veel personeel slaagde er na de Japanse aanval in te ontsnappen naar Australië en naar Ceylon en als resultaat hiervan werd in maart 1942 het 321 Dutch Squadron RAF, bemand door Nederlandse vliegers, in Ceylon heropgericht.

Curtiss P-40 Kittyhawk

In 1941 werd de Royal Netherlands Military Flying School opgericht; dit gebeurde in de Verenigde Staten op het Jackson Field, ook bekend onder de naam Hawkins Field bij de stad Jackson in de staat Mississippi. De school vloog met geleende toestellen en verzorgde de opleiding en training voor alle Nederlandse militaire aircrews.

In 1942 werd No. 18 (Netherlands East Indies) Squadron, een met B-25 Mitchell bommenwerpers uitgeruste, gemengde Nederlands-Australische eenheid opgericht. Dit gebeurde in Canberra Australië. Deze eenheid werd actief ingezet bij de bevrijding van Nieuw-Guinea en in Nederlands-Indië.

In 1943 werd No. 120 (Netherlands East Indies) Squadron in Australië opgericht; de eveneens gemengde Nederlands-Australische eenheid was uitgerust met Curtiss P-40 Kittyhawk-jagers en vloog vele missies onder Australisch commando. Het squadron werd ook zeer actief ingezet bij de herovering van Nieuw-Guinea.

In 1943 werd in Engeland het 322 Dutch Squadron RAF opgericht en uitgerust met de Supermarine Spitfire. De eenheid kwam diverse malen als RAF onderdeel in actie. De toestellen voerden zowel de Britse RAF roundels als de Nederlandse oranje driehoek. Het squadron werd succesvol ingezet tegen invliegende V-1 vliegende bommen en voerde vanaf 1944, tijdens de invasie aanvallen uit boven Frankrijk en België.

In juli 1944 werd het Nederlandse Luchtmacht Directoraat in Londen opgericht.

Periode 1945-1950[bewerken]

In het kader van de laatste pogingen van de Netherlands Purchasing Commission (NPC) extra jachtvliegtuigen voor de ML-KNIL aan te schaffen was in juni 1941 bij de Amerikaanse regering gevraagd om levering van 100 Bell P-39 Airacobra's. Dit werd afgewezen; wel waren 100 Curtiss P-40’s, eerder bestemd voor de RAF, beschikbaar. Om onduidelijke redenen vroeg men hierna weer om Airacobra’s en uiteindelijk had de ML geen nieuwe jagers toen de Japanners Nederlands-Indië aanvielen.

Na overgave van Java vloog ML-KNIL verder in Australië en Nieuw-Guinea met de Curtiss P-40 maar in 1945 was dit type verouderd. Daarom werd aan de Amerikaanse autoriteiten voor de heruitrusting van het 120 Squadron om 41 toestellen van het type P-51 Mustang gevraagd. Deze toestellen werden geleverd uit de lopende USAAF contracten en werden af fabriek van Nederlandse kentekens voorzien. De levering was in maart, april en juni 1945 (resp.10x P-51K en 31x P-51D). Van deze 41 toestellen bereikten er 40 de ML-KNIL in Australië; ze hadden de kentekens N3-600 t/m N3-640.

In Australië werden de Mustangs bij RAAF-depots gereed gemaakt. De eerste in mei en juni 1945 - dus vóór de Japanse overgave op 15 augustus - ontvangen 19 toestellen (N3-600/618) werden geleverd bij de Nederlandse Personnel and Equipment Pool te Brisbane. Na de Japanse overgave ging alles trager. De rest kwam pas tussen oktober 1945 en maart 1946 in Nederlands bezit; teken van mindere urgentie van de RAAF en van een veranderde houding tegenover de Nederlandse koloniale ambities.

1 mei 1946 werd 121 Squadron op het vliegveld Tjililitan opgericht. Dit stond onder commando van majoor Hans Maurenbrecher, de ex-commandant van 120 Sqn. Ook het eerste personeel van het nieuwe squadron bestond uit oorlogsveteranen van 120 Sqn. De animo met de Mustang te vliegen was groot, niet in de laatste plaats bij vliegers die uit krijgsgevangenschap kwamen en probeerden zo snel mogelijk bij te komen. De eerste maanden werden besteed aan omscholing van vliegers en operationele training, waarbij veel met raketten werd geschoten. De sterkte van 121 Sqn. was 16 P-51’s, waarvan 4 reserve. Begin juli 1946 waren er 23 stuks en in oktober 26, waarvan 20 vlieggereed en er waren slechts 21 vliegers. De rest was in het depot.

Om op Sumatra over luchtsteun te beschikken en de op Medan gelegerde RAF Spitfire eenheid te vervangen, werd 1 november 1946 122 Sqn te Tjililitan opgericht. Dit had extra personeel en vliegtuigen afkomstig van 121 Sqn. Onder commando van kapitein Gerard Deibel vlogen 12 P-51’s van het 122 Sqn. en het technisch personeel op 14 november naar hun basis Polonia bij Medan. Op 19 november kwam versterking met 5 toestellen.

In 1947 werd in Nederland intussen de eerste Bevelhebber Luchtstrijdkrachten benoemd.

Medio 1947 was de politieke situatie in Indonesië zo vastgelopen dat de Nederlandse regering opdracht gaf tot het uitvoeren van een militaire actie om belangrijke objecten op Java en Sumatra onder controle te krijgen. Op 21 juli 1947 begon de eerste van de twee Politionele Acties en de beide Mustang-squadrons vervulden hierbij een belangrijke taak. Er werden republikeinse vliegvelden aangevallen om vijandelijke luchtacties uit te sluiten en in het kader van de Actie Pelikaan viel 121 Sqn de vliegvelden Kalidjati, Tasikmalaja en Serang op West-Java aan. Bij een aanval op Tasik werd een Mustang beschadigd door vijandelijke afweer. 121 Sqn opereerde tijdens de actie vanaf Andir met 12 P-51’s en 8 vliegers. Afhankelijk van aanvragen om luchtsteun werden de Mustangs overal ingezet, onder andere bij Poerwakarta, Soemedang, Soekaboemi, Tjikampek, Tegal, Cheribon. Een bijzondere actie was de uitschakeling van vijandelijk kustgeschut op het eiland Noesa Kembangan, tijdens de bezetting van de havenstad Cilacap.

Nederlands-Indië hield in december 1949 op te bestaan toen de Nederlandse regering dit gebied overdroeg aan de republiek Indonesië. Van deze overdracht bleef Nieuw-Guinea uitgezonderd.

Periode 1950-1960[bewerken]

Hawker Hunter F.6A

In 1951 werden de niet operationele functies bij het luchtwapen voor het eerst vrijgegeven voor vrouwelijke militairen.

