Concertgebouw (Amsterdam)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De voorzijde van het Concertgebouw, met op de nok van het dak een vergulde lier; in gestileerde vorm thans het logo.
De oostzijde van het Concertgebouw. De zijvleugel van architect Pi de Bruijn werd aangebouwd in de jaren '80.
Concertgebouw in 1902. Foto: Jacob Olie.
De Grote Zaal na restauratie.
De Grote Zaal na restauratie.
Kapconstructie. Afkomstig uit De Opmerker, 22e jaargang, nummer 41 (8 oktober 1887).

Het Koninklijk Concertgebouw is een gebouw met diverse concertzalen aan de Van Baerlestraat in Amsterdam-Zuid. Het gebouw is de thuisbasis van het Koninklijk Concertgebouworkest. Het Concertgebouw bestaat in feite uit vier concertzalen: de Grote Zaal, Kleine Zaal, de Koorzaal en de Spiegelzaal.

Inhoud

Geschiedenis [bewerken]

De oprichtingsvergadering van de naamloze vennootschap die het Concertgebouw liet bouwen – en ook thans nog eigenaar is – werd gehouden in 1882 in theaterzaal 'Odeon' aan het Singel waarin thans een gelijknamige discotheek is gevestigd.

De bouw begon in 1883 in een veenweidegebied dat destijds net buiten de stadsgrenzen van Amsterdam lag, in de gemeente Nieuwer-Amstel. In 1896 kwam het binnen de grenzen van Amsterdam. Er tegenover lag het latere IJsclubterrein, het huidige Museumplein. Als fundering werden 2.186 heipalen van twaalf tot dertien meter lang tot op de zandbodem geslagen.

De zaal werd geopend op 11 april 1888, met een inwijdingsconcert waaraan 120 muzikanten en een koor van 500 personen deelnamen. Er werd muziek ten gehore gebracht van Wagner, Händel, Bach en Beethoven.

Architect [bewerken]

De architect van het gebouw is Adolf Leonard van Gendt, voor wie de bouwtekening van het in 1884 geopende Neue Gewandhaus in Leipzig als inspiratiebron diende. Het interieur van het gebouw is vormgegeven en ingedeeld naar het voorbeeld van het Neue Gewandhaus, dat in 1943 werd vernield.

Het Concertgebouw heeft dezelfde vloeiende lijnen en ronde hoeken als het Neue Gewandhaus en de zalen worden ook omgeven door ruime gangen. En net als in Leipzig werd de kleine zaal dwars achter de grote zaal gebouwd.

Het gebouw werd gebouwd volgens de stijl van het Weens classicisme. De gevel vertoont neo-renaissance kenmerken, en werd meer gedecoreerd dan gebruikelijk was in de oudheid. Het was een manier van versieren die werd gebruikt om gebouwen meer status te geven.

Bij een grote renovatie van 1985 tot 1988 is aan het J.W. Brouwersplein (thans Concertgebouwplein) een nieuwe hoofdingang aangebouwd met een moderne glazen foyer, naar ontwerp van Pi de Bruijn.

Grote Zaal [bewerken]

De Grote Zaal is 44 meter lang, 27,5 meter breed en 17,5 meter hoog; de zaal biedt plaats aan ongeveer tweeduizend mensen. De zaal heeft een galmtijd van 2,8 seconde zonder publiek, en 2,2 seconde met publiek. Deze afmetingen maken de zaal uitermate geschikt voor het repertoire uit de late Romantiek zoals de werken van Mahler, en juist in mindere mate geschikt voor versterkte muziek en kamermuziek. De Grote Zaal wordt desondanks ook gebruikt voor solorecitals van beroemde musici.

Men kan de ongeëvenaarde akoestiek van de Grote Zaal zelf toetsen door (uiteraard niet tijdens een concert) een harde droge klap met de handen te geven. Men hoort dan een heldere weerklank die donker uitsterft. Duidelijk anders dan in andere zalen.

In de Grote Zaal is een groot concertorgel opgesteld.

