Concentratiekamp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een concentratiekamp is een kamp waar mensen, meestal onder militaire dwang, bijeengebracht worden. Het is een inrichting om politieke tegenstanders of anderszins ongewenste mensen op grond van etnische, religieuze of sociale kenmerken te isoleren en psychisch en/of fysiek te breken, in sommige gevallen te doden. Het insluiten in een kamp gebeurt doorgaans voor onbepaalde tijd, door administratieve handelingen, zonder tussenkomst van een rechtbank en rechtshulp en zonder enig recht op inspraak. Het begrip concentratiekamp is voor een groot deel bepaald door het gebruik ervan tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Auschwitz I - Dubbele prikkeldraadafscherming rond het kamp. Op de draden stond een dodelijke elektrische spanning

Begrip

Met het begrip concentratiekamp worden in het spraakgebruik vaak verschillende zaken aangeduid: vernietigingskamp, werkkamp, interneringskamp, reserveringskamp, verzamel- en doorgangskampen, die elk een andere bestaansgrond hebben en die soms in elkaar overlopen.

Vernietigingskampen

Vernietigingskampen hebben de vernietiging van mensen tot doel. Een ongeëvenaard voorbeeld zijn de tussen 1941 en 1942 gebouwde vernietigingskampen tijdens het Duitse nationaalsocialisme, zoals Sobibór. Het doel van deze kampen was de zo snel mogelijke en grootschalige vernietiging op welhaast industriële wijze, van (voornamelijk) Joden, met name door middel van gifgas. Degenen die er arriveerden werden direct gedood, op enkele uitzonderingen na (het Sonderkommando), die in leven werden gehouden om werkzaamheden te verrichten (zoals het sorteren van kleding en het bedienen van de crematieovens). Uiteindelijk was ook het Sonderkommando ten dode opgeschreven. Ook Roma en mensen van Slavische afkomst belandden in vernietigingskampen.

Werkkampen

In werkkampen verrichten inzittenden dwangarbeid (in tegenstelling tot vernietigingskampen, waar niet arbeid maar de directe dood het doel was). Inzittenden stierven vaak als gevolg van zware dwangarbeid, ondervoeding en ziekte. Ook pleegden gevangenen die het onmenselijke kampbestaan niet meer aankonden zelfmoord. In werkkampen werden jonge en sterke gevangenen bestemd als slavenarbeiders, o.a. voor de grote fabriekscomplexen die bij deze kampen aanwezig waren. Dit waren meest bedrijven die aan het leger leverden zoals IG Farben dat bij bv. Auschwitz grote productieafdelingen gevestigd had. De werk- en leefomstandigheden hierin waren overigens niet veel beter dan in de kampen zelf. Ook hier was het dodental enorm als gevolg van de vaak levensgevaarlijke werkomstandigheden, slechte verzorging en de willekeur van de bewakers.

De werkkampen waren in verschillende categorieën ingedeeld. In categorie één zaten relatief milde kampen als Dachau en Buchenwald, terwijl in categorie drie kampen zaten als Groß-Rosen, Natzweiler-Struthof en Mauthausen. Tot september 1942 verschilde de situatie in Groß-Rosen voor Joden, Polen en politieke gevangenen weinig van die in een vernietigingskamp. Voor hen was de gemiddelde overlevingstijd twee a drie maanden en maximaal een half jaar. Zij die door toeval Groß-Rosen toch overleefden vonden Dachau een hemel op aarde.

In Nederland was Kamp Vught gedurende de oorlog een werkkamp. Bij Heino was korte tijd (van februari tot oktober 1942) ook een werkkamp, bekend onder de naam Schaarshoek.

Sommige gevangenen werden geselecteerd voor medisch 'wetenschappelijk onderzoek' wat meestal uitliep op een gruwelijke dood voor de 'proefpersoon'. Berucht was de arts Josef Mengele die zelfs kinderen gebruikte voor zijn experimenten.

Interneringskampen

In interneringskampen staat de controle op politieke tegenstanders of politiek onbetrouwbaar geachte bevolkingsgroepen centraal. Krijgsgevangenenkampen zijn eveneens interneringskampen, waarbij echter steeds internationaalrechtelijke normen dienen te worden nageleefd.

In Nederland was Kamp Schoorl gedurende korte tijd een interneringskamp voor achtereenvolgens buitenlanders, Joden en communisten, alvorens de Duitsers hen naar concentratiekampen doorstuurden.

