Koninklijke Luchtmacht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Commando Luchtstrijdkrachten)
Ga naar: navigatie, zoeken
Defensie van Nederland
Flag of the Netherlands.svg
Instanties

Ministerie van Defensie
Nederlandse Krijgsmacht
Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst

Krijgsmachtdelen

Koninklijke Landmacht
Koninklijke Luchtmacht
Koninklijke Marine
Koninklijke Marechaussee

Interservice-organisaties

Commando DienstenCentra
Defensie Materieel Organisatie

Functies

Minister van Defensie
Commandant der Strijdkrachten
Inspecteur-generaal der Krijgsmacht

De vlag van de Koninklijke Luchtmacht
Het huidige kenteken (roundel) van Nederlandse militaire luchtvaartuigen
Het Nederlandse roundel tijdens de Tweede Wereldoorlog

De Koninklijke Luchtmacht is een Nederlands krijgsmachtdeel, naast de Koninklijke Landmacht, Koninklijke Marine en de Koninklijke Marechaussee.

Sinds september 2005 is de Koninklijke Luchtmacht geen zelfstandige organisatie met een eigen bevelhebber meer. Het operationele deel van de luchtmacht is opgegaan in het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) en met het Commando Zeestrijdkrachten (CZSK) en het Commando Landstrijdkrachten (CLAS) als deel van de Nederlandse krijgsmacht direct onder de Commandant der Strijdkrachten geplaatst. De overige onderdelen van de luchtmacht zijn samengevoegd met soortgelijke onderdelen van marine en landmacht in diverse ondersteunende defensieorganisaties.

De wapenspreuk van de Koninklijke Luchtmacht is: "Parvus numero, magnus merito" (Klein in aantal, groot in daden). Het motto van het Commando Luchtstrijdkrachten is: "Waakzaam en Trefzeker".

De inzetbaarheidsdoelstellingen van het CLSK:

  • Verdediging van eigen en bondgenootschappelijke grondgebied, inclusief de Caribische delen van het Koninkrijk, met alle beschikbare middelen. De taak wordt in bondgenootschappelijk verband uitgevoerd en in dat kader kan ook de NATO een beroep doen op Nederland.
  • Deelneming aan wereldwijde operaties ter bevordering van internationale stabiliteit en rechtsorde, voor noodhulp bij rampen en humanitaire crises en voor de bescherming van de belangen van het Koninkrijk. De operaties worden meestal in internationaal verband uitgevoerd, waarbij bijdragen van verschillende partners in samengestelde eenheden worden geïntegreerd en in dat kader dient het CLSK tot de F-16 vervanging te leveren:
    • éénmalig een groep van 8 jachtvliegtuigen of
    • langdurig een groep van 4 jachtvliegtuigen
    • helikopters ter ondersteuning van optreden te land en op zee
    • nichecapaciteiten als luchttransport, air-to-air refuelling en het Civil-Military Interaction commando
  • Bijdragen aan de nationale veiligheid onder civiel gezag en in dit kader:
    • de beveiliging van het Nederlandse luchtruim met jachtvliegtuigen en de bijdrage aan de Kustwacht Nederland

(Bron: rijksbegroting X defensie 2015 / herziene inzetbaarheidsdoelstellingen)

De indeling van het Commando Luchtstrijdkrachten:

De hiërarchieke indeling van het CLSK werd na de 2e Wereldoorlog grotendeels overgenomen van de RAF.

  • Het commando; de luchtmachtstaf is gevestigd in Breda met als bevelhebber de C-LSK Ltgen. S. Schnitger. Gemiddelde sterkte van de staf is ca 550 pers.
  • De luchtmachtonderdelen; dit zijn alle vliegbases, logistieke en opleidingseenheden. Eindverantwoordelijke is de basiscommandant (kolonel). De gemiddelde sterkte hangt af van taak en grootte van het onderdeel en kan liggen tussen 400 – 1500 pers.
  • Een wing (op grote bases); dit is een samenvoeging van meerdere squadrons met gelijkwaardige taken met meestal een overste als de eindverantwoordelijke. Gemiddelde sterkte is ca 700 pers.
  • Een squadron; een vliegende eenheid met al het hierbij behorend personeel en materieel of een eenheid met ondersteunende of faciliterende taak (bv onderhoud, platformtaak, logistiek of opleiding) met het bijbehorend personeel en materieel. Eindverantwoordelijk is de squadroncommandant (kapitein of majoor). De gemiddelde sterkte hangt af van taak en omvang van het squadron en kan liggen tussen de 50 – 200 pers. Een squadron kan bestaan uit meerdere Vluchten of Afdelingen.
  • Een vlucht; een vliegend squadron kan onderverdeeld zijn in afzonderlijke flights of vluchten (4 toestellen onder de vlieger met hoogste rang of anciënniteit). Overige squadrons kunnen onderverdeeld zijn in afdelingen onder een officier of onderofficier.
  • Een detachement; een voor een specifiek doel samengestelde eenheid (bv uitzending). Een detachement bestaat uit personeel van diverse dienstvakken en de eindverantwoordelijke is een detachementscommandant. Diens rang hangt af van de taak en omvang van het detachement).


Korte geschiedenis[bewerken]

De luchtmacht is voortgekomen uit de Luchtvaartafdeeling (LVA) van de Koninklijke Landmacht, die op 1 juli 1913 op de vliegbasis Soesterberg werd opgericht. Op 1 juli 1939 werd de LVA omgevormd tot de Luchtvaartbrigade. Op 26 juli 1944 werd in Londen het Directoraat Nederlandse Luchtstrijdkrachten opgericht. In 1947 werd een Chef Luchtmachtstaf aangesteld en op 11 maart 1953 werd de luchtmacht erkend als zelfstandig krijgsmachtonderdeel.

Het begin in 1913[bewerken]

De voorloper van het Nederlandse luchtwapen werd in juli 1913 opgericht in de vorm van de Luchtvaartafdeeling (LVA) op het vliegveld Soesterberg. Bij de oprichting bestond het gehele luchtwapen uit 1 vliegtuig, de Brik van Marinus van Meel. Enkele maanden later werd de LVA al uitgebreid met 3 Franse Farman vliegtuigen, maar vanwege de snelle veroudering bestelde de regering ter vervanging diverse Nieuport en Caudron jacht- en verkenningsvliegtuigen.

Farman
Nieuport Scout in 1917

Periode 1914-1918[bewerken]

Nederland bleef tijdens de Eerste Wereldoorlog neutraal en de Luchtvaartafdeeling bleef dus gevrijwaard van allerlei gevechtsacties. Omdat Nederland zich neutraal had verklaard, probeerden piloten die beschoten waren Nederlands grondgebied te bereiken, waardoor het een verzamelplaats werd voor allerhande typen vliegtuigen. Deze werden geconfisqueerd en aan de Luchtvaartafdeeling overgedragen. Na 1918 werden de toestellen teruggegeven, of aangekocht indien het toestel in goede staat verkeerde. Ondanks een karig budget bleef de Luchtvaartafdeeling zo op de hoogte van de vele technische ontwikkelingen.

De vliegeropleiding, oorspronkelijk alleen voorbestemd voor officieren, werd al snel vrijgegeven voor alle andere rangen. Ook werden diverse nieuwe aan de luchtvaart verwante dienstvakken gestart, zoals vliegtuigtechniek, luchtfotografie en cartografie, meteorologie en navigatie en er werden vliegvelden aangelegd bij Arnhem, Rijen, Venlo en Vlissingen.

Interbellum[bewerken]

Na het einde van de Eerste Wereldoorlog werd door de Nederlandse regering meteen enorm op defensie bezuinigd en de opgebouwde LuchtvaartAfdeeling werd bijna in zijn geheel opgeheven.

Maar toen de politieke spanning in Europa in de jaren ’30 van de vorige eeuw toenam zag de regering te laat in dat het luchtwapen weer bijna geheel opgebouwd moest worden. Vanaf 1938 werden hiertoe alle mogelijke pogingen gedaan maar dit stuitte op structurele problemen. Er was niet alleen een groot tekort aan vliegerinstructeurs, navigatoren en vliegers om de nieuwe met meerdere motoren uitgeruste toestellen te bemannen. Ook werd alles nog eens extra moeilijk gemaakt door een totaal gebrek aan standaardisatie en aan voorraden. Bovendien was Nederland niet het enige land dat zich in korte tijd wilde bewapenen. De internationale wapenindustrie kreeg van vele Europese landen zoveel orders binnen dat er een grote wachtlijst was ontstaan.

Vanwege de schaalvergroting werd de naam LuchtvaartAfdeeling in 1938 gewijzigd in Luchtvaartbrigade. Tijdens de mobilisatie in 1939 veranderde men de naam in het Wapen der Militaire Luchtvaart bestaande uit het: 1e en 2e Luchtvaartregiment, de Luchtvaartbrigade (Depot Luchtstrijdkrachten, Luchtvaartbedrijf en Luchtvaarttroepen (Vliegveldbewaking)) en het Commando Luchtverdediging (luchtdoelartillerie en secties luchtdoelmitrailleur).

Nederland mobiliseerde toen zijn kleine strijdkrachten maar door alle bezuinigingen bestond het Wapen der Militaire Luchtvaart slechts uit 121 min of meer operationele vliegtuigen van de volgende types:

Fokker G.I Jachtkruiser

De operationele indeling van de Luchtvaartbrigade bestond uit 2 Regimenten en 1 opleidingseenheid (Luchtvaartbrigade).

Het 1e luchtvaartregiment (1 LVR) onder Commandant Luchtverdediging, generaal-majoor Best had zijn staf op Schiphol. De operationele onderdelen waren gelegerd op de vliegvelden de Kooy, Schiphol, Bergen (Noord-Holland) en vliegveld Waalhaven.

Het 1e LVR bestond uit de:

  • strategische verkenningsvliegtuigafdeling (StratVerVa)
  • bombardeervliegtuigafdeling (BomVa)
  • jachtvliegtuigafdeling (JaVA), de 1e t/m 4e JAVA

Het 2e luchtvaartregiment (2 LVR) onder Commandant Veldleger, generaal van Voorst tot Voorst, had de staf in Zeist. Operationele onderdelen waren gelegerd op de vliegvelden Hilversum, Ruigenhoek, Ypenburg en Gilze-Rijen. Tijdens de meidagen werd echter ook gebruikgemaakt van de (hulp)vliegvelden Haamstede, Buiksloot en De Zilk.

Het 2e LVR bestond uit de:

  • verkenningsgroep (VG), de 1e t/m 4e VG
  • jachtgroep (JG), de 1e en 3e JG

De Luchtvaartbrigade, waarvan het Depot Luchtstrijdkrachten (opleidingen) niet deelnam aan de gevechten; eenheden waren gelegerd op de vliegvelden Souburg (Zeeland) en De Vlijt (Texel).

Tijdens de mobilisatie in 1939 waren de eenheden van het Wapen der Militaire Luchtvaart als volgt verdeeld:

Vliegtuig Type Aantal Onderdeel Locatie
Fokker G.I Jachtkruiser Jager 23 11x 1e LVR / 3e JAVA, 12x 4e JAVA Waalhaven, Bergen
Fokker D.XXI Jager 28 11x 1e LVR / 1e JAVA, 9x 2e JAVA, 8x 2e LVR / 1e JG De Kooy, Schiphol, Ypenburg
Douglas 8A-3N Bommenwerper 11 11x 2e LVR / 3e JG Ypenburg
Fokker T.V Bommenwerper 9 9x 1e LVR / BA Schiphol
Fokker C.V Verkenner 24 4x 2e LVR / 1e VG, 7x 2e VG, 9x 33 VG, 4x 4e VG Hilversum, Ypenburg, Ruigenhoek, Gilze-Rijen
Fokker C.X Verkenner 11 10x 1e LVR / SVA, 1x 2e LVR / 1e VG Bergen, Hilversum
Koolhoven F.K. 51 Verkenner 16 4x 2e LVR / 1e VG, 5x 2e Vg, 4x 3e VG, 3x 4e VG Hilversum, Ypenburg, Ruigenhoek, Gilze-Rijen

(Bronnen, Molenaar, F.J. De luchtverdediging mei 1940. (2 delen) , Den Haag, 1970. Schoenmakers, W. Postma, F. Mei 1940. De verdediging van het Nederlandse luchtruim. Amsterdam, Dieren 1985)

Periode 1940-1950[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Duitse aanval op Nederland in 1940

In mei 1940 viel nazi-Duitsland binnen in Nederland. In 5 dagen werd nagenoeg het gehele luchtwapen weggevaagd door de Luftwaffe. Dit was niet verwonderlijk want het luchtwapen was in mei 1940 nog in de opbouwfase en bestond grotendeels uit verouderde vliegtuigen.

