Concordaat van 15 juli 1801

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Het Concordaat van 15 juli 1801 werd afgesloten tussen paus Pius VII en Napoleon Bonaparte (in zijn hoedanigheid van Eerste Consul van de Franse Republiek).

Voorgeschiedenis[bewerken]

Dit concordaat maakte een einde aan het zogenaamde Gallicanisme, waarmee de Franse koningen eeuwenlang de inmenging van het Vaticaan in Franse kerkelijke aangelegenheden wisten te beperken, met heel wat conflicten tot gevolg. Tussen de pausen en de koningen hadden sinds de vijftiende eeuw altijd spanningen inzake de Franse Kerk bestaan, maar onder Lodewijk XIV waren de wrijvingen zo hoog opgelopen, dat de paus weigerde de door de koning benoemde bisschoppen in hun ambt te bevestigen.

De Franse Revolutie had de scheiding tussen Kerk en Staat uitgeroepen, maar de doelstelling van de revolutionairen om de invloed van Rome totaal uit te schakelen was nooit bereikt. Het bijwijlen brutale antiklerikalisme van de Revolutie had in Frankrijk onder het gewone - veelal katholieke - volk kwaad bloed gezet, inclusief in het (op 29 september 1795) geannexeerde België, waar sinds 1798 spontane haarden van volksopstand uitbraken, bekend onder de naam Boerenkrijg. De verzetslieden van deze volksopstand schaarden zich achter de katholieke geestelijkheid en waren fel tegen de Revolutie en haar gevolgen voor de Kerk. Als Eerste Consul (vanaf november 1799) besefte Napoleon Bonaparte dat de interne orde pas door een godsdienstvrede hersteld kon worden. Hij had er dus alle belang bij naar een verzoening met Rome te streven.

Bij alle beslissingen die Napoleon nam inzake godsdienstige aangelegenheden, liet hij zich leiden door politieke overwegingen. Naar eigen zeggen zag hij in de godsdienst "niet het mysterie van de incarnatie, maar dat van de maatschappelijke orde." "De godsdienst", zo liet hij zich eens ontvallen, "verbindt met het denkbeeld van een hemel dat der gelijkheid en dit belet de armen de rijken uit te moorden..."

Het Concordaat[bewerken]

Met het doel een verzoening met het Vaticaan tot stand te brengen, besloot Napoleon Bonaparte na zijn Italiaanse overwinning in Marengo (14 juni 1800) te onderhandelen met de nieuwe Paus Pius VII (1800-1823). De onderhandelingen duurden van 5 november 1800 tot 15 juli 1801. Op 15 juli 1801 sloot Napoleon, namens de Franse regering, een concordaat met kardinaal Consalvi, staatssecretaris van paus Pius VII. De paus ondertekende persoonlijk het akkoord op 15 augustus, en zo werd het verdrag tussen Frankrijk en de Heilige Stoel bevestigd. In de daarbij aansluitende encycliek "Ecclesia Christi" erkende Pius VII de Franse Republiek van Napoleon, die van haar kant het katholicisme uitriep tot "godsdienst van de meerderheid". De wens van het Vaticaan om het katholicisme tot staatsgodsdienst uit te roepen werd niet ingewilligd.

Het Concordaat voorzag

  • in het herstel van de vrijheid van eredienst,
  • in een bezoldiging van de katholieke geestelijkheid door de Staat, in ruil voor de tijdens de Revolutie genationaliseerde en door de revolutionaire regering verkochte kerkelijke bezittingen, en
  • in een herindeling van Frankrijk (het geannexeerde België inbegrepen) in nieuwe bisdommen (vermindering tot 60 bisdommen in Frankrijk).

Het volledige episcopaat moest ontslag nemen. Deze drastische maatregel betekende het einde van de Gallicaanse dromen en een overwinning voor de ultramontanen die pleitten voor een striktere controle van de paus over de bisschoppen.

Beoordeling[bewerken]

Het Concordaat, dat in werking trad op 18 april 1802 en van kracht bleef tot 1905, was een diplomatieke overwinning voor Napoleon. Het verzoende grote groepen katholieken opnieuw met de Staat, en schonk anderzijds de Franse regering een verstrekkende macht tot wettelijke regeling van allerlei kerkelijke activiteiten.

Gevolgen[bewerken]

  1. Volledige vrede tussen Frankrijk en het Vaticaan bracht het Concordaat niet tot stand. Toen Napoleon in 1809 van de Kerkelijke Staat een Franse satellietstaat maakte en Pius VII daartegen bezwaar maakte, ontnam Napoleon de paus van zijn wereldlijke macht en maakte hem zijn gevangene in Savona. Na de val van Napoleon in 1814 kon Pius VII in triomf terugkeren naar Rome en herwon hij zijn wereldlijke macht.
  2. Niet alle katholieken legden zich neer bij de bepalingen van het Concordaat. De radicale Naamse geestelijke Cornelis Stevens joeg de voor- en tegenstanders van het akkoord tegen elkaar in het harnas door zijn provocerende pamfletten. Hierin stelde hij dat de paus zich véél te toegeeflijk had opgesteld, en dat het Concordaat daardoor verwerpelijk was. Tegen deze weliswaar wijze en vrome, maar uiterst conservatieve man, die tijdens de Revolutie reeds vervolgd werd wegens zijn radicale standpunten, werd een aanhoudingsbevel uitgevaardigd. Hij moest onderduiken in de buurt van zijn geboorteplaats Waver, waar hij op veel steun kon rekenen. Met zijn gedachtegoed riep hij de scheurbeweging van de zogenaamde Stevenisten in het leven. Het Stevenisme bestaat nog altijd.