Reserveringskampen

Reserveringskampen zijn kampen die niet bedoeld zijn voor de vernietiging of internering van mensen, maar worden gebouwd om mensen te 'reserveren' om met hen een ander doel te bereiken. In de Tweede Wereldoorlog werden in de reserveringskampen Joden geplaatst die volgens de bezetter een speciale betekenis hadden voor de maatschappij, zoals ex-militairen en kunstenaars. Andere Joden die dachten kans te kunnen maken op een plek in zo'n kamp, zouden zich dan niet snel voor de Duitsers verbergen, waardoor zij gemakkelijk te deporteren waren.

Verzamel- en doorgangskampen

Verzamel- en doorgangskampen zijn, meestal kleine, kampen die worden gebouwd om mensen te verzamelen en te sorteren om ze vervolgens door te sturen naar andere, vaak grotere kampen. In de Tweede Wereldoorlog werden in de doorgangskampen mensen verzameld die dagelijks opgepakt werden om ze vervolgens, vaak wekelijks, per goederentrein af te voeren naar de diverse werk- en vernietigingskampen. Voorbeelden van verzamel- en doorgangskampen uit de Tweede Wereldoorlog zijn Kamp Westerbork en Kamp Amersfoort in Nederland, Kamp Mechelen in België en Kamp Drancy in Frankrijk.

Geschiedenis

Concentratiekamp Krugersdorp, Tweede Boerenoorlog, Zuid-Afrika
Het hek van concentratiekamp Buchenwald: "Jedem das Seine" (Ieder het zijne)
Muur met wachttoren, Concentratiekamp Mauthausen
Manzanar War Relocation Center, een kamp voor Amerikanen van Japanse afkomst in Owens Valley, Californië
Een "straat" in Concentratiekamp Buchenwald
Zwaar ondervoede gevangen in Buchenwald bij de bevrijding op 16 april 1945

Oudheid

Vroege beschavingen, zoals het Assyrische Rijk gebruikten al gedwongen hervestiging van de bevolking als een middel voor controle van het grondgebied,[1] maar het was pas veel later, in de late 19e en de 20e eeuw, dat voor het eerst groepen civiele niet-strijders geconcentreerd werden in grote gevangeniskampen.

19e eeuw

De term concentratiekamp werd voor het eerst gebruikt voor de kampen die door de Spanjaarden werden ingericht tijdens de Cubaanse opstand 1868-1878, kampen ingericht door de Amerikanen tijdens het begin van de Filipijns-Amerikaanse Oorlog 1898-1901 [2] en kampen ingericht door de Britten in Zuid-Afrika tijdens de Tweede Boerenoorlog 1899-1902 [3]. Zij werden gebruikt in een poging de guerrillatactieken van de Cubanen, de Filipino's of de Boeren het hoofd te bieden. Op Cuba werden de bewoners in opstandige provincies bijeenbracht op een afgezet en bewaakt terrein, om te voorkomen dat ze, al dan niet gedwongen, steun zouden geven aan de guerrillos.

In 1900 deden de Britten onder leiding van Horatio Kitchener hetzelfde tijdens de Tweede Boerenoorlog met de gezinnen van de opstandige Boeren die de guerrillastrijd weigerden op te geven (de zogenaamde bittereinders). Ook vele inheemse Afrikanen werden opgesloten in aparte kampen, gesegregeerd van de Boeren. De tactiek had succes, maar was voor de getroffen bevolking een verschrikkelijke ervaring. In de Zuid-Afrikaanse concentratiekampen was de hygiëne slecht en werden de geïnterneerden zwaar verwaarloosd, waardoor er bij de Boeren 27.927 vrouwen en kinderen (waarvan 22.074 onder de 16 jaar) om het leven kwamen aan honger, ziekte en uitputting. Nadat de Britten de militaire kampleiding had vervangen door burgers en Emily Hobhouse de erbarmelijke omstandigheden aan de kaak stelde, ging het een stuk beter.

Indonesië

Ook Nederland had in Indonesië concentratiekampen, zoals Boven Digul op Nieuw-Guinea, waar nationalisten onder onmenselijke omstandigheden werden opgesloten. In Nederland was er voor de oorlog officieel ook een concentratiekamp, namelijk Fort Honswijk waar communistische vluchtelingen uit Duitsland werden opgesloten. Er was daar echter, behalve de vrijheidsberoving, geen bewijs van mensonterende toestanden, hoewel dit sterk aan te nemen is.

Rusland en Sovjet-Unie

In Rusland kende men al sinds de 17e eeuw werkkampen voor gevangenen, de katorga. Kort na de communistische machtsovername van 1917 werd dit systeem sterk uitgebreid en vanaf 1930 centraal georganiseerd (zie Goelag). Het goelagsysteem stelde Stalin in staat om op grote schaal echte en vermeende politieke tegenstanders, etnische minderheden en misdadigers uit de maatschappij te verwijderen.

Tweede Wereldoorlog

Bijzonder in de Tweede Wereldoorlog werd het concentratiekamp als strijdmiddel tegen burgers op grote schaal toegepast. Het eerste Duitse concentratiekamp werd in 1933 ingericht bij Dachau. Hier werden vooral communisten en in mindere mate sociaaldemocraten gestopt, spoedig gevolgd door Joden. In plaats van de tot dan gebruikelijk grijs-witte pakken kregen de gevangen de bekende gestreepte gevangeniskleding. Tevens waren de verschillende groepen gevangenen te onderscheiden aan verschillend gekleurde driehoeken die op de linkerborsthelft en op de rechterdij moesten worden genaaid: een rode driehoek voor politieke gevangenen, een groene voor beroepsmisdadigers, een blauwe voor emigranten, een paarse voor Jehova's getuigen, een roze voor homoseksuelen, een zwarte voor 'asocialen' en een gele voor Joden. Deze kentekens werden in de andere concentratiekampen nagevolgd.

In de driehoek werd met een letter de nationaliteit aangeduid: F voor Fransen, R voor Russen, N voor Noren en H voor Nederlanders. Onder de driehoek een wit lapje stof met daarop het gevangenennummer.

De Duitse concentratiekampen waren over het algemeen wreder dan de Japanse. De Duitsers hadden drie verschillende categorieën concentratiekampen. Dachau en Auschwitz-Stammlager waren kampen van de eerste, lichtere, categorie. De zwaarste categorie was de derde, maar ook daarbinnen waren nog grotere verschillen. Speciale concentratiekampen waren de Nacht-und-Nebelkampen Natzweiler-Struthof en Groß-Rosen. Het doel van de Nacht-und-Nebelkampen was de mensen spoorloos te laten verdwijnen, verwanten zouden in principe niets van het overlijden mogen vernemen. Groß-Rosen was van de hoofdkampen ongetwijfeld veruit het wreedste met in 1942 een sterftepercentage boven de 50% per jaar en voor politieke gevangenen een gemiddelde overlevingstijd van twee maanden. Auschwitz heeft voor de meeste mensen een zeer gruwelijke betekenis, dat komt niet door het Stammlager zelf, maar door de aangrenzende gaskamers van Auschwitz-Birkenau, waar meer dan een miljoen mensen op industriële wijze vermoord werden.

Ook in de door Japan bezette gebieden waren de kampen, waarin onder anderen de Nederlanders van voormalig Nederlands-Indië opgesloten werden, oorden die het begrip 'een hel op aarde' maar al te dicht benaderden.

Hoewel het lot van mensen van Japanse afkomst in de Verenigde Staten en Canada niet op dezelfde lijn gesteld kan worden (zij werden in elk geval relatief goed verzorgd), werden ook velen van hen in een concentratiekamp gestopt. Het heeft jaren geduurd voor hun leed erkend werd.

In Nederland hebben de Duitsers een officieel concentratiekamp gesticht, nl. Vught (KZ Herzogenbusch). Kamp Amersfoort was een doorgangskamp voor politieke gevangenen (Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort), maar de behandeling van de gevangenen deed sterk denken aan die in een concentratiekamp, zij het iets minder slecht dan in de Duitse concentratiekampen. Ook Kamp Westerbork was een doorgangskamp, voor voornamelijk Joden en een klein aantal zigeuners, op weg naar Auschwitz, Sobibór of in zeldzame gevallen een ander vernietigingskamp in Polen. Behalve de vrijheidsberoving vonden er niet vaak ernstige wandaden door de Duitsers plaats. Daarnaast zijn er ook kampen als Haaren geweest, waar voornamelijk gijzelaars werden opgesloten die vrij goed behandeld werden; maar er hebben ook politieke en Joodse gevangenen gezeten die ernstig mishandeld werden.

Nederlandse slachtoffers in Duitse concentratiekampen

Het precieze aantal Nederlandse doden in Duitse concentratiekampen is niet bekend. Onderstaande gegevens zijn gebaseerd op gegevens van de Nederlandse Oorlogsgravenstichting met betrekking tot de laatste rustplaats in de directe omgeving van een aantal concentratiekampen. De cijfers van Kamp Westerbork komen uit het archief van de gemeentes Midden-Drenthe en Assen. Kamp Amersfoort en Vught eigen opgave.

concentratiekamp Nederlandse doden
Amersfoort 468
Auschwitz 57000
Bergen-Belsen 1700
Buchenwald 750
Dachau 600
Esterwegen 10
Flossenbürg 150
Groß-Rosen 370
Majdanek 90
Mauthausen 1650
Natzweiler 100
Neuengamme 3000
Ravensbrück 260
Sachsenhausen 600
Sobibór 34500
Stutthof 25
Vught 699
Westerbork 733
Zöschen 120

Duitsland

De zeven nazivernietigingskampen:

Andere Duitse concentratiekampen waar veel Nederlanders het leven verloren hebben zijn:

In het veengebied langs de grens met Nederland (Groningen en Drenthe) werd een vijftiental kleinere kampen, bekend onder de naam Emslandlager, ingericht, waarin voornamelijk Duitse communisten (Moorsoldaten) en Oost-Europese krijgsgevangen werden gehuisvest. Hoewel de aantallen gehuisvesten hier aanmerkelijk kleiner waren, waren de omstandigheden voor de getroffenen niet minder erg. Vluchtelingen uit die veenkampen die de Nederlandse grens overkwamen, werden onverbiddelijk teruggestuurd, terwijl bekend was dat velen om het leven kwamen.

Daarnaast waren en nog vele kleinere werkkampen voor dwangarbeiders, zoals Gräditz De 1634 Duitse concentratiekampen zijn te vinden op bundesrecht.juris.de.[4].

Italië

Italiaanse concentratiekampen sinds begin 1942:

Kroatië

Vernietigingskamp:

Nederlands-Indië

Voor de kampen waarin gedurende de Japanse bezetting van Indonesië een groot deel van de Nederlanders geïnterneerd was, zie het artikel Jappenkampen in Nederlands-Indië.

Nederland

  • Vught (Konzentrationslager Herzogenbusch)
  • Amersfoort (Polizeiliches Durchgangslager Amersfoort)
  • Westerbork (Polizeiliches Durchgangslager Westerbork)

Tsjechië

België

Roemenië

Zwitserland

Zwitserland had veel interneringskampen, waarvan een groot deel werkkampen waren. De bewoners, meestal alleen mannen, waren vluchtelingen van diverse nationaliteiten. Er werden moerassen drooggelegd en wegen verbeterd. Soms werd het verboden verder te reizen en moesten de reislustigen uit het kamp ontsnappen. Meestal hadden de inwoners veel vrijheid van komen en gaan, dus het ontsnappen was niet zo moeilijk, het ongezien verlaten van het land was echter niet gemakkelijk.

Na de Tweede Wereldoorlog

Met het einde van de Tweede Wereldoorlog was het verschijnsel concentratiekamp niet voorbij. De overlevenden kregen vaak last van het concentratiekampsyndroom.

Maar ook bleven en blijven nog dit soort kampen bestaan.

  • Nederland sloot na de bevrijding vele collaborateurs op in kampen als Kamp Duindorp.
  • Nederland zette na de bevrijding vele Duitsers uit via kampen als Kamp Mariënbosch
  • Nederland heeft direct na de oorlog plannen gemaakt om 8000 Nederlandse communisten in een kamp in Schoorl op te sluiten. Dat aantal is eerst verlaagd tot 1500 en vervolgens helemaal afgelast omdat de kosten te hoog waren.[5]
  • In de Sovjet-Unie waren jarenlang kampen te over, soms aangeduid als 'psychiatrische inrichtingen'.
  • Op de 'Velden des Doods' in Cambodja en tijdens de oorlog in Bosnië en Herzegovina kwam het beeld van uitgemergelde mensen in kampen (zie Kamp Omarska) weer voor het oog van de camera.
  • Noord-Korea is berucht om de aanwezigheid van meerdere strafkampen met een zeer hard regime.
  • Het leger van Rusland maakte gebruik van 'filtratiekampen' in zijn aanpak van terrorisme in de Kaukasus.
  • Het leger van Sri Lanka wordt beschuldigd van het drijven van soortgelijke kampen na de overwinning op de Tamiltijgers in mei 2009.
  • Sommigen zien Guantánamo Bay ook als een concentratiekamp, omdat daar, in de context van 'the war on terror', mensen zonder enige vorm van proces gevangen worden gehouden.

Zie ook

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Evansville.edu, Laws of Hammurabi
  2. The Columbia Encyclopedia, Sixth Edition. 2001-07.
  3. Documents re camps in Boer War
  4. http://bundesrecht.juris.de/begdv_6/anlage_6.html
  5. D. Engelen, Geschiedenis van de Binnenlandse Veiligheidsdienst, Sdu Uitgevers, 1998