1rightarrow.png Zie ook Orgel Concertgebouw

Kleine Zaal [bewerken]

Achter de Grote Zaal bevindt zich op de bovenverdieping een kleinere ovale zaal, die de Kleine Zaal genoemd wordt. Deze is 20 meter lang en 15 meter breed. Deze meer intieme ruimte is speciaal bedoeld voor kamermuziek. In deze zaal kunnen 438 luisteraars plaatsnemen. Rondom de Kleine Zaal bevinden zich de Felix de Nobel Foyer, de Franse Foyer, de Omloop (sinds 1988) en de Voorhal van de Kleine Zaal. De muziekzaal in het honderd jaar eerder gebouwde Felix Meritis, aan de Keizersgracht in Amsterdam diende als voorbeeld voor de Kleine Zaal in Het Concertgebouw.

Spiegelzaal [bewerken]

Achter de Grote Zaal bevindt zich op de begane grond een ovale zaal die precies onder de (hier eerder genoemde) Kleine Zaal ligt en die dezelfde omtrek heeft. Deze wordt de Spiegelzaal genoemd naar de vele spiegels die zich in de deuren bevinden. Tot 1925 verschafte de Spiegelzaal toegang tot de tuin achter het Concertgebouw. Na de verkoop van deze tuin aan de gemeente Amsterdam in 1925 bood het uitzicht niet veel soeps en is besloten de ruiten in de deuren te vervangen door spiegels die geleid hebben tot de huidige benaming van deze zaal. De zaal heeft naast de spiegels ook kristallen kroonluchters en pilaren ter ondersteuning van de erboven gelegen Kleine Zaalvoer. De ovale Spiegelzaal is multifunctioneel en wordt, ofschoon zij oorspronkelijk als koffiekamer is bedoeld, naast ontvangstruimte voor speciale gasten ook voor radio-uitzendingen zoals AVRO Spiegelzaal (en vroeger Für Elise), gebruikt. Het is een intieme zaal met een enigszins holle akoestiek. De zaal is hoofdzakelijk in gebruik als foyer-ruimte. De aanwezigheid van wijnranken, druiventrossen en Bacchuskoppen in de ornamenten geven aan dat deze ruimte van meet af aan als "gelagkamer" moest dienstdoen.

Gebruik [bewerken]

Sinds het begin heeft het Concertgebouw gediend als thuisbasis voor het Koninklijk Concertgebouworkest. Elk jaar vinden er zo'n 800 concerten plaats voor een publiek van in totaal 850.000 mensen. De Spiegelzaal wordt gebruikt voor radio-uitzendingen. Een lange traditie vormen de concerten van de Zaterdagmatinee (oorspronkelijk georganiseerd door de VARA als Matinee op de Vrije Zaterdag) vanuit de Grote Zaal. De lunchconcerten op woensdag zijn gratis toegankelijk (veelal zijn dit repetities voor het avondconcert). Op kerstavond is er elk jaar een, ook gratis toegankelijke, kerkdienst van de Diensten met Belangstellenden.

Eind jaren '60 en begin jaren '70 werd de zaal ook wel gebruikt voor popconcerten. Bands die in deze klassieke muziektempel optraden zijn onder meer Led Zeppelin, Pink Floyd, The Who, Paul McCartney & Wings en Roxy Music.

In 1994 is op initiatief van de Vrienden van het Concertgebouw en het Koninklijk Concertgebouworkest jongerenvereniging Entrée opgericht. Deze vereniging heeft drempelverlaging van het Concertgebouw en het Concertgebouworkest voor jongeren als doel. Door flinke kortingen aan te bieden op een groot deel van het reguliere concertaanbod en door het organiseren van projecten gericht op jongeren (zoals in 2008 het concert van CocoRosie samen met het Concertgebouworkest), probeert de vereniging dit doel te bereiken. In augustus 2009 heeft deze vereniging ruim 5.000 leden, in de leeftijd tot 30 jaar.