In 1953 werd de Koninklijke Luchtmacht (KLu) officieel een autonoom krijgsmachtdeel en werd het Commando Luchtverdediging (CLV) opgericht. CLV bestond uit een commando voerings eenheid, 5 radarstations en 6 luchtverdedigingssquadrons. De radaruitrusting en de luchtverdedigingsjagers waren allen afkomstig uit overtollige RAF voorraden.

De Supermarine Spitfire Mk9 werd tot 1954 door 322 Sqn gebruikt maar toen meerdere nieuwe squadrons werden opgericht werd het toestel vervangen door de Gloster Meteor F MkIV, die van 1948-1957 werd gebruikt door 322, 323, 324, 325, 326, 327 en 328 Sqn.

De opvolger van dit toestel, de Gloster Meteor F MkVIII werd van 1950-1959 gebruikt door 322, 323, 324, 325, 326, 327 en 328 Sqn.

Na de Nederlandse deelname aan de NAVO werd een tweede commando opgericht; het Commando Tactische Luchtstrijdkrachten (CTL); dit commando bestond uit 7 aanvalssquadrons.

Deze squadrons waren 306, 311, 312, 313, 314, 315 en 316 Sqn die allen waren uitgerust met de Republic F-84G Thunderjet. De toestellen werden van 1952-1956 door de USAF geleverd in het kader van het Mutual Defense Aid Program.

Vanaf 1956-1964 opereerden 322, 323, 324, 325, 326 en 327 Sqn met de Hawker Hunter F Mk4 en van 1957-1968 met de Hawker Hunter F Mk6.

Later werd CTL versterkt met 700, 701 en 702 Sqn die vanaf 1956-1964 met de F-86 Sabre K “allweather” jager opereerden. Deze toestellen kregen van de vliegers de naam “Kaasjager’’.

Vanaf 1955-1970 gingen de operaties van 311, 312, 313, 314, 315 en 316 Sqn over naar de nieuwe Republic F-84 Thunderstreak en 306 sqn naar de fotoverkenner versie RF-84F Thunderflash.

Nieuw-Guinea-conflict[bewerken]

De Indonesische regering claimde Nieuw-Guinea al vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse regering bestreed dit en bleef het gebied als Nederlands beschouwen. Jarenlange onderhandelingen leverden geen oplossing aan en de politieke spanning nam steeds meer toe toen Indonesië aan het einde van de jaren ’50 alle diplomatieke betrekkingen verbrak.

Als antwoord ontplooide Nederland in 1958 militaire versterkingen in Nieuw-Guinea waaronder een luchtmachtdetachement dat belast werd met de luchtverdediging. Dit detachement werd gelegerd op Biak toen bleek dat Indonesische troepen hier infiltreerden ter voorbereiding van een grootschalige inval.

De eerste luchtmacht bijdrage werd de inrichting van 2 MkIV waarschuwingsradars op Biak en het nabijgelegen eilandje Woendi.

Toen de politieke situatie tussen Nederland en Indonesië steeds slechter werd besliste de Nederlandse regering in 1960 opnieuw tot het zenden van versterking. Onder de codenaam “Plan Fidelio” werd de luchtmacht belast met het inrichten van het Commando Luchtverdediging Nederlands Nieuw-Guinea (CLV NNG). Dit bestond uit

Hawker Hunter

De vliegtuigen en SAR-helikopters werden met het vliegkampschip Karel Doorman naar Zuidoost-Azië gebracht en een jaar later vond nog een aanvulling plaats van 12 Hawker Hunter F Mk6 toestellen die in staat waren tot het vervoeren van meer brandstof en een grotere reikwijdte hadden.

In augustus 1962 was Indonesië gereed om Nieuw-Guinea aan te vallen en de geringe omvang van de Nederlandse versterkingen was onvoldoende om een grote aanval tot staan te brengen. Mede hierdoor en door politieke druk van alle landen in de Verenigde Naties werd de Nederlandse regering min of meer gedwongen tot de overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië. De terugtrekking van de Nederlandse militairen uit het gebied onder achterlating van veel vliegtuigen en voorraden werden in Indonesië beschouwd als een grote overwinning.

Het ontstaan van het 336 (transport) squadron is nauw verbonden met de operaties in Nieuw-Guinea. Meteen na oprichting werd het squadron ingezet in Nieuw-Guinea om het luchttransport over te nemen van de marine. 336 Sqn nam 3 Dakota’s van de marine en 3 door de USAF geleverde toestellen over en opereerde vanaf de airstrip Mokmer. Hierbij werden van september 1961 t/m september 1962 meer dan 5400 passagiers en de nodige vracht vervoerd. Op 6 juni 1962 stortte één van de Dakota's in zee en ging verloren. De bemanning werd gered.

Koude Oorlog vanaf 1960[bewerken]

Bioscoopjournaal uit 1966. Overlevingsoefeningen van de Koninklijke Luchtmacht in NAVO-verband in de sneeuw te Noorwegen.


Van 138 stuks F-104G Starfighter
En 105 stuks Northrop NF-5
Oorspronkelijk 213 stuks F-16 Fighting Falcons
Naar straks 37 stuks F-35 Lightning II

Tijdens de Koude Oorlog speelde de Koninklijke Luchtmacht in de NAVO een belangrijke rol in de West-Europese luchtverdediging tegen het Warschaupact. Niet alleen leverde de luchtmacht 5 operationele raketgroepen (Groepen Geleide Wapens) in voormalig West-Duitsland, maar ook de Nederlandse CTL-jachtvliegtuigen en andere wapensystemen waren volledig geïntegreerd in de NAVO-verdediging en namen door de jaren heen deel aan ontelbare NAVO-alarmeringen, stand-by diensten en oefeningen. Daarnaast speelde de luchtmacht een rol gespeeld bij de beëindiging van de treinkaping bij De Punt in 1977.

306, 311, 312, 322 en 323 Sqn opereerden opnieuw in gewijzigde configuratie van 1962-1983 nadat de “dual role” F-104 Starfighter werd geïntroduceerd door luitenant-generaal en directeur voor het materieel van de luchtstrijdkrachten Hans Anton Maurenbrecher.

313, 314, 315 en 316 Sqn schakelden over op de Northrop NF-5 in de periode van 1969-1992. De NF-5 was een aangepaste versie van de Northrop F-5.

Vanaf 1979 tot heden opereren de overgebleven luchtmachtsquadrons (312, 313, 322 en 323) met het standaard NAVO multirole-toestel de F-16 Fighting Falcon.

