Comte de Smet de Naeyer (schip, 1905)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
(Doorverwezen vanaf Comte de Smet de Naeyer (schip))
Ga naar: navigatie, zoeken
Comte de Smet de Naeyer
Graaf de Smet de Naeyer.jpg
Geschiedenis
In de vaart genomen 1904
In dienst 1905
Uit dienst 1906
Status Gezonken
Vlag België
Voortstuwing en vermogen windkracht
Eigenaar ASMAR
Bijnaam Comte
Portaal  Portaalicoon   Maritiem

De Comte de Smet de Naeyer was een Belgisch schoolschip dat in 1902 werd gebouwd en in 1906 verging.

Geschiedenis[bewerken]

Graaf Paul de Smet de Naeyer, toenmalige Minister van Financiën en Openbare Werken, startte in 1902 in Brugge met een comité dat de maritieme bedrijvigheid deed herleven of opflakkeren. Een van de beslissingen van de "N.V. Belgische Zeevaartvereniging" was om een zeilschip te bouwen dat kon dienen als opleidingsschip voor officieren van de koopvaardij?

In december 1904 werd dan ook het eerste schoolschip, de "Comte de Smet de Naeyer" of kortweg "Comte", te water gelaten.

Al bij de bouw beleef de driemaster, die volgens ongeluksprofeten getekend was door het noodlot, niet van dat noodlot gespaard. Op 20 oktober, elf dagen na de tewaterlating lag het schip er volgens getuigen in het dok van Greencock bij als "een dode vis". Een menselijke tekortkoming van de loodgieter die verkeerdelijk de ballast tanken had gevuld. Resultaat: het schip was gekapseisd en lag met zijn drie masten op de kade. Paniek in de rangen van de Belgische zeevaartverenigingen die nu alle mogelijke zekerheden wilden krijgen over de stabiliteit van het schip. Onder volle zeilen voer het schip van Schotland naar Antwerpen en alle experten aan boord waren het roerend eens, de CdSdN was een uiterst stabiel schip, als het maar met zorg en begrip gemanoeuvreerd werd. Lloyds registreerde het in de hoogste klasse zodat even later er geen twijfel meer bestond over de degelijkheid van het eerste Belgische schoolschip.

Na een eerste verre zeereis naar Chili werd de grote driemaster wat getransformeerd en beter uitgerust, nadat Fourcault had aangeven dat hij niet langer zijn rol als Commandant wenste verder te zetten. Een beslissing waarop hij later terugkwam toen geen geschikte officier gevonden werd om het commando over te nemen.

In februari 1906 lag ze aan de rede in Antwerpen, voor een grote opknapbeurt en ter aanvulling van de aanmonstering. Vele kandidaat-officieren monsterden zich aan, maar geen nieuwe commandant.

Op 11 april vertrok het schoolschip dus weer onder het gezag van kapitein Fourcault vanuit Antwerpen naar Zuid-Afrika met een vracht van 2400 ton cement en 350 ton andere vracht. Het kwam echter niet ver en was het haar laatste reis. Op 19 april 1906 verging de "Comte" in de Golf van Biskaje. Hierbij kwamen 33 scheepslieden om het leven, waaronder de kapitein, de aalmoezenier en verschillende officieren. Een reddingsloep met 24 matrozen doorstond de ramp. Deze werd opgepikt door de 'Dunkerque', die de drenkelingen later weer in Cuxhaven aan land zou zetten. Latere getuigenverklaringen van o.a. Edward Van De Putten en Cmdt Jules Meulemeester (Later twee termijnen commandant van het schoolschip l'Avenir, de Kassaï en tal van andere schoolschepen, alsook havenkapitein van de haven Van Antwerpen) hebben echter uitgewezen dat het schip reeds in Antwerpen water begon te maken, en reeds op de eerste reis en zelfs bij de tewaterlating problemen ondervond met de stabiliteit, zo blijkt uit een uitreksel van "Verslag laatste overlevende van de Comte de Smet de Naeyer":

Na de ramp volgde bovendien een lange nasleep om de ware oorzaak van de ramp te achterhalen. Zelfs een orkaan werd gespeculeerd, maar die werd teniet gedaan door Kpt. Barther die met zijn stoomboot enkele uren na de gebeurtenis de onheilsplek doorvoer. “Ikzelf heb niet de minste storm ontmoet. De zee was kalm en er slechts een kleine deining zichtbaar. Er stond wel een stevige Noord Oosten wind, kortom gezegd geen enkele waarneming deed bij mij het vermoeden rijzen dat er op deze plek kort tevoren een zware storm had gewoed. Er was trouwens uren in het rond geen enkel stukje wrakhout te bespeuren dat eventueel zou kunnen wijzen op een schipbreuk.”

De stelling dat het schip gekapseisd was bleek achteraf ook geen steek te houden want volgens de verschillende getuigenverklaringen was het rechtstaande in de golven verdwenen. Hoe dan ook de ware reden van de ondergang van het eerste Belgische schoolschip werd nooit achterhaald. De golf van Biscaye is sinds mensen geheugenis gekend als het graf van de zeelieden en met die wetenschap werd het onderzoek afgesloten. Lag het aan het schip zelf, was de lading, was de scheepsbodem reeds lek in het dok of was het misschien sabotage, vragen die nooit een antwoord kregen.

Toen de gemoederen in 1910 gekalmeerd waren werd kapitein Fourcault door het hof van beroep in Brussel niet langer aansprakelijk gesteld. De Belgische zeevaartvereniging was al in 1907 van alle schuld vrijgesproken. Commandant Fourcault, aldus directeur Lecointe van het observatorium, was de meest geschikte van al onze marineofficieren. Hij bezat alle kwaliteiten om behoorlijk zijn rol als bevelhebber te vervullen en zo werd zondebok Fourcault definitief in ere hersteld. De CdSdN kreeg al in 1907 een opvolger de Comte de Smet de Naeyer II. De echte opvolger zou een jaar later voor het eerst uitvaren en ging de zeevaartgeschiedenis in als de L'Avenir''

Bron: #Verslag laatste overlevende van Comte de Smet De Naeyer

L'Avenir werd zo het tweede 'echte' schoolschip van de zeevaartvereniging. Verschillende overlevenden van de ramp met de Comte de Smet de Naeyer monsterden aan en voerden later het commando over het tweede schoolschip.

Detail van het monument De Smet de Naeyer

Ter nagedachtenis van deze scheepsramp werd er in Brussel op het Jan Jacobsplein een monument geplaatst, vervaardigd door de beeldhouwer Charles Samuel. Het werd onthuld op 9 juli 1912.

    • Bron: "Zeilen is een kunst: Mercator en de Belgische schoolschepen - Werner Van De Walle - 2012 - Uitgeverij Lannoo"
  1. [1]

Externe link[bewerken]

  1. Comte de Smet de Naeyer
  2. Comte de Smet de Naeyer
  3. H Van Riemsdijk, C Deglas ( 2005), Rampen in België; uitgeverij Lannoo