Communitarisme

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Politieke ideologieën
Dit artikel is een deel van

de reeks over politiek

Ideologie

Anarchisme
Christendemocratie
Communisme
Communitarisme
Conservatief-liberalisme
Conservatisme
Ecologisme
Fascisme
Franquisme
Feminisme
Islamisme
Klassiek liberalisme
Liberalisme
Libertarisme
Linksnationalisme
Nationalisme
Pan-nationalisme
Progressief liberalisme
Nationaalsocialisme
Neoliberalisme
Sociaaldemocratie
Socialisme

Portaal  Portaalicoon  Politiek

De term communitarisme of communautarisme (Latijn: communio, "gemeenschap") staat voor een stroming in de politieke en sociale filosofie, die kritisch staat tegenover het moderne kapitalisme en liberalisme en die omstreeks 1980 ging reageren op de politieke filosofie van John Rawls. Belangrijke vertegenwoordigers zijn Alasdair MacIntyre, Michael Walzer, Benjamin Barber, Charles Taylor en Amitai Etzioni.

Communitaristen zijn van mening dat alleen een in een gemeenschap ingebedde mens in staat is, zich een oordeel te vormen over de grondslagen van wat gerechtigheid is: alleen waar een gemeenschap of gemeenschappen bestaan, kunnen zich voorstellingen van gedeelde waarden en normen ontwikkelen, concepties van wat goed en kwaad is en alleen daar kan daarover ook in politieke zin zinvol onderhandeld worden. Communitaristen beklemtonen de afhankelijkheid van de mens van de gemeenschap, wat in scherpe tegenstelling staat met de liberalistische opvatting, voor zover die het primaat eenzijdig legt bij het onafhankelijke individu. Communitaristen sluiten een onafhankelijk oordeel van het individu binnen de gemeenschap niet uit, maar geven er de voorkeur aan om te spreken van een sociaal individu. In het bijzonder Charles Taylor en Alasdair MacIntyre hebben dit concept verder uitgewerkt.

Het communitarisme vindt dat de ontplooiing van het individu sociale begrenzingen mag kennen en waardeert dat op zichzelf positief. Ze vinden dat het radicale liberalisme een zichzelf vernietigende kracht vormt, omdat die alles verwacht van de maximalisatie van het economische nut en de zelfverwerkelijking van het autonome individu, en zo oorzaak is van de atomisering en vermarkting van de samenleving, het verlies aan solidariteit, van waardenoriëntaties, van legitimiteit, identiteit en het vermogen tot kritische zingeving. Er wordt daarbij onder meer gewezen op het verlies aan burgerlijk engagement, het zich terugtrekken in de privésfeer en het krampachtig zoeken naar nieuwe, compenserende, populistische identity-markers waarin burgers zich rigoureus afgrenzen van andere burgers vanwege hun geloof of etnische achtergrond. Communitaristen vragen zich af wat het betekent een enkeling in een gemeenschap te zijn; wat het maatschappelijk verschijnsel individualisering betekent; wat de ontbindingsverschijnselen, die individualisering voortbrengen, zijn; wat het "cement" kan zijn dat een gemeenschap (weer) kan binden. Ze zoeken bij voorkeur alternatieven in een politiek die gericht is op algemeen welzijn en benadrukken daarbij het belang van een sterke civil society, ze zijn wars van etatisme, maar niet van ingrepen in wat ze zien als de verbureaucratiseerde verzorgingsstaat. De tegenstellingen tussen communitaristen en liberalisten kunnen daarom door meerdere traditionele politieke stromingen heen lopen.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]