Periode vanaf 1989 (einde Koude Oorlog)[bewerken]

Belangrijke operaties na 1989 waaraan door CLSK eenheden wereldwijd werd deelgenomen (bron: MinDef; HKCLSK Afd. Voorlichting)

Afrika:

  • 1994 Rwanda - operatie silverback – humanitaire missie
  • 1994 Zaire – operatie provide care – humanitaire missie
  • 1995 Angola – operatie red cross – humanitaire missie
  • 2000 Sierra Leone – UNAMSIL- vredesoperatie
  • 2000-2001 Eritrea – UNMEE- vredesoperatie
  • 2001 Djibouti – UNMEE- vredesoperatie
  • 2011 Libië – operatie unified protector - oorlogsoperatie
  • 2014 Mali - MINUSMA - vredesoperatie

Azië:

  • 1992-1993 Cambodja – UNTAC – vredesoperatie
  • 1993-2000 Cambodja - CMAC- humanitaire missie
  • 1998 Afghanistan – operatie air quake – humanitaire missie
  • 1998 Indonesië – bali expres – humanitaire missie
  • 2001-2003 Afghanistan – operatie enduring freedom – anti terrorisme
  • 2002-2014 Afghanistan – ISAF- peace enforcing

Europa:

  • 1991 Turkije – operatie wild turkey – vredesoperatie
  • 1991 Turkije – operatie provide comfort – humanitaire missie
  • 1991-heden Balkan – ECMM/EUFOR/EUMM/EUPOL – vredesoperatie
  • 1992-1995 Balkan - UNPROFOR – peace keeping
  • 1993-1995 Balkan – operatie deny flight – peace keeping
  • 1994-1996 Georgië – OVSE – humantaire missie
  • 1994-1996 Balkan – ICFY- vredesoperatie
  • 1995 Balkan – operatie deliberate force – peace keeping
  • 1995-1996 Balkan – operatie joint endeavour/decisive endeavour/IFOR – peace keeping
  • 1996-1997 Moldavië – OVSE – humanitaire missie
  • 1996-2001 Balkan – OVSE – humanitaire missie
  • 1996-1998 Balkan operatie joint guard/deliberate guard/SFOR – peace keeping
  • 1998-1999 Balkan – operatie joint forge/deliberate forge/SFOR – peace keeping
  • 1998-1999 Balkan – NKVM/KVM – vredesoperatie
  • 1999 Balkan – operatie joint forge/allied force – oorlogsoperatie
  • 1999 Balkan – operatie provide shelter – humanitaire missie
  • 1999 Balkan – operatie allied harbour – humanitaire missie
  • 1999-heden – operatie joint forge/joint guardian/SFOR/KFOR – peace enforcing
  • 2002 Balkan – operatie amber fox – vredesoperatie
  • 2003 Turkije – operatie tulip guardian/display deterrence - peace keeping

Midden oosten:

  • 1956-heden Libanon – UNTSO – vredesoperatie
  • 1982-1995 Egypte – MFO – vredesoperatie
  • 1991 Israel – operatie diamond patriot – oorlogsoperatie
  • 1991-1998 Irak – UNSCOM – vredesoperatie
  • 2002-2003 Irak – SFIR – peace enforcing

Noord-Amerika:

  • 2001-2002 USA – operatie eagle assist – antiterrorisme

Zuid-Amerika:

  • 1995 Haïti – UNMIH – vredesoperatie
  • 1995 Ned.Antillen – orkaan Luis – humanitaire operatie
  • 1998 Honduras – orkaan Mitch – humanitaire missie
  • 1998 Ned.Antillen – orkaan George – humanitaire missie
  • 1999 Ned.Antillen – orkaan Lenny – humanitaire missie

Huidige inzet: Na terugtrekking van het Nederlandse Air Task Force (ATF) detachement (ter plaatse van 2001-2014) zijn alle Nederlandse strijdkrachten in juni 2014 uiteindelijk uit Afghanistan verdwenen.

Medio 2013 is , ter bescherming van zuid Turkije tegen eventuele Syrische luchtaanvallen, een detachement Patriot raketten tijdelijk geplaatst bij Adana. Inmiddels is besloten dat deze missie tot eind januari 2015 loopt.

Mei 2014 is een detachement van 3 Chinook en 2 Apache helikopters met 80 man personeel ingezet ter ondersteuning van de VN operatie MINUSMA in Mali.

Vliegtuigen[bewerken]

Aanvankelijk kwam het meeste materieel nog uit Groot-Brittannië (Gloster Meteor, Hawker Hunter). Later voornamelijk uit de Verenigde Staten, mede omdat dit land in de jaren 1950 een groot deel van de vliegtuigen kosteloos leverde via MDAP[2]. De banden met de Amerikaanse vlieguigfabrieken bleven daarna bestaan, want later volgden nog de Lockheed F-104 Starfighter[3], de Northrop/Canadair NF-5 Freedom Fighter en uiteindelijk de General Dynamics F-16.

Geleide wapens[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Groepen Geleide Wapens voor nadere details over de GGW organisatie

Vanaf het begin van de jaren zestig nam de luchtmacht ook deel aan de NAVO-luchtverdediging die in gordels van Noorwegen tot in Turkije werden ingericht. Dit gebeurde met de Nike Ajax, later vervangen door de Nike Hercules, tegen middelhoog- en hoogvliegende doelen en de HAWK luchtdoelraketten tegen laagvliegende doelen. Voor nabijverdediging waren de M-55 Vierling-mitrailleurs, Bofors 40L70-kanonnen en vanaf de jaren 1980 ook de FIM-92 Stinger beschikbaar.

Er werden 2 groepen met Nike Hercules-raketten, een Groep Techniek en Materieel en 3 groepen met HAWK-raketten uitgerust. Elke groep bestond uit 4 squadrons. De eenheden werden in West-Duitsland gelegerd.

Het uitrusten van 20 operationele en 4 logistieke squadrons kostte zoveel mankracht, dat men i.h.k.v. de defensienota 1974 een reorganisatie uitvoerde. De Groep Techniek en Materieel werd opgeheven. De beide Nike groepen (1 en 2 GGW) werden samengevoegd tot één groep (12 GGW) met 4 squadrons. Een deel van de raketten werd herverdeeld en een deel ging terug naar de Verenigde Staten. Eén HAWK-groep (4 GGW) werd opgeheven en het materieel werd verdeeld over 7 militaire vliegvelden ten behoeve van objectverdediging. Later kregen deze raketten aanvulling van het Shorad/Flycatcher[4]-systeem [5].

In de jaren 1980 was Nederland het eerste land, na de VS, dat de dure Patriot-luchtdoelraket aanschafte. De haast was ingegeven omdat men zo de nucleaire taak van de Nike Hercules kon afstoten. Met de komst van de Patriot werd de organisatie andermaal aangepast tot 2 groepen (3 GGW en 5 GGW) elk met 2 Patriot- en HAWK-squadrons.