Tijdens de eerste oorlogsdagen voerde men slechts 171 operationele vluchten uit; op 10 mei 51, op 11 mei 31, op 12 mei 48, op 13 mei 23 en op 14 mei nog 18 vluchten. De enige toestellen die daadwerkelijk tegenstand boden bleken de Fokker D.XXI en de Fokker G1 te zijn. Deze leden op de eerste oorlogsdag na enkele opmerkelijke successen al snel grote verliezen tegen de Luftwaffe. De Fokker C-V en Fokker C-X bommenwerpers brachten met bombardementsvluchten bij Waalhaven, Ockenburg en Ypenburg de Duitse transportvloot de nodige schade toe.

95% van de ingedeelde vliegers sneuvelde in de meidagen van 1940. Bij de bemanningen van de Fokker T.V bommenwerpers vielen de meeste slachtoffers.

Van alle gevechtsklare toestellen gingen er totaal 94 verloren. Hiervan werden 34 stuks op de grond bij Duitse luchtaanvallen vernietigd, werden 47 tijdens luchtacties neergeschoten en gingen 13 op een andere manier verloren. De overgebleven toestellen werden voor het grootste deel na de overgave aan de Duitsers in brand gestoken; de rest viel in Duitse handen.

Ondanks de numerieke minderheid boekte de Nederlandse krijgsmacht toch successen tegen de Luftwaffe. Meer dan 500 Duitse toestellen werden vernietigd[1]; veel hiervan door luchtafweergeschut en door landingen op geïmproviseerde landingsplaatsen in Nederland. Als blijk van waardering voor hun acties verleende koningin Wilhelmina het luchtwapen collectief de hoogste militaire dapperheidsonderscheiding, de Militaire Willems-Orde (MWO).

Toch ontsnapten diverse vliegers en bemanningsleden naar Engeland en in 1940 werden het 320 Dutch Squadron RAF en het 321 Dutch Squadron RAF onder operationeel commando van de RAF opgericht. Vanwege groot personeelsgebrek werd alles in 1941 samengetrokken tot 320 Sqn. Omdat het merendeel van de Nederlandse operationele vliegers in de strijd was omgekomen waren slechts enkelen er in geslaagd na de overgave naar Engeland te ontkomen; hierdoor bestonden de vliegers en bemanningen van 320 Dutch Squadron RAf hoofdzakelijk uit gevlucht marinepersoneel dat niet aan de strijd in Nederland had deelgenomen.

De Militaire Luchtvaart van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (ML-KNIL) maakte tot 1939 deel uit van de Nederlandse LVA. Bij de mobilisatie werd het echter een autonoom onderdeel. Op papier was de sterkte van de ML-KNIL vrij groot; van het totaal aantal vliegtuigen verkeerden echter weinig in optimale staat. Bij de Japanse aanval ontbraken voor een aantal toestellen de reservedelen en stonden veel nieuwe toestellen nog gedemonteerd in de kratten.

ML-KNIL bestond uit de volgende onderdelen

Plaatsing Vliegtuigtype
Hoofdkwartier Soerabaja, Java (eiland), geleid door Lt.Gen LH van Oijen
Vliegtuig grp. 1 (VLG1) Bandung (Andir), Java 22x Martin 139 WH-3 waarvan 11 op Samarinda, Oost Borneo en 11 op Sinkawang, West Borneo
VLG2 Malang (Singosari), Java 30x Martin 139 WH-3
VLG3 Batavia (Nederlands-Indië) (Tjilitan), Java 22x Martin 139 WH-3 in Singapore en 19x Martin 139 op Kalidjati, Java
VLG4 Madiun (Maospati), Java 12x Curtiss P-40 Warhawk op Tjilitan en Perak, 16x Curtiss-Wright Model 21 op Andir en 4x op Laka, Ambon
VLG5 Semplak Buitenzorg, Java 12x Brewster B-339 op Buitenzorg, 5x Brewster op Sinkawang W-Borneo, 12x Brewster B-339 en 12x Brewster B-395 op Singapore
6 Depot Vliegtuiggroep Madiun (Maospati), Java 19x Lockheed L-18, 2x Lockheed L-212, 3x Curtiss CW-22, 3x Fokker CX, 1x Bücker Bu-131 en 2x Ryan STM-2
Verken afd.1 (VKA1) Tjikembar, Java 12x Curtiss CW-22, 1x Fokker CX
VKA2 Djokjakarta, Java 11x Curtiss CW-22, 2x Fokker C-X
VKA3 Kalidjati, Java 12x Koolhoven F.K. 51
VKA4 Kalidjati, Java 12x Lockheed L-212
VKA5 Kalidjati, Java 12x Koolhoven FK-51

(Bronnen: A.P. de Jong - Vlucht door de tijd; 75 jaar Nederlandse luchtmacht, Unieboek BV 1988, Collectie Informatie Centrum Legermuseum, Delft. Militaire Luchtvaart van het KNIL in de naoorlogse jaren 1945-1950. Ward, O.G., Houten, 1988.)

Na de Nederlandse overgave in 1940 zette ML-KNIL de strijd in Nederlands-Indië voort tot aan de Japanse bezetting in 1941. Voor heldhaftig gedrag en plichtsuitoefening werden later hiervoor militaire dapperheidsonderscheidingen toegekend. Veel personeel slaagde er na de Japanse aanval in te ontsnappen naar Australië en naar Ceylon en als resultaat hiervan werd in maart 1942 het 321 Dutch Squadron RAF, bemand door Nederlandse vliegers, in Ceylon heropgericht.

Curtiss P-40 Kittyhawk
  • 16 Sqn. Bij oprichting van 16 Sqn werd dit voor een deel bemand met piloten en materiaal afkomstig van 18 Sqn, aangevuld met personeel van het NEI - PEP (Netherlands East Indies Personel & Equipment Pool) te Australië. Het squadron was uitgerust met B-25 Mitchell bommenwerpers waarvan enkele omgebouwd tot strafers (toestellen voorzien van een stalen neus met daarin 8 vooruit gerichte mitrailleurs die tijdens duikvluchten een enorme vuurkracht leverden).

Begin 1947 voerde de TNI grote aanvallen uit op de enclave Palembang en vloog het squadron in korte tijd 14 operationele sorties. Het werd ingezet voor verkenningen, transport, konvooibeveiliging en natuurlijk voor luchtsteun van de infanterie. Een andere taak vond plaats in nauwe samenwerking met de Koninklijke Marine. Met lange verkenningsvluchten boven zee werd smokkel tussen Sumatra en het schiereiland Malakka en infiltratie van Republikeinse eenheden over zee bestreden.

Tijdens de 1e politionele actie in 1947, werd het squadron ingezet bij operatie "Pelikaan", de uitschakeling van de Republikeinse luchtmacht (AURIS). Bij het bombardement op het vliegveld Mandah werden vliegtuigen en diverse gebouwen vernietigd, een werkplaats en een magazijn zwaar beschadigd en verbindingslijnen verbroken. Ook verleende het squadron steun aan de opmars van de troepen van de Y-Brigade in opmars naar Praboemoelih en Lahat en voerde het offensieve verkenningen uit. In totaal heeft het squadron tijdens de 1e politionele actie 77 sorties gevlogen. Hierna viel het stil t.g.v. tekort aan personeel en reservemateriaal.

Door het grote aantal Nederlandse troepen op Zuid-Sumatra en terugkeer van vele burgers die werkzaam waren in voornamelijk de olie-industrie was er een nijpend tekort aan goede huisvesting in en rond Palembang. In verband hiermee werd 16 Sqn eind 1947 gestationeerd op het eiland Bangka, voor de kust van Sumatra.

In april 1948 werd besloten het squadron, wegens tekort aan personeel en materiaal, op te heffen. In augustus van dat jaar werd 16 sqn samengevoegd met 18 sqn en gestationeerd op Tjililitan.

  • 18 Sqn. In 1942 werd in Canberra Australië. No. 18 (Netherlands East Indies) Squadron opgericht. Dit was een met B-25 Mitchell bommenwerpers uitgeruste, gemengde Nederlands-Australische eenheid. De eenheid was ingedeeld bij Militaire Luchtvaart KNIL en werd actief ingezet bij de bevrijding van Nieuw-Guinea en in Nederlands-Indië. Bij oprichting van 18 Squadron was dit bemand met ML-KNIL personeel dat na de Japanse invasie was ontkomen. Later werd het squadron aangevuld met piloten van de RAAF. Na de training werd het squadron operationeel ingezet in geallieerd verband in de South West Pacific Area. Hierbij kwamen 24 militairen om het leven. Na de Japanse overgave op 15 augustus 1945, kwam het squadron onder bevel van South East Asia Command met als voornaamste basis Balikpapan.

De nieuwe taak bestond uit verkenningen voor het SEAC, opsporen interneringskampen, droppings van levensmiddelen en medicijnen en het transport van ex-geïnterneerden naar Australië. In verband met de gespannen situatie mochten geen vliegtuigen op Java en Sumatra gelegerd worden en mochten de B-25's alleen ongewapend landen. In november 1945 werd het RAAF deel van het squadron opgeheven in verband met de demobilisatie van de Australische piloten en werd het squadron naar de vliegbasis Tjililitan op Java verplaats. In de loop van 1946 kreeg het squadron, naast vracht en personenvervoer ook weer een militaire taak en verleende het luchtsteun aan grondtroepen. In 1946 werd de verplaatsing compleet en was het squadron voor korte tijd geheel bijeen. Door de snel wisselende situatie en wensen van Territoriale Troepencommandanten werden echter geregeld B-25's gestationeerd op bases in Bali, Makassar en Semarang.

Tijdens de 1e politionele actie in 1947, werd het squadron voornamelijk ingezet voor verkenning en het bombarderen van spoorlijnen en artillerieopstellingen van de TNI. Deze verkenningen vonden plaats boven Republikeins gebied om zodoende een beeld te krijgen van de sterkte en verplaatsingen van de TNI. In totaal werden er tijdens de 1e politionele actie 55 sorties gevlogen.

Tijdens de 2e politionele actie in 1948, waren B-25's gelegerd te Tjililitan, Semarang, Medan en Bandung. De taak van het squadron bestond uit het uitschakelen van de luchtmacht van de TNI (de AURI) en het ondersteunen van de grondtroepen. Deze steun was soms cruciaal zoals bij de opmars van de W-Brigade naar Banjarnegara, waar men op hevige tegenstand stuitte en de opmars tot stilstand kwam. Ook voorkwam het squadron vernieling van de bruggen bij Rangkasbitoeng tijdens de opmars in Bantam. Niet alleen p Java maar ook op Sumatra kwam het squadron in actie. Zo schakelde het twee radiostations uit bij Tjoeroep en Kepahiang (zuid Sumatra) en verleende men steun aan de luchtlanding bij Djambi (midden Sumatra). In totaal werden er tijdens de 2e politionele actie 337 sorties gevlogen.

Op 15 mei 1950 werd 18 Squadron opgeheven.

  • 120 Sqn. In 1943 werd in Canberra Australië. No. 120 (Netherlands East Indies) Squadron opgericht; een eveneens gemengde Nederlands-Australische eenheid van ML-KNIL en uitgerust met Curtiss P-40 Kittyhawk-jagers. Gelegerd op Merauke vloog het vele missies onder Australisch commando. Het squadron werd ook zeer actief ingezet bij de herovering van Nieuw-Guinea. Hierbij kwamen 5 militairen om het leven. Begin 1945 werd het squadron verplaatst naar Biak. Samen met Australische en Amerikaanse troepen nam het squadron deel aan acties in de "Vogelkop" Nieuw-Guinea.

Na de Japanse capitulatie in augustus 1945, vloog het squadron verkenningen ter controle van de uitvoering van de capitulatieopdrachten die opgedragen waren aan de Japanners. De bedoeling was om het squadron te stationeren op Tjililitan, maar de Britten hadden een verbod afgekondigd voor alle Nederlandse troepen in verband met de vele onlusten op Java en Sumatra. In het najaar van 1945 werd het RAAF deel van het squadron opgeheven in verband met de demobilisatie van de Australische piloten.

