Complementaire kleur

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
kleurencirkel

Complementaire kleuren zijn kleuren die tegenover elkaar staan in de kleurencirkel.

Deze kleuren houden met elkaar verband door het feit dat als wit licht gereflecteerd wordt door een object van een bepaalde kleur, een gedeelte van het spectrum van dat licht door het object wordt geabsorbeerd. Het gereflecteerde licht heeft dan de kleur, die aangevuld (gecomplementeerd) met het geabsorbeerde deel wit licht oplevert.

  • In een additief kleursysteem, met lichtmenging, wordt het mengsel van twee complementaire kleuren wit.
  • In een subtractief kleursysteem, met transparante gekleurde lagen over elkaar, leidt het mengen van complementaire kleuren tot zwart.
  • In een partitief kleursysteem met dekkende verf, geruit weefsel, ontstaat grijs bij het mengen van complementaire kleuren.

In het niet-wetenschappelijke traditionele kleursysteem dat bijvoorbeeld door schilders soms gehanteerd wordt, zijn de complementaire kleuren:

Sommigen blijven hieraan hechten omdat zij deze traditioneel complementaire kleurenparen als harmonischer beschouwen dan de hieronder genoemde. Men spreekt in dit geval wel van harmonische kleurenparen.

In het wetenschappelijke en natuurkundig juiste kleursysteem zijn de complementaire kleurenparen:

Dit kan iedereen met een normaal kleurenzicht zelf controleren via de kleur van het nabeeld van een kleur.

Een ezelsbruggetje:

  • de complementaire kleur van Rood is Cyaan (R eerste letter van RGB,C eerste letter van CMYK)
  • de complementaire kleur van Groen is Magenta (G tweede letter van RGB,M tweede letter van CMYK)
  • de complementaire kleur van Blauw is Yellow (B derde letter van RGB,Y derde letter van CMYK)

De K is hieraan bijgevoegd omdat inkten nooit zuiver zijn. Zoals rood met groen en blauw licht wit vormt, zouden cyaan, magenta en gele inkt samen zwart moeten vormen. Inkten zijn echter nooit perfect zuiver van kleur en dus wordt er een drukgang met zwart aan toegevoegd.

De eerste die op de gedachte kwam dat kleuren in complementaire paren geordend konden worden, was Ignaz Schiffermüller in zijn Versuch eines Farbensystems uit 1772.