Groep Lichte Vliegtuigen[bewerken]

Samen met de Koninklijke Landmacht werd vanaf 1950 de Groep Lichte Vliegtuigen (GPLV) geëxploiteerd. Eerst met vliegtuigen Auster, Piper Super Cub's, De Havilland Beaver en helikopters Hiller Raven, later uitsluitend met helikopters Aérospatiale Alouette III en Messerschmitt Bölkow-Blohm BO-105. GPLV verzorgde de luchtwaarnemingen voor artillerie-eenheden van de landmacht. De bemanning bestond uit een vlieger van de luchtmacht en een waarnemer van de landmacht. Ook de waarnemersopleidingen vonden plaats onder verantwoordelijkheid van de GPLV; dit gebeurde bij de Leger Lucht Waarnemer School (LLWS), later hernoemd tot Opleidings Centrum Grond-Lucht Samenwerking (OCGLS).

De naam GPLV werd in de jaren 1980 vervangen door Tactische Helikopter Groep Koninklijke Luchtmacht (THGKLu). De wijziging werd doorgevoerd omdat de lichte vliegtuigen als Auster en Beaver al lang waren uitgefaseerd en de naam beter aansloot bij de uitrusting van de eenheid. Ook werd de eenheid een volledig onderdeel van de Koninlijke Luchtmacht in plaats van een gedeelde eenheid. Enkele jaren later werd THGKlu door de vele reorganisaties nogmaals gewijzigd in Groep Helikopters (GPH).

In juli 2008 werden de voormalige Groep Helikopters (GPH) en de Marine Luchtvaartdienst (MLD) geïntegreerd in het nieuwe Defensie Helikopter Commando (DHC) en in zijn geheel ondergebracht in de luchtmacht organisatie.

Nuvola single chevron right.svg Zie Defensie Helikopter Commando voor nadere details over de DHC organisatie

AWACS[bewerken]

Sinds 1983 levert de luchtmacht ook vliegers, gevechtsleidings en onderhoudspersoneel voor de Boeing E-3A Sentry AWACS-vliegtuigen die worden ingezet door de NAVO.

Huidige organisatie[bewerken]

Het einde van de Koude Oorlog had voor de luchtmacht zeer ingrijpende gevolgen. Van de oorspronkelijke 9 squadrons F-16 gevechtsvliegtuigen zijn al diverse opgeheven en verkleind nog uitsluitend bestemd voor opleidingen. Vele onderdelen werden opgeheven en kregen andere bestemmingen en diverse wapensystemen werden uitgefaseerd en verkocht.

De veranderde internationale situatie beïnvloedde tevens de algehele strategie, sterkte en inzetmogelijkheden van het CLSK.

De resterende organisatie bestaat uit een Staf, gevestigd in Breda en 11 onderdelen in Nederland.

Resterende onderdelen van de Luchtstrijdkrachten
Onderdeel Soort Squadrons Opmerking
Hoofdkwartier Commando Luchtstrijdkrachten Luchtmachtstaf Eenheid kustwachtvliegtuigen Schiphol Staf, administratieve en facilitaire diensten.

Adres - HKCLSK / Luchtmachttoren, Luchtmachtplein 1, 4822 ZB Breda

Air Operations and Control Station Nieuw-Milligen (AOCS NM) Operationele commandovoering 711; 970 Adres - AOCS NM, Amersfoortseweg 248, 3886 ZH Garderen
Vliegbasis Deelen Militair Luchtvaart Terrein MLT Det. Dient als helikopter oefenterrein en is opstapplaats voor Luchtmobiele Brigade eenheden .

Adres - MLT Deelen, Deelenseweg 1, Arnhem

Vliegbasis Eindhoven (VlbEHV) Main Operating Base Luchttransport en hoofdkwartier NATO Movement Coördination Centre Europe (MCCE) 334; 336; 940; 941 336 Sqn vanaf 3 oktober 2007, uitgerust met 2 en vanaf 2009 met 4 C-130H Hercules.

Adres - Vlb Eindhoven, Flight Forum 1550, 5600 RA Eindhoven

Vliegbasis Gilze-Rijen (VlbGZR) Main Operating Base Helikopters 298; 299; 300; 301; 930; 931; 932 Defensie Helikopter Commando.

Adres - Vlb Gilze-Rijen, Rijksweg 121, 5121 RD Rijen

Vliegbasis Leeuwarden (VlbLW) Main Operating Base F-16 322; 323 (TACTES); 303 (SAR); 630; 920; 921; 922 Bestemming ongewijzigd. Het 303 (SAR) Squadron onder operationeel bevel DHC.

Adres - Vlb Leeuwarden, Keegsdijk 7, 8900 JB Leeuwarden

Vliegbasis Volkel (VlbVKL) Main Operating Base F-16 312; 313; 601; 640; 703 (USAF); 900; 901 Bestemming ongewijzigd.

Adres - Vlb Volkel, Zeelandsedijk 10a, 5408 ZW Volkel

Vliegbasis Woensdrecht (KMSL Vlb WDT) Opleidingen 130; 131; 132; 133 Koninklijke Militaire School Luchtmacht Vliegbasis Woensdrecht (KMSL Vlb WDT).

Adres - Vlb Woensdrecht, Kooiweg 40, 4630 SZ Hoogerheide

Vliegveld de Kooy (MVKK) Maritime Support Helikopters 7; 860 Defensie Helikopter Commando.
Groep Luchtmachtreserve Landelijke luchtmacht reservisten sinds november 2004 met 1 Staf GLR en 5 squadrons; 600 het ondersteunings en opleidings squadron en 601-604 bewakings- en beveiligingsquadron. Verdeeld over heel Nederland.
Vliegveiligheids Oefen Test Centrum (VOTC) Training vliegend personeel Ondergebracht op Vlb Gzry
Logistiek Centrum Woensdrecht (LCW) Onderhoud en Logistiek, Programma Management 980; 981; 982; 983 Ondergebracht op Vlb Wdt (en op defensielocatie Dongen)
Joint Meteorologische Groep (LMG) Defensie weercentrale Ondergebracht op Vlb Wdt
Centrum voor Mens en Luchtvaart (CML) Keuringsinstantie en kenniscentrum Vanaf 2002 gevestigd te Soesterberg

In diverse gevallen is CLSK-personeel permanent in het buitenland gestationeerd. Dit kan zijn bij internationale staven b.v. SHAPE, AIRCENT, AFSOUTH in ondersteunende en administratieve taken; bij operationele NAVO eenheden zoals NAEWF in operationele taken en bij niet operationele opleidingseenheden zoals het Opleidingsdetachement Euro-Nato Joint Jet Pilot Training bij de 80th USAF Flyinig Training Wing waar militaire vliegers van verschillende NAVO-landen worden opgeleid; het Nederlands Opleidingsdetachement Apache bij de US Army Fort Rucker dat Nederlandse AH-64 Apache opleidingen en trainingen verzorgt of het Training Det F-16 bij de Springfield Air National Guard Base.

Huidige luchtvloot[bewerken]

De slagkracht van het CLSK is gebaseerd op de volgende systemen:

Jachtvliegtuigen Aantal wapensystemen 2011 Aantal wapensystemen 2012 na bezuinigingen
General Dynamics F-16AM/BM Fighting Falcon 87 61 per 2019 vervangen door 37x F-35 Lightning II
Helikopters 85
Aérospatiale SA316 Alouette III 4 4
Boeing AH-64D Apache 29 29
Boeing CH-47D/F Chinook 11 17 waarvan 6 stuks CH-47F
Eurocopter AS532U2 Cougar 17 8
NH Industries NH90 NFH 4 in totaal 20 besteld tot 2015
Agusta AB412 SP 3 3
Transportvliegtuigen 10 9
McDonnell Douglas DC-10 1 0
McDonnell Douglas KDC-10 Tanker 2 2
Lockheed C-130H-30 Hercules (verlengde versie) 2 2
Lockheed C-130H Hercules 2 2
Gulfstream-IV 1 1 wordt verkocht
Dornier Do 228 (Kustwacht) 2 2
Lesvliegtuigen 13 13
Pilatus PC-7 13 13
Luchtverdedigingssysteem 150 0
Patriot 150 0 over naar DGLC

Ook beschikt het CLSK over een heteluchtballon voor wervings- en publiciteit. [6]


Van de (oorspronkelijk) 213 F-16's werden er 138 op Mid-life update-standaard gebracht. Na vredesverliezen en afstoting door bezuiniging blijven er (d.t.v. het kabinet Rutte) nog 61 over. Afgestoten toestellen zijn verkocht aan Chili en Jordanië.

Rangenstelsel[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie het artikel: Lijst van militaire rangen van de Nederlandse Krijgsmacht

Toekomst[bewerken]

Jachtvliegtuigen[bewerken]

Het Nederlandse bedrijfsleven nam vanaf 2002 deel in de ontwikkeling van de Joint Strike Fighter (JSF), een geavanceerd toestel. Bij de ondertekening van het contract werd nog gedacht dat (toen) 138 F-16's vervangen zouden worden door 85 tot 100 JSF's. Vanwege de steeds hoger wordende stuksprijs werd dit later echter verminderd tot resp. 105 stuks, 68 stuks en later zelfs tot slechts 30 stuks! Intussen werden - vanwege de steeds verder doorgevoerde bezuinigingen - MLU F-16's aan Chili en Jordanië verkocht en zijn F-16’s afgestoten waardoor de operationele kracht tot slechts 68 stuks werd beperkt.

Met de defensiebegroting 2014 [7] werd definitief gekozen voor de Lockheed-Martin F-35 "Lightning II" als nieuw jachtvliegtuig voor de Nederlandse krijgsmacht. O.g.v. de planning worden vanaf 2019 37 stuks ingevoerd. Vooruitlopend hierop is het aantal operationele F-16's per 1 januari 2014 opnieuw verminderd naar 61 stuks. De 7 vrijgekomen toestellen worden gebruikt als logistieke reserve (kannibalisatie). I.v.m. de 35 jarige ouderdom van de toestellen wordt ook de inzetbaarheid verlaagd. Met de resterende F-16’s wordt een kleiner aantal vlieguren gegenereerd; dit moet leiden tot minder slijtage aan motoren en airframes. Door de afname in het aantal F-16’s is het aantal vliegende squadrons verkleind tot 3 (1 op Vlb Leeuwarden en 2 op Vlb Volkel). Hierdoor verandert de operationele status van Leeuwarden van Main Operating Base (MOB)in Deployed Operating Base (DOB), aangestuurd en ondersteund vanaf Volkel

Transportvliegtuigen[bewerken]

Om het tekort aan transportcapaciteit van de luchtmacht te verhelpen werd in 2004 een derde DC-10 aangeschaft. Dit toestel is vanaf 2009 operationeel en beschikt vooralsnog alleen over vrachtcapaciteit, in de bezuinigingsronde van 2012 (€ 1 Miljard) is deze DC-10 April 2014 uitgefaseerd en wordt inmiddels ontmanteld in de UK . De twee al aanwezige KDC-10-tankvliegtuigen en de nieuwe DC-10 zijn in 2006 door Stork-Fokker gemoderniseerd.

Ter vervanging van de Fokker 60UTA-N transportvliegtuigen die in 2007 uit dienst genomen [7] zijn in 2009 ter vervanging 2 ex-US Navy EC-130Q Hercules vliegtuigen afgeleverd [8] die uit Amerikaanse conservatie zijn gekocht. Deze zijn op C-130H-standaard gebracht bij het Engelse bedrijf Marshalls Aerospace in Cambridge.

In 2006 werd bekend dat Nederland deelneemt aan een NAVO initiatief om 3 Boeing C-17 Globemaster III transportvliegtuigen aan te schaffen. De vliegtuigen voeren Hongaarse registraties en zijn gestationeerd op de vliegbasis Papa. Het contract heeft een looptijd van 30 jaar en kost jaarlijks tussen de € 50 en € 250 miljoen. In september 2008 werd door Nederland, de VS, Noorwegen, Polen, Slowakije, Slovenië, Hongarije, Bulgarije, Roemenië, Estland, Letland, Litouwen en de Partnership for Peace-landen Finland en Zweden een memorandum of understanding getekend voor de opzet van de Strategische Airlift Capaciteit (SAC) waarmee de komende 30 jaar in NAVO verband wordt geopereerd. Voor de SAC worden 3500 vlieguren per jaar beschikbaar gesteld en voor alle deelnemende landen wordt jaarlijks een aantal vlieguren vastgesteld. Voor Nederland is dit 400 vlieguren per jaar. De C-17's zijn uit het NAVO budget aangeschaft en ondergebracht in een nieuwe organisatie, de NATO Airlift Management Agency (NAMA) die ook verantwoordelijk is voor al het onderhoud. Het onderhoud wordt uitgevoerd door Boeing.

Operationeel zijn de toestellen ondergebracht in een multinationale NAVO Heavy Airlift Wing die binnen en buiten NAVO-grondgebied kan opereren. De standplaats van deze wing is Hongarije. De C-17's zijn in 2009 afgeleverd.

Helikopters[bewerken]

De Tactische Helikopter Groep (THG) is omgevormd tot Defensie Helikopter Commando (DHC). De Marine Luchtvaartdienst is daarin opgenomen. Het DHC is op vliegbasis Gilze-Rijen ondergebracht en vliegbasis Soesterberg is opgeheven. Twaalf helikopters blijven voor marinetaken beschikbaar vanaf het Maritiem Vliegkamp De Kooy bij Den Helder. De Kooy blijft ook als civiel vliegveld voor offshore-industrie bestaan.