In 1946 werd het squadron verplaatst naar Java, waar het de taak ging overnemen van het 60th Sqn RAF bij Soerabaja. Tot eind 1946 heeft het squadron 125 operationele vluchten gevlogen, voornamelijk verkenningsvluchten waarbij in enkele gevallen offensief moest worden opgetreden. Hierna werd het squadron verplaatst naar Semarang op Midden Java. De taak op Oost Java werd overgenomen door een squadron van de MLD.

Tijdens de 1e politionele actie, in 1947, werd het squadron ingezet bij operatie "Pelikaan", de uitschakeling van de Republikeinse luchtmacht (AURIS). Veelvuldig werden de vijandelijke toestellen op o.a. de vliegvelden Magoewo, Panasan en Maospati, diep in Republikeins gebied, gemitrailleerd en uitgeschakeld. Ook verleende het squadron steun aan de opmars van de troepen van de T-Brigade en voerde het vele verkenningen uit. In totaal heeft het squadron tijdens de 1e politionele actie 259 sorties gevlogen.

Eind 1947 kwam het squadron zowel op personeel als op materieel gebied in de problemen. Besloten werd om het squadron te stationeren te Bandoeng. Voordeel was dat daar zowel technische faciliteiten en personeel voorhanden was om de verouderde P-40's te onderhouden.

Tijdens de 2e politionele actie in 1948, nam het squadron deel aan de luchtlandingsoperatie op Magoewo. Voor de "dropping" van de para's werd het vliegveld gemitrailleerd. Verder werden er verkenningen gevlogen en verleende het steun bij opmars van de grondtroepen. In totaal heeft het squadron tijdens de 2e politionele actie 183 sorties gevlogen.

In 1949 werden de P-40's vervangen door de P-51 Mustang. Slechts enkele P-40's bleven als opleidingsvliegtuig. Ook na de actie bleef het squadron steun verlenen aan de grondtroepen maar als gevolg van een tekort aan onderdelen werd een beperking van het aantal vlieguren ingesteld. In het najaar van 1949 bestond het werk voornamelijk nog uit oefen en trainingsvluchten.

Op 10 juni 1950 werd het squadron opgeheven en het materieel overgedragen aan de Indonesische luchtmacht, de AURIS

  • 122 Sqn. Bij de oprichting van 122 Sqn op 1 november 1946 werd dit deels opgemand met piloten afkomstig van 121 Sqn. Het was uitgerust met jagers van het type P-51 Mustang. Op 18 november 1946 werd het vliegveld Polonia (Medan) en de taak van het RAF 60 Sqn overgenomen. Dit vliegveld was aan drie zijden ingesloten door Republikeins gebied en werd veelvuldig vanuit de bosrand beschoten. Daarom werd door de Trpcdt. Noord Sumatra opdracht gegeven het gebied rond het vliegveld te zuiveren en blijvend te bezetten. Naast grondsteun was ook beveiliging van de belangrijke verbindingsweg Belawan - Medan een taak van het squadron.

Tijdens de 1e politionele actie in 1947, werd het squadron ingezet bij operatie "Pelikaan", de uitschakeling van de Republikeinse luchtmacht (AURIS) en werden vijandelijke toestellen op de vliegvelden Lhonga en Kotaradja uitgeschakeld. Ook verleende het squadron steun aan de opmars van Z-Brigade in hun opmars naar o.a. Arnhemia, Loeboek Pakam, Tebingtinggi, Pematang Siantar en Loeboek Balai en voerde het daarbij offensieve verkenningen uit. In totaal heeft het squadron tijdens de 1e politionele actie 203 sorties gevlogen. Na de 1e politionele actie werden de activiteiten beduidend minder vanwege chronisch tekort aan personeel en reserve materieel.

Tijdens de 2e politionele actie in 1948, waren P-51's gestationeerd te Medan en Padang (Midden Sumatra). Zowel op Noord als op Midden Sumatra verleende het squadron steun aan de opmars naar Fort de Kock, beveiligde men landing van troepen op het meer van Singkarak en schakelde het belangrijke objecten uit. Het zelfde geldt voor Noord Sumatra waar landingen werden uitgevoerd bij Laboehan Bilik, Bagan Siapi Api en op het Tobameer. Op 27 december 1948 werden enkele toestellen gestationeerd op Semarang voor deelname aan actie "Ekster", de bezetting van Djambi en omliggende olievelden. In totaal heeft het squadron tijdens de 2e politionele actie 206 sorties gevlogen.

In 1949 was er weer tekort aan personeel en materieel en werd beperking ingesteld van het aantal vlieguren. Op 15 april 1950 werd het squadron opgeheven

  • 322 Sqn. In 1943 werd in Engeland het 322 Dutch Squadron RAF opgericht en uitgerust met de Supermarine Spitfire. De eenheid kwam diverse malen als RAF onderdeel in actie. De toestellen voerden zowel de Britse RAF roundels als de Nederlandse oranje driehoek. Het squadron werd succesvol ingezet tegen invliegende V-1 vliegende bommen en voerde vanaf 1944, tijdens de invasie aanvallen uit boven Frankrijk en België.

In juli 1944 werd het Nederlandse Luchtmacht Directoraat in Londen opgericht.

In het kader van de laatste pogingen van de Netherlands Purchasing Commission (NPC) extra jachtvliegtuigen voor de ML-KNIL aan te schaffen was in juni 1941 bij de Amerikaanse regering gevraagd om levering van 100 Bell P-39 Airacobra's. Dit werd afgewezen; wel waren 100 Curtiss P-40’s, eerder bestemd voor de RAF, beschikbaar. Om onduidelijke redenen vroeg men hierna weer om Airacobra’s en uiteindelijk had de ML geen nieuwe jagers toen de Japanners Nederlands-Indië aanvielen.

Na overgave van Java vloog ML-KNIL verder in Australië en Nieuw-Guinea met de Curtiss P-40 maar in 1945 was dit type verouderd. Daarom werd aan de Amerikaanse autoriteiten voor de heruitrusting van het 120 Squadron om 41 toestellen van het type P-51 Mustang gevraagd. Deze toestellen werden geleverd uit de lopende USAAF contracten en werden af fabriek van Nederlandse kentekens voorzien. De levering was in maart, april en juni 1945 (resp.10x P-51K en 31x P-51D). Van deze 41 toestellen bereikten er 40 de ML-KNIL in Australië; ze hadden de kentekens N3-600 t/m N3-640.

In Australië werden de Mustangs bij RAAF-depots gereed gemaakt. De eerste in mei en juni 1945 - dus vóór de Japanse overgave op 15 augustus - ontvangen 19 toestellen (N3-600/618) werden geleverd bij de Nederlandse Personnel and Equipment Pool te Brisbane. Na de Japanse overgave ging alles trager. De rest kwam pas tussen oktober 1945 en maart 1946 in Nederlands bezit; teken van mindere urgentie van de RAAF en van een veranderde houding tegenover de Nederlandse koloniale ambities.

De eerste tijd na de Japanse overgave op 15 augustus 1945, bestond het werk van de Militaire Luchtvaart (ML) uit, het verlenen van steun aan de repatriëring van krijgsgevangenen die zich nog in de kampen bevonden. Deze steun, in dienst van o.a. Recovery of Allied Prisoners of War and Internees (RAPWI), het Leger Organisatie Centrum (LOC) en het Kantoor Displaced Persons (KDP), bestond uit het transport van ex krijgsgevangenen, het uitvoeren van voedseldroppings en andere noodzakelijke middelen. Ook werd men ingezet bij het opsporen van nog onbekende kampen in de archipel.

Tegelijkertijd moest de gehele Militaire Luchtvaart weer opgebouwd worden. Ondanks zeer groot tekort aan materiaal en personeel en door de enorme inzet van allen, lukte dit en na het vertrek van de Engelsen kwam de ML op eigen benen te staan. In 1946 vond een reorganisatie plaats waarbij voor de ML grote veranderingen plaatsvonden. Er zou een Commando Leger Luchtmacht worden opgericht als overkoepelend commando over alle luchtstrijdkrachten. Vanwege de grote spreiding van eenheden en de uitgestrektheid van de Indische Archipel zag men in dat het onmogelijk was de ML operationeel vanuit een enkele commandopost te leiden. Men besloot daarom tot oprichting van 3 Regionale Commando's. De Luchtvaartcommando’s Java (LUCOJA), Sumatra (LUCOSU) en Luchtvaartcommando Grote oost en Borneo (LUCO-GOB) maar omdat alle squadrons op Java en Sumatra gelegerd waren, bestond LUCO-GOB slechts op papier! De Regionale Commando's hadden het operationeel beheer over alle eenheden behorend tot de ML en de vliegvelden in het gebied en stond onder bevel van de Chef Generale Staf (CGS). De Regionale Commando's waren opgezet als schakel tussen troepencommandanten en luchtstrijdkrachten en werden ter beschikking gesteld van de grondtroepen. E.e.a. verliep middels zodanig bepaalde richtlijnen dat de Luchtstrijdkrachten niet te pas en te onpas door de troepencommandant werden ingezet. Dit was noodzakelijk om de Luchtstrijdkrachten - die te kampen hadden met een enorm tekort aan materieel en personeel - te sparen voor eventuele gevechtsacties op grote schaal.

4 jaar en twee politionele acties later werden de regionale commando's in 1950 opgeheven.

  • 121 Sqn. 1 mei 1946 werd 121 Squadron op het vliegveld Tjililitan opgericht. Dit stond onder commando van majoor Hans Maurenbrecher, de ex-commandant van 120 Sqn. Ook het eerste personeel van het nieuwe squadron bestond uit oorlogsveteranen van 120 Sqn. De animo met de Mustang te vliegen was groot, niet in de laatste plaats bij vliegers die uit krijgsgevangenschap kwamen en probeerden zo snel mogelijk bij te komen. De eerste maanden werden besteed aan omscholing van vliegers en operationele training, waarbij veel met raketten werd geschoten. De sterkte van 121 Sqn. was 16 P-51’s, waarvan 4 reserve. Begin juli 1946 waren er 23 stuks en in oktober 26, waarvan 20 vlieggereed en er waren slechts 21 vliegers. De rest was in het depot.

Om op Sumatra over luchtsteun te beschikken en de op Medan gelegerde RAF Spitfire eenheid te vervangen, werd 1 november 1946 122 Sqn te Tjililitan opgericht. Dit had extra personeel en vliegtuigen afkomstig van 121 Sqn. Onder commando van kapitein Gerard Deibel vlogen 12 P-51’s van het 122 Sqn. en het technisch personeel op 14 november naar hun basis Polonia bij Medan. Op 19 november kwam versterking met 5 toestellen.

  • 17 Sqn VARWA (Verkennings en Artillerie Waarneming). Bij de oprichting van 17 Sqn in 1946 werd dit bemand met ex-krijgsgevangenen van het vooroorlogse ML-KNIL met OVW'ers van de LSK. Het squadron was uitgerust met Piper Cup L4J's en bestond uit een staf, en A, B, C, D en E patrouilles die zouden worden gestationeerd op Tjililitan, Andir, Soerabaja, Semarang en Balikpapan. Omdat er geen patr. op Balikpapan nodig was werd E-Patr. ook op Tjililitan gestationeerd.

Bij de oprichting had het squadron nog geen toestellen en vloog het met 5 in bruikleen gekregen Piper Cups van de Bataafsche Petroleum Maatschappij waarvan er 4 op Tjililitan en 1 op Andir gestationeerd. Medio 1946 arriveerden de eerste Piper Cups per schip in Soerabaja. 5 toestellen bleven bij C-patr. in Soerabaja. De overige gingen naar Tjililitan. Als eerste werden de A/E-patr. op sterkte gebracht. Vervolgens de B en D-patr. Daarnaast werden er 2 Piper Cups aan C-patr. toebedeeld daar deze 2 toestellen had afgestaan aan de TrpCdt van Bali/Lombok. De hoofdtaak van het squadron bestond uit het voeren van verkenningen voor infanterie en waarneming/vuurleiding voor de artillerie. Daarnaast werd het ingezet voor transport, verbindingen, bewakingen en het vervoer van post.