Een van de jaarlijks terugkerende concerten is het Nieuwjaarsconcert van de VARA en het Nederlands Blazers Ensemble: het Nederlandse antwoord op het jaarlijkse walsfestijn van de Wiener Philharmoniker. Het concert wordt ieder jaar op 1 januari rechtstreeks uitgezonden op radio en tv. Verder zijn de Kerstmatinee en een van de paaspassies uitgevoerd door het Koninklijk Concertgebouworkest traditie.

In 2006 ontving het Concertgebouw ruim 826.000 bezoekers, 6.000 meer dan het jaar daarvoor, waarmee het de best bezochte concertzaal voor klassieke muziek ter wereld is.[1]

Namen van de componisten op de muren en het balkon [bewerken]

Zowel de grote als de kleine zaal zijn getooid met de namen van de componisten die ten tijde van de bouw van het gebouw (en ook daarna nog) het meest gewaardeerd werden. De namen op de balkonranden in de Grote Zaal zijn van componisten die er hebben opgetreden of van componisten waarvan een van hun werken in première is gegaan. Voorbeeld hiervan is Mahler die de eerste vijf van zijn symfonieën heeft gedirigeerd in de Grote Zaal. De volledige lijst op de muren bestaat uit: Haendel, Lulli, Scarlatti, Mozart, Cherubini, Weber, Berlioz, Chopin, Liszt, Wagner, Gounod, Reinecke, Schuijt, Obrecht, Sweelinck, Orl. Lassus, Clemens n.P., Wanning, Brahms, Rubinstein, Niels Gade, Verhulst, Schumann, Mendelssohn, Schubert, Spohr, v. Beethoven, Haydn en Bach en op de balkonrand: Strawinsky, Pijper, Ravel, Reger, Wagenaar, Tschaikovsky, Zweers, Bruckner, Mahler, Franck, Diepenbrock, Debussy, Dopper, Rich. Strauss, Röntgen, Bartók, Dvořák. Op de muren van de Kleine Zaal prijken de namen Haydn, v. Beethoven, Mozart, Schubert, Schumann, Rubinstein, Hiller, Brahms, Grieg, Saint-Saens, Mendelssohn, Bach.

Locatie [bewerken]

Het Concertgebouw ligt aan de Van Baerlestraat bij het Museumplein. De Hoofdentree is sinds 1988 gelegen aan het Concertgebouwplein nr. 2 en is bereikbaar met de tramlijnen 3, 5, 12, 16 en 24 en de Connexxion-buslijnen 142, 144, 145, 170, 172, 197 en 370.

Literatuur [bewerken]

  • Historie en kroniek van het Concertgebouw etc. H.J. van Royen, Uitg. Walburg pers 1988, Zutphen.
  • Oud-Zuid; Concertgebouwbuurt en Apollobuurt. 100 jaar verandering in beeld. Paul Fennis, Uitg. René de Milliano 1998.

Trivia [bewerken]

  • Op 11 april 2013 heeft Koningin Beatrix het Concertgebouw het predicaat "Koninklijk" verleend ter gelegenheid van het 125-jarig bestaan.[2]
  • Op het dak van de Grote Zaal staat een lier, het instrument van Apollo, het symbool van de muziek. Deze is vervaardigd van roodkoper en is verguld met bladgoud. De huidige lier stamt uit 1993 en is een kopie van de originele uit 1888 met dit verschil dat de originele was vervaardigd uit zink. De lier heeft een hoogte van 3,25 meter.
  • Vanwege de volgens velen superieure akoestiek wordt het beschouwd als één van de drie beste zalen ter wereld voor symfonische muziek. De andere twee zijn de Symphony Hall in Boston (VS) en de Musikvereinsaal in Wenen (Oostenrijk).
  • Paul McCartney bezingt het Concertgebouw in zijn nummer "Rock Show", naast de Madison Square Garden in New York en de Hollywood Bowl in Los Angeles.

" If There's Rock Show At The Concertgebow [sic] They're Got Long Hair At The Madison Square You Got Rock And Roll At The Hollywood Bowl, We'll Be There... Ooh Yeah..."

Externe links [bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties