Conceptueel kader

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een conceptueel kader is het geheel van samenhangende begrippen waaruit het denken bestaat. Kant stelde dat het Ding an sich niet gekend kan worden, maar slechts zoals deze zich als fenomeen gekleurd door de waarneming aan ons voordoet. Om de wereld te kunnen begrijpen, gebruikt het bewustzijn vormen en categorieën waarmee waarnemingen en ervaringen geordend worden. Daarmee wordt ook het idee van oorzakelijkheid gevormd. Dit conceptueel kader is in vele vormen benoemd, onder meer als denkraam, wereldbeeld, épistèmè en paradigma, elk met net een andere betekenis. In de historiografie wordt dan wel weer gesproken over Zeitgeist en mentalité.

Elke waarneming wordt dus gekleurd door het kader van waaruit deze gedaan worden. Dat betekent ook dat waarnemingen vanuit een ander kader op een verschillende manier geïnterpreteerd kunnen worden, waarbij niet de wereld an sich verandert, maar het kader. Bij een overgang van het ene wetenschappelijke kader naar het andere sprak Kuhn over een paradigmaverschuiving, terwijl Foucault met een epistemische breuk een breder begrip voor ogen had. Op persoonlijk vlak wordt iets dergelijks wel aangeduid als Gestalt-switch.

Volgens de Sapir-Whorfhypothese speelt taal een belangrijke rol in de betekenis die wordt gegeven aan ervaringen en uitspraken. Lange tijd leek deze hypothese niet te bewijzen, maar onderzoek van onder meer Lera Boroditsky in de cognitieve taalkunde laat zien dat begrippen als tijd en ruimte taalafhankelijk blijken te zijn. Volgens de Duhem-Quinestelling is een neutrale taal van zuivere waarnemingen zelfs principieel uitgesloten.

Literatuur[bewerken]