De bedoeling was dat eind 1946 het squadron op Sumatra zou worden gestationeerd. Maar de toestellen van het nieuwe 6 ARVA, dat moest aflossen, waren er nog niet. Om toch aan de vraag aan luchtverkenning op Sumatra te kunnen voldoen werden A, B en C patrouille eind 1946 verplaatst naar Sumatra en gestationeerd te Palembang (A-Patr), Padang (B-patr) en Medan (C-patr + staf). D en E-patr bleven op Java en waren gestationeerd op Tjililitan en Semarang. Eind februari, begin maart 1947, na aankomst van 6 ARVA, werden D en E-patr opgeheven.

Tijdens de 1e politionele actie in 1947, werd het squadron ingezet voor verkenningen boven Republikeins gebied en waarnemingen voor de artillerie. Er werd op lage hoogte gevlogen en dit kostte het leven van 5 man. In totaal heeft het squadron tijdens de 1e politionele actie 561 sorties gevlogen.

Na de 1e politionele actie was het bezette gebied aanzienlijk vergroot en moesten grotere afstanden afgelegd worden. Om dit te bekorten werden door de Genie landingsstrips aangelegd in het nieuw bezette gebied waarop de Piper Cups makkelijk konden landen en starten. Een ander probleem betrof het tekort aan materieel en personeel waardoor uit noodzaak een beperking van vlieguren ingesteld werd in 1948.

Tijdens de 2e politionele actie vloog het een totaal van 359 sorties en hierna vloog het squadron de meeste sorties dan ooit. Dit had zijn weerslag op mens en materieel en evenals in 1948 werd een beperking ingesteld van het aantal vlieguren. Op 25 april 1950 werd het squadron opgeheven

  • 6 Sqn ARVA (Artillerie Verkennings Afdeling). Bij de oprichting van squadron in 1946 was deze bemand met Oorlogs VrijWilligers (OVW'ers) van de LSK. Het squadron was uitgerust met vliegtuigen van het type Auster Mk III met als taak: verkenning voor de grondtroepen, artilleriewaarneming, foto en verbindingsopdrachten. Bij aankomst op Java loste het squadron 17 VARWA af dat naar Sumatra verplaatst werd. Omdat de vliegtuigen nog niet gearriveerd waren werden de piloten tijdelijk bij andere squadrons ingedeeld zoals, 16, 18 squadron en 17 VARWA dat de taak van het squadron zolang op zich nam.

Na aankomst van de Austers werd het squadron begin maart 1947 ingedeeld in een A, B, C en D vlucht en gestationeerd op Semplak (A vlucht + staf), Semarang (B vlucht), Andir (C vlucht) en Soerabaja (D vlucht) en vanaf maart 1947 heette het squadron officieel "6 Squadron ARVA".

Tijdens de 1e politionele actie in 1947, werd het squadron ingezet voor verkenningen boven Republikeins gebied en waarnemingen voor de artillerie. Hierbij werden de wegen, bruggen en troepenbewegingen en andere doelen doorgegeven. Daar er laag gevlogen werd was dit werk niet zonder gevaar. In totaal heeft het squadron tijdens en tot kort na de 1e politionele actie meer dan 700 sorties gevlogen.

Na de 1e politionele actie had het squadron nieuwe detachementen te Malang, Bali en Banjoemas en kreeg men eind 1947 te maken met technische problemen. Het doek van de Austers bleek niet bestand tegen het warme, vochtige klimaat en moest elke 6 maanden worden vervangen. Hierdoor waren van de 26 Austers slechts 13 operationeel. Pas begin 1948 was dit probleem opgelost. Begin 1948 gingen ook de OVW'ers van het eerste uur terug naar Nederland. Gelukkig kon genoeg tijd besteed worden aan training van het nieuwe personeel.

Kort voor de 2e politionele actie ontstond een ander groot probleem. Een gebrek aan bruikbare bougies waardoor een deel van de Austers niet beschikbaar was. Ondanks de snelheid waarmee deze alsnog geleverd werden begon het squadron de 2e politionele actie met een aantal van het KNIL geleende Piper Cups. Tijdens de 2e politionele actie in 1948, vloog het squadron een totaal van 315 sorties. Na de 2e politionele actie had het squadron naast de oude locaties er ook een aantal nieuwe detachementen bij Salatiga, Magoewo, Maospati en Tasikmalaya. Tot mei 1949 werd er nog veel gevlogen, daarna werd het een stuk rustiger.

Op 1 maart 1950 werd het squadron officieel opgeheven.

  • Photo Verkennings Afdeling. Tijdens de 2e Wereldoorlog werd het belang van goede inlichtingen door middel van luchtfotografie ingezien. Een B-25 van het 18 squadron, gestationeerd in Australië werd voorzien van een camera en heeft vele opdrachten uitgevoerd voor de NEFIS (Netherlands Forces Intelligence Service).

Na deze positieve ervaringen werd in Batavia, in 1945 het Kantoor Fotodienst opgericht. In 1946 veranderde men de naam in Kantoor Foto-Film Dienst en werden tegelijkertijd de fotosectie Tjililitan en de fotoschool te Andir opgericht. In het begin was een groot tekort aan goed filmmateriaal, camera's, behoorlijke huisvesting en personeel. Later werd de situatie beter en had het nieuwe onderdeel van de ML twee omgebouwde B-25's (FB 25's) en een grote hangar op Tjililitan ter beschikking. Op 1 januari 1947 werd officieel de "Photo Verkennings Afdeling" opgericht.

De taak van de PVA bestond uit het vliegen van film en foto verkenningsopdrachten verstrekt door het Hoofdkwartier Militaire Luchtvaart (HML), plaatselijke troepencommandanten en de Koninklijke Marine. Ook werden opdrachten uitgevoerd voor civiele instanties, zoals het Gouvernement en het bedrijfsleven voor informatie over cultuur, olievelden en andere economische objecten. Naast de in gebruik zijnde FB-25's kreeg de PVA medio 1947 de beschikking over drie Piper Cup's en een voor fotoverkenningen omgebouwde P-51 Mustang. De lichte Pipers werden gebruikt voor verkenning op geringe hoogte en de P-51 voor opdrachten op grotere hoogte. Zo was de PVA vrij flexibel en kon het elke vraag naar fotoverkenningen uitvoeren. Een grote opdracht kwam van het Amerikaanse Post Hostillties Mapping Plan waarvoor de PVA de kartering van de Kleine Soenda eilanden verzorgde. Een jaar na oprichting beschikte de PVA over 5 FB-25's, 2 FP-51's en 5 Piper Cups.

Voor aanvang van de politionele acties bracht de PVA opmarswegen, bruggen en vliegvelden in kaart zodat de staf een goed beeld kreeg van eventuele moeilijkheden tijdens de opmars. Tijdens beide politionele acties, van juli 1947 en december 1948, werd ook veel gebruik gemaakt van de diensten van de PVA. Resultaten van bombardementen en beschietingen van de eigen troepen konden worden geanalyseerd, evenals vernielingen van de TNI, die "tactiek van de verschroeide aarde" toepaste. Tijdens de acties heeft de PVA meer dan 100 opdrachten gevlogen.

De eerste drie maanden van 1949 vloog de PVA nog veel operationele opdrachten en was deze periode, operationeel gezien de drukste ooit. Gedurende 1949 werd het rustig en vanaf begin 1950 waren er nauwelijks nog operationele vluchten. Op 1 maart 1950 werd de PVA opgeheven.

In 1947 was in Nederland intussen de eerste Bevelhebber Luchtstrijdkrachten benoemd.

Medio 1947 was de politieke situatie in Indonesië zo vastgelopen dat de Nederlandse regering opdracht gaf tot het uitvoeren van een militaire actie om belangrijke objecten op Java en Sumatra onder controle te krijgen. Op 21 juli 1947 begon de eerste van de twee Politionele Acties en de beide Mustang-squadrons vervulden hierbij een belangrijke taak. Er werden republikeinse vliegvelden aangevallen om vijandelijke luchtacties uit te sluiten en in het kader van de Actie Pelikaan viel 121 Sqn de vliegvelden Kalidjati, Tasikmalaja en Serang op West-Java aan. Bij een aanval op Tasik werd een Mustang beschadigd door vijandelijke afweer. 121 Sqn opereerde tijdens de actie vanaf Andir met 12 P-51’s en 8 vliegers. Afhankelijk van aanvragen om luchtsteun werden de Mustangs overal ingezet, onder andere bij Poerwakarta, Soemedang, Soekaboemi, Tjikampek, Tegal, Cheribon. Een bijzondere actie was de uitschakeling van vijandelijk kustgeschut op het eiland Noesa Kembangan, tijdens de bezetting van de havenstad Cilacap.

Nederlands-Indië hield in december 1949 op te bestaan toen de Nederlandse regering dit gebied overdroeg aan de republiek Indonesië. Van deze overdracht bleef Nieuw-Guinea uitgezonderd.

Periode 1950-1960[bewerken]

Hawker Hunter F.6A

In 1951 werden de niet operationele functies bij het luchtwapen voor het eerst vrijgegeven voor vrouwelijke militairen.

In 1953 werd de Koninklijke Luchtmacht (KLu) officieel een autonoom krijgsmachtdeel en werd het Commando Luchtverdediging (CLV) opgericht. CLV bestond uit een commando voerings eenheid, 5 radarstations en 6 luchtverdedigingssquadrons. De radaruitrusting en de luchtverdedigingsjagers waren allen afkomstig uit overtollige RAF voorraden.

De Supermarine Spitfire Mk9 werd tot 1954 door 322 Sqn gebruikt maar toen meerdere nieuwe squadrons werden opgericht werd het toestel vervangen door de Gloster Meteor F Mk.4, die van 1948-1957 werd gebruikt door 322, 323, 324, 325, 326, 327 en 328 Sqn.

De opvolger van dit toestel, de Gloster Meteor F Mk.8 werd van 1951-1958 gebruikt door 322, 323, 324, 325, 326, 327 en 328 Sqn.

Na de Nederlandse deelname aan de NAVO werd een tweede commando opgericht; het Commando Tactische Luchtstrijdkrachten (CTL); dit commando bestond uit 7 aanvalssquadrons.

Deze squadrons waren 306, 311, 312, 313, 314, 315 en 316 Sqn die allen waren uitgerust met de Republic F-84G Thunderjet. De toestellen werden van 1952-1956 door de USAF geleverd in het kader van het Mutual Defense Aid Program.

Vanaf 1955-1964 opereerden 322, 323, 324, 325, 326 en 327 Sqn met de Hawker Hunter F Mk.4. Vanaf 1957-1968 opereerden 322, 324, 325 en 326 Sqn met de Hawker Hunter F Mk.6.

Later werd CLV versterkt met 700, 701 en 702 Sqn die vanaf 1955-1964 met de North American F-86K Sabre “allweather” jager opereerden. Deze toestellen kregen van de vliegers de naam “Kaasjager’’.

Vanaf 1955-1970 gingen de operaties van 311, 312, 313, 314, 315 en 316 Sqn over naar de nieuwe Republic F-84F Thunderstreak en 306 sqn naar de fotoverkenner versie RF-84F Thunderflash.

Nieuw-Guinea-conflict[bewerken]

De Indonesische regering claimde Nieuw-Guinea al vanaf het einde van de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse regering bestreed dit en bleef het gebied als Nederlands beschouwen. Jarenlange onderhandelingen leverden geen oplossing aan en de politieke spanning nam steeds meer toe toen Indonesië aan het einde van de jaren ’50 alle diplomatieke betrekkingen verbrak.

Als antwoord ontplooide Nederland in 1958 militaire versterkingen in Nieuw-Guinea waaronder een luchtmachtdetachement dat belast werd met de luchtverdediging. Dit detachement werd gelegerd op Biak toen bleek dat Indonesische troepen hier infiltreerden ter voorbereiding van een grootschalige inval.

De eerste luchtmacht bijdrage werd een detachement van 37 man voor inrichting van 2 Marconi 15 Mk V waarschuwingsradars op Biak (1°11'1"S 136°6'3"E) en op het nabijgelegen eilandje Woendi (1°14'53"S 136°22'5"E). Dit waren apparaten uit de 2e Wereldoorlog die vanwege onbetrouwbaarheid later werden verwisseld voor een SGR 114 en SGR 109.

Toen de politieke situatie tussen Nederland en Indonesië steeds slechter werd besliste de Nederlandse regering in 1960 opnieuw tot het zenden van versterking. Onder de codenaam “Plan Fidelio” werd de luchtmacht belast met het inrichten van het Commando Luchtverdediging Nederlands Nieuw-Guinea (CLV NNG). Dit bestond uit

Hawker Hunter
  • een luchtverdedigingssquadron (322 Sqn) met 12 Hawker Hunter F Mk.4 toestellen en 2 Aérospatiale Alouette II SAR helikopters
  • een radarnavigatiesysteem op Biak en
  • aanleg van een reserve airstrip op het eilandje Numfur (0°56'9"S 134°52'12"E).