Het DHC omvat alle toestellen van de Koninklijke Luchtmacht en van de voormalige Groep Maritieme Helikopters van de marine en is onder verantwoordelijkheid van de Commandant der Strijdkrachten ondergebracht in het Commando Luchtstrijdkrachten. Het DHC bestaat totaal uit 85 helikopters.

Er worden nog zes CH-47F transporthelikopters geleverd; twee hiervan dienen als vervanging van de Chinooks die in Afghanistan zijn verongelukt. De CH-47D's die al in dienst zijn worden op termijn vervangen door nieuwe CH-47F's. Het voornemen is om in de toekomst het totaal op 20 te laten komen. De Cougar helikopters kunnen nog tot 2017 de light-utility taken van de verkochte Bo-105's uitvoeren.

Aangekondigde plannen voor verkoop van zes van de 29 AH-64D Apache-helikopters gaan niet door. De toestellen blijven behouden vanwege noodzakelijkheid bij uitzendingen van de krijgsmacht in Afghanistan. Hiervoor zijn permanent zes Apaches uitgezonden die na roulatie compleet moeten worden gereviseerd.

Luchtverdediging[bewerken]

De luchtverdediging door middel van de luchtmachtcomponent geleide wapens is met die van de landmacht en van de mariniers geïntegreerd in het nieuwe Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando (DGLC) onder commando van het CLAS. Het CLSK personeel van de Patriot Sqns en eenheden van het Korps Mariniers met luchtverdedigingstaken zijn hierin administratief opgenomen maar blijven bij hun oude krijgsmachtdeel.

DGLC moet vanaf de grond Nederlandse objecten, eenheden en gebieden tegen vliegtuigen, helikopters, kruisvluchtwapens en ballistische raketten beschermen. Dit gebeurt zelfstanding en in NAVO samenwerkingsverband met krijgsmachten uit andere landen. Het DGLC bestaat uit 850 militairen uitgerust met MIM-104 Patriot, FIM-92 Stinger-raketsystemen en NASAMS II-lanceersystemen. Deze maken luchtverdediging op verschillende afstanden mogelijk.

Unmanned Aerial Vehicles[bewerken]

Defensie beschikt al enige tijd over kleine onbewapende onbemande vliegtuigjes (UAV's) - de AeroVironment RQ-11 Raven (25 systemen met elk 3 vliegtuigjes) en de ScanEagle (1 systeem met 6 grotere verkenningsvliegtuigjes). Deze zorgen vanuit de lucht voor lokale informatie over een situatie en omgeving.

In november 2013 werd bekend gemaakt dat defensie vanaf eind 2017 ook gebruik gaat maken van de veel grotere MQ-9 Reaper; een onbemand vliegtuig dat 24 uur per dag, overal ter wereld, kan worden ingezet. Dit toestel kan via een satellietverbinding op afstand worden bestuurd waardoor slechts een deel van het personeel in een inzetgebied aanwezig hoeft te zijn.

Commandovoering[bewerken]

De geïntegreerde tactische commandovoering, de gevechts (CRC)- en verkeersleiding (MilATCC) van de luchtmacht worden uitgevoerd door het 711 Air Ops Sqn van het Air Operations and Control Station Nieuw Milligen (AOCS NM). Vanaf 2010 werd op het AOCS NM een (lucht-) mobiele snel inzetbare commandovoerings en radareenheid operationeel; het Deployable Aircontrol centre Recognized airpicture centre Sensor fusion post (DARS), een eenheid onder NAVO-bevel en bemand met personeel uit diverse NAVO-landen. Aanvankelijk ondergebracht op het AOCS NM is DARS intussen verplaatst naar Italie. I.v.m. de toekomstige sluiting van het AOCS NM en verplaatsing van het personeel is het onduidelijk hoe de toekomstige commandovoering van het CLSK moet verlopen.

Bezuinigingen onder het kabinet-Rutte[bewerken]

In november 2010[9] heeft de nieuwe minister van Defensie Hans Hillen aangegeven dat Defensie €200 miljoen dient te bezuinigen en dat rekening gehouden moet worden met een verlies van 10.000 arbeidsplaatsen in de gehele krijgsmacht waarbij gedwongen ontslagen niet zijn uit te sluiten.

Inmiddels zijn de directe effecten voor het CLSK per 8 april bekendgemaakt:

  • vermindering van het aantal F-16s met 19 stuks (opheffing van 311 sqn Volkel) tot een resterende 68 stuks
  • opheffing van de Cougar helikoptereenheid (300 sqn Gilze-Rijen) en verkoop van alle Cougar heli's
  • Reductie van het Patriot wapensysteem (GGW de Peel) van 4 naar 3 batterijen
  • Opheffing van 2 Object Grondverdedigings (OGRV) pelotons (GGW de Peel)
  • Geen aanschaf van een extra KDC-10 transportvliegtuig

De andere krijgsmachtdelen krijgen eveneens met inkrimpingsmaatregelen te maken.

Luchtmachtdagen[bewerken]

De Luchtmachtdagen werden vroeger jaarlijks gehouden doch vanwege bezuinigingen geschieden deze nu periodiek. Hierbij valt jaarlijks telkens 1 krijgsmachtdeel af. Als de luchtmachtdagen plaatsvinden wordt gerouleerd tussen de bases Gilze-Rijen, Leeuwarden en volkel. Deze dagen staan i.h.k.v. werving van nieuw personeel en hierbij worden vliegshows en demonstraties gegeven waarbij het publiek gelegenheid heeft diverse vliegtuigen van dichtbij te bekijken.

Demonstratieteams[bewerken]

The Grasshoppers in hun laatste kleurstelling
Ze maakten vaak gebruik van rook

Door de jaren heen was de grote publiekstrekker op open dagen altijd het optreden van een of meer stuntteams. Ook in het CLSK (toen KLu) hebben diverse stuntteams gevlogen. Het verschil met demoteams van andere luchtmachten was echter dat de Nederlandse teams allemaal door gewone vliegers waren bemand die de demo's naast hun normale werk erbij deden. Zij werden niet vrijgesteld van hun normale werkzaamheden zoals bij diverse teams van andere landen het geval is. Vanwege de vele ongevallen (waarvan diverse met fatale afloop) werd de term stuntteam later hernoemd tot respectievelijk demo en aerobatic team.

Ruiten 4 (1952-1955) was een stuntteam van de Vlb.Soesterberg dat vloog met 4 Gloster Meteors in rode kleuren met op beide motoren de kaart ruiten 4 geschilderd. In die tijd beschikte iedere vliegbasis wel over een lokaal stuntteam. Zoals de Jet Pipers (1954-1956) van het 328 Sqn van Vlb.Soesterberg; het 323 Sqn Stuntteam (1955-1956) van Vlb.Leeuwarden beiden vliegend met Gloster Meteors Mk8 en de Red Noses (1955-1957) van 314 Sqn Vlb.Eindhoven met F-84G Thunderjets en F-84 F Thunderstreaks.