De vliegtuigen en SAR-helikopters werden met het vliegkampschip Karel Doorman naar Zuidoost-Azië gebracht en een jaar later vond nog een aanvulling plaats van 12 Hawker Hunter F Mk.6 toestellen die in staat waren tot het vervoeren van meer brandstof en een grotere reikwijdte hadden. De toestellen van 322 Sqn opereerden beurtelings vanaf Jefman airstrip (0°55'31"S 131°7'18"E) en Kaimana (3°38'44"S 133°41'27"E).

In augustus 1962 was Indonesië gereed om Nieuw-Guinea aan te vallen en de geringe omvang van de Nederlandse versterkingen was onvoldoende om een grote aanval tot staan te brengen. Mede hierdoor en door politieke druk van alle landen in de Verenigde Naties werd de Nederlandse regering min of meer gedwongen tot de overdracht van Nieuw-Guinea aan Indonesië. De terugtrekking van de Nederlandse militairen uit het gebied onder achterlating van veel vliegtuigen en voorraden werden in Indonesië beschouwd als een grote overwinning.

Het ontstaan van het 336 (transport) squadron is nauw verbonden met de operaties in Nieuw-Guinea. Meteen na oprichting werd het squadron ingezet in Nieuw-Guinea om het luchttransport over te nemen van de marine. 336 Sqn nam 3 Dakota’s van de marine en 3 door de USAF geleverde toestellen over en opereerde vanaf de airstrip Mokmer. Hierbij werden van september 1961 t/m september 1962 meer dan 5400 passagiers en de nodige vracht vervoerd. Op 6 juni 1962 stortte één van de Dakota's in zee en ging verloren. De bemanning werd gered.

Koude Oorlog vanaf 1960[bewerken]

Bioscoopjournaal uit 1966. Overlevingsoefeningen van de Koninklijke Luchtmacht in NAVO-verband in de sneeuw te Noorwegen.
Van 150 stuks F-84 Thunderstreak
Via 138 stuks F-104G Starfighter
En 105 stuks Northrop NF-5
Naar oorspronkelijk 213 stuks F-16 Fighting Falcons
Straks naar 37 stuks F-35 Lightning II

Tijdens de Koude Oorlog speelde de Koninklijke Luchtmacht in de NATO een belangrijke rol in de West-Europese luchtverdediging tegen het Warschaupact. De luchtmacht leverde 5 operationele raketgroepen (Groepen Geleide Wapens) in voormalig West-Duitsland en de jachtvliegtuigen en andere wapensystemen van het toenmalige CTL waren volledig geïntegreerd in de NATO-luchtverdediging. Zij namen door de jaren heen deel aan ontelbare internationale alarmeringen, stand-by diensten en oefeningen. Daarnaast werd de luchtmacht nationaal ingezet bij de beëindiging van de treinkaping bij De Punt in 1977.

306, 311, 312, 322 en 323 Sqn opereerden opnieuw in gewijzigde configuratie van 1962-1984 nadat de “dual role” F-104 Starfighter was geïntroduceerd.

313, 314, 315 en 316 Sqn schakelden over op de Northrop NF-5 in de periode van 1969-1991. De NF-5 was een goedkope versie van de Northrop F-5.

Vanaf 1979 tot heden opereren de overgebleven squadrons (312, 313, 322 en 323) met de multirole F-16 Fighting Falcon.

Periode vanaf 1989 (einde Koude Oorlog)[bewerken]

Belangrijke operaties na 1989 waaraan door CLSK eenheden wereldwijd werd deelgenomen (bron: MinDef; HKCLSK Afd. Voorlichting)

Afrika:

  • 1994 Rwanda - operatie silverback – humanitaire missie
  • 1994 Zaire – operatie provide care – humanitaire missie
  • 1995 Angola – operatie red cross – humanitaire missie
  • 2000 Sierra Leone – UNAMSIL- vredesoperatie
  • 2000-2001 Eritrea – UNMEE- vredesoperatie
  • 2001 Djibouti – UNMEE- vredesoperatie
  • 2011 Libië – operatie unified protector - oorlogsoperatie
  • 2014 Mali - MINUSMA - vredesoperatie

Azië:

  • 1992-1993 Cambodja – UNTAC – vredesoperatie
  • 1993-2000 Cambodja - CMAC- humanitaire missie
  • 1998 Afghanistan – operatie air quake – humanitaire missie
  • 1998 Indonesië – bali expres – humanitaire missie
  • 2001-2003 Afghanistan – operatie enduring freedom – anti terrorisme
  • 2002-2014 Afghanistan – ISAF- peace enforcing

Europa:

  • 1991 Turkije – operatie wild turkey – vredesoperatie
  • 1991 Turkije – operatie provide comfort – humanitaire missie
  • 1991-heden Balkan – ECMM/EUFOR/EUMM/EUPOL – vredesoperatie
  • 1992-1995 Balkan - UNPROFOR – peace keeping
  • 1993-1995 Balkan – operatie deny flight – peace keeping
  • 1994-1996 Georgië – OVSE – humantaire missie
  • 1994-1996 Balkan – ICFY- vredesoperatie
  • 1995 Balkan – operatie deliberate force – peace keeping
  • 1995-1996 Balkan – operatie joint endeavour/decisive endeavour/IFOR – peace keeping
  • 1996-1997 Moldavië – OVSE – humanitaire missie
  • 1996-2001 Balkan – OVSE – humanitaire missie
  • 1996-1998 Balkan operatie joint guard/deliberate guard/SFOR – peace keeping
  • 1998-1999 Balkan – operatie joint forge/deliberate forge/SFOR – peace keeping
  • 1998-1999 Balkan – NKVM/KVM – vredesoperatie
  • 1999 Balkan – operatie joint forge/allied force – oorlogsoperatie
  • 1999 Balkan – operatie provide shelter – humanitaire missie
  • 1999 Balkan – operatie allied harbour – humanitaire missie
  • 1999-heden – operatie joint forge/joint guardian/SFOR/KFOR – peace enforcing
  • 2002 Balkan – operatie amber fox – vredesoperatie
  • 2003 Turkije – operatie tulip guardian/display deterrence - peace keeping
  • 2013-2015 Turkije - operatie active fence - NATO bescherming tegen Syrische aanvallen

Midden oosten:

  • 1956-heden Libanon – UNTSO – vredesoperatie
  • 1982-1995 Egypte – MFO – vredesoperatie
  • 1991 Israel – operatie diamond patriot – oorlogsoperatie
  • 1991-1998 Irak – UNSCOM – vredesoperatie
  • 2002-2003 Irak – SFIR – peace enforcing

Noord-Amerika:

  • 2001-2002 USA – operatie eagle assist – antiterrorisme

Zuid-Amerika:

  • 1995 Haïti – UNMIH – vredesoperatie
  • 1995 Ned.Antillen – orkaan Luis – humanitaire operatie
  • 1998 Honduras – orkaan Mitch – humanitaire missie
  • 1998 Ned.Antillen – orkaan George – humanitaire missie
  • 1999 Ned.Antillen – orkaan Lenny – humanitaire missie

Huidige inzet: Na terugtrekking van het Nederlandse Air Task Force (ATF) detachement (ter plaatse van 2001-2014) zijn alle Nederlandse strijdkrachten in juni 2014 uiteindelijk uit Afghanistan verdwenen.

Medio 2013 is, ter bescherming van zuid Turkije tegen eventuele Syrische luchtaanvallen, een detachement Patriot raketten tijdelijk geplaatst bij Adana. Inmiddels is besloten dat de Active Fence missie tot eind januari 2015 loopt.

Mei 2014 is een detachement van 3 Chinook en 2 Apache helikopters met 80 man personeel ingezet ter ondersteuning van de VN operatie MINUSMA in Mali.

Oktober 2014 is een detachement van 8 F-16's van Leeuwarden ingezet en ondergebracht in Jordanie t.b.v. het uitvoeren van grondaanvallen op IS terroristen in Irak en mogelijk ook in Syrië.

Vliegtuigen[bewerken]

Aanvankelijk kwam het meeste materieel nog uit Groot-Brittannië (Gloster Meteor, Hawker Hunter). Later voornamelijk uit de Verenigde Staten, mede omdat dit land in de jaren 1950 een groot deel van de vliegtuigen kosteloos leverde via MDAP[2]. De banden met de Amerikaanse vlieguigfabrieken bleven daarna bestaan, want later volgden nog de Lockheed F-104 Starfighter[3], de Northrop/Canadair NF-5 Freedom Fighter en uiteindelijk de General Dynamics F-16 Fighting Falcon.

Geleide wapens[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie Groepen Geleide Wapens voor nadere details over de GGW organisatie

Vanaf het begin van de jaren zestig nam de luchtmacht ook deel aan de NAVO-luchtverdediging die in gordels van Noorwegen tot in Turkije werden ingericht. Dit gebeurde met de Nike Ajax, later vervangen door de Nike Hercules, tegen middelhoog- en hoogvliegende doelen en de HAWK luchtdoelraketten tegen laagvliegende doelen. Voor nabijverdediging waren de M-55 Vierling-mitrailleurs, Bofors 40L70-kanonnen en vanaf de jaren 1980 ook de FIM-92 Stinger beschikbaar.

Er werden 2 groepen met Nike Hercules-raketten, een Groep Techniek en Materieel en 3 groepen met HAWK-raketten uitgerust. Elke groep bestond uit 4 squadrons. De eenheden werden in West-Duitsland gelegerd.

Het uitrusten van 20 operationele en 4 logistieke squadrons kostte zoveel mankracht, dat men i.h.k.v. de defensienota 1974 een reorganisatie uitvoerde. De Groep Techniek en Materieel werd opgeheven. De beide Nike groepen (1 en 2 GGW) werden samengevoegd tot één groep (12 GGW) met 4 squadrons. Een deel van de raketten werd herverdeeld en een deel ging terug naar de Verenigde Staten. Eén HAWK-groep (4 GGW) werd opgeheven en het materieel werd verdeeld over 7 militaire vliegvelden ten behoeve van objectverdediging. Later kregen deze raketten aanvulling van het Shorad/Flycatcher[4]-systeem [5].

In de jaren 1980 was Nederland het eerste land, na de VS, dat de dure Patriot-luchtdoelraket aanschafte. De haast was ingegeven omdat men zo de nucleaire taak van de Nike Hercules kon afstoten. Met de komst van de Patriot werd de organisatie andermaal aangepast tot 2 groepen (3 GGW en 5 GGW) elk met 2 Patriot- en HAWK-squadrons.

Groep Lichte Vliegtuigen[bewerken]

Samen met de Koninklijke Landmacht werd vanaf 1950 de Groep Lichte Vliegtuigen (GPLV) geëxploiteerd. Eerst met vliegtuigen Auster, Piper Super Cub's, De Havilland Beaver en helikopters Hiller Raven, later uitsluitend met helikopters Aérospatiale Alouette III en Messerschmitt Bölkow-Blohm BO-105. GPLV verzorgde de luchtwaarnemingen voor artillerie-eenheden van de landmacht. De bemanning bestond uit een vlieger van de luchtmacht en een waarnemer van de landmacht. Ook de waarnemersopleidingen vonden plaats onder verantwoordelijkheid van de GPLV; dit gebeurde bij de Leger Lucht Waarnemer School (LLWS), later hernoemd tot Opleidings Centrum Grond-Lucht Samenwerking (OCGLS).

De naam GPLV werd in de jaren 1980 vervangen door Tactische Helikopter Groep Koninklijke Luchtmacht (THGKLu). De wijziging werd doorgevoerd omdat de lichte vliegtuigen als Auster en Beaver al lang waren uitgefaseerd en de naam beter aansloot bij de uitrusting van de eenheid. Ook werd de eenheid een volledig onderdeel van de Koninlijke Luchtmacht in plaats van een gedeelde eenheid. Enkele jaren later werd THGKLu door de vele reorganisaties nogmaals gewijzigd in Groep Helikopters (GPH).

In juli 2008 werden de voormalige Groep Helikopters (GPH) en de Marine Luchtvaartdienst (MLD) geïntegreerd in het nieuwe Defensie Helikopter Commando (DHC) en in zijn geheel ondergebracht in de luchtmacht organisatie.

1rightarrow blue.svg Zie Defensie Helikopter Commando voor nadere details over de DHC organisatie

AWACS[bewerken]

Sinds 1983 levert de luchtmacht ook vliegers, gevechtsleidings en onderhoudspersoneel voor de Boeing E-3A Sentry AWACS-vliegtuigen die worden ingezet door de NAVO.

Huidige organisatie[bewerken]

Het einde van de Koude Oorlog had voor de luchtmacht zeer ingrijpende gevolgen. Van de oorspronkelijke 9 jachtsquadrons werden diverse opgeheven of verkleind en uitsluitend bestemd voor opleidingen. Ondersteunende onderdelen werden opgeheven of kregen andere bestemmingen en wapensystemen werden uitgefaseerd en verkocht. Dit beperkte tevens de algehele strategie, sterkte en inzetmogelijkheden van het CLSK.

De resterende organisatie bestaat nu uit een Staf in Breda en enkele onderdelen in Nederland.

Resterende onderdelen van de Luchtstrijdkrachten
Onderdeel Soort Squadrons Opmerking
Hoofdkwartier Commando Luchtstrijdkrachten Luchtmachtstaf Eenheid kustwachtvliegtuigen Schiphol Staf, administratieve en facilitaire diensten.

Adres - HKCLSK / Luchtmachttoren, Luchtmachtplein 1, 4822 ZB Breda

Air Operations and Control Station Nieuw-Milligen (AOCS NM) Operationele commandovoering 711; 970 Sluit dec 2017 i.v.m. bezuinigingen op defensie
Vliegbasis Deelen (VlbDL) Forward Operating Base Helikopter training Staf 11 LUMBL en opstapplaats voor Luchtmobiele Brigade eenheden .

Adres - MLT Deelen, Deelenseweg 1, Arnhem

Vliegbasis Eindhoven (VlbEHV) Main Operating Base Luchttransport 334; 336; 940; 941 NATO Movement Coördination Centre Europe (MCCE) en European Air Transport Command (EATC)

Adres - Vlb Eindhoven, Flight Forum 1550, 5600 RA Eindhoven

Vliegbasis Gilze-Rijen (VlbGZR) tevens Vliegveiligheids Oefen Test Centrum (VOTC) Main Operating Base Helikopters resp. Training vliegend personeel 298; 299; 300; 301; 930; 931; 932 Defensie Helikopter Commando.

Adres - Vlb Gilze-Rijen, Rijksweg 121, 5121 RD Rijen

Vliegbasis Leeuwarden (VlbLW) Main Operating Base F-16 322; 323 (TACTES); 303 (SAR); 630; 920; 921; 922 Bestemming ongewijzigd. Het 303 (SAR) Squadron onder operationeel bevel DHC.

Adres - Vlb Leeuwarden, Keegsdijk 7, 8900 JB Leeuwarden

Vliegbasis Volkel (VlbVKL) Main Operating Base F-16 312; 313; 601; 640; 703 (USAF); 900; 901 Bestemming ongewijzigd.

Adres - Vlb Volkel, Zeelandsedijk 10a, 5408 ZW Volkel

Vliegbasis Woensdrecht (KMSL Vlb WDT) tevens Logistiek Centrum Woensdrecht (LCW) en Joint Meteorologische Groep (LMG) Resp. Opleidingen; Onderhoud en Logistiek, Programma Management en Defensie weercentrale 130; 131; 132; 133; 980; 981; 982; 983 Koninklijke Militaire School Luchtmacht / Vliegbasis Woensdrecht (KMSL Vlb WDT).

Adres - Vlb Woensdrecht, Kooiweg 40, 4630 SZ Hoogerheide

Vliegveld de Kooy Maritieme Ondersteuning 7; 860 Defensie Helikopter Commando.
Groep Luchtmachtreserve (GLR) Landelijke luchtmacht reservisten Staf GLR en 5 squadrons; 600 ondersteunings-opleidings sqn en 601-604 bewakings- en beveiligingsqn Verdeeld over Nederland
Centrum voor Mens en Luchtvaart (CML) Keuringsinstantie en kenniscentrum Soesterberg

Vaak is CLSK-personeel permanent in het buitenland gestationeerd. Dit kan zijn bij internationale staven b.v. SHAPE, AIRCENT, AFSOUTH in ondersteunende en administratieve taken; bij operationele NAVO eenheden zoals NAEWF in operationele taken en bij niet operationele opleidingseenheden zoals het Opleidingsdetachement Euro-Nato Joint Jet Pilot Training bij de 80th USAF Flying Training Wing waar militaire vliegers van verschillende NAVO-landen worden opgeleid; de Nederlandse Opleidingsdetachementen helikoptervliegen op US Army Fort Rucker; en op US Army Fort Hood dat Nederlandse AH-64 Apache en CH-47 Chinook opleidingen en trainingen verzorgt of de F-16 vliegopleiding op Tucson Air National Guard Base.

Huidige luchtvloot[bewerken]

De slagkracht van het CLSK is gebaseerd op de volgende systemen:

Type Foto Aantal Bewapening
Jachtvliegtuigen 63
General Dynamics F-16AM/BM Fighting Falcon F-16 June 2008.jpg 61 waarvan per 2019 te vervangen door minimaal 37x F-35 Lightning II - 312, 313 en 322 Sqn Apparatuur voor electronisch storen (ECM), navigatie of doelaanwijzing alsmede brandstoftanks en bewapening of combinaties hiervan op 9 beschikbare hardpoints.

Bij het CLSK in gebruik zijnde bewapening:

  • M61A1-snelvuurkanon 20mm
  • Air-Intercept Missile-9L Sidewinder: infrarood geleide lucht-lucht raket voor de kortere afstand
  • Air-Intercept Missile-120B Advanced Med Range Air-Air Missile (AMRAAM): radargeleide lucht-lucht raket inzetbaar tussen 50-75km van het doel
  • Air-Ground Missile-65 Maverick: infrarood geleide raket inzetbaar tot 15km van het doel
  • Guided Bomb Unit-10 en 12 Paveway II: 2000 en 500 pond lasergeleide bommen
  • B61-kernwapen
F-35 Lightning II First F-35 headed for USAF service.jpg 2+35 (Totale order van minimaal 37 vliegtuigen) - 323 Testsqn (USA) In principe gelijk aan F-16 wapenpakket maar nog niet officieel vastgesteld
Helikopters 84
Aérospatiale SA316 Alouette III Alouette III SE3160 H75.jpg 4 Royal flight/VIP flight - 300 Sqn Onbewapend
Boeing AH-64D Apache Dutch Air Force Boeing AH-64D Apache Longbow Geerlings-1.jpg 29 - 301 Sqn Standaard bewapening is de onder de romp bevestigde 3cm-M230 Chaingun aanvulbaar met uitwendige containers waarin:
  • 16x Hellfire antitank raketten
  • 76x 2,75 inch Hydra lucht-grond raketten
Boeing CH-47D/F Chinook Chinook.ch-47d.d-101.rnethaf.arp.jpg 17+3 (6 stuks CH-47F, 3 extra CH-47F Chinooks worden aangeschaft) - 298 Sqn FN MAG of FN Minimi tbv loadmaster/boordschutter
Eurocopter AS 532U2 Cougar Mk 2 Rnethaf eurocopter as532 cougar at riat 2010 arp.jpg 17 (aantal uit opslag door problemen met de NH-90) - 300 Sqn FN MAG of FN Minimi tbv loadmaster/boordschutter
NH Industries NH90 NFH NFH90.JPG 13+7 (totaal 20 besteld waarvan 13 geleverd, defensie hervat afname en verwacht er voor begin 2015 nog 2 in ontvangst te nemen) - 7 Sqn, 860 Sqn Nato Frigate (NFH) versie: dieptebommen en Harpoon antischip raketten. Tactical Transport (TTH) versie: FN MAG of FN Minimi tbv loadmaster/boordschutter
Agusta Bell AB 412SP Agusta Bell 412 SP SAR Netherlands.jpg 3 (tot eind 2014) - 303 Sqn Onbewapend
Transportvliegtuigen 9
McDonnell Douglas KDC-10 Tanker McDonnell Douglas KDC-10-30CF der RNLAF.jpg 2 - 334 Sqn Onbewapend
Lockheed C-130H en C-130H extended Lockheed C-130 Hercules.jpg 4 - 336 Sqn Onbewapend
Gulfstream-IV Gulfstream IV RNLAF.jpg 1 - 334 Sqn Onbewapend
Dornier Do 228 (Kustwacht) Netherlands Coastguard Dornier 228 arrives RIAT Fairford 10thJuly2014 arp.jpg 2 - 334 Sqn (Gestationeerd op Schiphol, civiele registratie, organisatorisch onder 334 Sqn) Onbewapend
Lesvliegtuigen 13
Pilatus PC-7 Pilatus.pc-7.fairford2006.arp.jpg 13 - 131 Sqn Onbewapend
Onbemande vliegtuigen (UAV) 84
MQ-9 Reaper MQ-9 Reaper CBP.jpg 0+4 (4 besteld, levering in 2017) Mogelijk in de toekomst
RQ-11 Raven RQ-11 Raven 1.jpg 72 - tbv uitgezonden eenheden Onbewapend
ScanEagle ScanEagle UAV catapult launcher 2005-04-16.jpg 12 - tbv uitgezonden eenheden Onbewapend

Ook beschikt het CLSK over een heteluchtballon voor wervings- en publiciteit. [6]


Van de (oorspronkelijk) 213 F-16's werden er 138 op Mid-life update-standaard gebracht. Na vredesverliezen en afstoting door bezuiniging blijven er (d.t.v. het kabinet Rutte) nog 61 over. Afgestoten toestellen zijn verkocht aan Chili en Jordanië.

Rangenstelsel[bewerken]

1rightarrow blue.svg Zie het artikel: Lijst van militaire rangen van de Nederlandse Krijgsmacht

Toekomst[bewerken]

Benelux-samenwerking[bewerken]

Naar analogie van de samenwerking bij de marine (BeNeSam) hebben de regeringen van de Benelux-landen het plan opgevat ook te streven naar samenwerking op het gebied van Luchtstrijdkrachten. Hiertoe zijn de eerste contrete stappen ondernomen: In 2013 is door de Belgische en Nederlandse ministers van Defensie een "Letter of Intent" ondertekend over het gezamenlijk uitvoeren van de "Air policing" (luchtruimbewaking). Naar verwachting is het conceptverdrag eind 2014 gereed en kan het in 2015 aan de parlementen van de Benelux-landen worden voorgelegd. Het streven zou zijn deze samenwerking per 2016 te laten ingaan.

Ook hebben de Belgische en Nederlandse luchtmachtcommandanten een overeenkomst getekend over:

  • een uitwisselingsprogramma voor vliegers
  • inrichting van een "Belgian-Netherlands Coordination Cell" (BENECC) om de training en operationele inzet van de NH-90 helikopter eenheden te coördineren (beide landen houden al jaren gezamenlijke oefeningen)
  • de uitwisseling van leerlingen bij de opleiding van gevechtsleiders

Gezamenlijke training en gezamenlijk onderhoud met NH-90-helikopters worden nog uitgewerkt. In februari 2014 is op de Vliegbasis Woensdrecht de "Binationale Logistieke Cel NH-90" (BNLC) opgericht ter minimalisering van de instandhoudingskosten van de NH-90 voor beide landen. Het streven is om in de toekomst eventueel te komen tot een Benelux Helikoptercommando. Ook wordt een studie uitgevoerd naar een gecombineerde eenheid voor opleiding en training van survivaltechnieken voor vliegtuigbemanningen. Aanvankelijk onder binationaal commando maar op termijn eventueel onder een Benelux-commando.

Op een bijeenkomst van de Vrije Universiteit Brussel in februari 2014 gaven de Nederlandse Commandant Luchtstrijdkrachten gen. Schnitger en de Belgische Bevelhebber Luchtcomponent gen. Van de Voorde te kennen dat de Benelux-landen streven naar verdergaande militaire samenwerking van de beide luchtmachten om binnen een decennium eventueel te komen tot een geïntegreerde Benelux-luchtmacht.

Jachtvliegtuigen[bewerken]

Het Nederlandse bedrijfsleven nam vanaf 2002 deel in de ontwikkeling van de Joint Strike Fighter (JSF). Bij ondertekening van het contract werd nog gedacht dat (toen) 138 F-16's vervangen werden door 85 tot 100 JSF's. Vanwege de steeds hoger wordende stuksprijs werd dit later verminderd tot resp. 90, 68 en slechts 30 stuks! Intussen werden - vanwege almaar verder doorgevoerde bezuinigingen - MLU F-16's aan Chili en Jordanië verkocht en zijn F-16’s afgestoten waardoor de operationele kracht tot slechts 68 stuks werd beperkt.

Met de defensiebegroting 2014 [7] werd gekozen voor de Lockheed-Martin F-35 "Lightning II" als jachtvliegtuig voor de Nederlandse krijgsmacht. O.g.v. de planning worden vanaf 2019 37 stuks ingevoerd. Vooruitlopend hierop is het aantal operationele F-16's per 1 januari 2014 opnieuw verminderd (nog 61 stuks). De 7 vrijgekomen toestellen worden gebruikt als logistieke reserve (kannibalisatie). I.v.m. de 35-jarige ouderdom van de toestellen is ook de inzetbaarheid verlaagd. Met de resterende F-16’s wordt een kleiner aantal vlieguren gegenereerd; dit zou leiden tot minder slijtage aan motoren en airframes. De reductie in het aantal F-16’s werkt door op het aantal vliegende squadrons (nog 1 op Vlb Leeuwarden en 2 op Vlb Volkel). De operationele Main Ops Base status van beide bases blijft ongewijzigd.

Transportvliegtuigen[bewerken]

Om het tekort aan transportcapaciteit van de luchtmacht te verhelpen werd in 2004 een derde DC-10 aangeschaft. Dit toestel is vanaf 2009 operationeel en beschikt vooralsnog alleen over vrachtcapaciteit, in de bezuinigingsronde van 2012 (€ 1 Miljard) is deze DC-10 April 2014 uitgefaseerd en wordt inmiddels ontmanteld in de UK . De twee al aanwezige KDC-10-tankvliegtuigen en de nieuwe DC-10 zijn in 2006 door Stork-Fokker gemoderniseerd.

Ter vervanging van de Fokker 60UTA-N transportvliegtuigen die in 2007 uit dienst genomen [7] zijn in 2009 ter vervanging 2 ex-US Navy EC-130Q Hercules vliegtuigen afgeleverd [8] die uit Amerikaanse conservatie zijn gekocht. Deze zijn op C-130H-standaard gebracht bij het Engelse bedrijf Marshalls Aerospace in Cambridge.

In 2006 werd bekend dat Nederland deelneemt aan een NAVO initiatief om 3 Boeing C-17 Globemaster III transportvliegtuigen aan te schaffen. De vliegtuigen voeren Hongaarse registraties en zijn gestationeerd op de vliegbasis Papa. Het contract heeft een looptijd van 30 jaar en kost jaarlijks tussen de € 50 en € 250 miljoen. In september 2008 werd door Nederland, de VS, Noorwegen, Polen, Slowakije, Slovenië, Hongarije, Bulgarije, Roemenië, Estland, Letland, Litouwen en de Partnership for Peace-landen Finland en Zweden een memorandum of understanding getekend voor de opzet van de Strategische Airlift Capaciteit (SAC) waarmee de komende 30 jaar in NAVO verband wordt geopereerd. Voor de SAC worden 3500 vlieguren per jaar beschikbaar gesteld en voor alle deelnemende landen wordt jaarlijks een aantal vlieguren vastgesteld. Voor Nederland is dit 400 vlieguren per jaar. De C-17's zijn uit het NAVO budget aangeschaft en ondergebracht in een nieuwe organisatie, de NATO Airlift Management Agency (NAMA) die ook verantwoordelijk is voor al het onderhoud. Het onderhoud wordt uitgevoerd door Boeing.

Operationeel zijn de toestellen ondergebracht in een multinationale NAVO Heavy Airlift Wing die binnen en buiten NAVO-grondgebied kan opereren. De standplaats van deze wing is Hongarije. De C-17's zijn in 2009 afgeleverd.

Helikopters[bewerken]

De Tactische Helikopter Groep (THG) is omgevormd tot Defensie Helikopter Commando (DHC). De Marine Luchtvaartdienst is daarin opgenomen. Het DHC is op vliegbasis Gilze-Rijen ondergebracht en vliegbasis Soesterberg is opgeheven. Twaalf helikopters blijven voor marinetaken beschikbaar vanaf het Maritiem Vliegkamp De Kooy bij Den Helder. De Kooy blijft ook als civiel vliegveld voor offshore-industrie bestaan.

Het DHC omvat alle toestellen van de Koninklijke Luchtmacht en van de voormalige Groep Maritieme Helikopters van de marine en is onder verantwoordelijkheid van de Commandant der Strijdkrachten ondergebracht in het Commando Luchtstrijdkrachten. Het DHC bestaat totaal uit 85 helikopters.

Er worden nog zes CH-47F transporthelikopters geleverd; twee hiervan dienen als vervanging van de Chinooks die in Afghanistan zijn verongelukt. De CH-47D's die al in dienst zijn worden op termijn vervangen door nieuwe CH-47F's. Het voornemen is om in de toekomst het totaal op 20 te laten komen. De Cougar helikopters kunnen nog tot 2017 de light-utility taken van de verkochte Bo-105's uitvoeren.

Aangekondigde plannen voor verkoop van zes van de 29 AH-64D Apache-helikopters gaan niet door. De toestellen blijven behouden vanwege noodzakelijkheid bij uitzendingen van de krijgsmacht in Afghanistan. Hiervoor zijn permanent zes Apaches uitgezonden die na roulatie compleet moeten worden gereviseerd.

Luchtverdediging[bewerken]

De luchtverdediging door middel van de luchtmachtcomponent geleide wapens is met die van de landmacht en van de mariniers geïntegreerd in het nieuwe Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando (DGLC) onder commando van het CLAS. Het CLSK personeel van de Patriot Sqns en eenheden van het Korps Mariniers met luchtverdedigingstaken zijn hierin administratief opgenomen maar blijven bij hun oude krijgsmachtdeel.

DGLC moet vanaf de grond Nederlandse objecten, eenheden en gebieden tegen vliegtuigen, helikopters, kruisvluchtwapens en ballistische raketten beschermen. Dit gebeurt zelfstanding en in NAVO samenwerkingsverband met krijgsmachten uit andere landen. Het DGLC bestaat uit 850 militairen uitgerust met MIM-104 Patriot, FIM-92 Stinger-raketsystemen en NASAMS II-lanceersystemen. Deze maken luchtverdediging op verschillende afstanden mogelijk.

Unmanned Aerial Vehicles[bewerken]

Defensie beschikt al enige tijd over kleine onbewapende onbemande vliegtuigjes (UAV's) - de AeroVironment RQ-11 Raven (25 systemen met elk 3 vliegtuigjes) en de ScanEagle (1 systeem met 6 grotere verkenningsvliegtuigjes). Deze zorgen vanuit de lucht voor lokale informatie over een situatie en omgeving.

In november 2013 werd bekend gemaakt dat defensie vanaf eind 2017 ook gebruik gaat maken van de veel grotere MQ-9 Reaper; een onbemand vliegtuig dat 24 uur per dag, overal ter wereld, kan worden ingezet. Dit toestel kan via een satellietverbinding op afstand worden bestuurd waardoor slechts een deel van het personeel in een inzetgebied aanwezig hoeft te zijn. Het is de bedoeling om de UAV capaciteit in de toekomst op Leeuwarden onder te brengen.

Commandovoering[bewerken]

De geïntegreerde tactische commandovoering, de gevechts (CRC)- en verkeersleiding (MilATCC) van de luchtmacht worden nog uitgevoerd door het 711 Air Ops Sqn van het Air Operations and Control Station Nieuw Milligen (AOCS NM).

De in 2010 op het AOCS NM (lucht-) mobiele snel inzetbare commandovoerings en radareenheid - Deployable Aircontrol centre Recognized airpicture centre Sensor fusion post (DARS) - bemand met personeel uit diverse NATO-landen, is verplaatst naar Italië.

De tot op heden in gebruik zijnde ARES Medium Power Radars (Nw.Milligen en Wier) zijn na > 40jr op het eind van hun levensduur. Zij worden m.i.v. 2017 vervangen door 2 door Thales NL te leveren SMART-L GB radars (zie Air Operations and Control Station Nieuw-Milligen voor nadere informatie).

I.v.m. de komende sluiting van het AOCS NM en overplaatsing van het personeel is de toekomstige operationele commandovoering van het CLSK in beraad.

Bezuinigingen onder het kabinet-Rutte[bewerken]

In november 2010[9] gaf minister van Defensie Hans Hillen aan dat Defensie €200 miljoen dient te bezuinigen en dat rekening gehouden moest worden met een verlies van 10.000 arbeidsplaatsen in de gehele krijgsmacht waarbij gedwongen ontslagen niet waren uit te sluiten.

Alle krijgsmachtdelen kregen daarop met enorme inkrimpingsmaatregelen te maken.

Luchtmachtdagen[bewerken]

De Luchtmachtdagen werden vroeger jaarlijks gehouden doch vanwege bezuinigingen geschieden deze nu periodiek. Hierbij valt jaarlijks telkens 1 krijgsmachtdeel af. Als de luchtmachtdagen plaatsvinden wordt gerouleerd tussen de bases Gilze-Rijen, Leeuwarden en volkel. Deze dagen staan i.h.k.v. werving van nieuw personeel en hierbij worden vliegshows en demonstraties gegeven waarbij het publiek gelegenheid heeft diverse vliegtuigen van dichtbij te bekijken.

Van stuntteam via demoteam naar aerobatic team[bewerken]

The Grasshoppers in hun laatste kleurstelling
Ze maakten vaak gebruik van rook

Door de jaren heen was de grote publiekstrekker op open dagen altijd het optreden van een of meer stuntteams. Ook in het CLSK (toen KLu) hebben diverse stuntteams gevlogen. Het verschil met demoteams van andere luchtmachten was echter dat de Nederlandse teams allemaal door gewone vliegers waren bemand die de demo's naast hun normale werk erbij deden. Zij werden niet vrijgesteld van normale werkzaamheden zoals bij diverse teams van andere landen het geval is. Vanwege de vele ongevallen (diverse met fatale afloop) werd de term stuntteam later hernoemd tot respectievelijk demo en aerobatic team.

Ruiten 4 (1952-1955) was een stuntteam van de Vlb.Soesterberg dat vloog met 4 Gloster Meteors in rode kleuren met op beide motoren de kaart ruiten 4 geschilderd. In die tijd beschikte iedere vliegbasis wel over een lokaal stuntteam. Zoals de Jet Pipers (1954-1956) van het 328 Sqn van Vlb.Soesterberg; het 323 Sqn Stuntteam (1955-1956) van Vlb.Leeuwarden beiden vliegend met Gloster Meteors F Mk.8 en de Red Noses (1955-1957) van 314 Sqn Vlb.Eindhoven met F-84G Thunderjets en F-84F Thunderstreaks.

Een van de meest bekende teams was Whisky Four (1956 - 1965); een stuntteam geformeerd uit vlieger instructeurs van de jachtvlieg opleiding van Vlb.Woensdrecht. Het team vloog eerst met 5 Gloster Meteors maar schakelde daarna over op 4 Lockheed T-33’s. Het team vloog in binnen en buitenland en werd na een noodlottig ongeval waarbij 2 vliegers omkwamen in 1965 opgeheven. Whisky Four vloog in de kleuren zilver en beige/groen.

Dash Four (1956 – 1959) was een stuntteam bestaande uit vliegers van de Vlb.Volkel en vloog met F-84F Thunderstreaks. Dit team vloog alleen in Nederland met uitzondering van één optreden in de Verenigde Staten in 1958, waarbij 2 vliegers (niet fataal) crashten. Dash Four vloog in de kleuren rood/wit/ blauw; zilver; rood/wit en oranje.

Sandbag Diamond vloog alleen in 1963 en was een team van 315 Sqn gelegerd op Vlb.Eindhoven. Er werd gevlogen met 5 F-84F Thunderstreaks (4 in formatie en 1 solo). De toestellen hadden geen kleurenschema en vlogen gewoon in camouflagekleur.

Whisky Four ’67 was eveneens een stuntteam van de Vlb.Eindhoven dat met 7 F-84F Thunderstreaks zonder externe tiptanks in dezelfde beige/groen kleurencombinatie vloog als de oorspronkelijke Whisky Four. Na een fataal vliegongeval in 1967 werd het team opgeheven.