Een van de meest bekende teams was Whisky Four (1956 - 1965); een stuntteam geformeerd uit vlieger instructeurs van de jachtvlieg opleiding van Vlb.Woensdrecht. Het team vloog eerst met 5 Gloster Meteors maar schakelde daarna over op 4 Lockheed T-33’s. Het team vloog in binnen en buitenland en werd na een noodlottig ongeval waarbij 2 vliegers omkwamen in 1965 opgeheven. Whisky Four vloog in de kleuren zilver en beige/groen.

Dash Four (1956 – 1959) was een stuntteam bestaande uit vliegers van de Vlb.Volkel en vloog met F-84F Thunderstreaks. Dit team vloog alleen in Nederland met uitzondering van één optreden in de Verenigde Staten in 1958, waarbij 2 vliegers (niet fataal) crashten. Dash Four vloog in de kleuren rood/wit/ blauw; zilver; rood/wit en oranje.

Sandbag Diamond vloog alleen in 1963 en was een team van 315 Sqn gelegerd op Vlb.Eindhoven. Er werd gevlogen met 5 F-84F Thunderstreaks (4 in formatie en 1 solo). De toestellen hadden geen kleurenschema en vlogen gewoon in camouflagekleur.

Whisky Four ’67 was eveneens een stuntteam van de Vlb.Eindhoven dat met 7 F-84F Thunderstreaks zonder externe tiptanks in dezelfde beige/groen kleurencombinatie vloog als de oorspronkelijke Whisky Four. Na een fataal vliegongeval in 1967 werd het team opgeheven.

The Rascals (1970-1971) was een demoteam van 314 Sqn van Vlb.Eindhoven vliegend met 4 F-84F Thunderstreaks. Vanwege vervanging van de Thunderstreaks werd het team opgeheven.

The Grasshoppers (1975-1988) was een helikopterteam van 299 en later 300 Sqn van Vlb.Deelen. Ze kregen grote bekendheid nadat zij een officiële status als demonstratieteam hadden verworven. Het team vloog met de oerdegelijke Alouette III en trad op vele airshows shows in Europa op. De toestellen waren eerst voorzien van afwasbare gele strepen; daarna van gele vlakken; daarna van een wit zebrapatroon en tenslotte in een rood-wit-blauwe beschildering. Nadat in de jaren 90 besloten werd tot vervanging van gehele helikopter-vloot door modernere helikopters, werd het demonstratieteam opgeheven. Vier exemplaren zijn tot op heden (2014) behouden voor VIP en trainingsvluchten.

Naast de formele demonstratieteams, waren en zijn er ook nu nog jaarlijks een aantal "gelegenheidsdemo’s" zoals de solo display van Hans v.d. Werf met de F-104G Starfighter; Double Dutch met twee NF-5 Freedom Fighters; De NF-5A solo display teams van Fons Hemmelder en Hans Iseke; het F-27 Troopship solo display team en de vele F-16", "ÄH-64" en "PC-7" solo optredens.

Vliegtuigen van de luchtmacht na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Lijst van vliegtuigen na de 2e Wereldoorlog op type
Type In gebruik Aantal Squadrons
Gevechtsvliegtuigen
Vickers Supermarine Spitfire Mk.IX 1946-1954 35 322
North American P-51 Mustang 1946-1950 39 120, 121
Gloster Meteor F Mk IV 1948-1957 60 322, 323, 324, 325, 326, 327, 328
Gloster Meteor F Mk VIII 1950-1959 160 322, 323, 324, 325, 326, 327, 328
Republic F-84 Thunderjet 1952-1956 166 306, 311, 312, 313, 314, 315, 316
Republic F-84 Thunderstreak/RF-84F Thunderflash 1955-1970 167 311, 312, 313, 314, 315, 316
Hawker Hunter F Mk 4 1956-1964 96 322, 323, 324, 325, 326, 327
Hawker Hunter F Mk 6 1957-1968 93 322, 323, 324, 325, 326, 327
North American F-86 Sabre "Kaasjager" 1956-1964 62 700, 701, 702
Lockheed TF-104G/RF-104G/F-104G Starfighter 1962-1984 138 306, 311, 312, 322, 323
Northrop NF-5A/B 1969-1991 105 313, 314, 315, 316
General Dynamics F-16AM/BM 1979-heden 213 306, 311, 312, 313, 314, 315, 316, 322, 323
Bommenwerpers
North American B-25J Mitchell 1942-1950 139 18, 20
Transportvliegtuigen
de Havilland DH-89B Dominie 1944-1956 4 334
Avro Anson Mk.1 1947-1953 25 334
Douglas C-47 Dakota 1949- ? 19, 20, 334, 336
Beechcraft T-7 Navigator 1950-1953 28
Fokker F-27 Friendship/Troopship 1960-1996 12 334
Fokker F-50 1996- 2 334
Fokker F-60U 1996-2007 4 334
McDonnell Douglas KDC-10/30 1995- 2 334
McDonnell Douglas DC-10/30 2004- 1 334
Lockheed C-130H-30 Hercules 1994- 2 334, 336
Lockheed C-130H Hercules 2007- 2 336
Gulfstream IV 1995- 1 334
Lesvliegtuigen
de Havilland DH-82 Tiger Moth 1946-1960 56
North American T-6 Texan/Harvard 1946-1968 200
Fokker S-11 Instructor 1948-1973 39
Gloster Meteor T.Mk.VII 1948-1959 45 313, 322, 323, 324, 700
Lockheed T-33A Shooting Star 1953-1972 60 306, 313
Fokker S.14 Machtrainer 1955-1967 20 Jachtvliegschool, 700 (conversie F-86K)
Hawker Hunter T.Mk.7 1958-1968 20 323, 324, 325, 326
Pilatus PC-7 1989-heden 13 131 (Elementaire Militaire Vlieg Opleiding)
Verkenningsvliegtuigen en light utility vliegtuigen
Auster Mk.3 1946-1952 20 298, 334
Piper Super Cub L-18C/L-21A/L-21B 1952-1976 162 298, 299, 300
de Havilland Canada DHC-2 Beaver 1956-1974 9 334, 300
Maritieme verkenners
Fokker F-27 Maritime 1981-2000 2 336
Fokker F-60U 2005-2007 2
Helikopters
Hiller H-23 Raven 1955-1964 36 298, 299, 300
Aérospatiale Alouette II 1959-1966 8 298, 322
Aérospatiale Alouette III 1963- 77 298, 299, 300
MBB BO-105 CB 1975-2004 30 298, 299
Agusta AB412 1994- 3 303
Eurocopter Cougar AS 532U2 1996- 17 300
Boeing-Vertol Chinook CH-47D 1995- 13 298
Boeing-Vertol Chinook CH-47F 2011(?)- 6 298
Apache AH-64A 1996-2001 12 301, 302
Apache AH-64D 1998- 30 301, 302
Westland Lynx [10] 1976-2012 21 7, 860

NB: De squadrons 18, 19, 120 en 121 waren ooit gestationeerd in het voormalig Nederlands-Indië en maakten deel uit van de Militaire Luchtvaart van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger.