The Rascals (1970-1971) was een demoteam van 314 Sqn van Vlb.Eindhoven vliegend met 4 F-84F Thunderstreaks. Vanwege vervanging van de Thunderstreaks werd het team opgeheven.

The Grasshoppers (1973-1995) was een helikopterteam van 299 en later 300 Sqn van Vlb.Deelen. Ze kregen grote bekendheid nadat zij een officiële status als demonstratieteam hadden verworven. Het team vloog met de oerdegelijke Alouette III en trad op vele airshows shows in Europa op. De toestellen waren eerst voorzien van afwasbare gele strepen; daarna van gele vlakken; daarna van een wit zebrapatroon en tenslotte in een rood-wit-blauwe beschildering. Nadat in de jaren 90 besloten werd tot vervanging van gehele helikopter-vloot door modernere helikopters, werd het demonstratieteam opgeheven. Vier exemplaren zijn tot op heden (2014) behouden voor VIP en trainingsvluchten.

Naast de formele aerobatic teams, zijn er ook heden een aantal individuele "gelegenheids" aerobatic vliegers. Deze vliegen dan gedurende 1 seizoen een bepaald type vliegtuig of helikopter voor op (inter)nationale evenementen.

Vliegtuigen van de luchtmacht na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Lijst van vliegtuigen na de 2e Wereldoorlog op type
Type In gebruik Aantal Squadrons
Gevechtsvliegtuigen
Vickers Supermarine Spitfire Mk.IX 1946-1953 35 322
North American P-51 Mustang 1946-1950 39 120, 121
Gloster Meteor F. Mk.IV 1948-1957 61 322, 323, 324, 325, 326, 327, 328
Gloster Meteor F. Mk.VIII 1951-1958 160 322, 323, 324, 325, 326, 327, 328
Republic F-84 Thunderjet 1952-1956 166 306, 311, 312, 313, 314, 315, 316
Republic F-84F Thunderstreak 1955-1970 180 311, 312, 313, 314, 315, 316
Republic RF-84F Thunderflash 1956-1963 24 306
Hawker Hunter F. Mk.4 1955-1964 96 322, 323, 324, 325, 326, 327
Hawker Hunter F. Mk.6 1957-1968 93 322, 324, 325, 326
North American F-86K Sabre 1955-1964 63 700, 701, 702
Lockheed F-104G/RF-104G/TF-104G Starfighter 1962-1984 138 306, 311, 312, 322, 323
Northrop NF-5A/B 1969-1991 105 313, 314, 315, 316
General Dynamics F-16A(M)/B(M) Fighting Falcon 1979-heden 213 306, 311, 312, 313, 314, 315, 316, 322, 323
Bommenwerpers
North American B-25J Mitchell 1942-1950 139 18, 20
Transportvliegtuigen
de Havilland DH-89B Dominie 1944-1956 4 334
Avro Anson Mk.1 1947-1953 25 334
Douglas C-47 Dakota 1949-1962 19, 20, 334, 336
Beechcraft T-7 Navigator 1950-1953 28
Fokker F27 Friendship/Troopship 1960-1996 12 334
Fokker F50 1996-2012 2 334
Fokker F60U 1996-2007 4 334
McDonnell Douglas KDC-10-30 1995-heden 2 334
McDonnell Douglas DC-10-30 2004-2014 1 334
Lockheed C-130H-30 Hercules 1994-heden 2 334, 336
Lockheed C-130H Hercules 2007-heden 2 336
Gulfstream IV 1995-heden 1 334
Lesvliegtuigen
de Havilland DH.82A Tiger Moth 1946-1951 56
North American T-6 Texan/Harvard 1946-1968 200
Fokker S.11 Instructor 1950-1973 39
Gloster Meteor T. Mk.VII 1949-1959 45 313, 322, 323, 324, 325, 326, 327, 328, 700, 701
Lockheed T-33A Shooting Star 1953-1972 60 306, 313, 700
Fokker S.14 Machtrainer 1955-1967 20 Voortgezette Vliegeropleiding
Hawker Hunter T. Mk.7 1958-1968 20 323, 325
Pilatus PC-7 1989-heden 13 131 (Elementaire Militaire Vlieger Opleidingen)
Verkenningsvliegtuigen en light utility vliegtuigen
Auster Mk.3 1946-1952 20 298, 334
Piper Super Cub L-18C/L-21A/L-21B 1952-1976 162 298, 299, 300
de Havilland Canada DHC-2 Beaver 1956-1974 9 300, 334
Maritieme verkenners
Fokker F27 Maritime 1981-2000 2 336
Fokker F60U 2005-2007 2 aangepast voor MPA detachement
Helikopters
Hiller H-23 Raven 1955-1964 36 298, 299, 300
Aérospatiale Alouette II 1959-1967 8 298, SAR Vlucht
Aérospatiale Alouette III 1964-heden 77 298, 299, 300, SAR Vlucht
MBB BO-105C/CB/DB 1975-2004 30 298, 299
Agusta Bell AB 412SP 1994-heden 3 303 (voorheen SAR Vlucht)
Eurocopter AS 532U2 Cougar Mk 2 1996-heden 17 300
Boeing-Vertol CH-47D Chinook 1995-heden 13 298
Boeing-Vertol CH-47F Chinook 2011-heden 6 298
AH-64A Apache 1996-2001 12 301, 302
AH-64D Apache 1998-heden 30 301, 302
Westland Lynx [10] 1976-2012 21 7, 860

NB: De squadrons 18, 19, 120 en 121 waren ooit gestationeerd in het voormalig Nederlands-Indië en maakten deel uit van de Militaire Luchtvaart van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger.

Onderdelen van de Koninklijke Luchtmacht na de Tweede Wereldoorlog[bewerken]

Alfabetische lijst van onderdelen van de KLu na de 2e Wereldoorlog (cursief=opgeheven) afkorting locatie
Aan en Afvoer Groep Noord AAGN Kamp van Zeist / Soesterberg
Aan en Afvoer Groep Zuid AAGZ Eindhoven / Gilze-Rijen
Air Operations and Control Station AOCS NM Nieuw-Milligen
Commando Logistiek & Opleidingen CLO Zeist / Arnhem
Commando Luchtverdediging CLV Driebergen *
Commando Tactische Luchtstrijdkrachten CTL Zeist
Control Reporting Centre / Military Airtraffic Control Center CRC/MilATCC Nieuw-Milligen
Defensie Helikopter Commando DHC Vlb.Gilze-Rijen
Depot Algemeen Technisch en Intandance Materieel DATIM Soestduinen
Depot Elektronisch Luchtmacht Materieel DELM Rhenen
Depot Materieel & Vliegtuigsystemen (samengevoegde DSM en DVM) DMVS Woensdrecht
Depot Straal Motoren DSM Woensdrecht
Depot Vliegtuig Materieel DVM Gilze-Rijen
Groep Geleide Wapens De Peel GGWDP Vredepeel
Groep Helikopters KLu GPH Vlb.Deelen
Groep Techniek en Materieel Geleide Wapens GTMGW Hesepe (West-Duitsland)
Koninklijke Kader School Luchtmacht (voorheen LKS) KKSL Schaarsbergen
Korps Luchtmacht Staf KLS Den Haag
Korps Luchtvaart Troepen LVT Bussum
Logistieke Groep Rhenen (voorheen DELM) LGR Rhenen
Luchtmacht Bewakings Korps LBK Breda / Bussum
Luchtmacht Electronische en Technische School (samengevoegde LTS en RRS) LETS Arnhem
Luchtmacht Instructie en Militaire Opleidingen School LIMOS Nijmegen
Luchtmacht Kader School (later KKSL) LKS Schaarsbergen
Luchtmacht Meteorologisch Centrum LUMETC Zeist
Luchtmacht Meteorologische Groep LMG Woensdrecht
Luchtmacht Officiers- & Kader School LOKS Breda / Gilze-Rijen
Luchtmacht Radio Radar School RRS Arnhem
Luchtmacht Staf School LSS Nootdorp
Luchtmacht Techniek School LTS Arnhem
Navigatie Station Achterhoek NSA Holterhoek
Navigatie Station Groningen NSG Marsum
Navigatie Station Noord NSN Den Helder
Navigatie Station Zuid NSZ De Lier
Radar Post Noord RPN Wier
Tactische Helikopter Groep THGKLu Vlb.Deelen
Vliegveiligheids Opleidings Trainings Centrum VOTC Rijen
Voortgezette Instructie en Militaire Opleidingen School VIMOS Breda / Gilze-Rijen
Vlb Deelen VLBDL Arnhem
Vlb Eindhoven VLBEHV
Vlb Gilze-Rijen VLBGZRY
Vlb Leeuwarden VLBLW
Vlb De Peel VLBDP Vredepeel
Vlb Soesterberg VLBSSB Soesterberg
Vlb Twente VLBTW Enschede
Vlb Volkel VLBVKL Uden
Vlb Woensdrecht VLBWDT Hoogerheide
Vlb Ypenburg VLBYB Nootdorp
Vliegveiligheids Oefen en Test Centrum VOTC Gilze-Rijen
1e Groep Geleide Wapens 1 GGW Handorf (West-Duitsland)
2e Groep Geleide Wapens 2 GGW Schöppingen (West-Duitsland)
3e Groep Geleide Wapens 3 GGW Blomberg (West-Duitsland)
4e Groep Geleide Wapens 4 GGW Hessisch Oldendorf (West-Duitsland)
5e Groep Geleide Wapens 5 GGW Stolzenau (West-Duitsland)
12e Groep Geleide Wapens 12 GGW Bramsche (West-Duitsland)
1e Luchtmacht Verbindings Groep 1 LVG Hilversum
2e Luchtmacht Verbindings Groep 2 LVG Riel

Bekende/markante (oud-)luchtmachters[bewerken]

Trivia[bewerken]

Het luchtmachtuniform (Dagelijks Tenue en VeldTenue gladde stof) was na de Tweede Wereld Oorlog sterk gebaseerd op het RAF uniform. Het gewone werkpak was eerst groen maar werd in de 1970's vervangen door een grijze versie. In de 1980's volgde een lichtbruine versie die in de 1990's weer werd vervangen door het huidige camo-pak. Het typische luchtmachtblauw van het DT werd omstreeks 2013 vervangen door een donkere kleur blauw.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. lt.kol. n.d. E.H. Brongers: De oorlog in mei '40
  2. Een deel van de North American F-86 Sabre, Republic F-84 Thunderjet, Republic RF-84F Thunderflash en Republic F-84 Thunderstreak jagers is kosteloos in het kader van het MDAP verstrekt.
  3. Van de 138 Starfighters zijn de 18 tweezitsversies kosteloos verstrekt.
  4. Shorad staat voor Short Range Air Defence
  5. Shorad/Flycatcher bestond uit 3 (Bofors 40L70-) kanonnen die door middel van een Flycatcher-radar werden geleid.
  6. Luchtmacht zet ballon in, 3 aug. 2007, www.defensie.nl
  7. Dutch military aviation OrBat
  8. De koop betrof 3 exemplaren, waarbij het derde uitsluitend gebruikt wordt voor onderdelen, om de beide anderen weer luchtwaardig te krijgen.
  9. Brief Min.v.Defensie dd 18 november 2010 Toelichting op de nota van wijziging 2011
  10. Na samenvoeging MLD met Groep Helikopters
  • van de Berg, Koos. Van Luchtvaartafdeling tot Koninklijke Luchtmacht, 75 jaar Militaire Luchtvaart in Nederland.
  • Dijkman, Hans. 75 Jaar Nederlandse Luchtmacht, 1913-1988.
  • van Gent, Cor en Jack Bosma. F-16 25 jaar in dienst van de KLu, Van grijze sleur naar opvallende kleur. Alkmaar: De Alk, 2004.
  • Jong, Kolonel A.P. De KLU 75: Vlucht door de tijd (75 jaar Nederlandse luchtmacht). Houten: Van Holkema & Warendorf, 1988.
  • Jong, Kolonel A.P. Koninklijke Luchtmacht. Alkmaar: De Alk, 1978. ISBN 90-6013-716-7.
  • van Soeren, Bert. De wieg van Neerlands Luchtvaart heeft in Soesterberg gestaan. 1974.
  • Wittert van Hoogland, R.W.C.G.A. Een halve eeuw militaire luchtvaart, 1913-1963. 1963.