Onderdelen van de Koninklijke Luchtmacht na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Alfabetische lijst van onderdelen van de KLu na de 2e Wereldoorlog (* = opgeheven) afkorting locatie
Aan en Afvoer Groep Noord AAGN Kamp van Zeist / Soesterberg*
Aan en Afvoer Groep Zuid AAGZ Eindhoven / Gilze-Rijen *
Air Operations and Control Station AOCS NM Nieuw-Milligen
Commando Logistiek & Opleidingen CLO Zeist / Arnhem *
Commando Luchtverdediging CLV Driebergen *
Commando Tactische Luchtstrijdkrachten CTL Zeist
Control Reporting Centre / Military Airtraffic Control Center CRC/MilATCC Nieuw-Milligen *
Defensie Helikopter Commando DHC Vlb.Gilze-Rijen
Depot Algemeen Technisch en Intandance Materieel DATIM Soestduinen *
Depot Elektronisch Luchtmacht Materieel DELM Rhenen *
Depot Materieel & Vliegtuigsystemen (samengevoegde DSM en DVM) DMVS Woensdrecht *
Depot Straal Motoren DSM Woensdrecht *
Depot Vliegtuig Materieel DVM Gilze-Rijen *
Groep Geleide Wapens De Peel GGWDP Vredepeel *
Groep Helikopters KLu GPH Vlb.Deelen *
Groep Techniek en Materieel Geleide Wapens GTMGW Hesepe (West-Duitsland) *
Koninklijke Kader School Luchtmacht (voorheen LKS) KKSL Schaarsbergen *
Korps Luchtmacht Staf KLS Den Haag *
Korps Luchtvaart Troepen LVT Bussum *
Logistieke Groep Rhenen (voorheen DELM) LGR Rhenen
Luchtmacht Bewakings Korps LBK Breda / Bussum*
Luchtmacht Electronische en Technische School (samengevoegde LTS en RRS) LETS Arnhem *
Luchtmacht Instructie en Militaire Opleidingen School LIMOS Nijmegen *
Luchtmacht Kader School (later KKSL) LKS Schaarsbergen *
Luchtmacht Meteorologisch Centrum LUMETC Zeist *
Luchtmacht Meteorologische Groep LMG Woensdrecht
Luchtmacht Officiers- & Kader School LOKS Breda / Gilze-Rijen *
Luchtmacht Radio Radar School RRS Arnhem *
Luchtmacht Staf School LSS Nootdorp *
Luchtmacht Techniek School LTS Arnhem *
Navigatie Station Achterhoek NSA Holterhoek *
Navigatie Station Groningen NSG Marsum *
Navigatie Station Noord NSN Den Helder *
Navigatie Station Zuid NSZ De Lier *
Radar Post Noord RPN Wier
Tactische Helikopter Groep THGKLu Vlb.Deelen*
Vliegveiligheids Opleidings Trainings Centrum VOTC Rijen
Voortgezette Instructie en Militaire Opleidingen School VIMOS Breda / Gilze-Rijen *
Vlb Deelen VLBDL Arnhem *
Vlb Eindhoven VLBEHV
Vlb Gilze-Rijen VLBGZRY
Vlb Leeuwarden VLBLW
Vlb De Peel VLBDP Vredepeel *
Vlb Soesterberg VLBSSB Soesterberg*
Vlb Twente VLBTW Enschede *
Vlb Volkel VLBVKL Uden
Vlb Woensdrecht VLBWDT Hoogerheide
Vlb Ypenburg VLBYB Nootdorp *
Vliegveiligheids Oefen en Test Centrum VOTC Gilze-Rijen
1e Groep Geleide Wapens
Nuvola single chevron right.svg Zie Groepen Geleide Wapens voor nadere details over de GGW organisatie
1 GGW Handorf (West-Duitsland) *
2e Groep Geleide Wapens 2 GGW Schöppingen (West-Duitsland) *
3e Groep Geleide Wapens 3 GGW Blomberg (West-Duitsland) *
4e Groep Geleide Wapens 4 GGW Hessisch Oldendorf (West-Duitsland) *
5e Groep Geleide Wapens 5 GGW Stolzenau (West-Duitsland) *
12e Groep Geleide Wapens 12 GGW Bramsche (West-Duitsland) *
1e Luchtmacht Verbindings Groep 1 LVG Hilversum *
2e Luchtmacht Verbindings Groep 2 LVG Riel *

Bekende/markante (oud-)luchtmachters[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. lt.kol. n.d. E.H. Brongers: De oorlog in mei '40
  2. Een deel van de North American F-86 Sabre, Republic F-84 Thunderjet, Republic RF-84F Thunderflash en Republic F-84 Thunderstreak jagers is kosteloos in het kader van het MDAP verstrekt.
  3. Van de 138 Starfighters zijn de 18 tweezitsversies kosteloos verstrekt.
  4. Shorad staat voor Short Range Air Defence
  5. Shorad/Flycatcher bestond uit 3 (Bofors 40L70-) kanonnen die door middel van een Flycatcher-radar werden geleid.
  6. Luchtmacht zet ballon in, 3 aug. 2007, www.defensie.nl
  7. Dutch military aviation OrBat
  8. De koop betrof 3 exemplaren, waarbij het derde uitsluitend gebruikt wordt voor onderdelen, om de beide anderen weer luchtwaardig te krijgen.
  9. Brief Min.v.Defensie dd 18 november 2010 Toelichting op de nota van wijziging 2011
  10. Na samenvoeging MLD met Groep Helikopters
  • van de Berg, Koos. Van Luchtvaartafdeling tot Koninklijke Luchtmacht, 75 jaar Militaire Luchtvaart in Nederland.
  • Dijkman, Hans. 75 Jaar Nederlandse Luchtmacht, 1913-1988.
  • van Gent, Cor en Jack Bosma. F-16 25 jaar in dienst van de KLu, Van grijze sleur naar opvallende kleur. Alkmaar: De Alk, 2004.
  • Jong, Kolonel A.P. De KLU 75: Vlucht door de tijd (75 jaar Nederlandse luchtmacht). Houten: Van Holkema & Warendorf, 1988.
  • Jong, Kolonel A.P. Koninklijke Luchtmacht. Alkmaar: De Alk, 1978. ISBN 90-6013-716-7.
  • van Soeren, Bert. De wieg van Neerlands Luchtvaart heeft in Soesterberg gestaan. 1974.
  • Wittert van Hoogland, R.W.C.G.A. Een halve eeuw militaire luchtvaart, 1913-1963. 1963.